Volgens een nieuwe Europese ‘ecoscore’ zijn synthetische stoffen duurzamer dan wol van schapen. Wat dan met de Brusselse kuddes? “Gemiddeld krijg ik 0 tot 0,20 euro per kilo wol,” zegt herder David D’hondt.
©
Sarah Van Looy
| In Ganshoren grazen de zwartblesschapen van de Brusselse stadsherder David D’hondt.
Schapen? In Brussel? Mijn buren wisten niet wat ze hoorden.” Céline Dayez woont nochtans in Ganshoren, op amper tien minuten stappen van de weide waar een veertigtal zwartblesschapen van de Brusselse stadsherder David D’hondt grazen. Tussen de brandnetels en de regendruppels laten ze verlegen hun kop, zwarte vacht en witte staart zien.
Wanneer een van de dieren dichterbij komt voor de foto, aarzelt Dayez geen seconde: “Violetta.” Haar favoriet. Ouderdomsdeken Urina – “David heeft de naam gekozen,” benadrukt ze – houdt zich eerder afzijdig. “In de weide hiernaast staan er ook Manx Loaghtan, schapen met hoorns.”
Al een drietal jaar is Dayez vrijwilliger bij La Lainerie, een Brusselse vzw die wol in haar waarde wil herstellen en daarvoor samenwerkt met de vzw van D’hondt, Les Moutons Bruxellois. Die verhuisde onlangs van D’hondts thuisbasis in Schaarbeek naar nieuwe weides in Ganshoren, Anderlecht en de Zavelenberg in Sint-Agatha-Berchem.
Sinds 2018 mag D’hondt zichzelf stadsherder noemen, al werkt hij nog deeltijds als leerkracht godsdienst in een school in Molenbeek, waar hij op een vast inkomen kan rekenen – met zijn kudde kan hij zichzelf geen loon uitkeren. Dat houdt hem niet tegen om verder te doen met zijn passieproject.
©
Sarah Van Looy
| De focus van Les Moutons Bruxellois ligt op de begrazing van Brusselse natuurgebieden. Daarvoor krijgt D’hondt een subsidie van Leefmilieu Brussel.
“Ik heb geen zittend gat,” vertelt hij. Na een voltijdse job in het onderwijs belandde hij zelf weer op de schoolbanken: eerst een opleiding journalistiek in Gent, vervolgens een landbouwopleiding in Namen. Een schapenboer inspireerde hem, en toen hij leerde over stadsherders in Parijs viel alles op zijn plaats. “Ik wil wel boeren, maar zou de stad niet kunnen missen.”
Scheerbeurt
De focus van Les Moutons Bruxellois ligt op de begrazing van Brusselse natuurgebieden. Daarvoor krijgt D’hondt een subsidie van Leefmilieu Brussel. Toch is ook hun vlees belangrijk: in Schaarbeek droogt D’hondt worsten, ook ham biedt hij aan.
In vergelijking met die activiteiten lijkt wol bijzaak, al moeten de dieren jaarlijks wel geschoren worden. Daarbij verliest D’hondt het dierenwelzijn niet uit het oog: hij vertrouwt zijn kudde toe aan een zachtaardige Waalse tondeuse die naar Bordeaux verkaste en elk scheerseizoen, in mei, terugkeert naar België. Aan dat moment koppelen de vzw’s telkens een heus feest.
Alleen: achteraf gebeurde er niet veel met de wol. “De meeste bleef liggen op de weiden,” merkte Dayez op. Nochtans stond wol vermarkten in het businessplan dat de herder voorlegde aan het boerensyndicaat Fugea uit Namen. “De jury lachte mij in mijn gezicht uit. Je kan niks doen met wol, oordeelden zij.”
Ten dele blijkt die inschatting correct. Met inheemse wol valt weinig aan te vangen. Elke scheerbeurt kost vijf euro. Om dat te laten renderen, moet de onverwerkte wol één à anderhalve euro per kilo gaan. “Gemiddeld krijg ik er 0 tot 0,20 euro voor,” aldus D’hondt.
'Die EU-regels hebben niks te maken met wat ik probeer te doen in Brussel. Onze wol is superlokaal en erg ecologisch'
Stadsherder, Les Moutons Bruxellois
“Dat komt omdat de meeste Belgische schapenwol kriebelt,” zegt Pauline Dornat, een ontwerper die ging samenwerken met D’hondt en zelfs een tijdje bij hem een atelier deelde in Schaarbeek. Haar project, Blackwool, is deels vernoemd naar de kleur van de zwartblesschapen. “Davids wol is prijzig, ze jeukt én er zitten kleine oneffenheden in. Toch ga ik ermee aan de slag, omdat het een prachtig lokaal product is, met een mooi verhaal.”
Stoffen zijn niet perfect, oordeelt Dornat, “maar de mens is dat blijkbaar verleerd”. “Bovendien lijkt het tegenwoordig heel gewoon dat in een winkel meerdere versies van hetzelfde stuk liggen. Wat ik ontwerp, zijn unieke stukken. De kleur hangt af van de wol, niet andersom.”
Dayez verwijst naar grote boerderijen in het buitenland, zoals in Australië, waar wol wél rendeert. “Daar houden ze schapen voor de kwaliteit van hun wol in plaats van hun vlees, hier is het omgekeerd.”
Ecoscore voor kleding
De kwaliteit van een wolvezel wordt uitgedrukt in het aantal micron: hoe hoger dat aantal, hoe stugger. Mensenhaar, niet bepaald een wollige substantie, heeft een dikte van zo’n 70 micron. De Australische schapen waar Dayez op doelt zijn merino’s, hun wol haalt 15 tot 25 micron. Belgische en Nederlandse dieren, zoals de zwartbles en het Texelse schaap, halen ruim 35 micron. Vanaf 30 micron begint wol al te kriebelen. “Dat zijn we niet meer gewend,” zegt Dayez. “Veel kleren bestaan uit synthetische stoffen die niet jeuken en een stuk goedkoper zijn.”
De kostprijs van een bobijn gewassen, gekaarde en gesponnen Brusselse wol komt neer op 20 euro. “De Brusselse regering raadde ooit zelfs aan om La Lainerie op te starten met wol van de Action,” zegt Dayez. “Dat is niet eens wol, dat zijn synthetische vezels, van polyester of acryl. Ons project zou compleet zijn doel missen.”
©
Sarah Van Looy
| Céline Dayez: "Veel kleren bestaan uit synthetische stoffen die niet jeuken en een stuk goedkoper zijn."
Intussen stelt de Europese Commissie momenteel in vraag of schapenwol wel ecologischer is dan polyester en acryl. Met de zogenoemde PEF-methodologie wil de commissie de milieuprestaties van producten meten, op basis van levenscyclusschattingen. Die ‘ecoscore’, die enkel een interne leidraad is en niet zomaar een kledingstuk een A- of een E-label zal geven, maakt daarbij gebruik van een zestiental parameters, zoals waterverbruik, en landgebruik en klimaatimpact.
Wat blijkt? Fastfashionbedrijven die veel synthetische stoffen gebruiken, scoren goed in de PEF-methodologie, zo toont recent onderzoek van Apache, Trends en Fashion United naar de Product Environmental Footprint Category Rules (PEFCR) voor kledij en schoenen aan. Wol scoort daarbij slecht, omdat schapen veel land, water en voeding nodig hebben en methaangassen uitstoten. Daarom is hun voetafdruk volgens de ecoscore vele malen groter dan die van synthetische stoffen, die nochtans afgeleid zijn van fossiele brandstoffen.
Experts hebben twijfels bij de PEF-methodologie en wijzen naar de lobby-invloed van de betrokken sector bij het opstellen van de methodologie. Kledingbedrijven betalen 200.000 euro voor drie jaar om als ‘stemgerechtigd lid’ mee te beslissen hoe de PEF-methodiek juist toegepast wordt op kleren en schoenen, aldus Trends.
D’hondt reageert gelaten op dat hele debat. “Die EU-regels hebben niks te maken met wat ik probeer te doen in Brussel,” vindt hij. “Onze wol is superlokaal en erg ecologisch. Onze schapen leven in natuurgebied dat begraasd moet worden. Ze krijgen geen ander voedsel, net wegens het belang van het weiland.”
'Ik gebruik onbewerkte wol in de tuin: het koelt de grond af, houdt slakken weg en kan dienen als bemesting'
Vrijwilliger bij La Lainerie
Dornat noemt de evolutie ongelofelijk. “En tegelijk verbaast het me niks,” zegt ze. “Een gerecycleerde plastic fles zou volgens sommige berekeningen ook beter zijn voor het milieu dan een nieuwe glazen fles. Alles hangt af van de data en de vergelijkingen.”
Kriebelwol
Kledij maken van Brusselse wol is vandaag voor Dornat niet aan de orde. In haar nieuwe atelier in Anderlecht – ze is in juli verhuisd – toont ze een outfit voor een trouwfeest van een vriendin: een jas, broek en hoofddeksel. “Als je dat ensemble van de hand wil doen, kom je aan een prijs van 8.000 euro.”
Valt er nog meer aan te vangen met lokale kriebelwol? Natuurlijk, bewijst Dornat. Interieurobjecten weven is haar specialiteit. Ze wijst naar haar kussens en tapijten. “Dekens doe ik niet meer. Dat is bij uitstek een product dat mensen tegen hun huid houden, daarvoor kriebelt de wol te veel.”
Ook Dayez toont enkele objecten die zij met La Lainerie maakte van de wol van D’hondts schapen. Ze wijst twee decoratieve miniatuurschapen aan, naar het evenbeeld van de zwartbles. “Ik heb ijzerdraad gebruikt om de constructie aan elkaar te hangen, maar verder bestaat het object louter uit wol.”
Wie ooit een huis verbouwde, kent misschien nog een gangbare eindbestemming voor kriebelwol: isolatiemateriaal. “Oorspronkelijk konden boeren vrij makkelijk hun wol doorverkopen, weliswaar voor zeer lage prijzen, om in China verder te verwerken,” weet Dornat. “Die markt is onlangs volledig in elkaar gezakt.” De ontwerper wijst corona aan als schuldige, en ook de oorlog in Oekraïne bemoeilijkt de export. “Er zijn boeren met magazijnen vol wol die ze niet aan de straatstenen kwijt kunnen.”
Uitwerpselen
In het atelier in Ganshoren tonen D’hondt en Dayez de woloverschotten van het vorige scheerseizoen. Het gaat slechts om enkele zakken. Dat komt omdat de kudde beperkt is. Boeren op het platteland die meer dieren houden, om meer vlees te hebben, hebben natuurlijk meer wol. “Hun stockageruimtes zitten vaak tot de nok gevuld,” zag Dornat met haar eigen ogen. Het alternatief is vernietigen, maar dat mag niet zomaar. “Volgens de afvalregels valt wol in dezelfde categorie als dierlijke karkassen. Wie het wil verbranden, mag dat alleen doen bij gespecialiseerde bedrijven. Al zijn er vast wel boeren die het zelf in brand steken.” Dat bevestigt D’hondt: hij was er getuige van in Wallonië.
©
Sarah Van Looy
| Céline Dayez: "Er gaat niks boven een knuffel van een schaap."
Buurtbewoners uit Ganshoren zijn welkom om voor een vrije bijdrage onverwerkte wol op te halen om te gebruiken in hun tuin. “Het koelt de grond af, houdt de slakken weg en kan zelfs dienen als bemesting, omdat er soms nog uitwerpselen aan hangen,” legt Dayez uit. D’hondt verwijst naar een herborist uit Anderlecht die regelmatig om wol vraagt. “Soms krijg ik thee, soms 5 euro, soms niks.”
Les Moutons Bruxellois en La Lainerie willen de cohesie in de wijk verhogen, ook daarvoor krijgen ze Brusselse subsidies. Dayez en haar medevrijwilligers bieden ateliers aan waarin deelnemers bijvoorbeeld met een machine leren om de wol te kaarden. “Het publiek is erg divers. Sommige mensen vinden het fijn om de stof aan te raken. Ook kwam er een vrouw die op het platteland in Wallonië schapen houdt en niet wist wat ze moest doen met de wol. Beeld je in: het platteland komt naar Brussel, in plaats van omgekeerd.” Ook Dornat biedt workshops aan, zowel in haar eigen atelier als bij La Lainerie in Ganshoren. Daar leert ze deelnemers om wol te weven, vilten en verven.
Ook kinderen kunnen hun hartje ophalen bij La Lainerie. Tijdens een workshop kunnen ze bijvoorbeeld leren om een wollen jasje voor een zeepblok te maken. Dat doen ze door de wol rond de zeep te wikkelen en in een nylonkous afwisselend warm en koud water toe te voegen. “Wol is antibacterieel en hypoallergeen, dat maakt het een hygiënische manier om zeep te bewaren.”
Hoewel Dayez – in tegenstelling tot Dornat – geen ontwerper van beroep is, spat de creativiteit ervan af. “Ik heb kunstonderwijs gedaan aan Saint-Luc, misschien daarom? Al werkte ik nadien gewoon als onlinemarketeer.” Het project betekent veel voor de Brusselse. Lange tijd was ze ziek thuis, La Lainerie gaf haar een reden om opnieuw buiten te komen. “Het is maatschappelijk relevant. En er gaat niks boven een knuffel van een schaap.”
Dit artikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Onderzoeksjournalistiek.
Lees meer over: Ganshoren , Milieu , schapen , Brusselse wol , La Lainerie , David D’Hondt , herder , Les Moutons Bruxellois , stadsherder