Vandaag start het nieuwe schooljaar in het Franstalig onderwijs. Een week later start het nieuwe schooljaar in het Nederlandstalig onderwijs. Drie Brusselse leerkrachten blikken vooruit op het nieuwe schooljaar en de hervormingen in beide taalnetten. "Ik verwacht zeker nog protesten."
Van links naar rechts: Bilal Oualmakran, Andrée Walravens en Serena Kellaert.
Brusselse leerkrachten terug naar school: ‘Waarom trekken ze vakanties niet gelijk?'
“Als ik minister van Onderwijs was, dan zou ik de vakanties in de twee schoolsystemen gelijktrekken naar het Franstalig stelsel”, vertelt Bilal Oualmakran. Hij geeft Nederlands aan de vijfde- en zesdemiddelbaars van het Institut de l'Enfant-Jésus, een Franstalige school in de buurt van het Jourdanplein in Etterbeek.
“Ik ben fan van het systeem met om de zes weken twee weken vakantie en vind anderhalve maand ook meer dan genoeg voor de zomervakantie. Ik geef ook training op de atletiekclub van Molenbeek waar Nederlandstaligen en Franstaligen samen trainen. Het is bijna onmogelijk om nog kampen te organiseren, omdat de vakanties in beide systemen nooit tegelijk plaatsvinden.”
Hij kijkt uit naar de start van het schooljaar. “Het zijn toffe gasten in mijn klas en we kunnen samen goed lachen. Al is Nederlands niet meteen het populairste vak in het Franstalig onderwijs. Ze willen liever Engels leren. Soms is het moeilijk om de leerlingen mee te krijgen."
"Ik geef les in BSO en TSO en voor leerlingen die niet meer thuis wonen, zelfs papa of mama zijn of problemen hebben met het gerecht, is school niet de grootste prioriteit. Als er een man van twintig high in de les in slaap valt, kan ik weinig doen. Het zijn geen kinderen meer in mijn klas, maar volwassenen.”
Staken
Volgens Oualmakran zal er dit schooljaar veel veranderen in het Franstalig onderwijs. Zo vinden er hevige besparingsrondes plaats, die werden doorgevoerd door Valérie Glatigny (MR), onderwijsminister van de Franse Gemeenschap. Vorig schooljaar werd daar ook in Brussel hevig tegen geprotesteerd. “Ik heb ook gestaakt en zal terug mee protesteren dit schooljaar. We moeten echt een lijn trekken. Ik snap dat er bespaard moet worden, maar toch niet op onze jeugd?”
Een van de besparingsmaatregelen is dat leerkrachten die voltijds in de tweede en derde graad werken nu twee uur meer moeten lesgeven voor hetzelfde loon. Ze gaan dan van 20 naar 22 uur. “Dat heeft een grote impact, want daardoor verliezen sommige leerkrachten ook werk. Je zou het zo kunnen bekijken: dat je per elf leerkrachten ongeveer één voltijdse leerkracht verliest.”
Vooral interim-leerkrachten dreigen hun uren te zien verdwijnen ten voordele van vaste leerkrachten. De Franstalige onderwijsbonden vrezen dat de besparingen 6.000 à 7.000 leerkrachten zullen treffen, maar volgens minister Glatigny zal er op macroniveau geen jobverlies zijn.
Het lerarencollectief Mars Attacks, dat vorig jaar acties organiseerde, plant alvast een grote actie op 1 september in Luik. Of er in Brussel, net als in de maanden mei en juni, grote acties gepland zijn, is nog niet duidelijk. “Ik verwacht zeker opnieuw protesten”, besluit Oualmakran.
"Die drie extra uren Nederlands worden ook een uitdaging. Die moeten namelijk buiten de gewone schooluren plaatsvinden."
Leerkracht Nederlands en Latijn
‘Bang hartje’
Die protesten vielen ook Andrée Walravens op. Ze werkt als leerkracht Latijn en Nederlands op Campus Comenius in Koekelberg. “We volgen de beslissingen in het Franstalig onderwijs niet echt. Maar tijdens de les stond het raam open en hoorden we de actievoerders voorbijtrekken. Toen zocht ik tijdens de middagpauze even op wat er aan de hand was. Onze leerlingen waren jaloers op hun Franstalige leeftijdsgenoten omdat er door de stakingen examens werden afgeschaft”, zegt Walravens lachend.
Ook zij kijkt uit naar het nieuwe schooljaar. “We hebben een heel geëngageerd team. Al kijk ik met een bang hartje naar de veranderingen die de Vlaamse Overheid heeft opgelegd.”
Zo heeft minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) de pedagogische studiedagen in het secundair onderwijs afgeschaft en hervormde ze de klassenraden. Ook voerde ze voor leerlingen die naar het eerste middelbaar gaan en onvoldoende Nederlands beheersen drie extra uren Nederlands in. Om hoeveel Brusselse leerlingen het exact gaat, kan het kabinet van de minister nog niet aan BRUZZ bevestigen.
“Ik vraag mij af hoe wij onze klassenraden gaan organiseren in een kortere tijd. Die extra uren Nederlands worden ook een uitdaging. Die moeten namelijk buiten de gewone schooluren plaatsvinden, bijvoorbeeld op woensdagnamiddag. We weten nog niet exact om hoeveel leerlingen het zal gaan op onze school, maar ik ben bang dat het moeilijk zal zijn om hen gemotiveerd te houden."
"Leerlingen zitten al genoeg op de schoolbanken, dus wij werken nu een plan uit om voor die extra uren Nederlands samen te werken met de leerkrachten L.O.. Het zou wel jammer zijn als ze op woensdag dan geen tijd meer hebben voor hobby’s.”
© Saskia Vanderstichele
| Campus Comenius in Koekelberg opende in 2018.
Nederlands
Indien Walravens het voor het zeggen zou hebben in het onderwijs, zou ze meer uitgaan van de sterktes en de noden van de scholen. “Ik zou niet alle scholen over één kam scheren. Wij zijn een heel jonge school, dus die pedagogische studiedagen waren welgekomen."
"Daarnaast denk ik dat er soms te veel wordt gefocust op leerlingen of hun ouders die onvoldoende Nederlands spreken. In Brussel moet het verder gaan dan dat en moet er ook op de thuissituatie worden gefocust: sommige kinderen hebben geen geld voor materiaal en thuis helemaal geen boeken, in geen enkele taal.”
Dat er grote niveauverschillen zijn in de kennis van het Nederlands ondervindt ook Serena Kellaert. Zij geeft les in het eerste leerjaar van de gemeenteschool Paviljoen in Schaarbeek. “Vanaf het tweede leerjaar kunnen leerlingen dit schooljaar terecht in taalheldklassen. Dat is voor leerlingen die minder goed Nederlands beheersen, maar op onze school zijn er per klas misschien drie of vier leerlingen die thuis Nederlands spreken."
"Dan zouden wel veel kinderen van onze school baat hebben aan zo’n klas. Het is nu nog wat uitzoeken hoe we die gaan organiseren. Dit jaar wordt wat uitproberen.” Brusselse scholen krijgen voor het taalheldenplan zo’n 5,7 miljoen euro aan extra middelen.
“Ik merk wel dat veel kinderen na de lange vakantie wat Nederlands zijn vergeten. Daarom organiseren wij op onze school ook speelpleinen en net voor de start van het schooljaar een taalbad voor kinderen van de derde kleuterklas en het eerste leerjaar. Zo hebben de kinderen al Nederlands gesproken voor ze weer naar school gaan.”
Veranderingen
Ook Kellaert kijkt uit naar de start van het nieuwe schooljaar. “Al is een nieuwe klas, zeker het eerste leerjaar, wel spannend. Ik voel veel verantwoordelijkheid omdat ik hen de basis moet aanleren, maar het is tegelijkertijd ook een leuke leeftijd, want ze leren heel graag nieuwe dingen bij.”
In het basisonderwijs verandert er volgend jaar heel wat. “Er zijn nieuwe minimumdoelen voor het kleuteronderwijs en het lager onderwijs. Zo moeten de kleuters vanaf nu bijvoorbeeld de naam van de rivier de Nijl kennen.”
Verder worden de facultatieve verlofdagen afgeschaft en moeten leerkrachten uit het zesde leerjaar advies geven aan de middelbare scholen over de vraag of een leerling nood heeft aan de drie uur extra Nederlands. “Ik vind het goed dat leerlingen worden opgevolgd na de lagere school. Hoe de middelbare scholen dat allemaal moeten organiseren, is natuurlijk een andere vraag.”
Kellaert is te vinden voor het Franstalig stelsel met twee weken vakantie na elke zes weken les. "Ik ben eigenlijk wel fan van dat systeem. Na twee weken vakantie zijn de kinderen echt beter uitgerust. Al ben ik ook blij dat ik pas binnen een week opnieuw moet beginnen. Wel kijk ik uit naar dit schooljaar om de kinderen beter te leren kennen. Dat is zo leuk aan de lagere school: je kunt als leerkracht echt een band met hen opbouwen”, besluit ze.
Lees meer over: Brussel , Onderwijs , Besparingen Franstalig onderwijs , Nederlandstalig onderwijs in Brussel , lerarentekort , Zuhal Demir , Valérie Glatigny