Het was een turbulent jaar voor Mike Goudeseune, 'directeur Mike' uit de veelbesproken docuserie Basisschool Balder. De school zat in het slop, leerkrachten vertrokken en ook Goudeseune gaf er in februari de brui aan. Nu leeft hij weer op in de gloednieuwe Anderlechtse basisschool De Stroomboot. “Ik wil positief-naïef blijven.”
©
Saskia Vanderstichele
| Mike Goudeseune, ex-directeur van basisschool Balder
Alles oogt ruim, licht en luchtig in De Stroomboot, de pas geopende gemeentelijke basisschool aan het kanaal in Anderlecht waar Goudeseune tegenwoordig de leiding heeft. Brede gangen, royale klaslokalen waarvan er veel nog ongebruikt zijn, een riante speelplaats en een grote, gezellige directeurskamer.
Een flink contrast met de krappe behuizing en het gedrang bij Balder, de basisschool van het GO! aan het Zuidstation in Sint-Gillis. Die was het onderwerp van een vierdelige documentaire die de VRT in september uitzond. Een schooljaar lang liet productiehuis De Chinezen de camera draaien in de school, die een negatief inspectieverslag had gekregen en waar de idealistische Bruggeling Goudeseune het tij wilde keren. Het werd een ontnuchterende docuserie, waarin te zien is hoe de zwalpende school door afhakende leerkrachten steeds verder wegzinkt in het moeras.
Waarom stemde u ermee in dat een cameraploeg die kwetsbare school in crisis zou gaan volgen?
MIKE GOUDESEUNE: Omdat ik ervan uitging dat het een heel positief verhaal zou worden. Ik had in Brugge jarenlang een innovatief Freinet-kindcentrum geleid. Pano maakte er enkele jaren geleden een reportage over. Het was een basisschool met kinderdagverblijf, waar we de muren weghaalden tussen onderwijs, opvang, vrije tijd en de buurt. Voor de jongsten was er bijvoorbeeld een zachte overgang tussen crèche en kleuterschool.
Na enkele jaren kwam ik tot het besef dat dit model wellicht nog veel meer zou renderen in een omgeving met veel kansarmoede, in Brussel bijvoorbeeld. Daarom solliciteerde ik als directeur bij Balder. Ik hoopte er met een andere aanpak veel mooie stappen te kunnen zetten.
Balder moest ook een kindcentrum worden?
GOUDESEUNE: Dat was mijn droom en die heb ik uitgesproken bij mijn sollicitatie. Er waren bij Balder plannen voor een nieuw kinderdagverblijf. Dat bood kansen om een zachte overgang te realiseren met de peuterklas. En ik wilde voor de leerlingen meer tijd creëren om te leren. Want de kinderen van Balder starten met een achterstand en moeten na de uren extra oefenkansen krijgen. Het was de bedoeling om allerlei sportieve en creatieve organisaties in de school binnen te halen.
Mooie plannen, maar hoe dacht u die met een halftijdse aanstelling te kunnen uitvoeren?
GOUDESEUNE: Ik bleef inderdaad halftijds directeur in Brugge. Het leek me interessant om de link te behouden. Brugge kon leren van Brussel en vice versa. Ook voor mezelf dacht ik dat het deugd zou doen om na enkele dagen te werken in een drukke, zware sfeer in Brussel even te kunnen opladen op een plek waar het goed loopt en waar je weer energie krijgt. In Balder was er bovendien een codirecteur, ik was niet alleen. Maar ik geef het toe, die halftime was geen goede keuze.
Hoe groot was het verschil tussen Brugge en Balder?
GOUDESEUNE: Het kon niet groter zijn. In Brugge was er voor de tweehonderd kinderen een terrein van anderhalve hectare met pony's, varkens en geiten. De leerlingen waren zeer taalvaardig en verantwoordelijk, met ouders uit de midden- of hogere klasse.
Bij Balder was ik na een week al helemaal gefrustreerd door de densiteit. Klaslokalen van amper 40 vierkante meter, vier verdiepingen hoog, met een speelplaats van 200 vierkante meter die niet aangepast is aan de kinderen en waar geen materiaal is om mee te spelen.
In Balder kon niemand tot rust komen, want de leerkrachten zaten continu, van 's morgens acht tot 's avonds vier uur, tussen de kinderen. Ze hadden geen minuut de tijd en fysiek niet de ruimte om er eventjes uit te kunnen stappen.
En ze moesten werken met een moeilijk publiek?
GOUDESEUNE: Ik hou niet van het woord moeilijk. Ik ben niet weggegaan voor de leerlingen of de ouders, dat zal ik altijd herhalen. De kinderen hebben inderdaad een taal- en leerachterstand. Ze komen niet in aanraking met cultuur of een rijke woordenschat en zijn vaak klein behuisd. Sommigen sleuren een flinke rugzak mee. En ze zijn druk, ja, maar dat is logisch als je ze opsluit in zo'n kleine ruimte.
De ouders van Balder vond ik vaak consequenter in de opvoeding van hun kinderen dan de Bruggelingen, die, als er iets fout liep, meteen in discussie gingen met de school.
©
Saskia Vanderstichele
| Mike Goudeseune
Wat het jaar van de ommekeer voor Balder moest worden, werd een horrorjaar?
GOUDESEUNE: We waren nochtans goed begonnen. Vlak na mijn aankomst op Balder, eind 2022, kregen we opnieuw een negatieve beoordeling van de inspectie. We hebben dat meteen aangepakt. We konden ook een brugfiguur aanstellen die linken legde met organisaties uit de buurt die de gezinnen versterkten.
In mei '24 keerde de inspectie terug en kregen we te horen dat we op de goede weg waren. Dus toen de cameraploeg in september begon te filmen, leek alles rustig, het team was volledig.
En dan opeens, in oktober, is alles als een pudding in mekaar gestuikt.
Wat gebeurde er?
GOUDESEUNE: Er vielen plots heel veel leerkrachten uit, wegens ziekte of omdat ze dichter bij huis werk hadden gevonden. En we vonden geen vervangers, al zeker geen gekwalificeerde. Als je mensen zonder ervaring of het juiste diploma voor de klas zet, mensen die niet weten wat klasmanagement is, dan is het logisch dat de kinderen geen regels kennen. Een klas wordt dan al snel stuurloos. Een of twee onervaren leerkrachten kun je opvangen, maar als het er zeventien zijn, is het onbegonnen werk.
Daar kwam dan het moeilijke gedrag bij van enkele leerlingen die moeite hadden om zich aan te passen aan telkens weer een ander gezicht voor de klas. De zesde klas, die uitgebreid gevolgd wordt in de reeks, had door corona en lerarenwissels vier jaar lang geen vaste leerkracht. Niet verwonderlijk dat het een heel zware klas was.
Wat opviel in de documentaire was hoe weinig ondersteuning het team kreeg van de pedagogische begeleidingsdienst van het GO! De drie begeleiders constateerden dat het één grote chaos was, maar boden geen concrete hulp. Hebt u dat ook zo ervaren?
GOUDESEUNE: Op pedagogisch vlak kreeg Balder niet de steun die de school nodig had. We hadden behoefte aan begeleiders die de klassen ingingen en daar meedraaiden om te voelen wat er aan de hand was. In plaats daarvan lieten ze ons achter met een draaiboek dat verplicht moest worden uitgevoerd. Een onervaren leerkracht moet je niet overvoeren met modellen en didactiek, die heeft iemand nodig die toont hoe het moet, die erbij komt staan.
"Ik ben niet weggegaan vanwege de kinderen of de ouders van Balder"
ex-directeur basisschool Balder
Uiteindelijk gooide u de handdoek in de ring. In februari kondigde u uw ontslag aan. Wat was de druppel?
GOUDESEUNE: Er was veel oppositie tegen mij binnen het team, vanaf het begin eigenlijk al. De eerste drie weken kreeg ik van sommigen zelfs geen goeiendag. Ik kon het plaatsen, er waren al veel directeuren gepasseerd. Iemand zei me: “Je bent de zoveelste die hier komt met een mooi praatje.”
Op een bepaald moment was er echt te veel weerstand. Voor mijn idealen was er door het gebrek aan vertrouwen en al die andere noden al helemaal geen ruimte. Ik was alleen maar bezig met brandjes blussen.
Ik ben in ziekteverlof gegaan en mijn dokter zei: ofwel beland je in een echte burn-out ofwel stap je eruit. Het werd dat laatste. Ik kon daar niet langer blijven. Ik was aan het doodbloeden. Maar het was een heel moeilijke beslissing, want ik geloof nog altijd heel sterk in Balder.
Ook het ontslag gebeurde voor het oog van de camera. Hard?
GOUDESEUNE: Ja, dat was hard. (Even stil) Ik heb de beelden gezien voor ze uitgezonden werden en gezegd: zend maar uit. Achteraf vraag ik me wel af wat de meerwaarde is van bepaalde scènes. Maar goed, het is gebeurd. Toen de VRT de reeks in september uitzond, heb ik niet meer gekeken. Ik was net bezig met het opstarten van een nieuwe school en dan die uitzending. Het heeft me behoorlijk doen wankelen. Voor het eerst in de 25 jaar dat ik directeur ben, twijfelde ik of ik het eigenlijk nog wel kon.
Mijn directeur bij de gemeente Anderlecht, de scholengemeenschap en mijn lerarenteam hebben mij erdoor gehaald.
De pers was inderdaad niet mals voor u: zwevend leiderschap, geforceerde positiviteit, fluwelen handschoenen. In De Morgen had Bart Eeckhout het over een zachte heelmeestersaanpak en omschreef hij u als een progressieve missionaris uit Brugge die de kinderen in Brussel wat beschaving komt bijbrengen.
GOUDESEUNE: Ik ben met heel veel positieve naïviteit naar hier gekomen, dat klopt. Aan de andere kant: ik weet waarover ik spreek, ik heb gelezen en gestudeerd, heb schoolsystemen bezocht in het buitenland. Maar er zijn dingen die je niet in de hand hebt: een lerarentekort, de schoolkwaliteit, het gebouw.
Ik vond mezelf niet de man van de fluwelen handschoen, maar heb me opgesteld als de persoon die luistert. En ik heb wel degelijk geprobeerd om mensen oplossingen aan te bieden, ook al is dat niet allemaal uitgezonden.
Maar een autoritaire leider zal ik nooit worden. Ik geloof dat als je samen dingen opbouwt en je het eigenaarschap geeft aan een aantal mensen, je een duurzamer resultaat krijgt. Ik ga dat hier in De Stroomboot niet anders doen.
©
Saskia Vanderstichele
| Mike Goudeseune
Hoe vergaat het u als directeur van De Stroomboot, een gemeentelijke school?
GOUDESEUNE: Ik werk hier met dezelfde doelgroep, 98 procent van de kinderen is Franstalig Arabisch, 54 procent komt uit de kansarmoede, 40 procent van de moeders heeft geen diploma.
Het grote verschil is dat wij hier ruimte hebben. Dat leidt al meteen tot veel minder spanning. De jongste kinderen hebben drie keer zoveel ruimte als in Balder. Hun lokalen geven uit op de speelplaats. In Balder moesten we met alle kleuters van de tweede verdieping naar beneden om buiten te gaan spelen.
Voordeel is ook dat we hier langzaam kunnen groeien. Op dit moment zijn er alleen drie peuterklasjes, en een eerste en tweede leerjaar. En het team is compleet. De leerkrachten hebben niet allemaal het gepaste diploma, maar ze scholen zich bij. Als leerkracht sta je hier ook nooit alleen, want we werken met teamteaching. Ook fijn is dat de gemeente vier kindbegeleiders betaalt, zodat de leerkrachten zelf nooit toezicht hoeven te houden tijdens opvang of speeltijd.
En de pedagogische begeleiders van het stedelijk onderwijs ondersteunen echt, in plaats van alleen te controleren. Dus ja, ik werk hier graag.
U bent fulltime aan de slag in Anderlecht?
GOUDESEUNE: Ja, dat heb ik wel geleerd uit mijn ervaring bij Balder. Dat ik daar het tij niet heb kunnen keren, komt wellicht ook doordat ik niet voldoende aanwezig was. Een school verdient het om een directeur te hebben die er altijd is. Doordat ik hier nu voltijds werk, sta ik ook dichter bij de leerkrachten en de klasvloer. Ik voel dat dat erg geapprecieerd wordt.
Hoe kijkt u terug op uw passage bij Balder?
GOUDESEUNE: Het is een enorm grote levensles geweest die mij een paar jaar ouder heeft gemaakt, maar ook rijker. Zonder Balder zou ik niet staan waar ik nu sta. Voor mij is de levensles om te focussen op één ding. Denk vanuit je idealisme niet dat je meer aankan dan je in werkelijkheid kunt.
Ik weet nu dat ik een paar zandzakken moet vasthouden, zodat ik niet helemaal de lucht in vlieg. Maar ik wil wel blijven dromen. En positief-naïef blijven.
Lees meer over: Anderlecht , Sint-Gillis , Onderwijs , Dit was 2025 , basisschool Balder , schooldirecteur , Mike Goudeseune