Een rustige klas creëren is geen kwestie van leerlingen simpelweg stil te krijgen. Leerkrachten hebben vooral nood aan duidelijke routines, afspraken en ondersteuning, zeker bij de start van het schooljaar. Dat zegt leerkracht en auteur Stefaan Vanparys: "Goede afspraken maken goede vrienden."
Interview met Stefaan Vanparys, leerkracht en schrijver van 'Klas in Rust'.
Hoe hou je een klas rustig? 'Alles begint bij goede afspraken'
Vanparys schreef het boek Klas in rust vanuit zijn eigen ervaringen voor de klas en als beleidsmedewerker. Hij merkte hoe groot het verschil kan zijn wanneer een leerkracht erin slaagt om een hele klas mee te krijgen. “Ik zag een leraar zijn hand in de lucht steken voor een groep van een tweehonderdtal leerlingen. Hij telde af van drie naar één en iedereen keek naar hem. Dat was zalig om te zien.”
Volgens Vanparys begint klasmanagement met kleine, herhaalbare routines. Leerkrachten hoeven niet telkens in discussie te gaan met leerlingen, maar kunnen met kleine bijsturingen veel bereiken. “Als je die kleine bijsturingen goed in je hoofd hebt, ga je ze op automatische piloot beginnen te doen. Dan verspil je zoveel minder energie dan wanneer je begint te discussiëren met leerlingen.”
Bewuste aansturing
Ook de houding van de leerkracht speelt een belangrijke rol. Wanneer een klas onrustig is, moet een leerkracht volgens Vanparys eerst erkennen wat er gebeurt en vervolgens bewust kiezen hoe ermee om te gaan. “Ik weet dat er spanning in de groep zit, maar ik heb besloten om er een goeie dag van te maken”, kan je bijvoorbeeld zeggen.
Daarbij is het volgens hem belangrijk om niet alleen te focussen op leerlingen die storen. Door net de leerlingen die al goed bezig zijn positief te benoemen, kan de middengroep het gewenste gedrag overnemen. Kleine correcties kunnen vervolgens helpen om de rest van de klas bij te sturen.
Vanparys benadrukt ook het belang van samenwerking tussen leerkrachten. Zeker voor starters moet er volgens hem ondersteuning in de buurt zijn wanneer een klas volledig dreigt te ontsporen. Een collega die even binnenkomt, enkele leerlingen meeneemt of kort overneemt, kan dan het verschil maken. “Als je als leerkracht in crisis zit, heb je dat nodig.”
Afspraken en commando's
Rust betekent volgens Vanparys bovendien niet dat leerlingen hun gevoelens moeten onderdrukken. Ze moeten manieren krijgen om aan te geven wanneer het niet goed met hen gaat. Dat kan bijvoorbeeld met een gevoelsthermometer, een kort moment aan de deur of een afgesproken signaal. “Het is belangrijk dat leerlingen weten wanneer ze echt met volledige aandacht kunnen worden gehoord.”
Ook duidelijke commando’s of afspraken kunnen volgens hem helpen, zolang die samen met de klas worden ingeoefend en leerlingen begrijpen waarom ze nodig zijn. Zo weten leerlingen bijvoorbeeld waarom boekentassen op een bepaalde plek moeten staan of waarom ze niet zomaar door de klas roepen.
Extra nood in Brussel
De nood aan ondersteuning is volgens Vanparys extra groot in Brussel, waar het lerarentekort zich sterk laat voelen. Nieuwe collega's komen en gaan er relatief vaak, bijvoorbeeld omdat ze dichter bij huis werk vinden. Dat vraagt volgens hem ook iets van de bestaande teams. “Schuif een stoel naar achteren voor je nieuwe collega die binnenkomt, heet hem of haar welkom, ook al ben je er niet zeker van dat je over een halfjaar nog goed gaat samenwerken.”
Want niet alleen de sfeer in de klas bepaalt volgens Vanparys of een leerkracht zich goed voelt op een school. Ook de sfeer in de leraarskamer speelt een belangrijke rol.