Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Tracé trekt aan de alarmbel: "In Brussel laat duaal leren de jongeren in de steek".

Opinie

Experts arbeidsmarkt waarschuwen: 'Duaal leren in Brussel is ontworpen om te mislukken'

© BRUZZ
27/05/2026

Tracé Brussel, een Nederlandstalige organisatie die zich inzet om Brusselse werkzoekenden te begeleiden naar werk of opleiding, wil het systeem van duaal leren hervormen. “De huidige manier van werken laat jongeren in de steek.”

Tracé Brussel

Opinie werd onderschreven door

  • Vincent Verrydt
    • Coördinator Vlaams en Brussels beleid en teamleider Onderwijs en Arbeidsmarkt
  • Dieter Op de Beeck
    • Stafmedewerker duaal leren
  • Merlijn Gabel
    • Brugfiguur werkplekleren

In navolging van de Duitse Ausbildung stelt de Vlaamse regering in 2016 een nieuwe onderwijsvorm voor: duaal leren. Het uitgangspunt is sterk. Haal gemotiveerde leerlingen die al doende leren grotendeels uit de schoolbanken en zet hen in de praktijk. Daar wordt de jongere op de werkvloer begeleid door een mentor, die krijgt een opleiding om vakkennis door te geven en leerlingen stap voor stap in het beroep te laten groeien. De jongere doet ervaring en zelfvertrouwen op, vindt motivatie en wordt ook betaald. Daarnaast vindt de, ook toen al, krappe arbeidsmarkt opgeleid personeel. Tien jaar later moet geconcludeerd worden dat het systeem te complex is en jongeren in de steek laat.

In Brussel is duaal leren institutioneel complex: onderwijs is een gemeenschapsbevoegdheid, werkgelegenheid een gewestbevoegdheid. Hierdoor kent Brussel vandaag verschillende systemen naast elkaar: het Nederlandstalige duaal leren, de Franstalige CEFA's en de alternerende opleidingen van Syntra/EFP/SFPME. Elk systeem heeft andere regels, voorwaarden, premies en administratieve verplichtingen. Waar een mentor een tweedaagse opleiding moet volgen om een Nederlandstalige leerling te begeleiden, geldt dat niet voor de begeleiding van een Franstalige leerling. Voor een Nederlandstalige leerling uit de tweede graad betaalt een werkgever 635,10 euro per maand, terwijl een Franstalige leerling, die ongeveer hetzelfde kan, nog geen 372,27 euro per maand kost. Een hogeschool- of universiteitsstagiair mag zelfs helemaal niet vergoed worden. Om nog maar te zwijgen over de administratieve lasten.

Voor werkgevers is het een kluwen. Nederlandstalige en Franstalige trajecten bestaan naast elkaar, elk met eigen regels, formulieren en aanspreekpunten. Alleen al binnen duaal leren moeten werkgevers hun weg vinden tussen verschillende scholen, opleidingsverstrekkers en administraties. Daarbovenop is er een hele waaier aan andere formules om jongeren of werkzoekenden werkervaring te laten opdoen: stages vanuit hogescholen en universiteiten, de First-­stage van Actiris, de Individuele Beroepsopleiding (IBO) via VDAB en Actiris, artikel 60 via de OCMW's, doelgroepmaatregelen, activa.brussels, de Formation Professionnelle Individuelle en Entreprise (FPIE), beroeps­inlevingsstages en het 'programme de transition professionnelle', noem maar op ... Volgt u nog?

En vooral: blijft een werkgever gemotiveerd om een stagiair of lerende op te leiden? Bijna negen op de tien Brusselse bedrijven tellen minder dan twintig werknemers. Daardoor voelt voor velen duaal leren meer als een administratieve last dan als een investering in de toekomst.

"De Brusselse arbeidsmarkt heeft nood aan geschoolde handen, en Brusselse jongeren hebben nood aan perspectief"

Vincent Verrydt

Coördinator Tracé Brussel

BRZ 20260527 1981 Opinie depuydt

Het is dus niet verwonderlijk dat het aanbod leerwerkplekken zeer beperkt is. Waar in Vlaanderen het aantal leerwerkplekken het aantal leerlingen overstijgt, geldt dat niet in Brussel. Zeker voor bepaalde studierichtingen, zoals lassen, haarzorg, hout­bewerking en elektriciteit, zijn er nauwelijks plaatsen, en bij de plaatsen die er zijn, wordt zelden Nederlands gesproken. En dat in sectoren waar de roep om personeel groot is.

Handen in het haar

Veel leerlingen die zich inschrijven in duaal leren, zakken weg in een watervalsysteem en cumuleren teleurstellingen. Ze groeien vaak op in een maatschappelijk kwetsbare situatie waar extra inkomsten geen luxe zijn. Na inschrijving worden ze gescreend op hun arbeidsrijpheid en arbeidsbereidheid. Zijn ze nog niet helemaal klaar om te gaan werken, dan krijgen ze intensieve begeleiding in de aanloopfase. Wordt de arbeidsbereidheid als onvoldoende beoordeeld, of vinden arbeidsrijpe leerlingen binnen dertig dagen geen stageplaats, dan wordt de leerling uitgeschreven. Zo moeten leerlingen die in september nog dachten met hun opleiding geld te verdienen, in november op zoek naar een nieuwe school. Velen van hen verdwijnen van de radar en dat kunnen we ons als maatschappij niet permitteren.

Intussen zitten scholen met de handen in het haar. Enkele zijn gestopt met duaal leren. Andere bouwen studierichtingen af, terwijl de arbeidsmarkt nog schreeuwt om gekwalificeerd personeel. De Brusselse arbeidsmarkt heeft nood aan geschoolde handen. Brusselse jongeren hebben nood aan perspectief, zeker omdat de cijfers schrijnend zijn: één op de vijf leerlingen in het Brussels onderwijs verlaat voortijdig de schoolbanken, een getal dat al jaren stijgt. Duaal leren kan die twee noden samenbrengen. Maar dan moeten we durven te kiezen voor een eenvoudiger, eerlijker en echt Brussels systeem.

Die oproep is niet nieuw. De Brusselse Adviesraad van de Nederlandstalige Sociale Partners BANSPA, Instance Bassin EFE en Brupartners formuleerden al een uitgebreid gezamenlijk advies met concrete aanbevelingen voor overheid, onderwijs en werkveld.

De analyse ligt op tafel. Nu is er vooral politieke en institutionele moed nodig om er ook naar te handelen. De eerste signalen van ministers Dirk De Smedt (Anders) en Laurent Hublet (Les Engagés) geven perspectief aan duaal leren. Want zolang duaal leren in Brussel afhankelijk blijft van versnipperde regels, losse projecten en werk­gevers die zelf hun weg moeten zoeken, laten we kansen liggen. Voor jongeren. Voor ondernemingen. En voor het Gewest zelf.