De nieuwe regering-Dilliès zal niets aan de ingewikkelde beleidsstructuur veranderen, waardoor Brussel verder zal blijven wegzinken in het moeras. Dat schrijft opiniemaker Jan Wostyn.
©
Voor U
| Jan Wostyn: "Zelfs indien een begrotingsevenwicht wordt bereikt in 2029, wat verre van zeker lijkt, zal de schuld verder oplopen tot bijna 20 miljard"
Opiniemaker Jan Wostyn over nieuwe regering: 'Dieper verzinken in het Brusselse moeras’
Bio Jan Wostyn
- Econoom en sinoloog
- Leraar Engels en economie in Brussel
- Schreef samen met Luckas Vander Talen 'Het Brussels moeras', een nieuw boek over de Brusselse politiek
Eindelijk kreeg de Brusselaar na 615 dagen waar hij of zij democratisch recht op heeft: een regering met volheid van bevoegdheid. Dat was broodnodig en is op korte termijn een goede zaak. Eindelijk komt er weer beweging in tal van beleidskwesties die niet langer werden aangepakt. Ook de vele organisaties die bijna twee jaar in het ongewisse werden gelaten over de toekenning van subsidies krijgen nu duidelijkheid. Tot slot zou een nieuwe regering met een duidelijk begrotingstraject verdere ratingverlagingen moeten kunnen vermijden.
Toch beseft ook iedereen dat enthousiasme misplaatst zou zijn. Op korte termijn komt er dan wel duidelijkheid, maar op middellange termijn is de toekomst van het Brussels Gewest allerminst rooskleurig. Zelfs indien een begrotingsevenwicht wordt bereikt in 2029, wat verre van zeker lijkt, zal de schuld verder oplopen tot bijna 20 miljard, bijna drie keer zo hoog als de inkomsten. Het gat van 1,2 miljard euro kan niet zomaar in één keer magisch weggetoverd worden. Daarnaast zal de regering-Dilliès nog tot 1 miljard “participaties” buiten de begroting houden. Het argument dat het om éénmalige steunoperaties gaat, lijkt wankel. Wie durft met zekerheid te stellen dat Vivaqua, Kanal en de gewestelijke huisvestingsmaatschappij na 2029 niet opnieuw vers geld nodig zullen hebben?
De historische schuld van 20 miljard euro hangt als een molensteen rond de nek van het Gewest. Tegen een rente van 3,5 procent kost dit het Gewest elk jaar 700 miljoen euro. Middelen die betaald worden aan financiële instellingen en dus niet langer beschikbaar zijn om de vele sociale noden te lenigen.
De hoofdoorzaak achter de schuldopbouw is onverantwoordelijk politiek beleid van politici die zich visionaire genieën waanden, maar finaal toch te korte beentjes bleken te hebben en op hun financiële adem trapten. Het is ook het gevolg van de manifeste weigering van de Franstalige politieke klasse om de dubbele laag van een gewest met negentien gemeenten in vraag te durven stellen. Die dubbelstructuur is als een te grote mantel voor te dunne schouders. Het ziet er niet uit, het is niet comfortabel en het is gewoon te zwaar om dragen.
“De Brusselaar zal de rekening betalen voor de politieke onverantwoordelijkheid en de interne inefficiënties”
De regering-Dilliès zal niets aan die structuur veranderen, waardoor Brussel verder zal blijven wegzinken in het moeras. De gemeenten zullen opnieuw meer geld krijgen, omdat ze de grootstedelijke uitdagingen niet langer kunnen bolwerken. De interne herstructurering van de gewestelijke administratie lijkt op papier een verbetering, maar hoe ze voldoende besparingen zal opleveren zonder naakte ontslagen blijft een mysterie.
De realiteit is evenzeer dat het Brussels Gewest niet opgewassen is tegen het economisch sterkere Vlaanderen. De voorbije tien jaar verloor het Gewest netto zo’n 7.500 ondernemingen aan Vlaanderen en in mindere mate Wallonië. Die exodus wordt mee aangeblazen door een wildgroei aan lokale Brusselse belastingen, naast een algemene verloedering en problemen op het vlak van mobiliteit en veiligheid. Mede door de concurrentie met de Vlaamse Rand stagneert de Brusselse economie en blijft ze achter met bijna 100.000 werklozen.
12,5 procent registratierechten
Maar ook op het vlak van woningfiscaliteit is het contrast groot. In Vlaanderen bedragen de registratierechten intussen slechts 2 procent, in Wallonië 3 procent, terwijl je in Brussel 12,5 procent betaalt, weliswaar met vrijstelling op de eerste 200.000 euro. Hoe overtuig je jonge Vlamingen om in Brussel te kopen wanneer de belastingen een veelvoud zijn van die in Vlaanderen? De woningfiscaliteit tot op hetzelfde niveau laten dalen, kan Brussel budgettair gewoon niet aan.
Finaal zal dus vroeg of laat ook de vraag gesteld moeten worden: dient dit Brussels Gewest nog wel de belangen van de Brusselaars? Iemand betaalt de rekening voor de politieke onverantwoordelijkheid en de interne inefficiënties. Maar zelfs indien het Gewest efficiënt gerund zou worden, dan nog is de fiscale basis veel te smal om alle gewestelijke bevoegdheden zelf te dragen. Steden als Antwerpen en Gent kunnen die gewestelijke bevoegdheden overlaten aan het Vlaams Gewest en krijgen bovendien royale sommen uit het Vlaamse gemeentefonds om hun grootstedelijke uitdagingen de baas te kunnen én hen te ondersteunen als groeimotoren van de Vlaamse economie.
Als de prijs van een absolute autonomie structurele verpaupering en verloedering is, is die prijs dan nog wel te verrechtvaardigen? Of moet Brussel vooral nauwere banden aanhalen met zowel Vlaanderen als het federale niveau om samen de uitdagingen aan te pakken, ook als dat leidt tot een partiële inperking van die absolute autonomie? Met de categorieke weigering om zelfs maar met de N-VA in gesprek te gaan, was het antwoord van de PS, Ecolo, PTB én Défi glashelder: jamais! Op de vraag hoe ze dan op lange termijn dit gewest opnieuw economisch welvarend willen maken om zo ook de sociale uitdagingen aan te kunnen, blijven ze het antwoord helaas schuldig.
Het is finaal de Brusselaar zelf die de prijs zal betalen voor deze onverantwoordelijke politieke koppigheid.
Lees meer over: Brussel , Opinie , Politiek , Regering Dilliès