De middenberm van de Poincarélaan is al decennia een niemandsland waar alles mogelijk lijkt. De chaos in het hart van de stad toont de zichtbare gevolgen van de Brusselse versnippering, schrijft BRUZZ-redacteur Kris Hendrickx in het edito van deze week.
©
BRUZZ
| Kris Hendrickx, BRUZZ-redacteur.
Zwerfvuil op de Poincarélaan: de prijs van versnippering
Een spontane verkoop van bouwmaterialen met bijhorende afvalhoop. Een verharde vlakte met hobbelige stenen. Mannen die elkaar met tegels bekogelen. Overal zwerfvuil. Een dakloze die een vuurtje stookt om zijn kleren te drogen. Honderden wagens die ongereglementeerd parkeren. Op de middenberm van de Poincarélaan, op het stukje kleine Ring tussen het Zuidstation en de Ninoofsepoort, valt het allemaal te zien. Niet even door omstandigheden en niet alleen de voorbije maanden, maar al decennialang.
De aanhoudende chaos brengt bewoners op de barricaden. “Onze woonwijk is een niemandsland geworden”, oordeelt bijvoorbeeld schrijfster Lize Spit, “waar niemand de verantwoordelijkheid neemt.” Het aanhoudende protest van de bewoners lijkt de Stad Brussel wat wakker te schudden, al is het nog afwachten of er op het terrein echt beterschap komt.
Dat het zover kon komen op de Poincarélaan is niet gewoon een vergetelheid of de schuld van stadsbewoners en -gebruikers zonder burgerzin. Het is ook de zichtbare zijde van een fenomeen dat op verschillende plaatsen in het gewest voorkomt: gemeenten hebben de neiging om zich in de eerste plaats om hun eigen centrum te bekommeren en veel minder om de gebieden aan de rand van hun grondgebied, waar ze maar deels controle over hebben. De Poincarélaan mag dan in het hart van het gewest liggen, het is tegelijk de grens van de gemeente Brussel. De trottoirs aan de buitenkant van de kleine Ring zijn er grondgebied Anderlecht (en zelfs een stukje Sint-Gillis). De rijbaan is bovendien een gewestweg, terwijl de Stad Brussel de middenberm beheert.
"Hoe maak je van een niemandsland een ‘iedersland’?”
Voor meer voorbeelden is het niet ver zoeken. De hele omgeving van het Zuidstation met zijn zwerfvuil en urinegeur is niet enkel een voorbeeld van verwaarlozing, maar ook van ondoordachte stedenbouw en de laatste
jaren net zo goed stilstand. Alsof de ligging op drie gemeenten (Sint-Gillis, Anderlecht en vlakbij ook de Stad Brussel) de zaak nog niet complex genoeg maakt, speelt ook grootgrondbezitter NMBS er een verlammende rol. Van de nieuwe hoofdzetel is de laatste tijd nog maar weinig vernomen, net als van een opening van de quadrilatères, de magnifieke ruimtes onder
de sporen.
Toen BRUZZ jaren geleden een reportage over de urinegeur rond het station maakte, duurde het even voor de gemeente Sint-Gillis en het Gewest konden vertellen wie verantwoordelijk is voor toiletten in de stationsomgeving - het bleek uiteindelijk het
Gewest.
Nog meer? Ten noorden van de Poincarélaan is er het pijnpunt Ninoofsepoort (Molenbeek en Brussel-Stad) en elders in het gewest zijn de buurt van het Noordstation (Schaarbeek en Sint-Joost), de Europese wijk (Etterbeek, Brussel-Stad en Elsene) voorbeelden van plekken waar het ontbreekt aan één bestuurlijke hand die met liefde en daadkracht richting geeft aan de wijk.
Hoe maak je van een niemandsland een ‘iedersland’? Hoe stop je de versnippering die bijdraagt tot het middenbermstort op de Poincarélaan? Het is een netelige kwestie, die al snel een loopgravendebat oplevert: “Fuseer de gemeenten” versus “Raak er niet aan”.
Toch is het een vraag waar we ons ooit eens zullen moeten over buigen. Misschien kan het helpen als we daarbij vertrekken van de vele plekken waar Brussel en zijn bewoners beter verdienen, in plaats van van de eigen dogma’s.
Lees meer over: Brussel , Opinie , Lize Spit , Poincarélaan , zwerfvuil
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.