Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Dilliès wil Brussel vereenvoudigen, het imago van de stad opblinken en ondertussen een mondje Nederlands leren.

Interview

Eerste interview minister-president Boris Dilliès: 'Ik kon niet slechter voorbereid zijn'

Johan Baeten
24/03/2026

Als een duiveltje uit een doosje verscheen Boris Dilliès (MR) op Valentijnsdag in de coulissen van het Brussels parlement om de eed af te leggen als minister-president. In zijn eerste uitgebreid interview geeft Dilliès een inkijk in zijn gedachtegang. “Ik ben geen nationalist, ik ben een patriot en een monarchist.”

Eigenlijk stond het in de sterren geschreven dat de formatiesoap met al haar tragische wendingen een verrassende ontknoping moest krijgen. Die surprise van de chef heet Boris Dilliès.

De liberaal wil Brussel vereenvoudigen, het imago van de stad opblinken en ondertussen een mondje Nederlands leren. “Ik ben een optimist”, zegt hij tijdens zijn eerste grote interview aan een Nederlandstalig medium sinds zijn aanstelling, in februari. De zon valt binnen op zijn kabinet aan het Warandepark en Dilliès oogt ontspannen.

Went het nieuwe kostuum al?

Boris Dilliès: Toen ik eind 2017 burgemeester werd, was ik gestrest. Vandaag niet. Ik ben gefocust op mijn missie.

En u bent acht jaar ouder.

Dilliès: Dat speelt in mijn voordeel. Het ritme is intenser, maar ik herstel snel.

Gaat u joggen in het Warandepark, zoals premier Bart De Wever?

Dilliès: Dat ben ik van plan. In de eerste weken was daar geen tijd voor. Het was alsof je op een trein springt waarbij je geen controle hebt over de snelheid. Die controle begint stilaan te komen. Het helpt dat ik ervaring heb als parlementslid, als kabinetsmedewerker, in de privé. Ik ben niet de perdreau de l’année. (Spreekt in het Nederlands zijn tweetalige woordvoerder aan) Hoe zeg je dat, perdreau de l’année? Het is een Franse uitdrukking die wil zeggen dat iemand geen groentje is.

Kent u al Nederlandstalige uitdrukkingen?

Dilliès: “We zullen zien.” (Lacht) Nee, nog niet. Kijk, ik lag in bed toen Georges-Louis Bouchez mij opbelde. Eerlijk gezegd: ik kon niet slechter voorbereid zijn. Ik wou hoffelijk zijn door de Nederlandstalige journalisten in het Nederlands te woord te staan. Achteraf gezien had ik beter enkel Frans gesproken.

"Jacques Chirac was een gepassioneerd politicus die zijn werk heel serieus nam, maar zichzelf niet. Dat vind ik belangrijk. Ik doe precies hetzelfde"

Begrijpt u de kritiek op uw Nederlands?

Dilliès: Die kritiek is gerechtvaardigd. Ik ga niet doen alsof. Mijn Nederlands is niet goed. Twintig jaar geleden heb ik voor de uitgeverij Wolters Kluwer gewerkt. Toen ik daar vertrok, was mijn Nederlands niet slecht.

Oké, maar het belangrijkste: u was acht jaar lang burgemeester van Ukkel. Dat is nog steeds een tweetalige gemeente.

Dilliès: Op papier wel. In 2005 heb ik Wolters Kluwer verlaten om schepen te worden. Sindsdien heb ik in de praktijk zelden Nederlands gesproken. Ik moest elk jaar gemiddeld één huwelijk voltrekken in het Nederlands. Een taal moet je onderhouden. De realiteit is dat ik dat als schepen en burgemeester nauwelijks heb kunnen doen.

U zegt dat u de kritiek op uw Nederlands begrijpt. Zegt u dan dat uw voorzitter niet de beste keuze heeft gemaakt door u aan te stellen?

Dilliès: De MR kan toch niet enkel perfecte tweetaligen aanduiden als minister-president? Ik hoop dat we de kwaliteit van een minister-president niet enkel daarop beoordelen. Maar: het is wel normaal dat ik aan mijn Nederlands werk.

Hoe doet u dat?

Dilliès: Ik volg lessen. En ik ben sowieso een begenadigd radioluisteraar. Als halve Fransman luisterde ik vaak naar podcasts van France Inter. (Haalt zijn gsm boven) Nu ben ik overgeschakeld naar De zevende dag, De afspraak, Eerste hulp bij klassiek, Het kwartier ...

7cfbedfd-brz202603251972borisdillies2civanput.jpg

Ivan Put

| Minister-president Boris Dilliès: "Ik wou hoffelijk zijn door de Nederlandstalige journalisten in het Nederlands te woord te staan. Achteraf gezien had ik beter enkel Frans gesproken"

Blijft er nog tijd over voor uw werk?

Dilliès: Mijn Nederlands bijschaven is een plicht, maar ik ga me niet opsluiten in een timing en beloven dat ik op 1 mei een vlekkeloos interview in het Nederlands zal geven.

Ik ben een optimist en ik zie mijn Nederlands opkrikken als een geweldige kans, niet als een uitdaging. Het gaat over gewoonten en herhaling. In de wagen staat sinds kort de Nederlandstalige radio op. Ik ben geen geweldige tuinier, maar op zondagen snoei ik nu de hortensia’s met Nederlandstalige politieke podcasts in mijn oren.

Volgens uw partijvoorzitter is de Vlaamse vertegenwoordiging in Brussel bovenproportioneel.

Dilliès: Na zo’n politieke crisis is het niet onlogisch om na te denken over de evolutie van de Brusselse instellingen.

En in welke richting denkt u daarover na? In het regeerakkoord gaat het er bijna niet over.

Dilliès: Maar we gaan wel een visie uittekenen. Het kan komisch klinken uit mijn mond, maar het idee van tweetalige lijsten lijkt me niet dwaas. Voor mij zijn Brusselaars in de eerste plaats Brusselaar, en niet Vlaams of Franstalig.

Tweetalige lijsten, maar een gegarandeerde vertegenwoordiging voor de Nederlandstaligen in het parlement?

Dilliès: (Ontwijkend) We weten waarom die gegarandeerde vertegenwoordiging er is (als compensatie voor de oververtegenwoordiging van Franstaligen op het federale niveau, red.). Nadenken over zulke zaken zal dus altijd gelinkt zijn aan het federale niveau.

Waar het over gaat, is dat we niet opnieuw zo’n politieke crisis mogen meemaken. Het gaat niet over nadenken tegen de Vlamingen, maar voor Brussel. De realiteit is dat er partijen misbruik maken van het kiessysteem. We hebben een Nederlandstalig parlementslid dat geen Nederlands spreekt (Ilyas El Omari van Team Fouad Ahidar, red.). En de realiteit is ook dat het huidige Brusselse systeem zulke crisissen mogelijk maakt. We moeten wel eerlijk zijn. De komende drie jaren hebben we niet de ruimte om een grote institutionele werf op te starten die niet alleen afhangt van het Brusselse niveau.

Mist u uw burgemeesterspost?

Dilliès: Ik zat niet te wachten op het minister-presidentschap, dat klopt. Ik was erg gelukkig als burgemeester van Ukkel. Maar ik zit ook als minister-president goed in mijn vel. Dat is belangrijk voor de Brusselaars.

Toen de PTB even aan de onderhandelingstafel zat, zei u dat u Ukkel aan Vlaanderen zou annexeren als de PTB in de Brusselse regering komt. Vindt u het niet jammer dat de grootste Vlaamse partij niet in uw regering zit?

Dilliès: Ik had de N-VA er graag bij gewild. Op sociaaleconomisch vlak zijn er veel raakvlakken tussen mijn visie en die van de N-VA. Alleen: ik ben geen nationalist, ik ben een patriot en een monarchist.

Uw minister, Ahmed Laaouej (PS), noemde de N-VA racistisch.

Dilliès: Daar ben ik het niet mee eens, maar ik kan het de PS niet kwalijk nemen dat ze niet met de N-VA wil besturen. Zelf vind ik Bart De Wever een uitstekende premier. Ik heb hem ontmoet tijdens de overlegcommissie. Het was erg aangenaam. Ik zal iets verklappen: ik ga niet beginnen te zeuren over vermeend Brusselbashen vanwege de N-VA of Vlaanderen. Als iemand je niet graag zou zien, moet je je afvragen waarom. Het choqueert mij niet dat het Brussels Gewest niet altijd even verleidelijk was. Brussel moet zelf aan zijn imago werken.

Hoe?

Dilliès: Wel, eigenlijk zijn dat mijn favoriete passages in het regeerakkoord: die over het imago. Brussel heeft zoveel troeven in handen, maar weet ze niet uit te spelen. Kijk naar de Europese aanwezigheid in de stad. We moeten dat ons meer toe-eigenen en uitspelen, zoals Straatsburg doet.

Op welke manier?

Dilliès: Zonder daar kolossale uitgaven aan te koppelen, denk ik bijvoorbeeld dat we het Irisfeest en de Dag van Europa (beide rond 8/9 mei, red.) niet los van elkaar moeten vieren. We moeten expats als Brusselaars gaan beschouwen.

Geen idee of daar veel Brusselaars van wakker liggen. Die wachten vooral op concrete resultaten van uw regering om het imago en hun levens te verbeteren. Maar uw regering mikt op een begrotingsevenwicht in 2029. Is er marge om beleid te voeren?

Dilliès: Laten we niemand blaasjes wijsmaken. De financiële situatie is catastrofaal. Een begrotingstekort van meer dan 1 miljard euro, een schuld van 15 miljard euro. Ik kan daarover zeuren, of de kansen grijpen om er iets aan te doen. Dat doen wij, maar er zijn volgens mij tien jaar nodig om Brussel weer op de rails te krijgen.

"Ik had de N-VA er graag bij gewild. Op sociaaleconomisch vlak zijn er veel raakvlakken tussen mijn visie en die van de N-VA"

De komende drie jaar moet het begrotingstekort al met 1,2 miljard euro afnemen. Wat is de impact op de Brusselaars?

Dilliès: We zullen vereenvoudigen. Ik denk aan de stadsinrichting: we willen komaf maken met de wildgroei aan aanbestedingen. Of met allerlei verschillende vuilnisbakken en paaltjes. De stad moet geharmoniseerd worden. We kunnen net beter doen door minder uit te geven.

De administraties staan voor historische fusies. Zal de dienstverlening daar niet onder lijden?

Dilliès: Het wordt niet makkelijk en soms niet populair. Maar opnieuw: we zitten met de ene na de andere identieke overheidslaag op elkaar bij sommige diensten qua IT, hr, communicatie ...

Mobiliteit en openbare werken krijgen net zoals sociale woningbouw nog stevige budgetten. En er is ook veel geld uitgetrokken voor Kanal.

Dilliès: Kanal is een van de mooiste ideeën in Brussel de afgelopen jaren, als het echt goed afgewerkt is en een referentie kan worden. Dan hebben we het groot lot gewonnen. Niet alleen op toeristisch en economisch vlak, maar ook voor de wijk zelf.

Ondertussen wordt er 60 miljoen euro voor Kanal fijntjes buiten de begroting gehouden.

Dilliès: Dat is een risico. Maar: we moeten het werk afmaken en er zal de komende jaren gekeken worden naar partnerschappen met de privéwereld. Dat is nodig, want de middelen voor Kanal zullen in de komende jaren afnemen.

Wat met Good Move?

Dilliès: Good Move was geen succes. Er waren mensen die er bij de uitrol van de plannen plezier aan hadden om automobilisten het leven zuur te maken. (Windt zich op) De fietser is geen vijand, maar de automobilist is dat ook niet. We gaan naar een evenwichtiger kader tegen 2030. Meer overleg, kleinere 'mailles' (perimeters, red.) van de circulatieplannen, en een focus op schoolwijken. En de betonblokken worden verleden tijd.

U wil een stationsplan ontwikkelen om het Zuid- en het Noordstation op te waarderen.

Dilliès: Dit gaat opnieuw over het imago van de stad. Maar we zitten ook met verschillende domeinen – netheid, veiligheid, stedenbouw – en meerdere bevoegde niveaus. Die moeten op elkaar afgestemd worden. Dat is het begin.

Dit jaar gaat er slechts 3 miljoen euro naar het stationsplan. Het zwaartepunt zit aan het einde van de legislatuur. We zullen nog niet veel verandering zien.

Dilliès: We zullen aan de opwaardering van de stationsomgeving werken. Daar zijn nu al teams mee bezig.

“Ik ben geen geweldige tuinier, maar op zondagen snoei ik nu de hortensia’s met Nederlandstalige politieke podcasts in mijn oren”

Uw woordvoerder zei dat er geen taboevragen zijn. Wat is uw visie op onverdoofd slachten? Er staat niets over in het regeerakkoord.

Dilliès: Inderdaad. En ik ben loyaal aan het regeerakkoord. Ja, ik heb een duidelijke mening over onverdoofd slachten. Maar die zal ik niet delen.

U bent een man van uw woord?

Dilliès: Ik heb gebreken, zoals iedereen. Maar een akkoord is een akkoord. Niemand zal zeggen dat ik terugkom op een gegeven woord.

Als burgemeester had u een aanzienlijk sheriff-gehalte, maar wat is nu uw speelruimte als het aankomt op veiligheid?

Dilliès: (Lacht) Ik weet, als gewezen burgemeester, dat er op het lokale en federale niveau meer veiligheidsbevoegdheden liggen. Maar: mijn kabinet gaat na over welke veiligheidshefbomen ik als minister-president exact beschik. Ik zal die ten volle uitoefenen, ook wat preventie en coördinatie betreft. Er is geen levenskwaliteit zonder veiligheid.

U heeft een vrij rechts profiel. Uw politieke voorbeeld is Jacques Chirac.

Dilliès: Jacques Chirac was een gepassioneerd politicus die zijn werk heel serieus nam, maar zichzelf niet. Dat vind ik belangrijk. Ik doe precies hetzelfde.

U houdt wel van provoceren. Als burgemeester liet u fietsnietjes wegzagen die Elke Van den Brandt (Groen) had laten plaatsen.

Dilliès: Hou ik van provoceren? Dat weet ik niet. Ik weet wel dat ik niet op de man speel, maar dat ik tegelijkertijd niet hou van la langue de bois (omfloerste taal, red.). Ik benoem de zaken.

Een bron in La Libre zei: ‘Boris Dilliès préfère un spaghetti avec des amis que du caviar avec des connards.’

Dilliès: Klopt helemaal. Ik zit ook liever thuis met goede vrienden dan in een sterrenrestaurant met mensen die ik nauwelijks ken.

U komt wel uit een aristocratische familie. Uw moeder is Belgische, uw vader Frans met Russische roots.

Dilliès: Ik heb de eerste tien jaar van mijn leven in de Provence doorgebracht. Zuid-Frankrijk zit in mijn DNA. We gaan vaak naar het vakantiehuis van de familie van parlementslid Joëlle Maison (Défi), een goede vriendin.

Hebt u nog veel familie in Zuid-Frankrijk?

Dilliès: Helaas was ik mijn beide ouders al kwijt toen ik twintig jaar was. Ook andere familieleden zijn vroeg gestorven. Ja, die pijn heeft mijn leven getekend, maar ik ben een optimistisch iemand. Ik denk dat ik ook veel geluk heb gehad: toen mijn ouders er niet meer waren, kon ik terecht bij mijn grootouders. Ook mijn naaste vrienden gaan al decennia mee.

Uw grootvader heeft voor het Koninklijk Paleis gewerkt.

Dilliès: Hij heeft mij veel bijgebracht, zeker over politiek, maar ook over het koningshuis. De Belgische koninklijke familie is voor mij het toonbeeld van monarchie.

"Helaas was ik mijn beide ouders al kwijt toen ik twintig jaar was. Ook andere familieleden zijn vroeg gestorven. Ja, die pijn heeft mijn leven getekend, maar ik ben een optimistisch iemand"

U bent rechts, maar hoe sociaal voelend bent u?

Dilliès: Ik ben in de eerste plaats liberaal. En liberalen zijn niet antisociaal. Net zoals socialisten wil ik het beste voor de mensen. Maar de weg naar dat doel zien wij anders.

Welke raad geeft u de Boris Dilliès die als jonge twintiger aan zijn politieke loopbaan begint?

Dilliès: (Neemt zijn tijd) Dat is moeilijk. Het klinkt cliché, maar: doen wat je graag doet. Mijn leven gaat nu in een rotvaart. Maar ik doe het graag. Anders moet ik een andere job zoeken.

Wat wil u in 2029 bereikt hebben?

Dilliès: Dat de Brusselaars weer trots zijn op hun stad.

Hoe zal u daarvoor zorgen? Wat verwachten de Brusselaars van u?

Dilliès: Dat hun levenskwaliteit erop vooruitgaat. Of je nu op sandalen rondloopt in Anderlecht of in een driedelig pak in Sint-Pieters-Woluwe: je wilt nette straten, veilige wijken en kwaliteitsvolle infrastructuur. Ik zal niet zeggen dat dat morgen geregeld is, dat is bullshit. Maar als we over drie jaar het leven van de Brusselaars verbeterd hebben, wat hun woonplaats, job of huidskleur ook is, ben ik tevreden.

En wil u daarna nog vijf jaar voortdoen?

Dilliès: We zullen zien.

Regering-Dilliès

Na 613 dagen wachten is er eindelijk een nieuw Brussels regeerakkoord. BRUZZ volgt de ontwikkelingen op de voet.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Politiek , Regering-Dilliès , Boris Dilliès , minister-president , brussels regeerakkoord