Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Leen Leblans

| Brussels parlementslid Emile Luhahi (Groen)

Portret

Emile Luhahi (Groen) leefde in kansarmoede: ‘Sociale woning mag geen eindbestemming zijn'

JB
© BRUZZ
15/07/2026

In de schaduw van het bendegeweld zocht Emile Luhahi (Groen) als tiener een vluchtweg uit de sociale woonblokken van de Germinalwijk in Evere. De voorbije maand volgde hij als Brussels parlementslid de onderzoekscommissie over de Anderlechtse Haard vanop de eerste rij. “Representatie is levensbelangrijk.”

“Ze was heel emotioneel. Een mix van trots en gelukzaligheid.”

Twee jaar geleden zag de moeder van Emile Luhahi (Groen) hoe haar zoon in het Brussels parlement de eed aflegde. “Ze zei dat ze fier op mij was”, weet Luhahi nog. “Mijn moeder is geen uitbundig type. Net daarom raakten haar woorden mij extra.”

De alleenstaande moeder van Luhahi heeft de 36-jarige Congolese Belg zien opgroeien in de grijze sociale woonblokken van de Germinalwijk in Evere. Terwijl zij als poetsvrouw de eindjes aan elkaar moest knopen, zocht Luhahi als jonge tiener zijn toevlucht op het voetbalplein aan het grasveld tussen de ingekapselde sociale woningen. Het gezin van vier – Luhahi heeft twee zussen – belandde er in de jaren negentig in een appartement met twee slaapkamers.

“Het is eigenlijk een naar binnen gekeerde wijk, met maar weinig activiteiten en zonder winkels. Het stadscentrum is ook nog eens erg moeilijk bereikbaar”, zegt Luhahi terwijl hij met BRUZZ langs de woonblokken wandelt.

Stadsbendes

Die isolatie is nog steeds voelbaar. In de straten rond het sociale wooneiland liggen verdorde bladeren naast een container met grof huisvuil. Aan de brievenbussen rookt een man in een afgeleefd sporttenue zwijgend een sigaret. Zijn blik dwaalt voor zich uit. Af en toe rijdt een vale gezinswagen aan. Op het speelplein bladdert de verf van de speeltuigen.

“Misschien spelen sociale media ook een rol, maar wanneer ik hier nu rondloop, zie ik veel minder jongeren buiten dan vroeger”, geeft Luhahi toe.

Ondertussen is het leven tussen het overvloedige groen en de kleurloze woonblokken wel veiliger geworden. “In de jaren 2000 was het verhaal van de Afrikaanse stadsbendes hier een hot topic”, herinnert Luhahi zich. De bende 1140 zwaaide er de plak en leverde jarenlang strijd met de Versailles-bende.

“Je kon de bendeleden wel herkennen, maar de grenzen waren vaak heel flou”, vertelt Luhahi in zijn uitgesproken Brussels accent.

“Jongens met wie ik voetbalde, hadden vrienden die in bendes zijn terechtgekomen, of zijn zelfs vermoord bij mesaanvallen. Als je hier zonder vader opgroeit en deze wijk is je referentiekader, dan worden die bendeleden plots je voorbeeld. Dat kan heel problematisch zijn.”

“Ik heb geluk gehad. Ik had mijn vrienden in de wijk, maar ik kwam ook op andere plekken. Bij de scouts, op de zwemles. Er zijn hier ook lessen getrokken uit die bendejaren. Door jonge mensen uit de wijken die het bendeleven kennen in te schakelen als jeugdwerker en door te investeren in renovaties is het veiligheidsgevoel verbeterd.”

“Ook mijn moeder geloofde, net als veel andere huurders, dat je de juiste mensen moest kennen om van een appartement naar een sociale gezinswoning te kunnen verhuizen”

Emile Luhahi (Groen)

Brussels parlementslid

Spreekuur

Die publieke middelen liggen almaar meer onder een vergrootglas nu de crisissfeer in de Brusselse sociale woonsector blijft aanslepen.

De wantoestanden bij de Anderlechtse Haard, met voorzitter Lotfi Mostefa (PS) in een hoofdrol, leidden tot een onderzoekscommissie waarvan Luhahi deel uitmaakte.

“Wat er in Anderlecht is gebeurd, heeft mij niet verrast. Ook mijn moeder geloofde, net als veel andere huurders, dat je de juiste mensen moest kennen om van een appartement naar een sociale gezinswoning te kunnen verhuizen.”

“Rond de eeuwwisseling diende mijn moeder een aanvraag in om te verhuizen”, vertelt Luhahi. “Sommige politici houden vaak een spreekuur. Als je daar met iemand met politieke invloed gaat praten en je krijgt nadien een woning toegewezen, weet je niet of dat aan dat gesprek ligt of gewoon omdat je hoog op de wachtlijst stond.”

“Maar zo ontstaat wel het gevoel dat je persoon X of Y moet kennen om een grotere woning te krijgen”, zegt Luhahi terwijl we richting het huis stappen waar zijn moeder nog altijd woont.

“Dat soort verhalen doet vervolgens de ronde. En als een voorzitter dan bijna dagelijks opduikt in sociale woonwijken, terwijl zijn rol eigenlijk louter strategisch is, voedt dat alleen maar het idee dat politieke tussenkomsten een verschil maken. En dat maakt mij nog altijd kwaad, omdat mensen erop moeten kunnen vertrouwen dat een sociale woning eerlijk wordt toegewezen.”

Geen revolutie

Luhahi en zijn gezin verruilden de flat met twee slaapkamers eerst voor een driekamerappartement en uiteindelijk voor een grotere sociale woning. Zes jaar geleden verhuisde hij naar Etterbeek.

Voordat hij parlementslid werd, bouwde Luhahi een loopbaan uit rond jongeren en gelijke kansen. Hij werkte voor Tada, de vzw die kwetsbare jongeren stimuleert, en stond voor de klas in het secundair onderwijs.

Via Groen zette hij de stap naar de politiek. Bij de verkiezingen van juni 2024 veroverde hij meteen een zetel in het Brussels Parlement. Huisvesting, jongeren en emancipatie vormen daarbij de rode draad in zijn politieke engagement.

“Hier in Evere is bijvoorbeeld nog veel nood aan jeugdwerk. Sport blijft daarin cruciaal, maar er zijn ook veel jongeren die ervan dromen om een onderneming uit de grond te stampen. Daarin moeten we investeren. Zeker voor zestien- of zeventienjarige jongeren, dat zijn doorslaggevende jaren in je ontwikkeling.”

“Want een sociale woning mag voor jongeren geen eindbestemming zijn”, zegt Luhahi.

“Tegelijk blijven sociale woningen wel een van de sleutels om de wooncrisis aan te pakken. Maar de sector moet veel professioneler worden. Door de controlemechanismen te versterken, kunnen we politieke inmenging terugdringen. Er mag geen sprake zijn van vriendjespolitiek. Wat mij betreft moet de sector ook veel transparanter en digitaler werken. Fusies tussen openbare vastgoedmaatschappijen kunnen de werking efficiënter maken, zodat meer middelen naar renovaties kunnen gaan.”

“De onderzoekscommissie zal geen revolutie ontketenen, maar een noodzakelijke eerste stap richting hervormingen betekenen”, voegt hij toe. “Dit is een startpunt. Meer en meer parlementsleden zijn nu geëngageerd om de sociale woonsector hoog op de agenda te houden. Het gaat misschien traag, maar de fusie van de politiezones of de hervormingen in de administraties hebben ook een lange aanloop gekend.”

Diverser

Ondertussen hoopt Luhahi mensen uit sociale woonwijken zoals de Germinalwijk warm te maken voor de politiek.

“Representatie is levensbelangrijk. Mensen uit deze buurt hebben vaak geen ruimte om na te denken over waarom fietspaden belangrijk zijn. Ze zien Good Move als een circulatieplan dat hun leven moeilijk maakt, terwijl het juist over leefbaarheid en aangenamere buurten gaat. Ik wil ervoor zorgen dat Brusselaars dankzij stemmen waarin ze zich herkennen ook over dat soort thema's kunnen nadenken.”

Luhahi deelde de voorbije weken geregeld stories van de onderzoekscommissie op sociale media. “Maar ik betwijfel of mensen daardoor het politieke debat plots van nabij zullen volgen. Het blijft alleszins mijn opdracht om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Alleen zo wordt de politiek diverser.”

Anderlechtse Haard in opspraak

De sociale huisvestingsmaatschappij de Anderlechtse Haard ligt onder vuur, nadat voorzitter Lotfi Mostefa (PS) beschuldigd wordt van cliëntelisme en politieke inmenging.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Anderlecht , Evere , Politiek , Anderlechtse Haard in opspraak , Emile Luhahi , Anderlechtse Haard , onderzoekscommissie anderlechtse haard , germinalwijk