'Werk en economie' is een van de belangrijkste hoofdstukken in het beknopte regeerakkoord van de regering-Dilliès. Die wil de hoofdstedelijke economie aanzwengelen en de werkzaamheidsgraad naar 70 procent brengen. Een ambitieuze doelstelling, geeft kersvers minister Laurent Hublet (Les Engagés) toe. “Het moet. Er is geen andere weg.”
©
Tiene Carlier
| Laurent Hublet
Kersvers minister Laurent Hublet (Les Engagés): 'Caroline Pauwels is mijn voorbeeld'
Filosofie en ondernemerschap. Ze lopen al lang als twee rode draden door het leven van Laurent Hublet. Hij vertelt hoe hij in het laatste jaar van de humaniora samen met medeleerlingen een minibedrijfje opstartte dat slips op de markt bracht met filosofische spreuken op. “We hebben daar goed aan verdiend. Het gaf me veel zin om ondernemer te worden.”
Nadien combineerde hij zijn studie handelswetenschappen met filosofie. “Ik had een uitstekende leraar filosofie in de humaniora. Ik kon niet kiezen. Dan deed ik maar beide studies tegelijk. Mijn examens economie legde ik in eerste zit af, die van filosofie in tweede”, zegt Hublet die nagenoeg perfect tweetalig is – het gebeurt niet vaak bij een Franstalig politicus, maar dit interview verliep volledig in het Nederlands.
Over de rel in verband met het Nederlands van minister-president Boris Dilliès wil hij niet veel kwijt. “Ik ben in een tweetalig gezin opgegroeid, liep deels school in het Nederlands. Dat maakt het voor mij eenvoudiger. Een taal leren is niet makkelijk, maar in een stad als Brussel is tweetaligheid wel belangrijk. We zijn historisch een tweetalige stad, en vandaag een meertalige stad. Een meerderheid van de bevolking heeft Frans noch Nederlands als moedertaal.”
U werd minder dan 24 uur voor de eedaflegging gebeld door Yvan Verougstraete (Les Engagés) om minister te worden. Had u dat zien aankomen?
LAURENT HUBLET: Totaal niet. Ik kreeg een uur bedenktijd. Onze koffers stonden klaar om met vakantie te vertrekken.
Op zich is het niet zo verrassend dat Les Engagés uitkomt bij iemand uit de civiele samenleving. Eerder werd Yves Coppieters al minister in de Franse gemeenschapsregering.
Waarom zei u ja?
HUBLET: Omdat ik als minister impact kan hebben op de toekomst van Brussel.
©
Tiene Carlier
Hebt u een politiek voorbeeld?
HUBLET: Mijn grote inspiratie is filosofe Hannah Arendt, en dichter bij huis Caroline Pauwels (de in 2022 overleden rector van de VUB, red.). Ik heb het genoegen gehad om met haar samen te werken. Een fantastisch persoon. Hannah Arendt was trouwens ook een voorbeeld voor Caroline Pauwels.
Wat vindt u terug in Hannah Arendt?
HUBLET: Ze is de filosoof van het engagement. De zin van het leven volgens haar is het deelnemen aan het publieke leven, het handelen in een samenleving, waar je deel van uitmaakt. Ik kan me daar erg in vinden.
Hoe zou Hannah Arendt vandaag naar Brussel kijken?
HUBLET: Als ik zie wat er in de VS gebeurt, zou ze misschien wel van New York naar Brussel verhuizen. Is New York vandaag nog de hoofdstad van de vrije wereld? Misschien is dat wel Brussel. Ze is uit Europa gevlucht voor de Jodenvervolging. Ze werd poetsvrouw in New York, maar met een doctoraat op zak over het idee van de liefde bij Augustinus. De vrijheid daar heeft haar de kans gegeven om op te klimmen (Arendt werd nadien hoogleraar, red.).
Arendt zegt echter ook: “Er bestaan geen domme jobs.” Ook wie poetst heeft een plek in de maatschappij. Dat is ook in Brussel het geval, met die honderdduizenden vierkante meter aan kantoren, zelfs al zijn die duizenden jobs niet zo zichtbaar.
Laurent Hublet: "De oorlogen van vandaag zijn ook cyberoorlogen. Brussel moet zijn rol spelen in die tak van de defensie-industrie, samen met Vlaanderen en Wallonië."
Toch zitten er bijna honderdduizend mensen vandaag zonder baan in Brussel. Hoe wil u die naar de arbeidsmarkt leiden?
HUBLET: Bij de jongeren is een op de vier op zoek naar een baan. Dat alleen al is voor mij voldoende reden om elke ochtend weer op te staan. Tussen zestien en dertig jaar is een cruciale periode in je carrière. Als het op die leeftijd niet lukt, zijn de gevolgen er voor het hele leven.
Het probleem is natuurlijk niet nieuw. Als het makkelijk zou zijn, was het al opgelost, ik wil hier enige bescheidenheid aan de dag leggen. Er zijn wel recepten, en innovatie kan een sleutel zijn. Met korte opleidingsprogramma's bijvoorbeeld. Of door korter op de bal te spelen als iemand werkloos wordt. Ik ben een grote fan van stages, waar je werkervaring kunt opdoen en een nieuw netwerk kunt aanboren.
We moeten de toegang tot de arbeidsmarkt zo gradueel mogelijk maken, zeker voor wie een moeilijk schoolparcours achter de rug heeft. Zo zijn er veel in Brussel, zowel in het Franstalige als in het Nederlandstalige onderwijs.
Ik heb veel zulke jongeren gezien in BeCentral (het digitale platform dat Hublet heeft opgericht, met onder meer een codeerschool, red.). Ik ken hen. Ik weet dat er enorm veel talent is. Velen van hen zijn kinderen van mensen die onlangs in België zijn aangekomen. Voor hen is het een droom om te mogen werken.
Hoe wil u dat doen?
HUBLET: Meertaligheid wordt heel belangrijk. Wie in een bar werkt, moet veel talen spreken, en zeker ook Engels. Wie in een ziekenhuis werkt, moet Nederlands spreken. Want wie naar een ziekenhuis gaat, wil kunnen praten over intieme zaken, zit misschien met angsten. Dan moet die patiënt er in de eigen taal terechtkunnen.
Het is een beetje een dooddoener, maar blijft in Brussel niet toch vooral de mismatch een probleem? De arbeidsmarkt in Brussel is vooral op zoek naar hooggeschoolden, wat niet strookt met het profiel van de werkzoekenden.
HUBLET: We moeten aan de twee kanten werken. Voor de werklozen moeten we naar zeer specifieke opleidingen gaan, die hen sneller naar een job toeleiden.
Maar we moeten ook naar de werkgevers durven te kijken. We kunnen de economie in een bepaalde richting sturen. Het regeerakkoord heeft hierover enkele voorstellen, in de haven en op de Audi-site. Daarnaast is het gewoon zo dat een loodgieter nooit door een AI-robot vervangen zal worden.
De industrie heeft het vandaag heel moeilijk in Europa. Hoe wil u die naar Brussel halen?
HUBLET: Er is een trend naar herindustrialisering in Europa. Er was een belangrijke top in Antwerpen hierover. De Europese Raad komt er binnenkort over samen. Het Draghi-verslag (over het Europees concurrentievermogen, red.) wordt vandaag heel au sérieux genomen. We moeten met Brussel mee op die kar springen.
©
Tiene Carlier
| Laurent Hublet
Er wordt in Europa gekeken naar de defensie-industrie. Ligt daar voor Brussel een kans, bijvoorbeeld op de Audi-site?
HUBLET: Brussel heeft een sterk ecosysteem rond cyberdefensie: Proximus, Euroclear, of de startup Collibra. We staan al vrij sterk op het vlak van cyberdefensie. Reken daar de Navo bij en de Europese instellingen, en dat vormt al een coherent verhaal.
De oorlogen van vandaag zijn ook cyberoorlogen. Brussel moet zijn rol spelen in die tak van de defensie-industrie, samen met Vlaanderen en Wallonië.
Wat de hardware betreft, want daar gaat jullie vraag wellicht over: dat moeten we nog zien, maar met de ontwikkeling van drones, zien we dat soft- en hardware meer en meer naar elkaar toegroeien.
De regering wil werken met 'stedelijke vrijzones' in de Haven en op Audi Vorst, met fiscale voordelen. Is dat geen fausse bonne idée? Voorbeelden uit Frankrijk hebben aangetoond dat dat delocalisatie van de economie veroorzaakt.
HUBLET: Ik maak me daar weinig zorgen over. Het is niet de bedoeling dat we bedrijven aantrekken die vijfhonderd meter verderop liggen, maar eerder ondernemingen die vijfhonderd of zelfs vijfduizend kilometer verder liggen.
Als we met de industrie spreken, wat zijn dan de pijnpunten die naar boven komen? Het trage vergunningsbeleid. Daar zetten we in die stedelijke vrijzones een fast track tegenover. Tweede pijnpunt: personeel met de juiste vaardigheden vinden. Wat doen we? We richten een specifieke cel op binnen Actiris om werkzoekenden naar de arbeidsmarkt toe te leiden met de geschikte competenties. En daarnaast zorgen we voor een fiscale hefbomen om die bedrijven aan te trekken.
U wil de werkzaamheidsgraad in drie jaar optrekken naar 70 procent. Zeer ambitieus.
HUBLET: Ja, maar het moet. Er is geen andere weg.
U weet, zelfs als u dat bereikt, dat mensen met een job ook wel de stad verlaten, waardoor die werkzaamheidsgraad weer onder druk komt. Is het geen straatje zonder eind?
HUBLET: Stadsvlucht zie je overal. Dat is geen probleem. We moeten kijken naar waar het hier aan schort, en dat is de activiteitsgraad bij jongeren. De jongerenwerkloosheid is maatschappelijk niet aanvaardbaar.
Ik verwijs nog eens naar Hannah Arendt: wie geen job heeft, heeft niet dezelfde plaats in de maatschappij als wie wel werkt. Nog los van het feit dat je zonder werk ook op andere vlakken de boot mist, denk maar aan huisvesting.
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd zette het probleem op scherp in Brussel: veertigduizend werkzoekenden zaten al meer dan twee jaar zonder baan, enkele duizenden zelfs twintig jaar. Is dat geen blamage voor Actiris?
HUBLET: Het verleden is het verleden. Wat voor mij belangrijk is, is dat we die werkzoekenden die hun uitkering verliezen aan boord kunnen houden.
De adjunct-directrice van Actiris, Caroline Mancel, vond een tijd geleden dat je Brusselse werkzoekenden niet kunt verplichten om een baan aan te nemen in Vlaanderen. Wat vindt u van die uitspraak?
HUBLET: Ik geef geen commentaar op die uitspraak, maar in het algemeen is het altijd beter om iemand die werkloos is de goesting te geven om een job te doen, dan om iemand te dwingen. En voor de rest staat in het regeerakkoord de goede samenwerking tussen VDAB (Vlaanderen) en Actiris (Brussel) voorop.
Laurent Hublet: Er is veel angst, en ook wel woede in de samenleving. Probleem nummer één is netheid. Ook veiligheid staat voorop en de vrees geen toegang te krijgen tot zorg. Maar er is tegelijk ook de trots om Brusselaar te zijn.
U bent nu politicus. Wat neemt u mee uit de ondernemerswereld?
HUBLET: Ondernemen en politiek is niet hetzelfde. Bij ondernemen is het doel: winst, in de politiek wil je welvaart in de samenleving brengen. Voor iedereen. De twee werelden werken volgens een andere logica.
Was u niet al een beetje politicus toen u in 2023 IAmBrussels oprichtte?
HUBLET: Nee, toch niet. We leven in een democratie en we maken daar allemaal deel van uit. Ik wou als burger via die startup een debat over de toekomst van de stad, in alle Brusselse gemeenten. Met veel onlineactiviteiten en onderzoek. De conclusies, waar 15.000 mensen bij betrokken waren, hebben we aan alle politieke partijen overgemaakt.
Wat waren die conclusies?
HUBLET: Er is veel angst, en ook wel woede. Probleem nummer één is netheid. In Molenbeek was dat het hoogst van al.
Ook veiligheid staat voorop en de vrees geen toegang te krijgen tot zorg. Maar er is tegelijk ook de trots om Brusselaar te zijn.
Veiligheid en netheid staan vooraan in het regeerakkoord. Voor Yvan Verougstraete is dat een pluim op de hoed van Les Engagés. Klopt?
HUBLET: Zeker. Het akkoord is zeer Les Engagés. Het is een centrumakkoord.
Dat ziet misschien niet iedereen. De groene, blauwe en rode winstpunten in het regeerakkoord lijken veel prominenter.
HUBLET: Wij willen Brussel laten winnen. Dat is voor ons van tel. Het is een goed akkoord voor Brussel. En dus is het een goed akkoord voor Les Engagés.
Lees meer over: Brussel , Politiek , Regering-Dilliès , Laurent Hublet , Vrije handelszones , werkzaamheidsgraad , Hannah Arendt , Defensieindustrie , Mario Draghi , Herindustrialisering
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.