Iets meer dan 28 procent van de Brusselse werklozen die hun uitkering zijn verloren als gevolg van de federale werkloosheidshervorming, trok voor steun naar het OCMW. Dat blijkt dinsdag uit een voorlopige schatting van de FOD Maatschappelijke Integratie.
©
Belga
| Het OCMW van Brussel-Stad (archief).
Kwart van Brusselse werklozen die uitkering verloren, klopte aan bij OCMW
De cijfers komen uit een rapport dat op 1 juni door de FOD werd gepubliceerd en waarover federaal minister Anneleen Van Bossuyt (N-VA) dinsdag verslag heeft uitgebracht in de commissie Sociale Zaken van de Kamer.
Over heel België is zo’n 30,4 procent van de mensen die tijdens de eerste drie uitsluitingsgolven hun uitkering waren verloren (in januari, maart en april), naar het OCMW gestapt voor steun. Deze schattingen zijn nog voorlopig, de definitieve cijfers worden “tegen het einde van de zomer” verwacht, zo verklaarde Van Bossuyt tijdens een actualiteitsdebat. De vierde uitsluitingsronde voor werklozen gaat in op 1 juli.
Bij de groep die werd uitgesloten zitten ook jongeren die hun inschakelingsuitkering zijn verloren. Zo’n 34 procent van de jongeren heeft intussen beroep gedaan op steun van het OCMW.
Verschil
Er zijn echter grote regionale verschillen. Zo heeft in Brussel 28,1 procent van de mensen die hun recht op een werkloosheidsuitkering zijn verloren, beroep gedaan op het OCMW. In het Vlaams Gewest gaat het om 22,5 procent, tegenover 36 procent in Wallonië en 46,4 procent in de Duitstalige Gemeenschap.
Begin mei hebben de drie federaties van OCMW’s in het land – de VVSG, de Federatie van OCMW’s van Wallonië en Brulocalis – de minister gevraagd om tijdelijke steunmaatregelen om de toestroom aan dossiers door de beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen te kunnen bolwerken.
Die bezorgdheden werden in de Kamer nog eens aangehaald door de oppositie, waaronder François De Smet (Défi), maar ook door de parlementsleden van de meerderheid Anne Pirson (Les Engagés), Fatima Lamarti (Vooruit) en Nahima Lanjri (CD&V).
Om die bezorgdheden te bespreken, zal er donderdag een bijeenkomst worden georganiseerd, zo liet de minister weten. In afwachting daarvan herinnerde Van Bossuyt eraan dat de federale compensatie voor de OCMW’s plaatsvindt op basis van een ‘niet-geplafonneerd' budget. Als de behoeften hoger uitvallen dan verwacht, “zal de financiering worden aangepast”, zo beloofde ze.
Voor 2026 en 2027 bedraagt het momenteel begrote bedrag 300 miljoen euro, en vervolgens 345 miljoen voor 2028 en 2029.
Oppositie
Maar vanuit de oppositie toonde Caroline Désir (PS) zich sceptisch: "We willen u graag geloven. Maar als we zien dat de regering nog miljarden moet besparen, hebben we grote twijfels over deze beloften”, zei ze.
Namens de PVDA haalden Sofie Merckx, Robin Tonniau en Nabil Boukili de moeilijkheden aan waarmee de OCMW’s van Charleroi, Jette en Sint-Jans-Molenbeek te kampen hebben. In die laatste gemeente, waar de communisten deel uitmaken van de meerderheid, "klopt 65 procent van de mensen die geen werkloosheidsuitkering krijgen aan bij het OCMW”, zo verklaarde Nabil Boukili. Deze situatie heeft geleid tot "een kostenstijging van 2,4 miljoen euro voor de gemeente”, die zich daardoor “genoodzaakt zag om drastische maatregelen te nemen”.
Sarah Schlitz (Ecolo-Groen) haalde op haar beurt het geval van Seraing aan, waar volgens haar 60 procent van de inwoners die uit de werkloosheidsuitkering zijn gevallen, zich tot het OCMW zou hebben gewend, en tijdens de tweede golf zelfs 94 procent.
Repliek
Maar leden van de meerderheid Denis Ducarme (MR) en Wouter Raskin (N-VA) betwistten deze uitspraken. Ducarme had kritiek op “een regelrechte instrumentalisering van de door links bestuurde steden”. "Wij laten de OCMW’s niet in de steek”, verklaarde Ducarme, die “vrij bemoedigende cijfers” zag, “in tegenstelling tot wat links beweert”.
Bij de voorbereiding van de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen, ging de federale meerderheid er officieus van uit dat ongeveer één derde van de uitgesloten werklozen zou aankloppen bij het OCMW.