Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
Interview

Minister-president Dilliès: ‘Anderlechtse Haard moet tot op het bot onderzocht worden’

JB
© BRUZZ
18/07/2026

Ivan Put

| Brussels minister-president Boris Dilliès (MR).

Aan de vooravond van zijn vakantie blikt Boris Dilliès (MR) terug op zijn eerste vijf maanden als Brussels minister-president. “Ik had ze best kunnen missen, die episode over de Anderlechtse Haard.”

Vijf maanden staat Boris Dilliès (MR) intussen aan het roer van de Brusselse regering. Zijn transformatie van tegen de schenen stampende burgemeester van Ukkel tot diplomatische dirigent van een bonte coalitie ging opvallend vlot, zo blijkt in een interview met BRUZZ daags na de superministerraad op Hertoginnedal. Al duikt de provocateur af en toe nog eens op.

U zei in uw vorige gesprek met BRUZZ dat u niet slechter voorbereid kon zijn op het minister-presidentschap. Hoe blikt u vandaag terug op uw eerste maanden in de Hertogstraat?

Boris Dilliès: Ik wou in de eerste fase vooral een ploeg doen samenwerken, want het is een ploeg met zeven partijen en uiteenlopende persoonlijkheden. De superministerraad op Hertoginnedal donderdag was in die zin de kers op de taart van onze eerste maanden: er hing een positieve sfeer en we hebben nog een hoop knopen kunnen doorhakken.

Speelt het decor van Hertoginnedal dan ook zijn rol?

Dilliès: Je kan wat sneller akkoorden sluiten in zo’n omgeving, dat klopt. Maar de leidraad en de methode veranderen niet: enerzijds het regeerakkoord, anderzijds respect voor elkaar.

Heeft u hard gewerkt de afgelopen tijd?

Dilliès: Het is niet mijn bedoeling om de dikke nek uit te hangen, maar we hebben de voorbije maanden wel drieduizend punten goedgekeurd in de regering. Ja, daar zitten formaliteiten tussen, maar we zijn wel het regeerakkoord aan het vertalen in de praktijk. Denk aan het stationsplan, de aanduiding van een drugscommissaris, de fusie van de administraties, fiscale maatregelen, Kanal en het congrescentrum op de Heizelsite. We mogen tevreden zijn. Brussel is geloofwaardiger geworden.

In het begin kreeg u het verwijt dat u wat te veel op de achtergrond bleef bij belangrijke regeringsdossiers. Toen het LEZ-dossier voor verwarring zorgde, zat u in het buitenland.

Dilliès: Ik ga niet om de vijf minuten tweeten, zeker niet als we nog geen concreet resultaat hebben geboekt.

Goed, maar er heerste onduidelijkheid over het boetesysteem, tot frustratie van de Brusselaar. En ook in uw regering spraken Dirk De Smedt en Ans Persoons elkaar tegen in het parlement. Eind maart was het niet duidelijk of bepaalde automobilisten vanaf 1 april een boete moesten betalen of niet.

Dilliès: Dat dossier sleepte al maandenlang aan. Er was tijd voor nodig. Vandaag is het kader helder.

“Aan wie heeft gelachen met 'We zullen zien': zij hebben gelijk”

Boris Dilliès (MR)

Brussels minister-president

Wat voor minister-president bent u?

Dilliès: (Lacht) Dat is een moeilijke vraag. Waar ik wel in geloof, is dat je niet autoritair moet zijn om gezag te hebben. Je verwerft gezag via respect voor elkaar. Ik probeer me vaak in de plaats van anderen te stellen.

Van uw ministers?

Dilliès: Ja, ik probeer met de ogen van iemand met een andere politieke kleur naar de zaken te kijken. Ik zit niet alleen in een regering. Ik ben rechts, ik ben liberaal, dus voor mij zijn veiligheid en een gezond beheer van publieke middelen belangrijk. Maar ik moet mij meer en meer verplaatsen in de waardenpatronen van mijn coalitiepartners.

Heeft u dat moeten leren?

Dilliès: Niet zozeer, want dat is altijd mijn werkmethode geweest. Maar ik heb mijn collega’s wel moeten leren kennen. Het menselijke facet speelt een grote rol. In een regering beleef je niet alleen lange dagen, maar ook spanningen. Samenwerken in een respectvolle context: daar is tijd voor nodig.

Mist u de vrijheid van het burgemeesterschap niet?

Dilliès: Nee, dat zou ik niet zeggen.

Mist u het ook niet om fietsnietjes te laten weghalen?

Dilliès: (Lacht) Het klopt dat ik minder vrijheid heb. Trouwens, ik ben nog steeds burgemeester. ‘Verhinderd, maar niet begraven’, zeg ik steeds (“Empêché, mais pas enterré”). Maar ik ben niet nostalgisch van aard.

Boris Dilliès

Ivan Put

Ik ga toch nog even achteromkijken: naar de heisa in de nasleep van de Pano-reportage over de Anderlechtse Haard, bijvoorbeeld. De PS zei eind mei dat ze zich niet meer gebonden voelt aan het regeerakkoord als er een onderzoekscommissie opgericht zou worden. Wat dacht u toen?

Dilliès: Gemakkelijk was het niet. Ik had ze best kunnen missen, die episode. Maar het parlement heeft zijn werk gedaan.

Via een onderzoekscommissie waarin de PS het wel erg hard speelde, met zelfs aanvallen aan het adres van de Pano-journalisten.

Dilliès: Ik had het net over je in een ander verplaatsen. Die reportage heeft een PS’er geviseerd, weliswaar omwille van mogelijk ernstige feiten. Dan kan je als politieke partij zo reageren. Ik wil me niet over de inhoud uitspreken. Ik moet als regeringsleider naar het regeerakkoord kijken.

Gebeurtenissen kunnen dat regeerakkoord wel overschaduwen.

Dilliès: Uiteraard. Maar ik moet waken over de werking van de regering. En nee, dat was niet simpel de voorbije weken, net omwille van die onderzoekscommissie. Maar we zijn blijven verder werken.

Vindt u niet dat Lotfi Mostefa ontslag had moeten nemen?

Dilliès: Dat is een moeilijke vraag. Is één reportage genoeg om een stap opzij te zetten? Ik ga mij daar niet over uitspreken. Na zeshonderd dagen hebben we een regering, die de levenskwaliteit van de Brusselaars wil verbeteren. Daarover moet het gaan.

Als we het dan toch hebben over je in de plaats van een ander te stellen: zou u ontslag genomen hebben?

Dilliès: (Lacht) Ik kan daar niet over oordelen in zijn plaats. Ik heb al genoeg werk, ik ga mij niet in dat debat mengen. Maar dat neemt niet weg dat ik vind dat de zaak tot op het bot uitgespit moet worden. Daar is het gerecht mee bezig.

Er zijn nu aanbevelingen opgesteld om de sociale huisvestingssector te hervormen. Welke wil u als eerste uitvoeren?

Dilliès: Er mag geen sprake zijn van cliëntelisme of favoritisme. Dat is voor mij de prioriteit uit de aanbevelingen. Ook de aanduiding van een regeringscommissaris is geen detail.

Is het niet logischer om dat cliëntelisme in te dammen door de lokale voorzitters minder macht te geven, en dus door de lokale huisvestingsmaatschappijen te fuseren en vanuit gewestelijk niveau de toewijzingen te organiseren?

Dilliès: Ik ben daar niet dogmatisch in. Ik ben geen expert. Kijk, het belang van een sociale woning is niet te onderschatten. Het biedt waardigheid voor mensen die het moeilijk hebben. Maar het moet de bedoeling zijn om uit een sociale woning te kunnen vertrekken. En in dat opzicht weet ik niet of een fusie van de lokale sociale huisvestingsmaatschappijen die mensen zal helpen.

“Communisme staat gelijk aan georganiseerde ellende. Als de PTB de grootste partij wordt, zou Brussel in een ongelooflijke crisis belanden”

Boris Dilliès (MR)

Brussels minister-president

Over fusies gesproken: hoe kijkt u intussen naar de fusie van de politiezones?

Dilliès: U weet het, ik ben altijd een koele minnaar geweest. Ik ben niet van mening veranderd. Ik denk dat het model met de zes zones goed heeft gewerkt. Ik denk dat er dringendere zaken waren. Maar goed, het project is in positieve zin geëvolueerd. Zowel op het vlak van financiering als op het vlak van nabijheid. De fusie komt er, dus we gaan er zo goed mogelijk aan meewerken. Uiteindelijk is dat een zaak van de politie en de gemeenten. Ik ben geen sheriff. Ik zal meewerken aan de verbetering van de veiligheid van de Brusselaars.

De PS zal eigenlijk veel macht hebben in het nieuwe systeem, want de partij telt acht burgemeesters en Philippe Close staat aan het hoofd van het politiecollege.

Dilliès: Absoluut. Dat heb ik achter de schermen altijd gezegd tijdens gesprekken over de fusie. Maar Philippe Close is pragmatisch. Ik ben het vaak met hem eens op het vlak van veiligheid.

Veiligheid blijft een speerpunt voor uw regering, maar botst u niet op dezelfde muur als uw voorganger? Eigenlijk zijn er nauwelijks veiligheidsbevoegdheden op gewestelijk niveau.

Dilliès: Nee, kijk maar naar de aanduiding van een drugscommissaris, bijvoorbeeld. Die zal de verschillende lagen moeten coördineren: de politie, safe.brussels en het parket, maar ook de mensen die bezig zijn met verslavingszorg, bijvoorbeeld.

Net omdat er zoveel lagen zijn, is een extra laag nodig?

Dilliès: In zekere zin wel. Er is een strategie nodig om de samenwerking tussen die lagen te verbeteren, zodat de neuzen in dezelfde richting staan. Dus ja, die keuze was noodzakelijk, want anders zouden we met exact dezelfde problemen kampen als in het verleden.

Ondertussen bespaart u wel op een van de lagen waarvoor het gewest bevoegd is: preventie. Transit krijgt bijvoorbeeld minder middelen.

Dilliès: Transit krijgt hetzelfde bedrag als vorig jaar. Vorig jaar moesten ze nog 15 procent besparen omdat de regering in lopende zaken was, voor mijn aantreden dus. Het klopt natuurlijk dat we voor 2026 niet kunnen geven wat men misschien had verwacht. Wij zijn een hervormingsregering en dus evalueren we waar het geld naartoe gaat.

Dat geld gaat onder meer naar het stationsplan. Deze week vond een opkuisactie plaats aan het Zuidstation. Wat zijn de volgende etappes?

Dilliès: We gaan meer van die netheidsacties doen. Daarnaast komen er meer camera’s en gaat de aanwezigheid van de veiligheidsdiensten omhoog. Wat ik ook belangrijk vind, is security by design: een esthetischere omgeving is veiliger. Daar gaan we aan werken. En – het is misschien symbolisch – maar we willen de aanwezigheid van de EU ook in de verf zitten aan het Zuidstation, dat een belangrijke aankomstplaats is. Ik hecht veel belang aan onze Europese identiteit. Tot slot werken we aan de psychosociale context, met de hulp van onder meer Samusocial en het Rode Kruis. Het is de eerste keer dat we een plan op de rails zetten dat al die uitdagingen bundelt.

Boris Dilliès

Ivan Put

| Boris Dilliès

Iets anders: u heeft ondertussen een onderhoud gehad met premier Bart De Wever. Komen jullie overeen?

Dilliès: Ik waardeer de premier enorm. Hij kan de zaken goed in perspectief plaatsen, werkt serieus maar neemt zichzelf niet serieus en heeft humor.

Uw voorzitter (Georges-Louis Bouchez, JB) wil meer Brusselse bevoegdheden overdragen naar de Franse Gemeenschap. Hij is de Nederlandstaligen in Brussel vergeten.

Dilliès: Heeft hij dat gezegd? Kijk, als partijvoorzitter denk je na over zulke zaken. Ik wil het over Brusselaars hebben, niet over Franstaligen en Nederlandstaligen.

Zo zit het niet gebetonneerd in onze structuren. Welke hervormingen stelt u voor in het institutioneel landschap?

Dilliès: Ten eerste: we zijn met te veel parlementsleden. En de decumul tussen burgemeester of schepen en parlementslid was een barslecht idee. De decumul heeft nergens toe geleid. Ten tweede: ik ben voorstander van tweetalige lijsten. Als ik vandaag in het buitenland de Brusselse structuren uitleg, dan heeft mijn gesprekspartner na drie minuten hoofdpijn.

Overschakelen op tweetalige lijsten zal federaal beslist moeten worden, mogelijk als een klein deeltje van een bredere staatshervorming. Hoe ziet u zo’n staatshervorming?

Dilliès: Ik heb een werkgroep opgericht met grondwetspecialisten en politicologen om over het Brussels model na te denken. Ik wil als minister-president een visie voorbereiden in aanloop naar 2029 als het op staatshervorming aankomt. Daarvoor heb ik een solide basis nodig.

De puzzel kan er in 2029 wel eens bijzonder moeilijk gaan uitzien. In Brussel, maar ook op federaal niveau. De PTB scheert hoge toppen in de peilingen. Wat denkt u dan?

Dilliès: De geschiedenis herhaalt zich. We leven in een complexe wereld, en dan zijn simplistische antwoorden verleidelijk. Communisme staat gelijk aan georganiseerde ellende. Gelukkig zijn peilingen drie jaar voor de verkiezingen niet van tel. Ze zijn niets waard.

Wat doet u als de PTB de grootste partij van Brussel wordt?

Dilliès: Dat weet ik niet. Ik weet wel dat de kas dan leeg zal zijn, de middenklasse vertrekt en de internationale instellingen zelfs zouden denken aan verhuizen. Brussel zou in een ongelooflijke crisis belanden.

“Als ik vandaag in het buitenland de Brusselse structuren uitleg, dan heeft mijn gesprekspartner na drie minuten hoofdpijn”

Boris Dillès (MR)

Brussels minister-president

Op welke verwezenlijking van de Brusselse regering uit de voorbije maanden bent u het fierst?

Dilliès: Enkele fiscale ingrepen: de verdubbeling van de BeHome-premie (het belastingvoordeel voor eigenaars die in hun woning wonen, JB) en de verlaging van de aanvullende personenbelasting.

Komt het begrotingstraject daardoor niet in het gedrang?

Dilliès: Ik ben niet naïef, maar ik luister niet altijd naar degenen die zeggen dat bepaalde maatregelen niet zullen werken.

Waar kijkt u nog positief op terug?

Dilliès: Het verbod op de deelsteps vanaf 2027.

Omdat de licenties voor de deelstepbedrijven ten einde kwamen, of omdat de regering dat verbod echt wou invoeren?

Dilliès: Het was een samenloop van omstandigheden. Net zoals in Praag, Madrid of Parijs wou ik de deelsteps weg. Ze zorgen voor te veel gevaren. Vervolgens kwam er de vraag of we de licenties zouden verlengen. Dat hebben we dus niet gedaan.

U hecht veel belang aan de link met Europa. Dan zal het u tevreden stemmen dat het Schumanplein wordt vergroend en we afscheid nemen van die stenen vlakte.

Dilliès: Het moest gebeuren. We maakten onszelf belachelijk. Iedereen in de regering was het erover eens dat we een oplossing moesten vinden. Ik wou niet gaan zagen over wat er in het verleden al dan niet beslist is, want het Schumanplein is een van de vele dossiers die we erven. We gaan het plein vergroenen en het project ook integreren in ons hitteplan.

Tot slot. Neemt u Nederlandstalige boeken mee op vakantie?

Dilliès: ‘Het Brusselse Moeras’ (van Luckas Vander Taelen en Jan Wostyn, JB). Ik denk dat ik al vooruitgang geboekt heb, maar ik voel mij nog niet voldoende op mijn gemak in het Nederlands. Ik ben al een tijdje geswitcht naar politieke podcasts in het Nederlands, daar heb ik veel aan. Ik ontdek veel. In ieder geval: ik wil niets aan het toeval overlaten. Aan wie heeft gelachen met ‘We zullen zien’: zij hebben gelijk. Het is legitiem om mijn niveau van het Nederlands te bekritiseren.

Waarop botst u zoal bij uw Nederlandstalige lessen?

Dilliès: De lange woorden.

U was bij de 11 juliviering en noemde de Vlaamse Leeuw ‘poëtisch’.

Dilliès: Ik was onder de indruk van de viering in het Brussels stadhuis, zeker door de mix van speeches en het muzikale optreden (van de Gentse groep Biezebaaze, JB). Laten we ook meer Brusselse folklore in de schijnwerpers zetten tijdens het volgende Irisfeest. Ik ga ook meer Vlamingen uitnodigen. Zij weten hoe je dit soort protocollaire momenten moet aanpakken.

Regering-Dilliès

Na 613 dagen politieke impasse heeft Brussel een nieuwe regering. BRUZZ volgt de regering-Dilliès, haar beleid en de politieke ontwikkelingen op de voet.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Politiek , Regering-Dilliès , Brusselse regering , Boris Dilliès