Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

BRUZZ

| Dokter Ben De Brucker werkte in 2016 als assistent-chirurg in het brandwondencentrum van Neder-Over-Heembeek.

10 jaar na de aanslagen

Ben De Brucker hielp de eerste slachtoffers: ‘5 dagen in Militair Hospitaal gekampeerd’

Eva Christiaens
© BRUZZ
19/03/2026

Tien jaar na de aanslagen op Zaventem en Maalbeek blikt BRUZZ terug op de impact en nasleep van 22 maart. Vandaag: Ben De Brucker, in 2016 assistent-chirurg in het Brandwondencentrum van Neder-Over-Heembeek. "De eerste patiënt was een meisje met een buikwonde. Ik heb daar met mijn blote handen een kogel uitgehaald."

Dokter Ben De Brucker is vandaag 38. In een nette groepspraktijk in Meise deelt hij een kabinet met een handvol esthetische chirurgen, revalidatieartsen en kinesitherapeuten. Tien jaar geleden was dat helemaal anders. “Ik was op het moment van de aanslagen nog assistent. Al wel wat ouder, maar toch nog maar zeven maanden aan de slag in het brandwondencentrum”, vertelt hij. Dat 22 maart op een dinsdag viel, weet hij nog heel goed.

“Wij hielden elke ochtend overleg om vijf voor acht met de anesthesisten, verpleegkundigen en chirurgen. Die dag was ik uitzonderlijk de enige arts in dat overleg”, zegt De Brucker. De seniorchirurgen moesten nog uit Luik en Oostende komen: zij zouden pas anderhalf uur later toekomen. “Tijdens die meeting zagen wij een rookpluim in de verte. Het brandwondencentrum ligt op de vijfde verdieping van het Militair Hospitaal in Neder-Over-Heembeek. Je kan Zaventem dus zien liggen. Wij dachten dat er iets aan de hand was met een vliegtuig.”

U dacht niet meteen aan terreur?

Ben De Brucker: Absoluut niet. Ik vind het soms moeilijk om me te herinneren hoe hard de angst daarvoor leefde. Natuurlijk hadden we Parijs gehad, maar wie dacht er nu dat zoiets in Zaventem zou gebeuren? Nee, op het eerste gezicht dachten wij aan een ongeluk, maar na vijf of tien minuten kregen we telefoon: "Het gaat om een aanslag. Maak jullie klaar om de eerste gewonden op te vangen."

260304_Ben De Brucker_plastisch chirurg Sano Clinic Meise_hulpverlener aanslagen

BRUZZ

U werkte in het brandwondencentrum, maar was niet opgeleid voor oorlogsgeneeskunde.

De Brucker: Ik had inderdaad geen opleiding gehad rond crisissen, rampen of alles wat met het Militair Ziekenhuis te maken had. Ik deed brandwonden en littekens. Op het moment van de aanslagen lag onze hele zaal vol met slachtoffers van een Roemeense discotheekbrand, die ik al vier à vijf maanden mee had behandeld.

We hebben hen in allerijl moeten verplaatsen naar hotels in de buurt. Ik ben toen als jonge chirurg al die patiënten één voor één gaan aanspreken, samen met een anesthesist en hoofdverpleegkundige Patrick Persoons. Dat was natuurlijk een hele uitdaging en verantwoordelijkheid voor mij op die leeftijd.

Op een halfuur tijd hebben we alle kamers vrijgemaakt. De kuisploeg ververste meteen achter ons de lakens. Die Roemenen begrepen dat natuurlijk niet: die dachten dat ze op straat werden gezet.

Op het gelijkvloers was het Militair Hospitaal intussen ontplooid tot een triagecentrum met veldbedjes. Vanaf kwart voor negen kwamen de eerste patiënten daar toe, nog vóór de tweede ontploffing in Maalbeek. De heel ernstige gewonden werden naar ons gestuurd op de vijfde verdieping.

Herinnert u zich die eerste patiënten nog?

De Brucker: Ja, de allereerste patiënt was Beatrice de Lavalette (nu een paralympisch paardrijder, red.). Een jong meisje van 17 jaar op dat moment, met twee verbrijzelde onderbenen. Ze had een grote open buikwonde waar kogels of spijkers in zaten, een zogenoemde shrapnel.

Ik weet nog goed dat wij met onze handen het bloed moesten stelpen. Ik heb er met mijn blote handen een kogel uitgehaald en er kompressen in gestoken. We hebben haar benen gespalkt zodat zij stevig in de scanner kon. Pas daar konden we zien waar alle spijkers zaten. Bij haar was dat miraculeus: één ervan was maar net naast een grote slagader gepasseerd. Het was ook vrij snel duidelijk dat haar ruggenmergkanaal was geraakt.

Hoe ga je met zo’n rampsituatie om als jonge chirurg, als je er helemaal niet voor opgeleid was?

De Brucker: Je volgt het ABC van de geneeskunde. Van brandwonden ga je niet dood, dat gebeurt door complicaties die later optreden. Stap één is dus het stabiliseren van je patiënt. Je zorgt dat iedereen zo snel mogelijk een infuus heeft, dat de beademing correct verloopt en dat als er iets bloedt, dat wordt gestelpt. We hebben veel riemen moeten aanspannen.

“De patiënten kwamen soms met drie of vier tegelijk uit de liften. We werkten met een krijtbord en spraken over patiënt A, B, C, D en E”

Ben De Brucker

Plastisch chirurg en oud-assistent in het Militair Hospitaal

Mijn grote geluk is geweest dat het militair hospitaal zeer goed getraind is op crisismanagement. Ik ben daarin meegenomen. De eerste twee uren kwamen de patiënten soms met drie of vier tegelijk uit de liften, maar mijn bazen waren nog onderweg. Ik moest dus als jonge assistent beslissen wie naar welke scanner moest. Ik kende de namen van de patiënten niet, dus we werkten met een krijtbord en spraken over patiënt A, B, C, D en E.

Pas rond half tien kwamen de ervaren chirurgen toe. Ik kreeg de verantwoordelijkheid om het overzicht te bewaren. De zware gevallen stuurden we naar andere ziekenhuizen, maar intussen kwamen de slachtoffers van Maalbeek erbij in nieuwe golven. Het was een rollercoaster.

Hebt u patiënten later nog gehoord?

De Brucker: Beatrice de Lavalette heeft mij een jaar of twee na de aanslagen zelf gecontacteerd omdat ze had vernomen dat ik haar de eerste hulp had geboden. Ze wilde weten hoe alles was verlopen. We zijn nu vrienden op Facebook en ik vind het mooi als ik haar op haar paard zie. Ze woont nu in Amerika. Ik heb ook even contact gehad met een Amerikaanse familie, de familie-Martinez.

240713_beatrice de lavalette_olympische vlam_closecfacebook.jpg

Facebook

| Beatrice de Lavalette, slachtoffer van de aanslag in Zaventem, was De Bruckers eerste patiënt op 22 maart 2016. Acht jaar later nam zij tijdens de Paralympische Spelen in Parijs deel aan het paardrijden (archiefbeeld).

Ik ken nog heel veel andere gezichten van die dag, soms met een naam bij, maar ik moet zeggen dat ik ook veel ben vergeten. Dat zijn echte black-outs. Ik heb die eerste 48 uren niet geslapen en vijf dagen gekampeerd in het ziekenhuis. Je leeft op adrenaline.

De algemene sfeer staat natuurlijk in mijn geheugen gegrift, maar er zijn patiënten waarvan ik niets meer weet. Hun naam zegt me niets en de herinnering is weg, maar zij weten het wel nog. Het staat zelfs in nota’s die ik zelf heb geschreven en ondertekend. Ik was zodanig bezig dat ik pas op vrijdag of zaterdag naar huis ben gegaan. Pas twee weken later had ik wat verlof. Toen heb ik alleen maar geslapen.

Kent u zorgverleners die het na de aanslagen mentaal moeilijk hebben gehad?

De Brucker: Persoonlijk niet, en ik heb er zelf ook geen last van gehad. In de geneeskunde word je aangeleerd om je niet al het leed van anderen aan te trekken. Anders houd je de job niet vol.

Je verhaal kunnen vertellen en ventileren, dat is het belangrijkste. Dat kon ik bij mijn vrienden en familie zeker. Ik zie die dagen vooral als bagage voor mijn latere carrière: ik heb zowel de Roemeense discotheekbrand als de aanslagen in Brussel vanop de eerste rij meegemaakt. Dat zal ik nooit vergeten.

In het onderzoek naar de aanslagen bleek dat de terroristen ook het Militair Hospitaal zélf als doelwit in gedachten hadden. Heeft die dreiging u ooit beziggehouden?

De Brucker: Het gaf me een vreemd gevoel dat ik een slachtoffer had kunnen zijn, maar als je daarbij stil blijft staan, ga je in een hoekje kruipen en doe je niets meer. Dat is net wat terroristen willen: ons bang maken en paniek zaaien. Ik ga er nog altijd van uit dat onze nationale veiligheidsdiensten voldoende geïnformeerd zijn en onze veiligheid garanderen.

“Dat zoveel mensen zijn vermoord, mag niet stilzwijgend voorbijgaan. Maar weet jij waar het herdenkingsmonument voor de aanslagen staat op Brussels Airport?”

Ben De Brucker

Plastisch chirurg en oud-assistent in het Militair Hospitaal

Ik heb daarom ook niet te veel stilgestaan bij het radicalisme achter de aanslagen. Die daders zijn voor mij beesten onder elkaar. Doorgedraaide mafkezen. Het had niets te maken met religie.

Ik vond het terreurproces dan ook één grote show. Ik heb het niet intensief gevolgd, want ik heb geen enkele interesse om naar Salah Abdeslam te luisteren. Die man moet gewoon levenslang veroordeeld worden. Voor dat soort mensen mag van mij de doodstraf weer worden ingevoerd.

U heeft nooit getwijfeld om zelf te getuigen of u burgerlijke partij te stellen?

De Brucker: Neen, waarom? Ik heb geen schade geleden zoals anderen. Ik vind wel dat we over de aanslagen moeten blijven praten. Er is in de nasleep van de aanslagen dikwijls naar kolonels of diensthoofden geluisterd, maar niet per se naar mensen zoals ik die de eerste zorgen hebben toegediend.

Iedereen ziet de beelden van 9/11 in de Verenigde Staten nog helder voor zich. Wel, dat geldt voor mij ook voor de aanslagen in Parijs in 2015 en die van Brussel in 2016. Dat zoveel mensen zijn vermoord, mag niet stilzwijgend voorbijgaan.

Er is effectief veel veranderd, denk maar aan veiligheidsmaatregelen op de luchthaven. Maar weet jij waar het herdenkingsmonument voor de aanslagen staat op Brussels Airport? Misschien vindt de luchthaven dat slechte reclame, maar het is nu eenmaal gebeurd. Ik denk dat iedereen aan wie je het zou vragen er voorstander van is om dat nooit te vergeten.

260304_Ben De Brucker_plastisch chirurg Sano Clinic Meise_hulpverlener aanslagen

BRUZZ

10 jaar na de aanslagen

Op 22 maart is het tien jaar geleden dat ons land in 2016 werd opgeschrikt door aanslagen in de vertrekhal van Brussels Airport en in metrostation Maalbeek.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Neder-Over-Heembeek , Samenleving , Gezondheid , 10 jaar na de aanslagen , Ben De Brucker , militair hospitaal , brandwondencentrum , Beatrice de Lavalette