Het Brussels Gewest bindt de strijd aan met de immense afvalberg aan kledij. Zo is er de Textile Recycling Expo eind deze maand, maakt een nieuw Anderlechts bedrijf van afgedankte kleren isolatiematerialen voor de bouw en denkt de Brusselse regering erover om zelf de ophaling van textielafval aan huis te organiseren.
©
Shutterstock
| Textielberg
Naaigaren dat smelt bij hoge temperaturen en zo de recyclage van je oude kleren vergemakkelijkt. Een AI-scanner die herbruikbaar textiel detecteert, er meteen een prijskaartje op kleeft en zo het sorteerproces stroomlijnt. Stoffen van schimmeldraden, petflessen, afgedankt katoen of andere lompen. Je kunt het zo gek niet bedenken of er bestaat een innovatief plan om de textielindustrie, die kampt met een enorm afvalprobleem, uit het slop te halen.
De veelbelovendste ideeën, waaronder de Brusselse ondernemingen Resortecs (het naaigaren) en Trosort (de AI-scanner), zijn volgende week te ontdekken tijdens de Textile Recycling Expo op 24 en 25 juni. Die prestigieuze internationale beurs strijkt voor de tweede keer neer in Brussels Expo, na een “bijzonder succesvolle eerste editie”, vertelt de Britse marketingmanager Isobel Ree. “Het is de eerste conferentie ter wereld die zich volledig toelegt op de recyclagemogelijkheden van textiel. Vorig jaar kwamen er ruim drieduizend bezoekers uit 62 landen op af.”
“Brussel is een logische bestemming, omdat we zo dicht mogelijk bij de Europese besluitvorming willen zitten", zegt Ree, die zelf niet in Brussel woont. "Het Europese beleid weegt heel hard op de duurzame ambities van bedrijven. Twaalf van de ruim 150 standhouders zijn Belgisch, drie daarvan hebben hun hoofdzetel in Brussel. De meeste standhouders komen van ver."
Nog maar een maand geleden stelde een nieuwe veelbelovende Brusselse onderneming zich voor op de evenementensite Circularium in Kuregem. IsoFabric wil de overmaat aan textiel tegengaan door isolatiemateriaal te maken van afgedankte kleren uit Brusselse kledingcontainers. Daarmee wil het bedrijf het Brusselse patrimonium verbouwen.
Schoolgebouwen isoleren
IsoFabric laat zijn isolatiemateriaal vandaag nog maken in Noord-Frankrijk, maar wil op termijn de productie naar Brussel halen. “Dat vraagt aanzienlijke investeringen”, zegt Adrien Liénard van IsoFabric. “Een volledige productielijn kost minstens 10 miljoen euro. Momenteel zoeken we naar financiering en vragen we subsidies aan, onder meer bij het Brussels Gewest.”
Brussels parlementslid Mounir Laarissi (Les Engagés), die aanwezig was op de voorstelling, vindt dat een uitstekend idee. “Er zijn genoeg scholen die we nog moeten isoleren, laten we dat met Brusselse grondstoffen doen.”
Ook de Brusselse minister van Economie Laurent Hublet (Les Engagés) en staatssecretaris voor Leefmilieu en Klimaat Ans Persoons (Vooruit.brussels), die allebei een kortere acte de présence maakten bij IsoFabric, bleken enthousiast.
Ondanks alle schouderklopjes staat IsoFabric niet op de recyclagebeurs op 24 en 25 juni. “We komen wel als bezoeker”, zegt Liénard. “De beurzen waar wij standhouder zijn, zijn eerder gericht op de bouwsector.” Wat hij daar niet bij vermeldt: in tegenstelling tot IsoFabric maken de meeste standhouders op de recyclagebeurs nieuw textiel van oude kleren. Wat IsoFabric doet, is technisch gezien een vorm van downcycling: je neemt een hoogwaardig product zoals een kledingstuk en maakt er een laagwaardig materiaal van, zoals isolatiemateriaal.
“Mensen sensibiliseren en informeren over wat ze kopen is voor mij fundamenteel"
Staatssecretaris Brusselse regering
“Er zijn al genoeg kleren”, verdedigt Johannes Eneman die keuze. Hij is de textielverantwoordelijke voor Oxfam in het sorteercentrum in Haren en al even enthousiast over de recente samenwerking met IsoFabric. “Oud textiel is jarenlang gebruikt als autovulling. De oplossing van IsoFabric staat wat mij betreft op dezelfde hoogte. Het gaat om langdurig hergebruik: als isolatie of vulling blijven kleren nog decennialang in gebruik. Voor mij is de term 'downcycling' verkeerd: een materiaal langdurig anders gebruiken dan waar het oorspronkelijk voor bedoeld was, is niet minderwaardig."
Kleding van kleding maken hebben de ondernemers achter IsoFabric nooit overwogen. “Onze kennis en competenties zitten elders”, zegt Liénard. “Het is te duur en er is amper vraag naar gerecycleerd textiel. We hebben voor een andere oplossing gekozen. De problematiek van de textielcrisis is breed en moet aan de bron aangepakt worden: er komen te veel kleren op de markt van steeds mindere kwaliteit. Dat moeten we afremmen.”
Vijfduizend ton textiel per jaar
Dat de Belgische en vooral de Brusselse tweedehandstextielindustrie in zwaar weer zit, is een understatement. Jaarlijks doneren Brusselaars vijfduizend ton textiel. Daar zit meer afval in dan voorheen: het aandeel textiel dat niet eens meer recycleerbaar is, steeg van 12,3 procent in 2018 naar 19,2 procent in 2024. “Dat doet de kosten natuurlijk enorm stijgen”, leerde staatssecretaris Persoons uit gesprekken met de sector. “Vroeger kregen textielinzamelaars gemiddeld 0,10 euro per kilogram textiel, nu kost een kilo hen 0,01 euro.”
“Ik wik en weeg mijn woorden, maar we balanceren wel degelijk op de rand van de afgrond”, vertelt Franck Kerckhof van Res-sources, de koepelorganisatie van socialetweedehandsinzamelaars in Brussel en Wallonië, in Kuregem. “Onze inzamelaars betalen de rekening van alle slechte kwaliteit die er verkocht wordt.”
Eind 2024 vielen er 21 ontslagen bij Spullenhulp. Oxfam zit evenzeer in zwaar weer: in De Morgen dreigde Eneman ermee de handdoek in de ring te gooien in Brussel. Nadien liet communicatieverantwoordelijke Belinda Torres Leclercq aan BRUZZ weten dat opgeven nog niet aan de orde is. “Het water staat ons, en heel de sector, aan de lippen, maar we denken er nog niet aan om te stoppen.”
Dat het zo lang duurde voor er een Brusselse regering werd gevormd, heeft de kwestie geen deugd gedaan. Het Waals Gewest besliste vorige zomer al om de sociale economie te ondersteunen: per ton die ze ophalen, krijgen ze sinds juli 151 euro steun. Ook heeft Wallonië loodsen gehuurd om de toevloed van al dat textiel in op te slaan. Res-sources, de koepelorganisatie van de Franstalige textielinzamelaars, klopte met dezelfde vraag in Brussel aan. Een antwoord bleef uit, tot er in december uiteindelijk witte rook kwam.
Van loodsen huren is er geen sprake. “Daarvoor is er te weinig plaats in het gewest”, zegt staatssecretaris Persoons, die zich de afgelopen weken vastbeet in het dossier. Wél besliste de Brusselse regering om voor het jaar 2025 retroactief 144 euro steun te betalen per ton herbruikbaar textiel, goed voor een totaalbedrag van 676.347 euro aan “restbudgetten die niet opgebruikt waren tegen het einde van het jaar”.
Vlaanderen besliste om geen bijkomende steunmaatregelen te nemen voor de inzameling van textiel. Brussel deed die geste wel, maar de totale steun ligt beduidend lager dan in Wallonië, duidt Kerckhof van de koepelorganisatie. “We hadden een copy-paste van hun steunmaatregelen gevraagd. In tegenstelling tot in Wallonië ondersteunt Brussel enkel opgehaalde kledij die nog draagbaar is. Door de dalende kwaliteit wordt die fractie steeds beperkter. De Waalse regering steunt 100 procent van de ingezamelde goederen. In Brussel kunnen we slechts 10 procent lokaal hergebruiken. Tel je daar de export bij, dan zitten we aan maximaal 50 procent, minder dan de helft dus. In het Waals Gewest blijft de steun bovendien doorlopen, in Brussel is er voor 2026 nog geen beslissing genomen.”
Persoons vindt het maar logisch dat er enkel steun komt voor herbruikbaar textiel. “Anders subsidieer je indirect afvalverbranding. Dat kan niet de bedoeling zijn.” De staatssecretaris benadrukt dat de gesprekken voor verdere ondersteuning volop lopen. “De beslissing is nog niet genomen.” Wel erkent ze dat inzamelaars het lastiger hebben in Brussel dan in andere gewesten. “De stad heeft een groot probleem met netheid”, geeft ze grif toe. “Soms worden kledingcontainers weggehaald omdat ze zwerfvuil aantrekken.” Het idee is nu om de containers te hergroeperen in de buurt van glasbollen, maar ook die plaatsen trekken afval aan.
De meest veelbelovende ideeën om textiel te verwerken, zijn volgende week te ontdekken tijdens de Textile Recycling Expo op 24 en 25 juni aan de Heizel
Om sluikstorten te vermijden, opteren diverse gemeenten in Vlaanderen, zoals Dilbeek, ervoor om géén textielcontainers meer te plaatsen, maar over te schakelen naar ophaling aan huis. “Dat is een piste die we onderzoeken, samen met afvalophaler Net Brussel”, zegt Persoons daarover. “Huis-aan-huisophalingen kosten echter veel geld, dat hebben we nu net niet in overvloed in Brussel. En zelfs als we de kleren aan huis zouden ophalen: de textielbedrijven moeten ze nog altijd sorteren. Daarmee alleen is de crisis niet opgelost.”
Huis-aan-huisophalingen leveren bovendien gemiddeld de helft minder textiel op. Tegelijk kan het leiden tot nog meer afval op straat, omdat Brusselaars niet willen wachten op een ophaling om hun textielafval weg te doen. “Dat afval wordt vaak zwerfvuil”, zegt Persoons. “Ook dat kan niet de bedoeling zijn.”
Een andere optie is dat Net Brussel een deel van de inzameling zou overnemen. “Zo kan het de sociale economie ontlasten”, hoopt Persoons. Kerckhof noemt dat een interessante opportuniteit, maar hoopt dat Net Brussel geen graantje wil meepikken van de opbrengsten. “De kleren behoren nog steeds de sociale economie toe”, vindt hij. “En wat met onze ophalers? Zal Net Brussel hen in dienst nemen?”
'Kledingbedrijven moeten betalen'
De Brusselse bevolking met de vinger wijzen voor de crisis wil Persoons hoegenaamd niet doen. “Mensen sensibiliseren en informeren over wat ze kopen is voor mij fundamenteel. Tegelijk trekken slechts weinig mensen zich iets aan van de duurzaamheid van hun kleren. In een stad als Brussel zijn mensen bezig met overleven. De prijs van een kledingstuk is allesbepalend.”
Niet enkel fast fashion, maar ook tweedehands is – meestal toch – spotgoedkoop. En dat heeft Brussel, de Hoogstraat en omliggende straten in het achterhoofd, in overvloed. Persoons geeft toe dat ze eerder dit jaar best verbaasd reageerde op de noodkreten van tweedehandsinzamelaars. “Ik heb zelf jonge dochters, zij hebben veel interesse in tweedehandskleren. Vintage winkels schieten als paddenstoelen uit de grond. Pas in gesprek met de sector werd duidelijk dat het ophalen van textiel haast verlieslatend geworden is. De Brusselse regering wil zeker helpen, maar de beslissing over een voortzetting van de steun uit 2025 is nog niet rond.”
De overheid mag dan willen bijspringen, zij is niet diegene die het afvalprobleem gecreëerd heeft. Kerckhof hoopt dan ook dat de kledingbedrijven, die een overvloed aan textiel op de markt brengen, betalen voor de ophaling en inzameling van hun afval. Die intentie is er wel degelijk: de EU verplicht kledingmerken een afvalbijdrage te betalen per kledingstuk dat zij verkopen, vergelijkbaar met de Recupel-bijdrage voor elektronische apparaten. Alleen wordt die wet op de 'uitgebreide producentenverantwoordelijkheid' in België pas uitgerold in 2028.
Spullenhulp roept op om de wet dit jaar al in te voeren. “Alleen zo kun je inzamelaars écht ondersteunen”, mailt woordvoerder Claudia Van Innis. In Nederland en Frankrijk is de wet er al. “Kledingproducenten staan er niet voor te springen om mee te betalen”, duidt Persoons. “Er wordt veel gelobbyd om de wet zo laat mogelijk in te voeren.” Dat de sociale economie hierdoor klappen krijgt, daar kan de staatssecretaris niet bij.
Zonder extra ondersteuning trekken de inzamelaars het niet meer, vreest Kerckhof. “Nochtans hebben we een belangrijke maatschappelijke functie: we verwerken textielafval en we stellen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt tewerk. Eender welke andere ondernemer die met zo'n crisis geconfronteerd wordt, zou er al lang mee gestopt zijn.”
Lees meer over: Brussel , Samenleving , textiel , textielafval , tweedehands , Ans Persoons , IsoFabric
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.