Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Bart Dewaele

| Lisa De Visscher, bouwmeester in Brussel

Interview

Bouwmeester Lisa De Visscher: 'Brussel moet hoger bouwen'

Kris Hendrickx, Steven Van Garsse
© BRUZZ
16/04/2026

Met Lisa De Visscher heeft Brussel sinds enkele maanden een nieuwe bouwmeester. Ook voor haar was het wachten op een nieuwe regering, maar nu die er is, heeft ze een oriëntatienota klaar waarmee ze tegen 2030 haar stempel wil drukken op het stedelijke weefsel in Brussel, ondanks een bouwsector in crisis. “Brussel moet een sprong maken in de bouw van betaalbare woningen.”

De overheid zit op droog zaad, maar ook de private bouwsector gaat het niet voor de wind. Met de oorlog in het Midden-Oosten dreigen de materialen weer duurder te worden en de bouwsector deelde al in de klappen toen de oorlog in Oekraïne uitbrak. Grote relevante bouwprojecten riskeren bijgevolg uit te blijven de komende jaren.

Dat maakt Lisa De Visscher, de nieuwe Brusselse bouwmeester, echter niet minder strijdbaar. Ze gelooft dat ze het verschil kan maken de komende vijf jaar. Na twee mandaten van Kristiaan Borret, die met zijn eigenzinnige aanpak wel verdeeldheid opriep, wil De Visscher nu vooral de verbinding aangaan met de actoren op het terrein.

U woont zelf in Sint-Joost. Bepaalt dat uw kijk op de stad?

Lisa De Visscher: Sint-Joost is een compacte, dichtbevolkte gemeente, maar ik kijk uit op een mooie square. Dat scheelt. Licht en zicht zijn misschien wel de meest onderschatte kenmerken van de woonkwaliteit.

Brussel heeft sowieso relatief weinig vergezichten. We hebben ook geen grote rivier zoals in Antwerpen waar je over kunt kijken. Reden te meer om aandacht te besteden aan de buitenruimtes. Als je in een klein appartement woont en je hebt een terras met een mooi uitzicht, dan kun je toch kwalitatief wonen.

Veel mensen willen groot wonen, en met een tuin. Maar in de stad is de ruimte beperkt, en we hebben veel nieuwe woningen nodig, en voldoende openbare ruimte. Dan rijst de vraag: hoe doe je dat? Dat is een van de grote uitdagingen voor Brussel.

U was acht jaar lang hoofdredacteur van het architectuurtijdschrift A+. Was u niet liever architecte geworden, met een eigen bureau?

De Visscher: Het klopt dat dat heel erg in de architectenopleiding zit: je eigen bureau oprichten als summum van je carrière. Ik doceer zelf en probeer tegen die opvatting in mijn lessen wat tegengewicht te bieden. Niet alle architecten kunnen een eigen bureau oprichten. Daarvoor is ons land te klein. Ik vind dat het juist erg belangrijk is dat er ook goeie architecten op andere plekken zitten, zoals bijvoorbeeld in administraties. Die moeten de dialoog aangaan met de ontwerpers van de stad.

Het is u wel verweten: u bent bouwmeester geworden, maar zonder een lange carrière in het veld. U hebt nog niet eens een bouwaanvraag ingediend, klonk het smalend.

De Visscher: Een bureau in eigen naam hebben was geen voorwaarde om bouwmeester te worden, ik zie het probleem niet. Een visie ontwikkelen over architectuur vraagt meer dan de puur technische kant. En los daarvan, ik heb wel degelijk bouwaanvragen ingediend, zij het niet in Brussel.

"Er was een tijd dat het geld kon rollen, zowel in de private als de publieke sector. Vandaag is de kraan dichtgedraaid"

Is Brussel een interessante plek om bouwmeester te zijn?

De Visscher: Het is de meest fantastische plek. Het is mijn stad, waar ik al twintig jaar heel graag woon. Een stad die ik blijf ontdekken. Het is bovendien de grootste stad in België.

Het is daarnaast een interessante plek omdat je op een beperkte ruimte heel veel moet realiseren voor een diverse bevolking. Er ligt dus veel werk op de plank, zeker omdat Brussel een sprong moet maken in de bouw van betaalbare woningen.

Waar wil u het verschil maken met uw voorganger?

De Visscher: Ik ga in de eerste plaats voor continuïteit. Ik wil zeker geen radicale breuk met het verleden. Kristiaan Borret, de vorige bouwmeester, heeft uitstekend werk geleverd. Hij heeft heel interessante instrumenten ontwikkeld, waarmee ik verder aan de slag kan.

Anderzijds is de context helemaal anders. Er was een tijd dat het geld kon rollen, zowel in de private als de publieke sector. Vandaag is de kraan dichtgedraaid. Er is nog nauwelijks budget, tenzij voor enkele welbepaalde projecten.

Kun je dan wel impact hebben?

De Visscher: Zeker, want er zijn nog projecten die lopen. Het zijn dossiers waar ik op kan wegen, bijvoorbeeld in de ontwikkeling van de Zuidwijk.

Verder kan ik een verbindende rol spelen. Er zijn veel spanningen binnen de sector. Als bouwmeester ben ik, vanwege mijn onafhankelijkheid, goed geplaatst om actoren rond de tafel te brengen in complexe dossiers met tegenstrijdige belangen.

Bij sommige Franstaligen voel je veel weerstand tegen het idee van een bouwmeester. Er is zelfs voorgesteld om die te vervangen door een soort van college. Loopt er een communautaire breuklijn door dat debat?

De Visscher: Het bouwmeesterschap is inderdaad uit Nederland overgewaaid, waar al begin vorige eeuw de eerste Rijksbouwmeester werd aangesteld. Later is Vlaanderen gevolgd, onder impuls van minister Wivina Demeester (CD&V), om dan in 2009 in Brussel te zijn ingevoerd.

En daarnaast ben ik Vlaming, net als mijn voorganger. Daar kan ik niet veel aan veranderen.

Maar in mijn contacten merk ik dat de reserve bij Franstaligen tegenover de bouwmeester er vandaag niet meer is. Het heeft er misschien mee te maken dat ik de Franstalige wereld goed ken. Ik geef vijftien jaar les in Luik, heb zeven jaar in Frankrijk gewoond. Ik ken de taal, en de cultuur.

6c6fb27d-brz202604221976lisadevisscher3cbartdewaele.jpg

Bart Dewaele

| "Je moet open ruimte niet tegenover woningen zetten. Beide zijn nodig. Je lost dat op door hoger te bouwen"

Waar wil u inhoudelijk op wegen?

De Visscher: Ik wil zeker inzetten op de openbare ruimte. Als bouwmeester zou ik daar ook mijn zeg over willen doen. In tegenstelling tot wat men zou verwachten is voor grote ingrepen in de openbare ruimte geen advies van de bouwmeester nodig. Ik pleit ervoor om dat te veranderen.

U wil werk maken van betaalbare woningen. Ook de vorige regering heeft daar, na jaren van stilstand, echt werk van willen maken, maar vandaag is het geld op. Wat nu?

De Visscher: Wij, als team bouwmeester, bouwen zelf niet, en hebben er de centen niet voor. Andere actoren doen dat wel, zoals de sociale huisvestingsmaatschappijen, de OCMW’s of citydev. Het klopt dat ook daar gesnoeid wordt, zelfs al is de situatie nu beter dan toen er nog geen nieuwe Brusselse regering was.

Het komt er dus op aan om ook met de privé samen te werken. Belangrijk is daar dat er goede afspraken worden gemaakt. Neem nu het Cityforward-project, waarbij in de Europese wijk in voormalige EU-gebouwen 25 procent woningen worden voorzien. Dat is best veel voor een kantoorwijk. Daarvan gaat nog eens een kwart naar sociale woningen. Dat is fantastisch. Maar wat blijkt? Er zijn geen duidelijke prijsafspraken gemaakt, waardoor de promotor de sociale woningen wil verkopen voor een prijs die de socialehuisvestingsmaatschappijen vandaag niet meer kunnen betalen. Dat is een gemiste kans, waar we uit moeten leren.

De voorbije legislatuur was er een flinke tegenstelling tussen socialisten, die meer woningen willen, en groenen en liberalen, die open ruimte en biodiversiteit willen vrijwaren. Hoe kijkt u daarnaar?

De Visscher: Het is een valse tegenstelling. Je moet open ruimte niet tegenover woningen zetten. Beide zijn nodig. Je lost dat op door hoger te bouwen, waarbij je toch meer mensen kunt laten wonen, én open ruimte kunt behouden.

Dat is makkelijk gezegd. Waar wil u dan verdichten?

De Visscher: Je moet kijken waar het mogelijk is. Sint-Joost bijvoorbeeld is al een dense gemeente, maar het is vandaag een dichtheid die geen kwaliteit biedt, omdat de mensen er met velen in die typische huizen wonen en de straten smal zijn.

Soms moet je sommige taboes laten vallen en durven te kijken naar de gemeenten die wat verder van het centrum liggen. Niet om torens te bouwen, maar wel appartementen van zeven bouwlagen bijvoorbeeld.

Die komen er dan in nieuw aan te snijden gebieden. Dan krijg je toch opnieuw dezelfde discussie, niet?

De Visscher: Er zijn wel degelijk geschikte plekken. Het station van Bosvoorde bijvoorbeeld. Ik zal me hier misschien niet populair mee maken, maar de NMBS-werf is bijna klaar. Het is een knooppunt van openbaar vervoer, met trein, tram en bus. Daar ligt een terrein, vlak aan het station, waar je perfect woningen kunt bouwen, aangevuld met kantoren en voorzieningen. Open ruimte moet je er niet bijmaken, want het Tournay-Solvaypark en het Zoniënwoud liggen vlakbij.

Ook in Evere kan het, daar is nog restruimte. En dan zijn er nog verlaten kantoorgebouwen in de tweede kroon, waar woningen kunnen komen. Opties genoeg dus.

Wanneer is voor u uw mandaat geslaagd?

De Visscher: Het zal misschien moeilijk zijn om op korte termijn grote projecten te realiseren. Dat besef ik. Voor mij is mijn mandaat geslaagd als ik in de moeilijke context waarin we ons nu bevinden, toch opportuniteiten heb kunnen vinden, door bijvoorbeeld projecten die al jaren sluimeren nieuw leven in te blazen.

Is de moeilijke context ook niet politiek? U moet samenwerken met de MR die al jaren flink wat kritiek heeft op het bouwmeesterschap.

De Visscher: Daar maak ik me voorlopig niet veel zorgen over. Ik heb een goed contact met staatssecretaris Audrey Henry (MR), die mijn voogdijminister is. Ik voel me prima ondersteund en we begrijpen elkaar.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Samenleving , bouwmeester , Lisa De Visscher