Het burgercollectief Brussel (Pou)belle zette het thema netheid in sneltempo opnieuw hoog op de agenda. “In 2030 wordt België tweehonderd jaar. Een prima moment om tegen dan een netheidsbeleid te hebben dat in alle Brusselse wijken zichtbaar resultaat oplevert”, zegt initiatiefnemer Jonathan De Jonck.
©
Saskia Vanderstichele
| Jonathan De Jonck van burgercollectief Brussel (Pou)belle
Brussel (Pou)belle: 'Vuilniszakken op straat is niet meer van deze tijd'
Het is een trieste paradox: werkelijk iedereen wil een properder Brussel, netheid staat al decennia hoog op de politieke agenda – nu ook weer in het regeerakkoord – maar toch blijft het vuil. Meer nog, ondanks die aandacht, lijkt Brussel er alleen maar vuiler op te worden.
Enkele burgers waren dat hartsgrondig beu en richtten voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2024 het burgercollectief Brussel (Pou)belle op. Sindsdien lopen ze de deuren plat bij gemeentebesturen en het Gewest om te lobbyen voor hun zaak. Ze stimuleren onderzoek, en sensibiliseren rond netheid. Dat Brussel vies is, is geen fataliteit, vindt Brussel (Pou)belle. Er valt wel degelijk wat aan te doen.
“Cijfers hebben we niet, maar we bengelen vast en zeker ergens onderaan in het klassement van Europese steden”, zegt Jonathan De Jonck van het collectief. “Je kunt het vergelijken met een hotelkamer die spic en span is. Niemand zal zeggen: 'Wauw, wat is het proper.' Zo hoort het immers, maar als het bed niet opgemaakt is en in het vuilnisbakje ligt nog afval van de vorige hotelgast, dan zeg je wel dat het niet oké is. Zo is het ook met Brussel.”
“We zijn de boer opgegaan om handtekeningen te verzamelen voor een burgervoorstel voor het Brussels parlement. Het was meteen duidelijk hoe makkelijk het was om hierover een gesprek aan te knopen. Jong en oud, toeristen, Brusselaars, expats ... iedereen had er wat over te zeggen. Van de honderden mensen die we spraken was er maar één die Brussel best wel proper vond. Dat was dan ook een vreemd gesprek.”
Brussel is een heel diverse stad, maar ook een stad met verschillende snelheden, met rijke en arme wijken. Hoe krijg je zo'n stad dan proper?
Jonathan De Jonck: Diversiteit is een grote rijkdom, maar ook een uitdaging die specifieke oplossingen, soms op wijkniveau, vereist. Dat mag echter geen obstakel zijn om de netheid aan te pakken. Ook andere steden slagen daarin, Wenen bijvoorbeeld. Of je nu rijk bent of arm, uit Zuid-Amerika of Azië komt, of uit Vlaanderen of Wallonië, ik geloof heel sterk dat iedereen wil leven in een stad die aangenaam is, voor jezelf, voor je kinderen.
De diversiteit van de stad vertolkt zich dus niet in wat mensen willen, want zij willen allemaal hetzelfde: een nette stad. Dat geldt ook voor het politieke spectrum: van links tot rechts, Frans- of Nederlandstaligen, alle partijen zetten het bovenaan hun prioriteitenlijstje. Het komt er nu op aan van die prioriteit een realiteit te maken.
Dus: hoe pak je het dan aan?
De Jonck: We schuiven zelf een aantal oplossingen naar voren. Te beginnen met een administratieve vereenvoudiging. De negentien gemeenten, Net Brussel, Leefmilieu Brussel, NMBS, MIVB, Brussel Mobiliteit, allemaal zijn ze bevoegd voor de netheid van een stukje van de stad, maar er is geen eindverantwoordelijke en voor burgers is het zeer onduidelijk wie ze moeten aanspreken. Al te vaak wijzen de verschillende overheden naar elkaar. Daarom is er een reset nodig.
Daarnaast is educatie en sensibilisering belangrijk. Brussel telt veel nieuwkomers, heeft een enorme turn-over. Door de verhuisbewegingen wordt in twintig jaar tijd haast de hele Brusselse populatie vervangen. Dat vraagt een permanente sensibilisering. Coca-Cola stopt ook niet na één marketingcampagne, maar lanceert er voortdurend. Al meer dan honderd jaar.
Een schepen vertelde ons hoe het binnen een Zuid-Amerikaanse gemeenschap in een bepaalde wijk de gewoonte was om het huishoudelijk afval in kleine zakjes buiten te zetten op de hoek van de straat, dat was zonder kwade bedoelingen, ze was gewoon slecht geïnformeerd. Daar moet je dan op sensibiliseren, in verschillende talen.
©
Saskia Vanderstichele
| Jonathan Dejonck: "Brussel heeft een echte minister van Netheid nodig"
Het nieuwe regeerakkoord zet repressie voorop, met een lik-op-stukbeleid. Een goed idee?
De Jonck: Zeker. De regels afdwingen is nodig. Het wettelijke kader is voorhanden.
Door de afvalophaling in Brussel, met vijf verschillende zakken, liggen de straten er vaak vuil bij. De nieuwe regering geeft een aanzet om ondergrondse containers te bouwen. Kunnen die soelaas brengen?
De Jonck: Vuilniszakken op straat, dat is niet meer van deze tijd. Andere steden kappen ermee en stappen over op containers. Ondergronds waar het kan – dat komt met een stevig prijskaartje, maar het is een investering voor de toekomst – en bovengronds waar het anders niet mogelijk is.
Dat levert niet alleen nettere straten op, maar mensen kunnen 24/7 hun afval kwijt, op het moment dat het voor hen nodig is. Mensen wonen vaak klein, je kunt niet verwachten dat ze al die zakken stockeren.
Mooie voorstellen, maar ze kosten handenvol geld. Is het dan wel realistisch?
De Jonck: Er worden in Brussel jaarlijks honderden miljoenen uitgegeven aan netheid, maar de resultaten zijn er niet. Wij geloven dat het efficiënter kan. Geld kan het probleem niet zijn. Het moet wél beter worden ingezet.
En wat de containers betreft. Om die voor heel Brussel te voorzien is een investering van zo'n 260 miljoen euro nodig. Met de vier miljoen per jaar die nu is uitgetrokken door de regering-Dilliès, zijn we nog decennia bezig. Het is wel een goed begin, en als het een succes is, kan er opgeschaald worden.
De vorige minister Alain Maron (Ecolo) was er een koele minnaar van: de containers trekken vuil aan.
De Jonck: Dat klopt. Dat zien we nu al aan glascontainers. Moet dat zo zijn? Ik denk het niet. Met camera's kun je dat deels oplossen, maar je moet ook werken aan de andere grondoorzaken. Containers alleen zijn niet de silver bullet, ze kunnen enkel succesvol zijn als er ook in parallel gewerkt wordt aan sensibilisering, handhaving, administratieve vereenvoudiging.
"Een stapeltje boeken buiten zetten, met een bordje 'A donner', voor mij is dat sluikstorten"
Een CD&V-politica zei ooit: “Brussel is niet vuil, de Brusselaars zijn vuil.” Misschien wat kort door bocht, maar is er niet iets van aan?
De Jonck: De stad is by default niet vuil, het afval komt van mensen. Of dat altijd Brusselaars zijn, valt dan weer te betwijfelen, maar waar het al vuil is, zijn mensen minder geneigd om het proper te houden. Het is die vicieuze cirkel die we moeten doorbreken.
De regering wil met camera's sluikstorten bestrijden. Voor je het weet, hangt de hele stad vol camera's.
De Jonck: Repressie kan ook op een andere manier, bijvoorbeeld door meer lokale ambtenaren de bevoegdheid te geven om vaststellingen te doen. Of waarom geen jobstudenten inzetten om vuil te signaleren? En er bestaan intussen ook slimme camera's die 'zien' wanneer er objecten in de openbare ruimte worden geplaatst, en die doelgericht en vaak kortstondig op probleemplaatsen worden ingezet. Het is een investering die zichzelf terugbetaalt en die weinig ingrijpt in de privacy.
Het blijft soms dweilen met de kraan open. Wie van Docks aan Van Praet naar Vilvoorde rijdt, ziet het ene sluikstort na het andere verschijnen. Vooral bouwafval.
De Jonck: Dat is echte criminaliteit, een misdrijf gepleegd vanuit een commercieel gewin, om de kosten voor het containerpark te ontlopen. Daar heb ik weinig begrip voor. Die daders moeten fors worden aangepakt.
Typisch Brussels is om een kast of een stapeltje boeken buiten te zetten, met een bordje 'A donner'. Wat vinden jullie daarvan?
De Jonck: Ik ben daar nogal zwart-wit in. Voor mij is dat sluikstorten. Hergebruik, dat doe ik zelf ook, maar er zijn genoeg andere manieren om die spullen door te geven, via de kringloopwinkel of Brussel Verniet. De ene keer is het immers een stapel boeken, maar de volgende keer een koelkast vol met schimmel of een kapotte zetel.
Een radicaal en misschien contra-intuïtief voorstel is om het aantal openbare vuilnisbakken af te bouwen.
De Jonck: Als je naar Tokio gaat, een uiterst propere stad, dan zie je inderdaad heel weinig of zelfs geen publieke vuilnisbakken. Voor Brussel lijkt me dit next level. Het is een goed debat, maar het moet dan wel op het juiste moment gevoerd worden. Ik denk niet dat Brussel hier vandaag klaar voor is.
Jullie hebben ook koning Filip warm gemaakt voor het thema. Hij kwam naar Schaarbeek voor een bezoek en rondetafelgesprek. Hoe hebben jullie dat voor elkaar gekregen?
De Jonck: Het was vooral een initiatief van de koning. Na een productief gesprek met zijn kabinet volgde een bezoek aan Schaarbeek en een rondetafelgesprek. Koning Filip is bekommerd om het thema. Hij is tenslotte ook een inwoner van de stad, netheid is voor hem geen kers op de taart, maar een basisbouwsteen voor een goed functionerende en respectvolle maatschappij.
"Koning Filip is bekommerd om properheid. Hij is tenslotte ook een inwoner van de stad"
Binnenkort start een gemengde burgercommissie in het Brussels parlement over netheid, na een burgervoorstel van Brussel (Pou)belle. Wat verwachten jullie daarvan?
De Jonck: Het is redelijk uniek in de wereld dat parlementsleden en uitgelote burgers samen naar oplossingen zoeken. We geloven dat de burger bij uitstek een expert is in netheid. Iedereen beleeft het vuil in de straten, iedereen moet zijn afval beheren en vuilniszakken buitenzetten. De aanbevelingen van die commissie (verwacht begin juni, red.) zullen zeker nuttig zijn om het beleid van staatssecretaris Audrey Henry (MR) te voeden.
Was u zelf niet graag minister van Netheid geworden?
De Jonck: Ik had misschien geen neen gezegd (lacht). Laten we zeggen dat we hoopten dat de bevoegdheid zou worden toegekend aan een minister in plaats van een staatssecretaris. Maar veeleer nog aan iemand die er zijn of haar volledig politiek kapitaal tegenaan wil smijten. Hopelijk kan mevrouw Henry die verwachting invullen.
Na het interview volgt nog een zoektocht met de fotograaf naar een plekje voor de fotoshoot. Schaarbeek ziet er vandaag mooi opgeruimd uit, maar De Jonck trekt moeiteloos naar twee plekken waar het wél vies is, één aan een olieophaalpunt annex glascontainer én een ander onbestemd hoekje waar geregeld gesluikstort wordt.
Of hij nog zonder ergernis door de stad kan wandelen? “Wel, de frustratie is er toch op verminderd”, zegt hij. “Dankzij ons burgercollectief is de negatieve energie omgezet in hopelijk een positieve impact. We hebben toch al een aantal successen geboekt.”
“Ik vind het niet abnormaal me hiervoor in te zetten. In het algemeen ben ik niet voor passief burgerschap of de logica van 'burger als consument': 'Ik betaal belastingen, ik moet daar als burger een dienst voor terugkrijgen zonder zelf nog de handen uit de mouwen te steken.' Dat is niet hoe ik de samenleving zie. We behoren als burger zelf tot die samenleving. We zijn een deel van het probleem, én een deel van de oplossing. Ik vind dat als je als Brusselaar niet akkoord gaat, je ook een rol kunt opnemen in het debat, en je ergens voor kunt engageren. Dat is exact wat we doen met Brussel (Pou)belle.”
Lees meer over: Brussel , Samenleving , Jonathan De Jonck , burgercollectief , Brussel (Pou)belle
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.