Een eerste grootschalige monitoring toont aan dat de Brusselse OCMW's 3.007 uithuiszettingsdossier behandelden in de periode van 1 juli 2023 tot 30 juni 2024. Dat schrijft De Standaard.
©
Belga
| De Brusselse OCMW's behandelden 3.007 uithuiszettingsdossier in de periode van 1 juli 2023 tot 30 juni 2024.
Een eerste grootschalige monitoring toont aan dat de Brusselse OCMW's 3.007 uithuiszettingsdossier behandelden in de periode van 1 juli 2023 tot 30 juni 2024. Dat schrijft De Standaard.
In zestien Brusselse gemeenten zijn in één jaar tijd 3.007 dossiers rond gerechtelijke uithuiszettingen behandeld door de OCMW's. Dat blijkt uit een eerste grootschalige monitoring van perspective.brussels, het expertisecentrum voor regionale en territoriale ontwikkeling van het Brussels Gewest. De studie brengt voor het eerst in kaart hoe vaak OCMW's betrokken zijn bij uithuiszettingen, in een stad waar de huurcrisis al jaren zwaar weegt.
De cijfers gaan over de periode van 1 juli 2023 tot 30 juni 2024. Omgerekend gaat het om bijna 1 procent van de Brusselse huurdershuishoudens. “Dat is niet weinig”, vertelt Yves Van de Casteele van perspective.brussels. Hij voerde de studie mee uit. Een uithuiszetting betekent dat een huurder zijn woning moet verlaten na een gerechtelijke procedure. Vaak gebeurt dat omdat de huur niet meer betaald kan worden of omdat er een conflict is met de verhuurder. “De cijfers gaan hier alleen over dossiers die bij de OCMW's bekend zijn. Illegale uithuiszettingen, waarbij huurders zonder rechterlijke beslissing moeten vertrekken, zitten niet in de telling”, verduidelijkt Van de Casteele.
De studie past binnen de bredere Brusselse huisvestingscrisis. Het gewest kampt al langer met hoge huurprijzen, lange wachtlijsten voor sociale woningen en gezinnen die steeds moeilijker rondkomen. Bovendien is 62 procent van de Brusselse huishoudens huurder. Tot nu toe bestond er vooral onderzoek op basis van dossiers bij de vrederechter. Deze monitoring kijkt naar de rol van de OCMW's, die vaak als eerste met de sociale gevolgen van een dreigende uithuiszetting worden geconfronteerd.
Vooral in het noordwesten van Brussel liggen de cijfers hoog. Sint-Jans-Molenbeek, Ganshoren en Jette springen eruit. Opvallend is dat een laag inkomen niet alles verklaart. “Jette is gemiddeld welvarender dan sommige andere Brusselse gemeenten, maar kent toch relatief veel dossiers tegenover armere gemeenten. Armoede speelt dus zeker een rol, maar is niet de enige verklaring”, zegt Van de Casteele.
Volgens de studie kunnen OCMW's een groot verschil maken als bemiddelaar. Wanneer een OCMW contact kan leggen met de huurder, eindigt 55 procent van de dossiers met een voortzetting van de huur of met herhuisvesting. Zonder contact is dat 24 procent.
Ook het aandeel eenoudergezinnen valt op. Omdat vrouwen oververtegenwoordigd zijn binnen die groep, zien de onderzoekers hen mogelijk als een extra kwetsbare groep bij uithuiszettingen. “Het zou interessant zijn om binnen deze context meer onderzoek te doen naar het verband tussen gender en uithuiszettingen.”