Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

EC/BRUZZ

| Christelle Giovannetti raakte getroffen in metrostation Maalbeek op 22 maart 2016.

10 jaar na de aanslagen

Christelle Giovannetti ontpopte zich tot burgerheld: 'Ik ben mijn onbezonnenheid kwijt'

Eva Christiaens
© BRUZZ
14/03/2026

Tien jaar na de aanslagen in Zaventem en Maalbeek blikt BRUZZ terug op de impact en de nasleep van 22 maart. Vandaag: Christelle Giovannetti. Zij bevrijdde een ander slachtoffer, biedt nog altijd actief steun aan lotgenoten en zoekt sinds twee jaar het gesprek op met één van de daders. “We moeten aan kinderen die het niet hebben meegemaakt, tonen dat Brussel er bovenop is gekomen”.

Er zijn slachtoffers die zich weinig herinneren van de exacte explosies, maar Christelle Giovannetti weet het nog alsof het gisteren was. De vrouw uit Watermaal-Bosvoorde was in maart 2016 net dertig. Ze pendelde eigenlijk zelden met de metro. “Ik had één keer om de twee maanden een vergadering in het centrum. Die dag was ik al te laat, want mijn man was ziek geworden en ik had hem thuis nog even geholpen. Het was dus puur toeval dat ik op dat tijdstip langs Maalbeek passeerde.”

Om precies elf minuten over negen blies terrorist Khalid El Bakrouai zich daar op in het metrostel waarin Giovannetti zat. Hij deed dat in de tweede wagon, zij zat in de wagon ervoor. Ik heb hem dus totaal niet gezien. Ik heb de ontploffing niet eens gehoord in de klassieke zin van het woord. Ik herinner me wel een enorme vuurbal, een enorme luchtdruk en een oorverdovend lawaai”, vertelt ze.

Had u meteen door wat er gebeurde?
Christelle Giovannetti: Ja, want toen ik van huis vertrok was er al sprake van twee explosies in de luchthaven van Zaventem. Het was nog niet duidelijk of dat een aanslag was, maar zeker niet zomaar een gaslek. Toen ik die vuurbal zag, dacht ik dus meteen: ‘Het ontploft hier overal.’ Het voelde echt alsof de metro even werd opgetild om wat verder neer te smakken. Ik werd weggeslingerd en kwam weer hard op mijn stoel terecht. Het was een enorme schok.

“Ik was doodsbang toen ik zag dat er nog mensen leefden terwijl er overal vlammen oplaaiden. Ik dacht dat zij levend zouden verbranden.”

Christelle Giovannetti

Overleefde de aanslag in metrostation Maalbeek

Na de explosie had u kunnen vluchten, maar u bleef in het metrostation om anderen te helpen. Was dat een reflex?
Giovannetti: Op dat moment kon ik niet rationeel nadenken. Ik probeerde gewoon te verwerken wat ik om me heen zag. Er hing overal rook, mijn zicht was troebel en mijn oren suisden enorm. Ik voelde ook hoe mijn longen brandden door de giftige gassen die waren vrijgekomen.

Ik werd wel doodsbang toen ik zag dat er nog mensen leefden terwijl er overal vlammen oplaaiden. Ik dacht dat zij levend zouden verbranden. Ik ben dus zo snel mogelijk de wagon binnengegaan waar de bom was ontploft, heb daar brokstukken opgetild om iemand te bevrijden en het is me gelukt om die persoon uit de wagon te trekken. Ik heb nog twee andere mensen proberen redden, maar dat lukte me niet. Het was verschrikkelijk. Zodra ik zelf op straat toekwam, ben ik ingestort. Ik viel letterlijk neer op de stoep. Anderen hebben mij recht geholpen en later naar het Thon Hotel gebracht. Dat was als noodhospitaal ingericht.

De persoon die u bevrijdde was Orphée Vandenbussche, even oud als u. Zij herinnert zich niets van dat moment, vertelde ze tijdens het terreurproces.
Giovannetti: Nee, maar ik had haar gezicht goed gezien in de metro. Ze was verbrand en had een open wonde in haar wang. Dat vergeet je niet. Ik heb haar dus zelf opgezocht in het Thon Hotel en we hebben er kort gepraat toen ze was bijgekomen. We zijn elk met een ambulance afgevoerd naar een ander ziekenhuis. Enkele dagen later zag ik een interview met haar in een krant. Ik herkende haar meteen op de foto. Ik had nog veel aan haar moeten denken en wilde de hele tijd weten hoe het met haar ging. Ik heb de journalist daarom gevraagd of die onze contactgegevens kon uitwisselen. Dat is gelukt. We zijn in contact gekomen en inmiddels goede vrienden. Ik ben dol op haar.

260311_Christelle Giovannetti_slachtoffer aanslag Maalbeek

EC/BRUZZ

| “Ik zal de gruwel die ik heb meegemaakt nooit vergeven. Alleen wil ik een onderscheid maken tussen wat er is gebeurd en wat ik daar vandaag mee doe”, zegt Christelle Giovanetti.

Houdt de vriendschap nog altijd stand?
Giovannetti: Jazeker. We zien elkaar niet meer zo vaak als in het begin, door ons drukke leven en onze kinderen, maar we hebben nog steeds contact. Ze is heel belangrijk voor mij. Ik vond het van meet af aan belangrijk om met lotgenoten te praten. Ik heb via de slachtoffervereniging Life4Brussels snel deelgenomen aan praatgroepen. Dat was het begin van mijn herstel. In die groepen mocht ik me slecht voelen en begreep ik dat mijn lichamelijke reacties op straat, mijn angst en mijn wantrouwen naar andere mensen heel normaal waren.

U zei tijdens het terreurproces dat u lange tijd bang was van tunnels. Hoe is dat nu, tien jaar na de aanslag?
Giovannetti: Ik ben niet meer bang voor alle tunnels, maar de metrotunnel tussen Maalbeek en Kunst-Wet blijft moeilijk. Ik denk gek genoeg nog elke keer: ‘Zal ik de overkant wel halen?’ Ik ben pas opgelucht als ik er weer uit ben. En dat elke dag opnieuw, want het is de snelste weg naar mijn huidige job.

“Mijn onbezonnenheid ben ik kwijt. Ik ben me er nog altijd van bewust dat er elk moment iets kan gebeuren.”

Christelle Giovannetti

Overleede de aanslag in metrostation Maalbeek

Ik heb dat lang vermeden, hoor. Tien jaar geleden was ik waarschijnlijk een van de eerste Brusselaars met een elektrische step. Ik heb ook alle mogelijke buslijnen uitgetest, maar de metro blijft nu eenmaal de meest praktische manier om je in Brussel te verplaatsen.

Op een gegeven moment heb ik tegen mezelf gezegd: ‘Ik moet wel.’ In het begin begon ik vaak te huilen en trilde ik over mijn hele lichaam. Stilaan ging dat beter, maar het bleef vermoeiend om dagelijks diezelfde angst en tranen te bedwingen. Nu ervaar ik dat niet meer zo fysiek. Mijn onbezonnenheid ben ik wel kwijt. Ik ben me er nog altijd van bewust dat er elk moment iets kan gebeuren.

U bent actief bij het bemiddelingstraject Rétissons du lien en had zelfs al gesprekken met Mohamed Abrini, één van de terroristen uit Zaventem. Waarom wilde u dat?
Giovannetti: Puur voor mezelf. Ik wil er eigenlijk niet veel over kwijt om geen nieuwe polemiek te starten (na een recent Belga-interview over haar ontmoetingen met Abrini ontving Giovannetti veel negatieve reacties, red.), maar ik heb het niet lichtzinnig gedaan. Dat is ook de bedoeling van Rétissons du lien: dingen voor jezelf doen, zolang je er niemand anders kwaad mee doet. De bedoeling is altijd om verbinding in de samenleving te herstellen, ook als we het niet met elkaar eens zijn. Ik voelde zelf een nood aan dat gesprek. Dat kan individueel, met behulp van bemiddelaars, maar we gaan ook in groep naar gevangenissen om met gedetineerden te praten die voor allerhande feiten vastzitten.

Gelooft u dat iemand als Abrini zijn radicale denkbeelden kan loslaten?
Giovannetti: Er zijn in elk geval genoeg mensen die daar al jaren aan werken. Ik hoop dat zij resultaten boeken. En ik heb zelf echte veranderingen gezien bij mannen die geradicaliseerd waren genoemd. Ze stonden na ons traject meer open voor een gesprek.

Dat betekent absoluut niet dat ik vergeef wat ze gedaan hebben. Integendeel, ik zal de gruwel die ik heb meegemaakt nooit vergeven. Alleen wil ik een onderscheid maken tussen wat er is gebeurd en wat ik daar vandaag mee doe. Ik wil ondanks alles een gedeelde, tolerante blik op de samenleving behouden, zonder haat of woede naar een ander. We mogen ook niet vergeten dat deze mensen op een dag weer vrijkomen. Velen zitten al sinds 2012 vast voor feiten. We zullen weer met hen moeten samenleven.

Tien jaar is in die zin kort en lang tegelijk. Heel wat betrokkenen waren minder happig om vandaag nog over de aanslagen te praten, merkten wij tijdens onze research. Begrijpt u dat?
Giovannetti: Ik voel zelf ook minder de nood om mijn verhaal te delen, maar ik vertel het wel graag als iemand ernaar vraagt. Het gaat mij niet per se om het blijven praten over de aanslagen. Ik wil wel dat we ons er bewust van blijven dat die deel uitmaken van onze geschiedenis.

De daders waren Belgen. Hoe kunnen we zoiets in de toekomst dan voorkomen? De Belgische overheid moet nog altijd betere systemen opzetten om slachtoffers te helpen, want het traject bij verzekeraars blijft loodzwaar. Veel slachtoffers zijn uitgeput of hebben het opgegeven. Maar ik vind het ook belangrijk dat kinderen, die de aanslagen niet hebben meegemaakt, weten hoe Brussel er weer bovenop is gekomen. We hebben elkaar ondersteund op dramatische momenten.

Wat gaat u zelf doen op 22 maart dit jaar?
Giovannetti: Ik zal heel vroeg opstaan, want ik wil al om zes uur 's ochtends op de luchthaven staan om de slachtoffers te verwelkomen. Ik neem deel aan alle herdenkingen in Zaventem, Maalbeek en bij het monument in de Wetstraat. 's Avonds ben ik uitgenodigd bij RTBF. Het wordt dus een volle dag, maar ik maak hier een prioriteit van. Aan mijn eigen kinderen wil ik tonen dat er altijd menselijkheid en positivisme te vinden is.

10 jaar na de aanslagen

Op 22 maart is het tien jaar geleden dat ons land in 2016 werd opgeschrikt door aanslagen in de vertrekhal van Brussels Airport en in metrostation Maalbeek.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Samenleving , 10 jaar na de aanslagen , Christelle Giovannetti , Rétissons du lien , Life4Brussels , Mohamed Abrini , aanslag metrostation Maalbeek