Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
Interview

Comedian Gaspard Melville: 'Brussel is nooit in staat geweest om orde te scheppen'

Tom Peeters
© BRUZZ
10/06/2026

Saskia Vanderstichele

| Stand-upper Gaspard Melville

Wat begon als een humoristische blik op de Brusselse stedenbouwkundige geschiedenis, groeide uit tot een groot succes. Met Bruxelles Chaos lokte stand-upcomedian Gaspard Melville al zo'n drieduizend bezoekers en dit najaar volgt nog een reeks van twintig voorstellingen. “Chaos is een wezenlijk onderdeel van de stad.”

Je zou kunnen denken dat kunsthistoricus Gaspard Giersé (41) – artiestennaam: Gaspard Melville – een extra oog heeft. Overal waar hij gaat of staat in Brussel ziet hij hoe het vroeger was. Op oude foto's of postkaarten van de stad, die hij via zijn sociale media verspreidt, zie je hem flaneren door honderd jaar oude straten. In La Vieille Chéchette, op wandelafstand van zijn woonst in Sint-Gillis, legt hij uit dat zelfs de triangelvorm van het schattige pleintje waar we koffiedrinken het gevolg is van curieuze urbane ingrepen.

“Sint-Gillis was lang een plattelandsdorpje met rond zijn centrum, de huidige Parvis, allemaal velden. Concreet hebben stedenbouwkundigen hier ooit geprobeerd om de vorm te corrigeren van de kronkelende Chaussée de Forest, een middeleeuwse weg.” Op andere plekken ziet het resultaat er minder schattig uit. Van het archiveren en expliqueren van die Brusselse bric-à-brac heeft Melville niet alleen zijn handelsmerk gemaakt. Ze is nu ook het thema van de stand-upvoorstelling Bruxelles Chaos. Na talloze kleine zaaltjes uit te verkopen, staat hij er dit najaar twintig keer op rij mee in de grote zaal van het Théâtre de la Toison d'Or.

De humoristische show is de voorlopige apotheose van wat acht jaar geleden begon met Les visites de mon voisin. Via ludieke, vaak avondlijke gidsbeurten langs lokaal erfgoed met een hoek af, in het begin nog onder vrienden en met shotjes rum, wakkerde hij de interesse in stedenbouwkundige geschiedenis aan bij een jonge generatie Brusselaars. “De website bestaat nog altijd. Alleen ben ik vorig jaar gestopt met de fysieke rondleidingen. Andere projecten, zoals mijn kunstexpo over art deco of mijn podcast over de landing in Normandië, pasten niet onder dezelfde paraplu en ik vond het beter een artiestennaam te nemen.”

En zo werd Gaspard Giersé, met een knipoog naar zijn held Moby Dick, Gaspard Melville. “Je begrijpt dat ik er 'ville' in wilde. Ik was altijd al de clown van de erfgoedwereld. Ik zei dingen die collega's uit de scene niet durfden. Al snel vroegen ze zich af wie die gast was die geen ingewikkeld jargon gebruikt. (Lacht) Als ik over een huis van Victor Horta vertelde, praatte ik niet alleen over de feiten, maar ook over de emoties die het opriep. Dat ik tien jaar als muzikant in allerhande bands de wereld rondtoerde heeft vast bijgedragen aan die rock-'n-rollattitude.”

Na een geslaagde show komt je publiek lachend buiten, terwijl het tegelijk iets heeft bijgeleerd, zo vatte je je missie samen, maar hoe is je passie voor de Brusselse stedenbouwkundige geschiedenis ontstaan?

Gaspard Melville: Het begon op mijn vijftiende met een boek van Jean d'Osta dat thuis in de boekenkast stond en oude foto's van de stad spiegelde met recente op dezelfde locatie. Elke pagina was een schok. Plots besefte ik dat Brussel er honderd jaar geleden heel anders uitzag en wilde ik begrijpen waarom.

De voorstelling geeft een antwoord op de vraag waarom dit in Brussel zo is en in andere steden niet of veel minder. Mijn conclusie is dat het niet enkel de schuld is van oneerlijke projectontwikkelaars of politici die een oogje dichtknijpen, maar in het DNA van de stad zit. Brussel is nooit in staat geweest om orde te scheppen. Zelfs op een overzichtelijke plek als de Grote Markt zijn de meeste gebouwen, die nochtans ongeveer op hetzelfde moment gebouwd zijn, niet even hoog. Hoe verder je teruggaat in de tijd, hoe duidelijker je ziet dat er hier nooit iets recht was en hoe vijandig deze stad staat tegenover een vaste orde of structuur.

Je focus op wat schots en scheef was, zette je ertoe aan om de Onze-Lieve-Vrouw van Goede Bijstandkerk op de Kolenmarkt uit te roepen tot je favoriete Brusselse gebouw.

Melville: Ik zou ze meteen op de Unesco-­werelderfgoedlijst zetten omdat ze symbool staat voor het DNA van de stad, terwijl iedereen er voorbijloopt. Als je goed kijkt, zie je in het gebouw zowel de stad van vóór als die van na de overkapping van de Zenne. In de eerste waren straten en huizen smal. In de tweede hoger, naar de Parijse stijl van de beroemde stedenbouwkundige Georges-­Eugène Haussmann. Het grappige is dat de overgang tussen de twee steden in elkaar is geflanst met wat cement en straatstenen. Een normale stad tolereert zoiets niet, omdat ze representeert wie er aan de macht is, maar hier is het prima om gewoon wat te improviseren.

Zo belanden we bij de cruciale vraag: hoe komt het dat men die wanorde hier oké vindt?

Melville: Brussel is als het ware als een vliegende schotel op de breuklijn tussen de Latijnse en de Germaanse tektonische plaat neergestreken. Het is onmogelijk om daar iets stabiels te creëren. In tegenstelling tot andere hoofdsteden ontbeert Brussel een dominante cultuur. Dat maakt alles mogelijk. De stad omarmt iedereen die origineel of gek wil doen. Dankzij die vrijheid en het ontbreken van dogma's heeft Victor Horta zijn art nouveau kunnen realiseren.

Tegelijk zijn er door die instabiliteit prachtige gebouwen gesloopt, omdat ze niet opgingen in een gedeelde identiteit. Begin je in Parijs te beitelen in de visie van Haussmann, dan raak je de kern van de stad. In Brussel kon je altijd vlot een gebouw afbreken om er een ander in de plaats te zetten, omdat je de identiteit toch niet beschadigt. Die bestaat immers al uit duizend verschillende stukjes.

BRZ 20260610 1983 Stand-upper Gaspard Melville1

Saskia Vanderstichele

| Stand-upper Gaspard Melville: "Wij maken de stad en vervolgens maakt de stad ons."

Hoe de chaos zich zo in het huidige straatbeeld nestelde, licht je graag toe aan de hand van enkele grootschalige Brusselse: projecten, die er nooit in slaagden de efficiëntie van hun gevolgde voorbeeld te evenaren.

Melville: Omdat Brussel altijd zo'n vage identiteit had, nam het vaak stedenbouwkundige modellen over, maar dan zonder rekening te houden met de lokale situatie. In de 19e eeuw, toen men de Zenne overkoepelde, aapte men Parijs na. Er werden grote boulevards aangelegd, maar zonder zoals in het origineel van Haussmann alle gebouwen – balkons, ramen, kroonlijsten … – op éénzelfde lijn te brengen. Omdat het ons niet lukte een strikt stedenbouwkundig kader op te leggen, hebben we de Parijse stijl wel overgenomen, maar iedereen op zijn eigen manier. Hetzelfde zag je in de jaren 1950, toen we ervan droomden een metropool te worden naar Amerikaans model, inclusief stadswegennet, wat toen al een waanzinnig idee was voor zo'n oude stad.

Je verwijst weleens naar het afgebroken Leopold II-viaduct op de kleine Ring, vlak bij de vroegere Citroën-garage, maar ook naar de voetgangerszone.

Melville: Het bizarre aan dat viaduct was dat het drie rijstroken had, waarvan de middelste van rijrichting veranderde tijdens de spits. Als je leerde autorijden werd een passage daar beschouwd als endgame level. Of hoe een streven naar, in dit geval, Amerikaanse, efficiëntie verstrikt raakte in de Brusselse inefficiëntie.

De piétonnier onthult nog iets typisch Brussels: op onze Latijns-Germaanse breuklijn kost beslissingen nemen meer tijd dan elders. Toch worden er soms enorme projecten doorgedrukt, ook omdat men wil tonen dat er na jaren van stilstand iets beweegt.

De piétonnier, maar ook het overkappen van de Zenne en de renovatie van het Justitiepaleis: eigenlijk waren al die projecten te groot voor een kleine stad die zich zo langzaam ontwikkelt als Brussel.
Hetzelfde zie je nu bij Kanal. Uit het niets wil Brussel plots Londen en Berlijn achternahollen en de hoofdstad van de hedendaagse kunst worden. Dat men daar veel geld inpompt past bij het beeld van een stad die geen grip heeft op haar eigen verleden, en zichzelf dan maar opnieuw probeert uit te vinden. Zonder klare psychologische houvast begin je anderen te imiteren.

Toch ga je in je show actuele politieke thema's liefst uit de weg.

Melville: Ik bekijk alles liever vanuit sociologische dan vanuit politieke hoek. Ik leg uit hoe een samenleving een stad creëert naar haar spiegelbeeld: wij maken de stad en vervolgens maakt de stad ons. Ik laat de voorstelling bewust stoppen in de jaren 1980 omdat ik niet wil dat iedereen elkaar in de haren zou vliegen.

In plaats van vergissingen uit het verleden recht te zetten, zoals Parking 58, grijpt men ze aan voor nieuwe vergissingen

Intussen zijn er zo'n drieduizend mensen komen kijken naar Bruxelles Chaos, en met de twintig aangekondigde data in Théâtre de la Toison d'Or komen er nog eens vijfduizend bij in verkoop. Hoe verklaar je dat succes?

Melville: Het thema spreekt een brede laag en verschillende generaties Brusselaars aan. Je kunt met het hele gezin komen kijken. Mijn grootmoeder van 97 is langs geweest, maar ook tieners begrijpen me. Die spreidstand is best merkwaardig, want mijn publiek bestond eerst vooral uit jongere stedelingen. Oudere Brusselaars kwamen me vertellen dat ze voor het eerst trots waren op de chaos in hun stad, wat niet vanzelfsprekend is, want erg netjes vinden ze het doorgaans niet. Maar ze hadden goed aangevoeld dat ik ondanks mijn uithalen de stad vier met heel mijn hart. Achter de chaos schuilt schoonheid, poëzie en gastvrijheid.

Sommigen kwamen me zelfs zeggen dat ze tranen in hun ogen hadden. Dan antwoord ik dat het eigenlijk de bedoeling was om te lachen en te leren. Dat ik mensen raak, is een groot surplus. Humor heeft een pedagogische functie. Het kan je meeslepen in een verhaal. Het succes is volgens mij een bewijs dat een thema waar normaal enkel heel ernstig over gesproken wordt nood had aan wat lucht. En het hielp dat alle Brusselaars volgens mij een haat-liefdeverhouding hebben met hun stad.

Waarom?

Melville: Het is onmogelijk om voor de volle honderd procent van deze stad te houden, omdat er te veel dingen niet kloppen. Chaos is een wezenlijk onderdeel van de stad. Aan de hoge Brusselse tolerantiedrempel voor stedenbouwkundige fouten valt niet te tornen. Als je er orde in probeert te scheppen, zal de chaos alleen maar toenemen.

Intussen blijven we geactualiseerde versies maken van fouten uit ons verleden, als maken ze deel uit van ons schoolschrift. In plaats van vergissingen uit het verleden recht te zetten, zoals Parking 58, grijpt men ze aan voor nieuwe vergissingen. Beter nog, reikten we vergunningen om dingen te mismeesteren vroeger vaak aan particulieren uit, dan doen we het nu zelf. Zie het nieuwe administratieve centrum Brucity. Om al die redenen zal Brussel altijd de stad van de chaos blijven en uit duizenden stukjes bestaan. Laat ons dus focussen op het maken van leuke mozaïektegeltjes.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Samenleving , Podium , comedy , Gaspard Melville