Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
Interview

Conner Rousseau (Vooruit) over Brusselse jongeren: 'Ik sla geen Vlaams Belang-toon aan'

Kris Hendrickx, Steven Van Garsse
16/06/2026

Tiene Carlier 

| Vooruit-voorzitter Conner Rousseau: "Ik vind het belangrijk om het afkeuren van vandalisme en geweld niet aan extreemrechts over te laten."

Het ‘crapuul in Brussel’ moet dringend naar een bootcamp, zei Conner Rousseau na vernielingen bij de Franstalige onderwijsbetoging. Het is niet de eerste keer dat de Vooruit-voorzitter opvalt met forse uitspraken over de hoofdstad. “Of de integratie mislukt is in Brussel? Ja, absoluut.”

Conner Rousseau die zich over Brussel uitlaat, dat veroorzaakt al eens commotie. Denk aan zijn uitspraken in Humo, die enkele jaren later nog altijd nazinderen. De Vooruit-voorzitter liet er niet enkel optekenen dat hij zich niet in België voelt als hij door Molenbeek rijdt. Hij stelde ook dat er door het lerarentekort mensen voor de klas staan die in het Arabisch lesgeven, omdat ze geen Frans spreken, een niet gestaafde uitspraak op basis van een anonieme getuigenis.

Vorige week kwam daar een uithaal bij naar jongeren die vernielingen aanrichtten in de marge van de Franstalige onderwijs­betogingen. Rousseau, die zelf jarenlang kampen voor kwetsbare jongeren begeleidde, stuurt ze liefst naar een soort bootcamp. Dat idee is geen losse flodder, maar een doordacht concept dat jongeren met probleemgedrag opnieuw op het juiste pad moet brengen, legt Rousseau uit. “Het gaat erom dat je ze uit een negatieve context haalt om hun gedrag te veranderen, door intensieve begeleiding.”

In de marge van de Franstalige onderwijs­betogingen en de vernielingen haalde u uit naar jonge betogers die vernielingen aanrichtten, onder de titel ‘Krapuul in Brussel’. De mensen horen u niet vaak over Brussel, waarom dan net deze tirade?

Conner Rousseau: Ik heb heel uitdrukkelijk gesproken over die jongeren in Brussel en niet over Brusselse jongeren. Ze kunnen van overal gekomen zijn. En ik sprak ook niet over betogers, want dat waren die jongeren niet. De betogers die ik zag, waren vreedzaam. Dat onderscheid is belangrijk, want ik zit in een federale regering met partijen die het recht op betogen en staken aan banden willen leggen. Voor mij blijft dat een fundamenteel recht. Ik vind het ook belangrijk om het afkeuren van vandalisme en geweld niet aan extreemrechts over te laten. Veiligheid is een links thema, wie veel geld heeft kan veiligheid kopen, maar de meeste mensen zijn afhankelijk van een overheid die hen beschermt.

De betogers protesteerden tegen zware besparingen in het onderwijs, toch een links thema. Maar u koos ervoor om te focussen op de vernielingen.

Rousseau: Ik wist op voorhand niet dat er een betoging was. Dat gaat over het Franstalig onderwijs en dat staat niet op mijn agenda.

Die vandalen horen in een bootcamp, zei u. Hoe ziet u dat?

Rousseau: Het is een idee dat ik vijf jaar geleden al in mijn boek vermeldde. Ik vertrek daarbij vanuit mijn ervaringen in het jeugdwerk, waar ik jarenlang met kansarme en kwetsbare jongeren, en met jeugddelinquenten heb gewerkt. Je kunt streng én sociaal zijn. Zo’n initiatief moet je niet binnen het leger situeren, daarin verschil ik duidelijk van mening met (minister van Defensie, red.) Theo Francken (N-VA). Een vijftienjarige is veel te jong om op te geven, maar de huidige manier van werken volstaat niet. Een jeugdgevangenis focust veel te veel op de straf, terwijl een gewone blaam ook niet helpt. Ik ben ervan overtuigd dat er een tussenweg is, met zowel een afschrikkend aspect als pedagogische en zelfs psychologische begeleiding. Je haalt jongeren uit een negatieve context met het doel om hun gedrag te veranderen.

Bestaat dat niet binnen het jeugd- en welzijnsbeleid?

Rousseau: Er bestaan wel trajecten, zeer versnipperd. Het moet grondiger, we werken daarom met Vooruit aan het concept van een residentieel vormings­traject. Ik zal met een voorstel daarover komen, dat in een decreet moet uitmonden, maar eerst raadpleeg ik nog een aantal experts. We moeten nog wat vooroordelen wegwerken. Als ik over zo’n thema spreek, schieten een heleboel mensen in een kramp. Misschien gebruik ik niet het juiste vocabularium volgens sommige intellectuelen?

f3aa617e-1-connerrousseautienecarlier-8.jpg

Tiene Carlier

| Vooruit-voorzitter Conner Rousseau: "Over de rellen: in Brussel lijkt het wel alsof je dat probleem niet mag benoemen, alsof het zichzelf wel zal oplossen."

De ‘krapuul’-formulering herinnerde aan andere uitspraken, zoals die over de Roma die hardhandig aangepakt moeten worden. Dan waren er uitlatingen over Molenbeek waar u zich niet in België voelde of over leerkrachten die in het Arabisch zouden lesgeven. Probeert u Vlaams Belang-kiezers terug te winnen door een Vlaams Belang-toon aan te slaan?

Rousseau: Ik sla geen Vlaams Belang-toon aan, ik ben zo en formuleer nogal direct. Die Roma-uitspraken waren een fout. Ik heb me daar al heel vaak voor verontschuldigd en ik zal dat blijven doen. Over Molenbeek heb ik veel meer gezegd dan wat uiteindelijk heeft gecirculeerd. Dat er bijvoorbeeld veel meer geïnvesteerd moet worden in die probleemwijken, in kinderopvang, in buitenschoolse activiteiten, in onderwijskwaliteit. Dat doen we in Vlaanderen en in mijn thuisstad Sint-Niklaas. Actions speak louder than words, hoor je weleens. Wel, mijn daden zijn altijd in lijn met wat ik als vrijwilliger deed en waar mijn partij voor staat.

Maar probeert u Vlaams Belang-kiezers bewust terug te halen?

Rousseau: U stelt de vraag alsof dat iets fouts zou zijn. Ik hoop dat veel Vlaams Belang-kiezers inzien dat ze tegen hun eigen belang stemmen. Veel mensen kiezen uit frustratie voor extreemlinks of extreemrechts. Alleen is er geen enkel voorbeeld in de wereld dat waar een van die twee aan de macht komt, de welvaart en vrijheid van mensen verbeteren. Ze stemmen dus tegen zichzelf. Zo stemt Vlaams Belang in Europa tegen hogere minimumlonen.

Vanuit Brussel voelt het soms alsof u altijd weer negatieve hoofdstadfenomenen aanhaalt om daarmee in Vlaanderen te scoren.

Rousseau: Dat is dan een foute perceptie. Feiten mogen toch nog benoemd worden? En u zegt dat ik negatief frame, maar ik zeg ook heel veel over de sterke organisaties, vrijwilligers en jongeren in Brussel. Alleen interesseert dat de pers niet. Drie weken geleden ben ik bij een jongerenvereniging in Molenbeek gaan boksen en heb daar reclame voor gemaakt op mijn sociale media. Een echt positief project was dat, met discipline en toegewijde vrijwilligers. Ook die jongeren zijn trouwens verontwaardigd over het lokale beleid. Maar om even op die rellen terug te komen: in Brussel lijkt het wel alsof je dat probleem niet mag benoemen, alsof het zichzelf wel zal oplossen.

Is de integratie mislukt in Brussel?

Rousseau: Absoluut, al is het natuurlijk een proces dat nog niet gestopt is. Brussel heeft de verplichte inburgering als laatste ingevoerd. De onderwijssituatie is zeer moeilijk, de taalkennis is erg slecht. Voor mij als socialist is het belangrijk dat je de onderwijstaal van de plaats waar je bent goed kent. De werkloosheidscijfers zijn niet zo goed, de armoedecijfers zeer hoog.

Welke oplossingen ziet u?

Rousseau: Ik was vijftien jaar vrijwilliger en weet als geen ander: context bepaalt gedrag. Opgroeien in een sociale woonwijk is tien keer moeilijker dan in een villawijk. Als je elke dag twee ouders naar het werk ziet gaan, je nooit moet afvragen of er eten op tafel komt en nooit geweld ziet in je leven, dan heb je minder de neiging om zelf problematisch gedrag te stellen. Als je wel in moeilijke omstandigheden opgroeit, is een strenge aanpak op zijn plaats, waarbij je tegelijk investeert in die gasten. Tegen die jongeren met probleemgedrag zei ik op kamp: “Je hebt een vreemde achternaam, een andere kleur, geen ouders die naar je omkijken en geen diploma. Het leven zal voor jou ongelofelijk hard zijn om er iets van te maken. Om jou te helpen, zal ik ongelofelijk hard mijn best doen, zodat je klaar bent om die wereld te trotseren. Want ik wil dat je slaagt.” Het is een verhaal van investeren in jongeren, in onderwijs, in jeugdwerk en in betaalbaar wonen. Hun kansen geven, maar hen ook dwingen die kansen te grijpen.

Ilyas Mouani, die vandaag Brussels parlementslid is voor Vooruit, schreef me vier jaar geleden een kritische brief na mijn interview in Humo over Molenbeek, nog voor hij bij Vooruit was. Ik ben toen met vijftien jongeren, onder wie Ilyas, in gesprek gegaan. Die begonnen zelf over het gebrek aan kansen in het onderwijs, over hoe ze met zeven in een sociale woning woonden, over hoe straffeloosheid, vriendjespolitiek en cliëntelisme hen stoorden. Ik heb daar mijn strenge, maar solidaire visie tegenover gezet. Ilyas, die zelf een moeilijke jeugd had, kon zich daarin vinden en is bij Vooruit gekomen.

"Pak het hele politieke bestel in Brussel aan: maak er één OCMW, één huisvestingsmaatschappij en één politiezone van, en installeer minder grote kabinetten"

Conner Rousseau

Vooruit-voorzitter

De voorbije weken was er veel aandacht voor wantoestanden en vriendjespolitiek in de socialehuisvestingssector in Anderlecht en Sint-Joost. Daar zijn telkens socialistische politici bij betrokken, in het dossier rond de Anderlechtse Haard zelfs Vooruit-lid Safouane Akremi. Zijn socialisten vatbaarder voor cliëntelisme?

Rousseau: Nee, toch de Vlaamse socialisten niet, daar gebeurt dat niet. Akremi heeft ondertussen al ontslag genomen uit zijn functie (als voorzitter van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij, red.). Ik denk vooral dat we de situatie moeten aangrijpen om het hele politieke bestel in Brussel aan te pakken. Maak er één OCMW, één huisvestingsmaatschappij en één politiezone van, en installeer minder grote kabinetten. Hier heerst toch nog een zeer oude politieke cultuur. Anderzijds is dat natuurlijk ook democratie: mensen stemmen blijkbaar op figuren die een-op-een beloven: “Ik ga úw leven beter maken.”

Moeten de gemeenten dan meteen ook op de schop?

Rousseau: Ik denk dat die beter moeten samenwerken, bijvoorbeeld in één groot gewestbestuur met stadsdistricten, zoals
in Parijs. Bij een eventuele zevende staatshervorming moet de structuur van Brussel sowieso wel op tafel komen.

Sinds de vorige gewestverkiezingen, waar nogal wat kiezers zonder link met de Nederlandstalige gemeenschap op Nederlandstalige lijsten stemden, staat ook het kiessysteem ter discussie. Hoe kijkt u daarnaar?

Rousseau: In plaats van taalgemeenschappen hebben we vandaag meer communautaire gemeenschappen. Ik vind het alvast belangrijk dat we de EU-onderdanen stemrecht kunnen geven voor de gewestverkiezingen. Dat zijn zo’n 250.000 mensen die hier werken en welvaart creëren en de stad mee in de juiste richting kunnen duwen.

De PS kondigde aan dat ze Nederlandstalige lijsten wil indienen.

Rousseau: Misschien moeten wij net met Franstalige lijsten komen. Ik denk dat er aan Franstalige zijde een enorme markt is voor linkse mensen die vooruit willen met de stad.

Hebt u er nog geen spijt van dat u Fouad Ahidar uit het partijbureau zette? Met zijn Team Fouad Ahidar werd hij groter dan Vooruit en nam hij wellicht heel wat kiezers mee.

Rousseau: Neen, iemand die Allah als gezagsargument gebruikt, heeft geen plaats in onze partij. Maar ik stel wel vast dat je met religieuze standpunten veel stemmen kunt halen in een stad als Brussel.

Met Pascal Smet en Ans Persoons sprak Vooruit de voorbije decennia vooral een hogeropgeleid publiek aan. Moet de partij in Brussel niet verbreden en ook meer arbeiders aanspreken?

Rousseau: Ze doen dat. Iemand als Ans spreekt een intellectuele flank aan en zet zich in voor dossiers als betaalbaar wonen en veiligheid van vrouwen. Ilyas komt dan weer wél uit een heel volkse wijk en omgeving. En Pascal is een beroepspoliticus met de ervaring en handigheid om dingen erdoor te duwen, die bovendien een heel sterk palmares heeft op mobiliteit. Dat is een breed palet.

Persoons focust als staatssecretaris voor Leefmilieu ook op de hinder door vlieglawaai boven dichtbevolkte wijken. Hoe kan die knoop ontward worden?

Rousseau: Om te beginnen heeft de hoofdstad van België en Europa een luchthaven nodig, ook voor de Brusselse werkgelegenheid en mensen met een arbeidersprofiel. Als er dan hinder is, moet die wel zo eerlijk mogelijk gespreid zijn. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat die vliegtuigen vandaag vooral over armere buurten worden gestuurd, waar heel veel volk op een hoop woont, mensen die er al niet de beste levensomstandigheden hebben. Omgekeerd lijkt de hinder veel kleiner op minder bevolkte plekken, waar meer gegoede mensen wonen. De nachtrust van een villabewoner is echter niet meer waard dan die van de bewoner van een sociaal appartement. Laat ons alvast herstellen wat scheefgroeit binnen Brussel.

U hebt daarop invloed in de federale regering. Bovendien is het ook een kwestie van volksgezondheid, een bevoegdheid van uw minister Frank Vandenbroucke.

Rousseau: Frank is daarmee bezig, hij woont trouwens niet ver. Hij overlegt daarover met (bevoegd federaal minister van Mobiliteit, red.) Jean-Luc Crucke (Les Engagés) en Ans Persoons. Maar de juiste evenwichten vinden, zowel tussen leefbaarheid en economie als voor een juiste geografische spreiding, is niet eenvoudig, zoals zoveel dingen in dit mooie land.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Samenleving , Conner Rousseau , Brusselse jongeren