Zes maanden geleden blikten vier Brusselaars bij BRUZZ vooruit op hun uitsluiting van de werkloosheid. Een half jaar later blijkt dat ze de hervorming elk op een heel eigen manier verwerkten. Ook OCMW’s en gemeenten daveren ondertussen op hun grondvesten. “We zijn scholen, crèches en cultuurcentra aan het sluiten.”
©
Ivan Put
| vlnr: Adea, Myriam en Kahraman verloren op 1 januari hun werkloosheidsuitkering.
"In het verleden kreeg ik 1.700 euro werkloosheidssteun. Vandaag is dat nog 800 euro van het OCMW, plus 200 euro voor vrijwilligerswerk als opvoedster in scholen. Ik tel nu echt elke euro. Cinema en theater zijn verleden tijd, eten haal ik via de overschotapp 'Too good to go’ en ik spreek niet meer af met vriendinnen op café. Toen ik dat in het begin wel nog deed, betaalden ze voor mij, maar dat stoorde me. Dus isoleer ik me thuis.”
Nadia Cherkaoui (56) was tot voor kort kleermaakster in theaters. Dat onzekere bestaan, met veel losse opdrachten, was enkel mogelijk dankzij een werkloosheidsuitkering in de periodes zonder werk. Toen Nadia in september hoorde dat ze die uitkering zou verliezen, was dat meer dan een financiële klap. “Ik hou zielsveel van mijn hond Malou, een kruising tussen een Mechelse herder en een bordercollie, maar ik zoek nu iemand die hem wil overnemen. De kosten voor het eten, de dierenarts … Het is gewoon te veel.”
Ondanks de uppercut, blijft Nadia niet bij de pakken neerzitten. “Het plan waar ik in oktober al over vertelde, ben ik aan het uitvoeren. Ik wil Koreaanse reflexologie aanbieden op verplaatsing. Voetmassages bij mensen thuis, in bedrijven of in rusthuizen, het lijkt me echt iets voor mij. Ondertussen heb ik al een goedkeuring voor een gespecialiseerde opleiding. Daarna wil ik zelfstandige worden.”
Nadia is maar een van de ruim vijfduizend Brusselaars die twintig jaar werkloosheid cumuleerden en sinds begin dit jaar geen werkloosheidsuitkering meer krijgen. In totaal zullen 37.000 Brusselaars uiteindelijk hun werkloosheidsuitkering verliezen door de beslissing van de Arizona-regering. De impact op Brussel is daarmee beduidend groter dan die op Vlaanderen, waar ruim vijftigduizend mensen uitgesloten worden, maar dan op een veel grotere populatie.
Afgelopen oktober praatte BRUZZ met vier Brusselaars uit de eerste golf over hoe ze hun toekomst zagen. Als de redactie de getuigen zes maanden later weer contacteert, valt het op hoe uiteenlopend de impact én de reactie zijn.
©
Ivan Put
| Nadia Cherkaoui: "Cinema en theater zijn verleden tijd, ik spreek ook niet meer af met vriendinnen op café"
Voor Stéphanie verandert er bijvoorbeeld amper iets. De 61-jarige werkte al in de kinderopvang in opdracht van de mutualiteiten en kreeg een aanvullende uitkering van de RVA. “Die blijf ik krijgen, alleen betaalt nu het OCMW. Ik ben nog altijd kinderoppas. Het OCMW van Ganshoren wees me erop dat ik nog andere rechten heb. Ik zie erg slecht en dankzij hen vraag ik nu een erkenning voor een handicap aan.”
Schaarse spaargeld
Helemaal anders ligt het bij Kahraman Gundoyan (51). Een half jaar geleden liet de gediplomeerde elektromechanicus al weten dat hij liever van zijn schaarse spaargeld leefde dan naar het OCMW te stappen.
“Dat heb ik ook gedaan, maar die paar duizend euro zijn ondertussen al op, waardoor ik het financieel erg krap heb. Hier en daar doe ik eens een klusje: tuinieren of met oudere mensen gaan wandelen, dat levert dan 20 of 30 euro op. Genoeg om brood en zo te kopen, maar meer niet. Gelukkig woon ik in het huis van mijn moeder en betaal ik geen huur.”
Een uitkering aanvragen bij het OCMW wil Kahraman nog altijd niet. “Werkloosheidssteun beschouw ik als een recht dat je verdiend hebt, terwijl het OCMW er is om sukkelaars te ondersteunen. Dat is beneden mijn waardigheid, ik heb tenslotte gewerkt in het verleden.”
Het gevolg is wel dat Kahraman richting armoede is afgegleden. “Gelukkig word ik maar zelden ziek, want straks verlies ik ook mijn ziekteverzekering. Voor de rest is mijn moreel eerlijk gezegd niet zo goed. Ik stap veel door de stad om niet thuis te zitten.”
©
Ivan Put
| Kahraman Gundoyan: “Gelukkig word ik maar zelden ziek, want straks verlies ik ook mijn ziekteverzekering"
Een half jaar geleden dacht Kahraman nog aan een job als parkwachter, “want ik wandel toch al de hele dag rond”. Die vlieger ging niet op. “Met mijn A2-diploma elektromechanica ben ik blijkbaar overgekwalificeerd voor die opleiding. En ook voor andere jobs zie ik niet veel kansen, ik ben tenslotte al twintig jaar weg van de arbeidsmarkt.”
Wat de toekomst brengt? “Ik denk er soms wel aan om gewoon te verhuizen naar een zonnig land, om daar op een boerderij te werken, maar dat blijft voorlopig wel bij dromen.”
Bikkelen over cijfers
Toen de federale regering aankondigde dat ze de werkloosheidsuitkeringen in de tijd zou beperken, kwamen daar prognoses bij: een derde van de uitgeslotenen zou een OCMW-uitkering krijgen, een derde werk vinden en een derde uit de statistieken verdwijnen, omdat ze bijvoorbeeld geen nood hadden aan extra ondersteuning. Het verhaal van Kahraman toont alvast dat mensen die niet meer in de statistieken opduiken daarom niet per se over de middelen beschikken om de eindjes aan elkaar te knopen.
Hoe groot het aandeel van werklozen is die naar een OCMW-uitkering verschuiven, is geen onschuldige vraag. De kosten voor die uitkeringen worden vanaf volgend jaar immers grotendeels gedragen door de gemeenten en niet door de federale overheid, die over de beperking van de werkloosheidsuitkeringen besliste. Zeker voor de Brusselse gemeenten, die voor de hervorming al op hun tandvlees zaten, is dat een koude douche.
Het lijkt erop dat er een communicatiestrijd bezig is over precies die cijfers. Zo liet de federale overheidsdienst sociale integratie vorige week weten dat het aantal uitgesloten personen dat OCMW-hulp krijgt in Brussel op dit moment 41,5 procent bedraagt – tegenover 38 procent in Vlaanderen en 55 procent in Wallonië. Het cijfer zou volgens de dienst niet meer veel veranderen.
Het cijfer van de federale administratie ligt al hoger dan de oorspronkelijke voorspelling. Toch is het nog altijd een grote onderschatting, stellen verschillende Brusselse OCMW’s die BRUZZ contacteerde. “Er zijn vandaag nog heel veel aanvragen van de voorbije maanden waar de OCMW’s nog niet konden op antwoorden”, zegt Sébastien Lepoivre (PS), voorzitter van de federatie van Brusselse OCMW’s en zelf OCMW-voorzitter in Evere. “De federale overheid probeert de zaak rooskleuriger voor te stellen dan ze is.”
“Steun vragen aan het OCMW is beneden mijn waardigheid, ik heb tenslotte gewerkt in het verleden”
Doordat het op dit moment vooral over de cijfers voor langdurig werklozen gaat (de eerste en tweede golf van respectievelijk ruim twintig of ruim acht jaar werkloosheid, die ver van de arbeidsmarkt staan), ligt het percentage wellicht wat hoger.
“Ook het uiteindelijke cijfer zal veel hoger liggen dan wat de federale regering voorspelde”, denkt Gregory Jacques, secretaris-generaal van het OCMW van Sint-Lambrechts-Woluwe. In die gemeente wordt het OCMW nochtans gerund door Les Engagés, een coalitiepartner in de Arizona-regering.
De gevolgen voor de lokale besturen zijn ingrijpend. “Je ziet vandaag al hoe gemeenten hun diensten beginnen af te bouwen”, merkt Tristan Roberti (Ecolo), OCMW-voorzitter in Watermaal-Bosvoorde. “Brussel-Stad sloot kunstencentrum La Centrale én de school Christian Merveille, Vorst doekte diensten voor thuiszorg op en in onze gemeente sluit de school Les Naïades. Op andere plekken zie je dan weer dat projecten die al ver gevorderd zijn, worden afgeblazen. In Sint-PietersWoluwe heeft het OCMW een crèche die net af was als kantoren voor zichzelf ingericht. Dat lijstje is nog maar het begin.”
Pensioenleeftijd
Gemeenten zullen niet enkel in hun uitgaven snijden, maar ook naar de inkomstenzijde kijken, zegt Roberti. “De gemeentelijke opcentiemen zijn de voorbije jaren al gestegen in veel gemeenten, maar die trend zal zich de volgende jaren zeker doorzetten.”
Terug naar de werklozen zonder steun. In oktober praatte BRUZZ ook met Adea*. De 61-jarige kreeg onverhoopt een OCMW-uitkering toegekend. “Ik ben dan wel voor de helft eigenaar van mijn appartement, doordat ik geen huurinkomsten heb, maakt dat niet uit.” Voor de voormalige directiesecretaresse voelt de OCMW-uitkering als een tweesnijdend zwaard. “Enerzijds voelde ik opluchting omdat ik nu financieel rondkom. Tegelijk heb ik het er moeilijk mee dat ik van het OCMW leef, dat voelt als een veel groter stigma dan een werkloosheidsuitkering. Ergens rouw ik nog altijd over het verlies van een leven dat ik ooit had.”
©
Ivan Put
| Adea: "Ik heb het er moeilijk mee dat ik van het OCMW leef, dat voelt als een veel groter stigma dan een werkloosheidsuitkering"
Toch blijft Adea hopen op een job. “Ik wil aan de slag als milieu-opvoeder, bijvoorbeeld op een kinderboerderij. Maar wat zijn mijn kansen als ik straks 62 jaar word? In theorie kan ik een jaar later al op pensioen. Stel dat iemand me een contract van onbepaalde duur aanbiedt, zeg ik dan toe om na de pensioenleeftijd verder te werken? Ik weet het zelf niet. Het perspectief van een pensioen is aanlokkelijk: eindelijk bevrijd van alle verplichtingen. Ik werk trouwens al lang: mijn ouders lieten me vanaf mijn negen jaar meedraaien in hun wassalon.”
Terwijl Adea uitkijkt naar haar pensioen, zien de Brusselse OCMW’s vooral donderwolken samentrekken boven hun toekomst. “Maatschappelijk assistenten zullen nog meer dossiers per persoon moeten verwerken”, geeft Tristan Roberti, die voorzitter is in Watermaal-Bosvoorde, mee. “Tegelijk verwacht de federale regering dat ons personeel mensen meer naar werk begeleidt. Met die werkdruk zal dat vooral een droom blijven.” De Stad Brussel toont zich dan weer hoopvol. “We hebben het federale geld ingezet om veertig sociaal assistenten aan te werven en mensen actiever aan een job te helpen,” zegt voorzitter David Weytsman. “Dat moet, want als iedereen met een OCMW-uitkering blijft zitten, dan zullen de gemeenten het inderdaad heel moeilijk krijgen de volgende jaren.”
Vissen in dezelfde vijver
De voorzitter van de Brusselse OCMWfederatie ziet hoe tal van OCMW’s nu al verzuipen. “Bijkomende maatschappelijk assistenten in dienst nemen is makkelijk gezegd. Het is nu al een knelpuntberoep en alle OCMW’s vissen in dezelfde vijver.”
De Brusselse OCMW’s kijken daarvoor naar de gewestelijke arbeidsbemiddelaar Actiris. “Actiris moet zich plots over tienduizenden werkzoekenden minder bekommeren, maar verliest amper budget”, merkt Gregory Jacques, secretaris-generaal in Sint-Lambrechts-Woluwe op. “Er werken daar ook veel maatschappelijk assistenten die wij heel hard kunnen gebruiken.”
Minister van Sociale Integratie Anneleen Bossuyt (N-VA), bevoegd voor de OCMW’s, laat weten dat ze de OCMW’s wil blijven ondersteunen, met name bij de trajecten naar werk. “De federale regering (…) zal ook individuele trajecten naar werk en zelfredzaamheid financieel stimuleren.”
* Schuilnaam, de volledige naam is bekend bij de redactie
Lees meer over: Brussel , Samenleving , Beperking werkloosheidsuitkering , beperking werkloosheid
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.