Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Elsene lanceert nieuwe campagne tegen spugen: 'Tuffen op straat is onbeschoft'

Rieneke Lammens
09/12/2025
Updated: 09/12/2025 19.07u

Na Jette lanceert nu ook Elsene posters met de opdruk van een lama die inwoners moeten aansporen om te stoppen met spuwen op straat. “Helaas zullen de mensen voor wie de campagne bedoeld is, zich wellicht niet aangesproken voelen.”

Wie rondloopt in de straten van Elsene, heeft tegenwoordig veel kans om lama’s te spotten – niet in het wild, wel op een felpaarse poster. “Respect, da’s gratis. Maar spuwen op straat kost je tot wel 500 euro”, zegt het witte beest, dat algemeen bekendstaat om zijn spugende gedrag uit stress, boosheid of dominantie.

Het is geen ongebruikelijk zicht op straat: wie rondkuiert in de stad, is ongetwijfeld al eens moeten uitwijken voor een klodder speeksel van iemand anders. Of erger: kreeg de fluim op zijn schoenen of kleren.

In het openbaar spuwen op straat is nochtans verboden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Behalve onder meer sluikstorten en urineren wordt ook speken door het gewestelijk agentschap Net Brussel gezien als “onburgerlijk gedrag”, waar in principe “zware boetes” aan vasthangen.

500 euro boete

Het idee voor de campagne is ontstaan uit een samenwerking tussen de gemeente Elsene en de Stad Brussel. “De gemeente Elsene lanceerde de affichagecampagne om onbeschoft gedrag in de openbare ruimte aan te pakken”, zegt Geoffroy Kensier (Les Engagés), schepen van Openbare Netheid. “Dit wangedrag wordt bestraft met GAS-­boetes die kunnen oplopen tot 500 euro. Tijdens een recente actie op 22 november hebben onze handhavers nog twee bekeuringen uitgeschreven voor spuwen in het openbaar.”

Fluimen op straat is dus geen geïsoleerd fenomeen. “We baseren onze campagnes op de soort onbeleefdheden waarover burgers het vaakst klagen”, zegt Kensier. “Spugen kan bijdragen tot een gevoel van onveiligheid en vervuiling bij de burgers. Daarom houden we regelmatig acties om dat gedrag te bestrijden. We combineren daarbij ‘de wortel en de stok’: preventieve bewustwording en repressie.”

Klachten van burgers zijn de enige indicatie om grip te krijgen op het aantal tuf-incidenten. Omdat het spugen zelf moeilijk te registreren valt, zijn er geen harde cijfers over het aantal meldingen of boetes, zegt Anna Hovsepyan (MR), schepen van Openbare Netheid in Jette. Ook daar voerden ze in 2021 campagne met lama’s om spuwen op straat tegen te gaan. “Het blijft erg moeilijk, zo niet onmogelijk, om spugers op heterdaad te betrappen, omdat het niet echt doenbaar is om het te bewijzen en te kwantificeren. Mensen die rochelen op de grond, zijn vaak onherkenbaar op camera. We kunnen niet terugvallen op herkenbare kentekens, wat de doeltreffendheid van een strikt repressieve aanpak beperkt.”

Ook het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) geeft aan dat er geen exacte cijfers zijn over boetes of meldingen van openbaar spuwgedrag.

“Het zijn vaak jonge mannen die frequenter spuwen in het openbaar”

Walter Weyns

Cultuursocioloog UAntwerpen

De lama-campagne valt binnen een bredere trend om afval zoveel mogelijk te weren en om de aandacht te vestigen op de netheid van de Brusselse straten. Meer en meer gemeenten lijken daarvoor met elkaar samen te werken. Zo lanceerde de gemeente Elsene al samen met Sint-Gillis en Vorst een gezamenlijke bewustmakingscampagne onder de naam ‘We See You’. Die campagne wilde ook al het belang van openbare netheid hoger op de agenda zetten, door aandacht te vestigen op illegaal storten, zwerfafval, sigarettenpeuken en hondenpoep. “Het is zinvol om de budgetten voor campagnes te bundelen, omdat we vaak met dezelfde problemen worden geconfronteerd”, zegt Kensier.

Het doel van zulke campagnes is vooral om preventief en pedagogisch te werken. Hoewel spuwen op straat wel gebeurt, is er volgens Hovsepyan immers geen sprake van een zorgwekkend fenomeen. “We willen vooral anticiperen op de mogelijke verspreiding van spuwgedrag en optreden, voordat het fenomeen omvangrijker wordt. Momenteel zijn er maar weinig meldingen, die zich bovendien beperken tot een paar specifieke en incidentele locaties, met name bij bijeenkomsten van jongeren.”

Stoerdoenerij

“Het zijn inderdaad vaak jonge mannen die frequenter spugen in het openbaar”, beaamt cultuursocioloog Walter Weyns (UAntwerpen). “De laatste jaren wordt spuwen vaker getoond op televisieschermen. Voetballers zie je bijvoorbeeld voor of na de wedstrijd fluimen op de grond lanceren. Dat kan makkelijk geïmiteerd worden.”

Tegelijkertijd is het begrijpelijker dat sporters overtollig speeksel na een inspanning wegspuwen dan dat mensen die op straat wandelen dat doen. Voor hen is het simpeler om het speeksel in te slikken.

“Het is ook een beetje stoerdoenerij. Het drukt een soort vrijpostigheid uit, een territoriale toe-eigening. Een ‘ik-kan-hier-doen-wat-ik-wil’-gevoel”, zegt Weyns. “Bovendien kan het een vorm van verachting uitdrukken als je spuwt in iemands richting. Dan wordt het een teken dat je iemand duidelijk veracht of niet de moeite waard vindt om er als gelijke mee om te gaan. Zoiets komt steeds vaker voor.”

Het overkwam bijvoorbeeld de non-­binaire Jamal, die onlangs in elkaar werd geslagen in metrostation Beekkant en getuigde over hoe anderen regelmatig naar hen spugen als die op straat wandelt.

Het gebaar werd in tijden van corona zelfs een teken van verzet door antivaxers of mensen die de afstandsregels niet wilden respecteren, waardoor burgers en politiemensen slachtoffer werden van rochelincidenten. “Het wordt dan echt een vorm van antisociaal gedrag, waarbij mensen moedwillig anderen de stuipen of het lijf willen jagen”, zegt Weyns.

Tuffen wordt nu dus vaker in verband gebracht met iets negatiefs, en wordt vaak in een niet-positieve context gebruikt, ook in de woordenboeken. Vrijwel elk spreekwoord met ‘spuwen’ – denk aan ‘gif en gal spuwen’, ‘vuur en vlam spuwen’ – heeft een eerder negatieve betekenis.

“Het blijft erg moeilijk, zo niet onmogelijk, om spugers op heterdaad te betrappen"

Anna Hovsepyan (MR)

Schepen van Openbare Netheid in Jette

Toch was dat vroeger anders, weet Weyns. “Door de eeuwen heen zijn de regels rond spugen strakker en strakker geworden, zo weten we uit onderzoek van historisch socioloog Norbert Elias”, zegt hij. “Elias merkte hoe er vroeger heel coulant werd omgegaan met spuwen. In de zestiende eeuw was dat bijvoorbeeld een doodnormale actie, maar door de etiquette van de verschillende hoven werd het langzaamaan gezien als erg onfatsoenlijk.”

Van spuwbak naar weerwerk

Die hofnormen zijn uitgedijd en overgenomen door de rest van de samenleving. “Gaandeweg is dat spugen beginnen te evolueren naar: dat doe je niet, zeker niet in het bijzijn van anderen. Mensen leerden dus als het ware zelfdwang aan: je leert je spontane impulsen – zoals spuwen, maar ook winden laten of krabben – te bedwingen. Al bleven er tot begin jaren twintig van de vorige eeuw wel nog zogenoemde spuwbakken aanwezig in cafés, waar mensen overtollig speeksel konden wegspuwen.”

Speken in het openbaar is dus geëvolueerd van een meer noodzakelijke behoefte naar een manier om je ongenoegen tegenover een persoon of instantie uit te drukken. De lama-affiches willen dat gedrag tegengaan, maar het is nog maar de vraag of dat écht effect zal hebben, zegt Weyns.

“De affiches zijn een soort communicatievorm van de overheid die zegt tegen burgers: ‘Wij hebben jullie klachten aangehoord.’ Maar diegenen voor wie het bedoeld is, zullen zich wellicht niet aangesproken voelen om hun gedrag aan te passen. Die lachen er vermoedelijk eens mee.”