Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
Interview

Filmmaakster Karima Saïdi: 'Een begraafplaats zegt iets over de staat van de wereld'

Benthe Vermeulen
© BRUZZ
21/01/2026

Tiene Carlier

| Filmmaakster Karima Saidi dook met 'Ceux qui veillent' in de dood

In Ceux qui veillent, de nieuwe documentaire van Karima Saïdi, toont de Marokkaans-Brusselse filmmaakster het succes achter de multiconfessionele begraafplaats in Evere. “Het moslimperk zit bijna aan zijn limiet.”

Karima Saïdi woont in een gezellig appartement in Vorst. Aan haar voeten draagt ze rode babouches, makkelijk zittende muiltjes. De zon stroomt langs de grote ramen de woonkamer binnen, terwijl op de achtergrond twee katten rustig kronkelen. Als filmmonteur heeft Saïdi al een lange carrière achter de rug. Als documentaireregisseur is ze op haar 57e pas aan haar tweede exploot toe. Op 21 januari verschijnt Ceux qui veillent in de Brusselse cinema­zalen.

De documentaire werd gefilmd over een periode van anderhalf jaar en volgt, met het verstrijken van de seizoenen, het dagelijkse komen en gaan op de begraafplaats van Evere. Het is een multiconfessionele omgeving waar alle religies welkom zijn, de enige in haar soort in België. Dat maakt het ook zo interessant.

Waarom trok de begraafplaats in Evere jou zo aan als onderwerp voor een film?

Karima Saïdi: Voor mij is de begraafplaats niet enkel interessant omdat er doden begraven liggen. Ze is interessant omdat die plek iets vertelt over de mondiale situatie vandaag. Oorlog, geweld, de terugkeer van extreemrechts, racisme, allemaal zaken die mijn generatie nooit voor mogelijk had gehouden. Wanneer ik op de begraafplaats rondwandel en ik al die nationaliteiten en religies samen zie, dan toont het me dat samenleven wel mogelijk is. Dat we menselijkheid kunnen creëren. De dood is daarbij slechts een pretext. Het is tenslotte waar iedereen zal eindigen.

Je moeder neemt, net zoals in Dans la maison, opnieuw een centrale rol in. Haar wens om in Brussel begraven te worden vormt het vertrekpunt van Ceux qui veillent. Zou je ooit een film willen maken die niet persoonlijk is?

Saïdi: Dans la maison ging over het persoonlijke verhaal tussen mij en mijn moeder. In Ceux qui veillent gooi ik dat open. Ik verlaat haar graf en heb intieme gesprekken met mensen met een migratieachtergrond die rouwen om iemand.
We delen onze verhalen, en ik denk dat de film daarom zoveel mensen raakt: omdat hij een alomvattende dimensie bezit. Er zit iets herkenbaars verscholen in intimiteit. Daar geloof ik sterk in: wanneer je je eigen ervaring deelt, open je het universele.
Intimiteit laat dat toe, omdat je vertrekt vanuit een ervaring. Voor mij was dat het verlies van mijn moeder.

Waarom koos zij er, als eerste generatie van Marokkaanse afkomst, voor om begraven te worden op de begraafplaats van Evere, en niet, zoals de traditie voorschrijft, om in haar land van herkomst haar laatste rustplaats te zoeken?

Saïdi: Heel eenvoudig: om dicht bij haar kinderen te zijn, en omdat ze wist dat ik niet altijd naar Marokko kan gaan. Zo heeft ze ons, door te blijven, wortels gegeven. Zeg me nu nog maar eens dat ik in België niet thuishoor, omdat ik Marokkaans ben of omdat ik cultureel moslim ben. Mijn moeder heeft ons, door voor Evere te kiezen, verankerd.

Moslimperk

Dat Saïdi's moeder zich in Brussel kon laten begraven, was lang niet vanzelfsprekend. Pas met de opening van de multiconfessionele begraafplaats in Evere in 2002 werd het mogelijk om iemand te begraven volgens islamitische voorschriften. De islam schrijft bijvoorbeeld een specifieke oriëntatie van zowel de overledene als het graf voor: de dode wordt op de rechterzij begraven, met het gezicht naar het zuidoosten, in de richting van Mekka. Bij de aanleg van begraafplaatsen in België is daar lange tijd geen rekening mee gehouden. Voor de eerste generatie moslims die zich in Brussel vestigde was repatriëring bij een overlijden daarom vaak de enige optie.

BRZ 20260121 1963 Karima Saidi c Tiene Carlier3

Tiene Carlier

| Karima Saïda: "De dood is een moment waarop iedereen gelijk wordt"

Steeds meer moslims kiezen ervoor om zich in België te laten begraven. Wat steekt er achter die evolutie?

Saïdi: Dat ging heel geleidelijk, petit à petit. Het begon bij jongeren, die meestal niet over een repatriëringsverzekering beschikten en daarom, uit praktische overwegingen, hier werden begraven. Ongeveer vijftien jaar na de oprichting van de multiconfessionele begraafplek in Evere begonnen steeds meer ouderen, zoals mijn moeder, te vragen om in Brussel begraven te worden. Ze wilden dicht bij hun familie blijven, op de plek waar hun leven zich had afgespeeld.

En toen kwam natuurlijk covid. Repatriëringen waren verboden, om het virus niet verder te verspreiden, en in die periode ontdekten veel mensen de begraafplaats. Vandaag zit het moslimperk in Evere bijna aan zijn limiet. Moslims hebben veertig jaar moeten wachten vooraleer ze zich konden laten begraven volgens hun tradities.

Dat is lang. Hoe kan dat?

SaïdiI: De discussie kwam pas echt op gang na de nationale begrafenis van de negenjarige Loubna Benaïssa, in 1992 in Elsene ontvoerd, en pas in 1997 vermoord teruggevonden. Voor het eerst vond een nationale begrafenis plaats in een moskee en werd die uitgezonden. De hele Belgische samenleving deelde het verdriet om het vermoorde meisje. En toch werd Loubna gerepatrieerd. Toen kwamen de vragen: hoe kan het dat dat kleine meisje niet in België begraven kon worden? Dat vormde het keerpunt. Er werd een intercommunale opgericht en daarna volgde de multiconfessionele begraafplaats in Evere.

Orthodoxe gelovigen

Evere is een plek van compromis. Eeuwigdurende concessies, zoals de islam die voorschrijft, zijn in België niet toegelaten. In Evere verwijdert de directie bij het aflopen van een concessie daarom enkel het grafteken; de stoffelijke resten blijven in de grond. Ook met de timing wordt rekening gehouden: omdat een islamitische begrafenis pas in de namiddag, na het tweede gebed van de dag, mag plaatsvinden, past de directie op die dagen haar sluitingsuur aan.

De begraafplaats lijkt in Ceux qui veillent voortdurend in uitbreiding.

Saïdi: Dat is de realiteit. De begraafplaats is van bij de start ontworpen als een plek voor iedereen. Als er een voorziening kwam voor moslims, dan moest die er ook komen voor joden, voor wie de oriëntatie van het graf eveneens belangrijk is. En als dat mogelijk werd gemaakt, dan moesten ook orthodoxe gelovigen worden toegelaten.

Het was van bij het begin de bedoeling om iedereen te accommoderen. Daardoor heeft de begraafplaats een grote aantrekkingskracht. Steeds meer Congolezen vragen bijvoorbeeld om er begraven te worden, terwijl ze ook terechtkunnen op andere plekken. Zo ontstaat er een soort wereldkaart in Evere. Maar ik wilde de begraafplaats ook tonen als een ecosysteem: een plek die leeft op meerdere niveaus, door wie er de overledenen komt groeten, maar ook door wie er werkt.

Mensen gaan het graf van een familielid bezoeken en bellen me achteraf: “Je moeder doet je de groeten.” Ze groeten niet alleen het graf van hun broer of zus, maar ook dat van mijn moeder. Het is zoals je het leven in de wijken terugvindt. Net zoals in een wijk ga je dag zeggen tegen je buren.

De film toont erg intieme momenten tussen nabestaanden en hun overledenen. Hoe creëer je een vertrouwensband?

Saïdi: Daar heb je tijd voor nodig. Tijd om mensen te ontmoeten en uit te leggen: dit is een project dat ons migratieverhaal vertelt, maar op een andere manier. De film brengt een eerbetoon aan wie overleden is.
Ik noem ook geen namen van levenden. Enkel de namen op de graven zijn zichtbaar. Dat geeft ruimte. Denk aan de man die elke dag het graf van zijn zoon schoonmaakt. De kijker hoort hem niet spreken, maar dat hoeft ook niet. Het beeld spreekt voor zich.

"Mijn moeder ligt begraven in Evere. Omdat ze wist dat ik niet altijd naar Marokko kan gaan"

Intieme emotionele momenten worden afgewisseld met grappige scènes. Was het moeilijk om op zoek te gaan naar humor in het midden van een begraafplaats?

Saïdi: De humor kwam naar ons toe als cadeaus van de realiteit. Hij vormt het perfecte antwoord op tragedie. Die momenten van lichtheid zijn nodig om het ondraaglijke verdriet te compenseren dat de dood met zich meebrengt.

Wat vertelt je film ten diepste over Brussel?

Saïdi: Brussel is misschien geen mooie stad. We zijn niet Parijs, Londen of Berlijn, maar we hebben iets dat andere steden niet hebben. Je loopt rond in de stad en hoort de hele wereld. We zijn een stad die mensen samenbrengt. Ook de begraafplaats verenigt verschillende nationaliteiten, religies en culturen. Daardoor heerst er een zekere vrijheid, ook al zijn er bepaalde regels. Elke gemeenschap kan de ruimte indelen volgens haar eigen voorschriften en rituelen. Het is een ruimte waar regels gelden, maar wat ermee gebeurt zien we wel. We passen ons aan en leven samen. Ceux qui veillent is eigenlijk mijn liefdesverklaring aan Brussel.

Wat zou je willen dat de Brusselaars onthouden na het zien van je film?

Saïdi: (Denkt na) In een stad die geconfronteerd wordt met falend bestuur, racisme en verdeeldheid, ligt de echte uitdaging in samenleven. Uiteindelijk komt er een moment waarop we allemaal gelijk zijn.