Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Interview met onderzoeker Harm Deleu.

Interview

Het bedelen in Brussel ontrafeld: 'Dat een Mercedes bedelaars komt ophalen? Klopt niet'

Bram Van Renterghem
© BRUZZ
18/03/2026
Updated: 19/03/2026 11.02u

In Brussel kun je niet naast de vele bedelaars kijken. Toch weten we bitter weinig over de complexe realiteit die erachter zit. Het boek Zichtbaar Onzichtbaar brengt daar verandering in. "Veruit de meeste bedelaars in Brussel zijn Europeanen, met rechten."

Onderzoekers Mieke Schrooten, Pascal Debruyne en Harm Deleu voerden voor de Odisee-hogeschool vier jaar lang onderzoek naar het bedelen, de clichés, en de complexe werkelijkheid die erachter schuilgaat. Het boek wordt deze vrijdag voorgesteld op de Odisee-campus in Schaarbeek voor een publiek van sociaal werkers, onderzoekers en andere geïnteresseerden.

Hoe zijn jullie te werk gegaan?
Harm Deleu: We zijn met mensen die bedelen gaan praten – een zestigtal. Dat ging verbazingwekkend vlot. Ik had blijkbaar zelf enkele vooroordelen tegenover Roma: dat ze niemand vertrouwen en heel gesloten zijn. Maar dat bleek niet te kloppen. Wel zagen ze het bedelen echt als werk. Daarom gaven we alle bedelaars per gesprekje vijf euro, voor de werktijd die ze aan ons afstonden. Vaak dronken we samen koffie.

Wat zijn de voornaamste conclusies?
Deleu: Dat veruit de meeste mensen die bedelen Europeanen zijn. Belgen, Fransen, maar ook Polen, Bulgaren, Roemenen. Vaak Roma, maar zeker niet altijd... Asielzoekers kwamen we nauwelijks tegen, ook al slapen zij soms op straat. Toch zitten zij niet zichtbaar met een potje te bedelen. Wie dat wel doet, blijkt dus vooral EU-staatsburger te zijn, die hier officieel mag werken en een leven kan opbouwen. Maar in de praktijk gaat dat niet zo makkelijk, waardoor hij of zij in het informele circuit terechtkomt.

Ze mogen hier werken, waarom dan bedelen?
Deleu: Officieel hebben ze rechten. Maar dat weten ze niet altijd. Of ze hebben geprobeerd een normaal leven uit te bouwen, en dat is mislukt. Vaak hoorden we verhalen van precair werk waaruit ze gevallen zijn. Denk aan de fruitpluk, maar ook tijdelijke jobs in de horeca, logistiek of de bouw.

Het vrij verkeer van personen is niet absoluut. Je moet bijvoorbeeld vijf jaar hebben bijgedragen voordat je beroep kunt doen op een uitkering of bijstand. Maar veel mensen komen hier via mondelinge afspraken terecht in het informele circuit, worden zonder dat te weten als zelfstandige ingeschreven enzovoort. Ze zijn al blij dat ze iets hebben, maar voldoen niet aan de voorwaarden om hier officieel te mogen zijn. Dus blijven ze in dat informele circuit hangen, waar bedelen soms een noodzaak wordt. Doordat ze op straat leven, geraken ze niet terug aan het werk.

"Dat Roma heel wantrouwig en gesloten zijn, bleek gewoon niet te kloppen"

Harm Deleu

Onderzoeker Odisee

Je beschrijft ook hoe bedelaars vaak tussen twee of meerdere landen reizen.
Deleu: Zeker Oost-Europeanen hebben een transnationaal bestaan. Niet als expat, met het chique leventje, maar wel heel internationaal en open-minded. Hun familie is vertakt in verschillende landen en zelf reizen ze heen en weer tussen Roemenië en Brussel, Parijs en Milaan. Als sociaal werker moet je daarmee rekening houden. Daarom begeleiden ze hen deels via WhatsApp, in plaats van traditionele afspraken via het loket.

Wat in het boek vaak terugkomt, is het verbod op bedelen met kinderen, dat de Stad Brussel in 2022 invoerde. De Raad van State trok daar in 2025 een streep door. Hoe kijk jij naar dat verbod?
Deleu: Het is dubbel. Het goeie eraan was dat de Stad de onderwijskosten voor die kinderen ging betalen. Of dat was toch de bedoeling – dat luik is nooit uitgevoerd. Maar zelfs dan nog valt er zeker iets voor zo’n verbod te zeggen. Je wil als ouders zelf toch ook dat de overheid ingrijpt als je kind lang niet naar school zou gaan? Dat geldt voor iedereen. Elk kind in België moet op de een of andere manier onderwijs krijgen.

Waarom is het dan dubbel?
Deleu: Door de verhalen uit Roemenië te horen, ben ik genuanceerder gaan denken. De ngo Save the Children doet er onderzoek naar kinderen die achterblijven, als de ouders naar West-Europa trekken. Dat is dan vaak bij de grootouders, maar soms in echt problematische omstandigheden. Het bedelverbod van de Stad Brussel had meteen effect. Ouders durfden hun kinderen niet meer mee te nemen en lieten ze achter. Met als gevolg heel veel gemis aan beide kanten.

Die passages in het boek zijn hartverscheurend.
Deleu: (knikt) Ook voor de ouders is dat een zware last. Toen we hen daarover interviewden, rolden de tranen over de wangen. Ouders houden wel contact via WhatsApp maar dat maakt het soms erger. Dan denk ik dat het misschien toch beter is als de kinderen bij hun ouders zijn, en die liefde krijgen die alleen ouders hen kunnen geven.

Hoe sta je tegenover een algemeen bedelverbod?
Deleu: Daar kan ik niet achter staan. Mensen van je grondgebied wegsturen is geen duurzame oplossing. En zoals het boek aangeeft: bedelen is niet onwettig.

Begrijp je politici die graag een opgeruimd centrum willen?
Deleu: Ik snap dat gemeenten iets willen doen. Maar er zijn al manieren om op te treden tegen overlast of agressieve vormen van bedelen. Iemand lastigvallen, aanklampen of bedreigen: daar mag en moet tegen opgetreden worden. Maar bedelaars met een potje verbieden? Dan duw je die mensen gewoon naar ergens anders.

Maar handelaars zijn daar misschien blij mee? Hier op Flagey zit iemand al tien jaar aan de ingang van de bakker. Dat lijkt me storend.
Deleu: De relatie tussen handelaars en bedelaars is niet zo problematisch als je zou denken – dat was tijdens het onderzoek ook voor mij een eye-opener. Heel vaak wordt er gezocht naar een soort modus vivendi. Een bedelaar vertelde ons dat hij elke morgen een koffie kreeg, met het stilzwijgend akkoord dat hij de klanten op het terras niet zou lastigvallen. Anderen vertelden dat een restaurant hen elke dag eten kwam brengen. Of dat ze het toilet mogen gebruiken als het proper blijft.

Hoe is de omgang met de politie?
Deleu: Ook die is vrij genuanceerd. De opkuis aan het Zuidstation was wel traumatisch – over hoe ze werden aangepakt en opgepakt... hun spullen die vernield werden. Repressie is zeker een realiteit. Maar door de band genomen is de politie eerder onverschillig, of is er een vorm van onderhandeling.

En dan is er nog Chris, een agent van Herscham, een eenheid bij de zone Brussel-Hoofdstad- Elsene die zich richt op mensen in dak- en thuisloosheid. Jullie wijden een heel hoofdstuk aan hem, en hoe hij met enkele kleine ingrepen het verschil probeert te maken.
Deleu: Zijn engagement is bewonderenswaardig, hij zoekt echt naar oplossingen. Zo schreef hij alle consulaten en ambassades van de 27 EU-landen aan, om dakloze EU-burgers aan een paspoort van hun thuisland te helpen. Met dat paspoort kunnen ze andere documenten verkrijgen, of terugkeren naar het land van herkomst. Ze stapten allemaal mee in het project. Hopelijk blijft die werking bestaan in de eengemaakte politiezone.

Welke oplossingen zijn er nog om mensen van straat te halen?
Deleu: Een adres hebben is heel belangrijk in België. Je zou EU-burgers een referentie-adres bij het OCMW kunnen geven. Niet per se om aanspraak te maken op een leefloon, maar wel om een identiteitskaart, een bankrekening, een arbeidscontract te kunnen afsluiten, en om rechten op te bouwen. Volgens agent Chris zou zeker de helft van de Polen die hier in Brussel dakloos zijn, op die manier in het formele werkcircuit kunnen geraken. Met zo’n referentie-adres zouden ze iets kunnen opbouwen.

"Testen wezen uit: witte bedelaars krijgen het meest, Roma het minst. Zwarte bedelaars zitten daartussenin"

Harm Deleu

onderzoeker Odisee

Uit het historische luik van het boek blijkt dat onze omgang met bedelaars eigenlijk nog niet zoveel veranderd is. Bedelaars ‘van hier’ hadden vroeger ook al een streepje voor op bedelaars van elders.
Deleu: We maken al heel lang een onderscheid tussen ‘echte’ armen en ‘valse’ armen – tussen de deserving en undeserving. Er is een grote historische continuïteit in het omgaan met armoede in de stad, en de beeldvorming daarvan in het politieke debat. Dat wil niet zeggen dat de beeldvorming klopt. Veel mensen willen 'verdienstelijk' zijn, of combineren bedelen met werk of een uitkering.

Ook de plaatsen waar gebedeld wordt, blijven relatief constant.
Deleu: De tolpoorten van toen zijn nu metro- en treinstations geworden, maar inderdaad: plaatsen met passage. Let wel: je bedelt niet zomaar waar je wil. Er is een onuitgesproken regeling van wie waar en wanneer mag zitten – je kunt als nieuwkomer niet zomaar de goeie plekjes innemen. Aan het supermarktje op het Europakruispunt aan het Centraal Station bijvoorbeeld, vertelde een bedelaar dat hij moest wachten tot de shift van de ‘vaste’ bedelaar er daar op zat, voor hij zelf die plek mocht proberen.

In het boek doorprik je ook enkele mythes.
Deleu: Eentje die altijd terugkomt, is de mythe van de Mercedes die ‘s avonds de bedelaars komt ophalen. Daar is geen bewijs voor. Als agent Chris dan vraagt om de nummerplaat op te schrijven en door te sturen, komt er niks. Maar die link met de georganiseerde criminaliteit, blijft de ronde doen. Het is dat onderscheid tussen echte en valse armen. Roma worden veel vaker aangeduid als non-deserving. Je hebt veel mensen die wel geven aan bedelaars, ‘maar niet aan Roma’.

En die Mercedes is dan het ‘bewijs’ om niks te hoeven geven?
Deleu: Dat is dan inderdaad het excuus. Het beeld dat Roma non-deserving bedelaars zijn, zit diep in ons. Ik voelde dat aanvankelijk ook bij mezelf.

Misschien omdat ze van elders komen? Eigen bedelaars eerst?
Deleu: Zoiets, ja. In elk geval, door hen nu beter te hebben leren kennen, kan ik zeggen: ze verdienen het zeker niet minder dan andere bedelaars. En ja, er is vaak een pater familias die het geld beheert. Maar dat is nog iets anders dan een crimineel netwerk.

De bedragen liggen toch ook veel te laag om daar een crimineel verdienmodel van te maken? In het boek spreek je van 15 à 20 euro per dag.
Deleu: Mja...(glimlacht). Die bedragen kwamen vaak terug in de gesprekken, maar ik weet niet altijd of mensen ons wel de waarheid zeiden. Er zijn ook testen gedaan met verschillende profielen bedelaars. Witte bedelaars kregen het meest, Roma het minst, zwarte bedelaars zaten daartussenin. Daar hangt het dus al zeker van af.

Nog een interessant cijfer uit onderzoek van je collega’s bij de KULeuven: bedelaars met een dak boven hun hoofd, bedelen gemiddeld 6,6 uur per dag. Dakloze bedelaars 8,8 uur.
Deleu: Als je dakloos bent, verblijf je sowieso langer in de publieke ruimte. Toch maken ook zij het onderscheid tussen ‘werktijd’ en andere activiteiten. Ook al blijven ze op hetzelfde plein.

Geef jij iets aan bedelaars?
Deleu: Af en toe – als je in Brussel aan iedereen wil geven, kun je bezig blijven. Maar doordat ik steeds minder kleingeld op zak heb, is dat wel verminderd. Wel vind ik dat, als je iets geeft, je het moet loslaten. Zij kiezen wat ze ermee doen. Voor hen iets gezonds gaan kopen in de winkel, vind ik belerend.

Dat ze alleen maar drank of drugs kopen met dat geld, is nog een mythe die je in het boek ontkracht. Dat geld is heel vaak wel gewoon voor eten, schoenen, school...
Deleu: Of om de familie in het thuisland te onderhouden, inderdaad. Al moet ik bekennen dat bedelende junkies minder aan bod zijn gekomen in ons onderzoek. Het is moeilijk om mensen onder invloed te interviewen. Zij bedelen doorgaans wel echt om te kunnen gebruiken, al moeten ook zij natuurlijk eten, drinken en slapen.

Tot slot: in het boek worden ook de kolonies in Wortel en Merksplas vernoemd, waar landlopers vroeger naartoe werden gestuurd. Enkele jaren terug verwees korpschef Michel Goovaerts in een interview daar ook naar, als een soort stok achter de deur die we nu kwijt zijn om dolende en soms agressieve drugsverslaafden aan te pakken. Kunnen zo’n instellingen een oplossing zijn?
Deleu: Iemand verplicht naar een kamp te sturen, weg van z’n netwerk, lijkt me wel heel drastisch. Beter is om eerst de wachtlijsten bij de bestaande hulpverlening weg te werken. Want zelfs mensen die hulp willen, krijgen daar nu vaak geen toegang toe. Het raakt wel aan de kern van de dingen. Ook ik dacht vroeger dat mensen die echt willen, wel uit de put kunnen klauteren. Maar met alle plaatstekorten en wachtlijsten die er zijn, blijft dat toch voor velen onhaalbaar.

Boekvoorstelling Zichtbaar, onzichtbaar op vrijdag 20 maart op de campus Schaarbeek van de Odisee-hogeschool. Inschrijven kan nog.