Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
10 jaar na de aanslagen

Hoe Brussel veranderde na de aanslagen van 2016: 'Gelukkig zijn we Frankrijk niet'

Kris Hendrickx
© BRUZZ
13/03/2026

Kevin Van den Panhuyzen

Een stigma voor Molenbeek, gewenning aan soldaten op straat, maar ook Brusselse inwoners die soms dichter naar elkaar toegroeiden. Het is niet altijd even zichtbaar, maar de aanslagen legden Brussel in een nieuwe plooi. “Toch is de voedingsbodem voor terreur niet weg.”

“Ik heb familie in West-Vlaanderen die er niet aan denkt om naar het ‘gevaarlijke’ Molenbeek te komen. En zelfs mijn eigen kinderen vermelden liever niet in welke gemeente ze wonen. Kun je je dan voorstellen hoe dat voor moslims uit Molenbeek moet zijn?”

Aan het woord is Noël Salazar, Molenbekenaar en professor sociale en culturele antropologie aan de KU Leuven. De anekdotes uit zijn leven illustreren iets dat ook elders steeds weer te horen valt: ja, de impact van de aanslagen van 22 maart 2016 is tien jaar later nog altijd reëel. En als er een plek is waar die effecten het tastbaarst zijn, dan wel Molenbeek. “Als ik naar het ziekenhuis ga en ik zeg dat ik uit Molenbeek kom, kijkt het personeel nog altijd vreemd op”, merkt ook de Molenbeekse Yousra (*), “zeker in combinatie met mijn naam en hoofddoek.”

Toen BRUZZ de voorbije weken mensen belde met de vraag of de aanslagen de stad fundamenteel veranderd hebben, volgde vaak een lange denkpauze, soms vergezeld van een diepe zucht. Evident is het niet, de vinger leggen op wat nu precies een gevolg is van de aanslagen en wat van die duizenden andere factoren de evolutie van Brussel de afgelopen tien jaar hebben gestuurd.

Met name de covidperiode liet voor de meeste stadsbewoners een nog diepere stempel na. “De coronaperiode lijkt de herinnering aan de aanslagen deels te hebben uitgewist”, zegt Olivier Klein, professor sociale psychologie (ULB). “Covid verplichtte ons om ons eigen leven in de stad te herdefiniëren”, vindt ook sociaal geograaf Eric Corijn (VUB). “Dat is nog van een andere orde dan de aanslagen. Het gebrek aan publieke en groene ruimte werd plots heel duidelijk.”

20180819_militairen_patrouille_metro_photonews

Photonews

| Militairen in de Brusselse metrostations in de zomer van 2018. Ook vandaag ligt dat plan opnieuw op tafel.

Angst om te negeren

Het neemt niet weg dat de impact van de aanslagen vandaag nog reëel is. Denk aan de kwestie van de militairen in het stadsbeeld. Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) wil die zo snel mogelijk opnieuw in de metrostations laten patrouilleren. Dat ze er nog niet rondlopen, heeft weinig met weerstand of maatschappelijk debat te maken, maar alles met politieke discussies binnen de regering – CD&V koppelt dat dossier aan extra middelen voor het gevangeniswezen. “Die aanvaarding was wellicht niet zo makkelijk geweest zonder de aanslagen”, denkt Corijn. “Er is vandaag meer begrip voor een puur veiligheidsdiscours. In die zin kan je de doorbraak van de MR in Brussel misschien zelfs linken aan de aanslagen.”

Voor de betrokken veiligheidsdiensten zijn de gevolgen vandaag overduidelijk. “In 2015 en 2016 verdronken we in de informatie, maar niemand durfde ook maar een flard info te negeren. Het hele systeem blokkeerde daardoor”, herinnert Brussels procureur-generaal Frédéric Van Leeuw zich. Ten tijde van de aanslagen stond Van Leeuw aan het hoofd van het federaal parket, dat het onderzoek leidde. “Vandaag is het beheer van die informatie veel beter, nieuwe info wordt gekruist door verschillende diensten, waarna de juiste instantie ermee aan de slag gaat.”

Dat het systeem werkt, kon ook Olivier Slosse, korpschef van de zone Noord, vaststellen. “Bij een crisis, zoals de aanslag op de Zweedse supporters, in oktober 2023, zie je een heleboel reflexen die de politiezones overstijgen.” Het zijn mechanismen waar een buitenstaander niet per se veel van merkt, weet de korpschef. Wat vandaag wél zichtbaarder is, zijn de obstakels in de openbare ruimte, valt verschillende waarnemers op: betonblokken, combi’s, als bloembakken vermomde wegversperringen … De Brusselaar leerde ermee leven.

Allergie aan de pers

Als de aanslagen één blijvend gevolg hadden, dan wel dat de veranderde kijk op Molenbeek en bij uitbreiding Brussel, tot aan de andere zijde van de wereld. Denk maar aan Trumps ‘hellhole’-uitspraak uit 2016. “Als ik vandaag in Finland of Cyprus zeg dat ik uit Molenbeek kom, leggen mensen nog steeds de link met terreur”, merkt Fatima Zibouh op, politicologe en voortrekker van Molenbeek Brussel 2030. “Voor de inwoners is die stigmatisering door de internationale pers een blijvende wonde.”

“Sommigen wilden weg uit Molenbeek zodra ze konden, anderen wilden net te allen prijze bewijzen wat wél mogelijk is”

Bachir M’Rabet

Coördinator Foyer des jeunes

Bachir M’Rabet, deradicaliseringsexpert van vzw Foyer

Aan die periode hielden veel Molenbekenaars een regelrechte allergie voor de pers over, merkt ook Bachir M’Rabet, coördinator van jeugdorganisatie Foyer des jeunes in de kanaalgemeente. “Na de aanslagen van Parijs stond het Gemeenteplein niet enkel vol met satellietwagens, de journalisten renden overal achter de inwoners en hun kinderen aan, om vervolgens reportages te maken die heel erg à charge waren.”

De ene kijk op Molenbeek is daarbij de andere niet. “Met ons toneelstuk Qui cherche, die vindt over Brusselse jongeren die vaak uit Molenbeek komen, zijn we ook door Vlaanderen gereisd”, vertelt Salim Haouach, artistiek directeur van gezelschap Ras El Hanout. “Tijdens de debatten nadien vertelden mensen wel vaker dat ze nooit een voet in Molenbeek zouden zetten. Buiten Brussel leven de clichés over moslims en Molenbeek veel meer dan in de stad.” Het is een verschil dat ook Eric Corijn opvalt. “Er is een opmerkelijke scheidslijn tussen stad- en voorstadbewoners. En dat beeld van het gevaarlijke Brussel dat voorstadbewoners er met de paplepel in krijgen, komt vaak terug in de nationale media.”

Toch spelen die verschillende perspectieven evengoed binnen de gemeente, zegt Bachir M’Rabet. “Je hebt de mensen die weg uit Molenbeek wilden zodra ze konden, terwijl anderen net te allen prijze wilden bewijzen wat wél mogelijk is.”

Sterkere Brusselse identiteit

Dat de daders toesloegen in naam van de islam, plaatste de Belgische moslimgemeenschap aanvankelijk in het verdomhoekje. Federaal minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) beweerde zelfs dat “een significant deel [van de moslimgemeenschap] danste naar aanleiding van de aanslagen”, een uitspraak waar nooit bewijs voor kwam, maar die wel diep sneed.

Toch raakte de Brusselse moslimgemeenschap niet echt geïsoleerd in de jaren na de bommen. “Vlak na de aanslagen dacht ik: ‘Dit wordt een echte breuk of een impuls naar meer eenheid’”, herinnert de geboren optimiste Fatima Zibouh zich. “Het is eerder het tweede geworden en dat was niet toevallig. Brusselaars van allerlei achtergronden hebben zich verenigd, onder meer voor de ‘mars tegen haat en angst’ een maand na de aanslagen, met tienduizend deelnemers.”

20160417 Mars tegen haat en terreur aanslagen 22 maart 2016

Belga

| "Brusselaars van allerlei achtergronden hebben zich verenigd, onder meer voor de ‘mars tegen haat en angst’ een maand na de aanslagen, met tienduizend deelnemers.”

“Het Beursplein werd in die periode een organische gedenkplaats, het echte emotionele hart van de stad”, zegt Zibouh. “De aanvallen hebben de Brusselse identiteit die eerste jaren toch vooral versterkt, daarna is dat wat weggedeemsterd. Met het culturele hoofdstadproject willen we daarop verder bouwen, ook zonder de titel. Brussel heeft echt nood aan projecten die samenbrengen.”

De herdenkingen zijn Eric Corijn eveneens bijgebleven. “De stadsbewoners uit de migratie hebben zich er vooral als Brussels gemanifesteerd in plaats van als communautair of moslim. Oud-Molenbeek is altijd al wat in zichzelf gekeerd, maar na de aanslagen opende dat stadsdeel zich en trokken de bewoners letterlijk het kanaal over naar de Beurs.”

België is daarbij gelukkig Frankrijk niet, merkt procureur-generaal Frédéric Van Leeuw op. “Frankrijk is na de aanslagen van Parijs heel erg gepolariseerd, er zijn ook veel meer aanvallen geweest dan hier na 2015 en 2016. Onze zuiderburen hebben bij wijze van spreken het proces van de islam gemaakt, terwijl België in de eerste plaats de daders voor hun verantwoordelijkheid heeft gesteld.”

Ronselen via de Playstation

Binnen de moslimgemeenschap groeide tegelijk het besef dat het gevaar niet per se op de verguisde straat ligt. “Tien jaar geleden vielen ouders van radicaliserende jongeren vaak uit de lucht”, zegt Bachir M’Rabet van Foyer des Jeunes. “Ze waren blij dat hun zoon niet meer op straat rondhing, en toen bleek die isolatie voor de computer net het probleem. Heel wat van de jongeren die wij begeleidden, zijn zelf al eens benaderd, meestal via hun Playstation. Ronselaars namen maanden hun tijd om eerst samen te spelen en het vertrouwen op te bouwen.”

“De voedingsbodem voor terreur is er vandaag. De armoede en ongelijkheid zijn groot en zullen met de Arizona-maatregelen nog groeien”

Salim Haouach

Artistiek directeur Ras El Hanout

BRZ 20250219 1923 Ras El Hanout Salim Haouach 4

Vandaag is de aandacht voor computer- en smartphonegebruik gegroeid. “De jongeren van toen zijn de ouders van vandaag”, merkt M’Rabet op. “Ik zie in het algemeen dat die dichter bij hun kinderen staan. Ze begeleiden ze naar school, naar activiteiten en willen weten wat ze online doen. Ook moskeeën zijn trouwens erg waakzaam geworden voor signalen van radicalisering.”

Ook oud-burgemeester Françoise Schepmans (MR) ziet die verhoogde alertheid. “Pas na de aanslagen groeide het besef dat er een zekere laisser-aller was, die tot radicalisering heeft geleid. Samen met de grote bevolkingsconcentratie uit een gemeenschap en sociaal milieu was dat een risicofactor. Die concentratie is er trouwens nog altijd.” Schepmans verruilde haar Molenbeek, waar ze onveiligheid en een gebrek aan sociale cohesie ervoer, ondertussen voor Ukkel.

Alarmbel onderwijs

Dat er een impuls is geweest naar meer cohesie, daar zijn velen het over eens. Maar evengoed zien verschillende waarnemers hoe veel stadsbewoners vandaag ploeteren.

“Als er één alarmbel is, dan is het wel onderwijs”, vindt sociaal antropoloog Noël Salazar. “Brussel heeft niet alleen schoolplaatsen nodig, maar ook opgeleide leerkrachten. Zoals we nu bezig zijn, creëren we de problemen van de toekomst. Ook dat leerkrachtentekort kun je waarschijnlijk linken aan de aanslagen. Het is een van de redenen die mensen van buiten Brussel weggehouden heeft van jobs in bijvoorbeeld Molenbeek.”

De bedenking van de professor komt op verschillende manieren terug. “De voedingsbodem voor terreur is er vandaag wél”, stelt Salim Haouach vast. “De armoede en ongelijkheid zijn groot en zullen met de Arizona-maatregelen nog groeien, de lokroep van de drugscriminaliteit is groot. Jongeren kiezen ervoor om voor 200 euro per dag op uitkijk te staan aan een dealpunt. Een maatschappij moet die jongeren toch iets veel aantrekkelijkers kunnen voorstellen?”

Dorstig gras

Procureur-generaal Van Leeuw zit op dezelfde golflengte. “Wat we met onze jeugd doen, is een echte vraag. Hoe kunnen we hun projecten aanbieden die ze zinvol vinden? Willen we de zwaksten eigenlijk ondersteunen? Als we daarvoor kiezen, dan doen we meteen ook iets aan de terreurdreiging en het drugsgeweld. Straffen zonder een perspectief te geven is daarbij geen oplossing. Zeshonderd dagen dralen om een regering te vormen trouwens ook niet. Als magistraat ben ik een soort brandweerman, maar de grotere uitdaging is dat het gras helemaal niet meer gaat branden. Daarin ligt onze belangrijkste taak: ernaar streven dat het gras van de maatschappij minder dorst heeft.”

(*) Naam bekend bij de redactie

10 jaar na de aanslagen

Op 22 maart is het tien jaar geleden dat ons land in 2016 werd opgeschrikt door aanslagen in de vertrekhal van Brussels Airport en in metrostation Maalbeek.