Tien jaar na de aanslagen van 22 maart 2016 staat Brussel opnieuw stil bij wat er die dag gebeurde. Voor Elisabeth De Waele, intensivist aan het UZ Brussel, blijft die dag op haar netvlies gebrand. “Je ziet het lelijkste van de mens, maar ook het mooiste."
Interview met Elisabeth De Waele, dokter en intensivist aan het UZ Brussel.
Intensivist Elisabeth De Waele over 22 maart: 'Ik wist meteen, dit is geen gewone shift'
Op 22 maart begon De Waele aan een wachtdienst van 24 uur. Als intensivist werkt ze op de afdeling intensieve zorg, waar de zwaarste patiënten terechtkomen.
“Wij zien de mensen pas na hun passage op de spoeddienst en na hun operaties", legt ze uit. “Maar zodra ze bij ons komen, begint het echte werk: zorgen dat ze blijven leven. Die eerste 24 uur zijn voor veel patiënten cruciaal.”
In het UZ Brussel werden vooral slachtoffers van de aanslag in metrostation Maalbeek opgevangen. Door de ochtendspits waren slachtoffers van de luchthaven vooral naar ziekenhuizen buiten de stad gebracht.
Ongeziene verwondingen
Wat De Waele die dag zag, was anders dan alles wat ze voordien had meegemaakt. “Bij verkeersongevallen zie je zware letsels, maar dit was anders. Ik herinner me dat ik mijn handen op het lichaam van een patiënt legde en overal kleine oneffenheden voelde. Dat waren schrapnels, metaaldeeltjes van de explosie die in de huid zaten.”
Sommige patiënten hadden levensveranderende verwondingen, zoals amputaties. “Dat zijn dingen die je niet vaak ziet, en al zeker niet op zo'n grote schaal.”
Naast de chaos en de ernst van de situatie, herinnert De Waele zich ook de solidariteit in het ziekenhuis. “Een man van in de tachtig, die net een hartoperatie had gehad, zei: ‘Dokter, geef mijn bed maar aan iemand anders.’ Dat soort momenten blijven hangen.”
Ook buiten het ziekenhuis was er steun. “Mensen brachten ook spontaan eten binnen. Een broodjeszaak uit Jette leverde honderden broodjes. Dat lijkt klein, maar op zo’n moment betekent dat veel.”
Wat haar vooral bij is gebleven, is de dubbelheid van die dag. “Je ziet het ergste van de mensheid. Maar tegelijk ook het beste. En dat geeft, hoe vreemd ook, een beetje hoop.”
'Sommigen hebben het beroep verlaten'
Volgens De Waele werkte het crisisplan van het ziekenhuis goed. Toch kan je je nooit volledig voorbereiden op zo’n situatie. “Wij zijn gewend om in crisissituaties kalm te blijven. Dat is onze job. Maar als mens krijg je achteraf wel een impact. Alleen was daar op dat moment geen tijd voor. Je blijft werken.”
Tien jaar later blijft 22 maart aanwezig in haar geheugen. “Die datum zit erin gebakken: 22/3. Je vergeet dat niet.”
Ze merkt ook dat zulke gebeurtenissen een bredere impact hebben op zorgverleners. “Veel mensen in de zorg zijn geraakt door wat ze hebben meegemaakt, zeker nadien ook tijdens corona. Sommigen hebben het beroep zelfs verlaten.”
Wapenbeurs onbegrijpelijk
De Waele kijkt vandaag met bezorgdheid naar de wereld. Ze verwijst naar recente geopolitieke spanningen en investeringen in defensie.
“Wij investeren als artsen elke dag in het beter maken van mensen. En dan rijd je langs een wapenbeurs en denk je: hier gaat geld naartoe om mensen kapot te maken. Dat is moeilijk te begrijpen.”
Volgens haar creëert die evolutie een gevaarlijk evenwicht. “Je verhoogt de kans op geweld, terwijl je tegelijk bespaart op zorg. Het is alsof je de kraan opendraait en de emmer kleiner maakt.”
Lees meer over: Brussel , Samenleving , 10 jaar na de aanslagen , elisabeth de waele , aanslagen 22 maart 2016 , UZ Brussel