Tien jaar na de aanslagen op Zaventem en Maalbeek blikt BRUZZ terug op de impact en nasleep van 22 maart. Vandaag: Michaël Bergez, die op de getroffen metro zat. “Ik heb die ervaring lang verdrongen, ik wilde dat niet hebben meegemaakt.”
Michaël overleefde Maalbeek: ‘Ik ben mijn hart voor Brussel niet kwijtgeraakt’
Voor Michaël Bergez begon dinsdag 22 maart 2016 als een gewone werkdag. “Ik woonde toen in Oudergem, en vertrok naar mijn werk in het centrum. Ik weet nog dat ik in het metrostation Beaulieu net een metro had gemist en hem hoorde wegrijden.”
“Toen ik naar mijn werk vertrok, had de aanslag op de luchthaven al plaatsgevonden. Waarschijnlijk waren mensen in de metro het nieuws op hun smartphone aan het lezen, maar mijn Blackberry had geen bereik. Ik wist dus van niets.”
Michaël zat in de vierde wagon. De explosie gebeurde in de tweede. “In Maalbeek gebeurde de ontploffing net na het sluiten van de deuren. Toen de metro vertrok, hoorde ik een gigantische knal. Het leek op de finale explosie aan het einde van een James Bond-film. Ons metrostel werd in elkaar gedeukt als een colablikje: zo krachtig was de ontploffing.”
"Voor mij was het meteen duidelijk dat het om een aanslag ging, ik dacht dat mensen aan het schieten waren. Het waren waarschijnlijk kapotte elektrische installaties"
“Daarop begon de bestuurder van de metro keihard te remmen. Mensen vielen en begonnen te roepen. Er kwam ook een enorme stofwolk op, waardoor we geen hand voor onze ogen zagen.”
“Plots hoorden we knallen, het werd muisstil en iedereen dook op de grond. Voor mij was het meteen duidelijk dat het om een aanslag ging en ik dacht dat mensen aan het schieten waren. Het waren waarschijnlijk kapotte elektrische installaties die voor de knallen zorgden.”
“Ik vreesde voor mijn leven en probeerde me te beschermen met mijn rugzak. Op de grond probeerde ik nog een sms naar mijn moeder te sturen. Naast me was een vrouw aan het bidden.”
Vlucht
Uiteindelijk besloot Bergez dat hij zo snel mogelijk weg moest. “Ik klom door een raam dat kapot was gesprongen. Absurd achteraf gezien, want iemand had gewoon de deuren geopend met de noodhendel, maar je handelt puur uit overlevingsinstinct. Ik ben dan andere mensen gevolgd en het metrostation uit gevlucht.”
“Buiten merkte ik dat ik helemaal bedekt was met stof, het zat ook in mijn mond en neus. Ik spuwde op de grond. Mijn speeksel zag zwart.”
Eenmaal boven, was het contrast enorm. “Er stond gewoon een file in de Wetstraat, met mensen onderweg naar hun werk, zonder enig benul van wat er zich net had afgespeeld.”
“Ik sprak nog iemand aan op straat, en begon over hoe wreed de wereld wel niet is. Die persoon wist totaal niet waar ik het over had. Ik ben dan maar naar huis gewandeld, ik had nood aan frisse lucht en kalmte. Thuis heb ik het nieuws aangezet.”
Ongeloof
Bergez liep geen fysieke verwondingen op, maar wat hij heeft meegemaakt liet zijn sporen na. Hij kan moeilijk bevatten wat hem was overkomen. “Een van de nieuwsberichten kort na de gebeurtenis verklaarde foutief dat een metro in de andere richting was getroffen. Dat heeft mij doen twijfelen. Had ik het me niet ingebeeld? Was ik niet in Schuman afgestapt? Want als de metro in de andere richting reed, kon ik er gewoonweg niet bij zijn geweest.”
“Ik maakte mezelf wijs dat ik op een metro in de buurt van het ontplofte stel zat, en dat de klap mijn wagon door elkaar had geschud. Dat is wat ik in de dagen nadien aan mijn familie en collega’s heb verteld. Bizar als ik er nu aan terugdenk.”
Pas een maand later keert Bergez terug naar Maalbeek. “Ik heb toen mijn vluchtroute opnieuw afgelegd. Daardoor kreeg ik 95 procent zekerheid dat ik echt had meegemaakt wat ik me herinnerde.”
"De eerste zes jaar wou ik mijn ervaring opgeborgen houden. Ik had het idee dat het vanzelf wel zou overgaan"
Zes jaar lang heeft Bergez niet gepraat over wat hem overkwam. “De eerste zes jaar wou ik dat opgeborgen houden, in een ‘doos van Pandora’. Ik deed er niets mee en had het idee dat het vanzelf wel zou overgaan. Ik had er geen fysiek letsel aan overgehouden en zag mezelf daarom niet als slachtoffer.”
“Maar vijf jaar later merkte ik dat ik er nog steeds mee zit", vertelt Bergez. Hij had lange tijd last van hevige nachtmerries. “Ik sta ook vaak stil bij hoe het anders had kunnen lopen. Wat als ik die eerste metro (die hij had gemist, red.), wel had gehaald? Wat als de tweede terrorist in de metro zijn bom wel had doen ontploffen? Dan had ik hier niet gezeten. De aanloop naar het proces rond de aanslagen heeft mij doen inzien dat ik hiermee wel aan de slag moest gaan.”
Bergez zocht professionele hulp en ging in therapie. Hij liet zich ook officieel registreren als slachtoffer. “Slachtofferhulp heeft me dan beelden van bewakingscamera’s laten zien van die dag. Dat was voor mij heel waardevol. Ik zag mezelf de metro instappen in Beaulieu en hoe ik wegvluchtte door de poortjes in Maalbeek na de ontploffing.”
“Pas toen ik die beelden zag, was ik 100 procent zeker. Wat ik had meegemaakt, was echt: ik zat wel degelijk op die metro.” Intussen kan hij over zijn ervaring getuigen, zelfs op de plek waar de aanslag plaatsvond. “Maar verwerken, dat is een woord dat ik niet graag gebruik. Dat doet het lijken alsof het achter de rug is.”
Rompslomp
Naast fysieke letsels of een mentale klap, botsen veel slachtoffers nog op een ander obstakel om hun leven weer op te pikken: administratieve rompslomp. “Ik heb me pas jaren later aangemeld als slachtoffer. Maar bij de overheid gaan ze ervan uit dat je je als slachtoffer meteen al registreert, of hoogstens een paar dagen na de gebeurtenissen. Dat is zeker niet vanzelfsprekend.”
Bergez zelf vindt dat de Belgische overheid tekort is geschoten op dat vlak. “Sommige slachtoffers van de aanslagen wachten nog steeds, tien jaar na de aanslagen, op een terugbetaling van de verzekering of steun van de overheid.” Hijzelf moest keer op keer de bevoegde instanties aan hun mouw trekken om de nodige informatie te krijgen.
“Sommige slachtoffers wachten nog steeds op een uitbetaling van de verzekering of steun van de overheid"
“Daarom is slachtoffervereniging V-Europe cruciaal. Die is opgericht door nabestaanden zelf uit noodzaak door de vele obstakels die slachtoffers en nabestaanden tegenkwamen. V-Europe vertegenwoordigt slachtoffers van terreurdaden over de hele wereld. De organisatie hield ons gedetailleerd op de hoogte van het proces rond de aanslagen en bood hulp bij het vinden van een advocaat. Ze doen fantastisch werk en ze grijpen dit soort verjaardagen aan om de overheid eraan te herinneren dat veel slachtoffers nog steeds wachten.”
Bergez ontmoette via V-Europe andere overlevenden van de metro in Maalbeek. En door V-Europe kan hij deelnemen aan het sportevenement Together Stronger, een jaarlijkse sportactiviteit voor slachtoffers van terreur. “Ik vind het erg krachtig om wat we meemaakten om te zetten in positieve energie en om samen een doel te bereiken. Vorige keer hebben we enkele cols uit de Tour de France bedwongen. Dit jaar gaan we een deel van de Ronde van Vlaanderen fietsen. Het is belangrijk om te tonen dat we dat kunnen.”
Lees verder onder de afbeeldingen.
Bergez zal nooit vergeten wat hij op 22 maart 2016 heeft meegemaakt. “Ik zal dit altijd met me meedragen. Ik zie het als een kubus die in mijn hart ronddraait. In het begin had die scherpe randen die pijn deden. Ondertussen zijn die wat afgesleten, maar de kubus zit er nog steeds en dat zal zo blijven.”
Bergez woont intussen niet meer in Brussel, maar dat heeft niets met de aanslagen te maken. “Ik ben mijn hart voor Brussel niet kwijtgeraakt. Het blijft een fantastische en bruisende stad, waar zo veel te beleven valt. Ik kom hier graag.”
Lees meer over: Brussel , Samenleving , 10 jaar na de aanslagen , metrostation Maalbeek , slachtofferhulp , V-Europe