Moslims blijven veruit het vaakst slachtoffer van religieuze discriminatie in België. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Unia: in 9 op de 10 dossiers gaat het om feiten die verband houden met de islam. De arbeidsmarkt duikt daarbij opnieuw het meest op als probleemdomein.
© Ivan Put
| Naar aanleiding van 21 maart, de Internationale Dag voor de Uitbanning van Rassendiscriminatie, publiceerde Unia zijn nieuwste cijfers over discriminatie in België.
Moslims vaakst slachtoffer van religieuze discriminatie: arbeidsmarkt is probleemdomein
Naar aanleiding van 21 maart, de Internationale Dag voor de Uitbanning van Rassendiscriminatie, publiceerde Unia, het interfederaal gelijkekansencentrum, zijn nieuwste cijfers over discriminatie in België. Daaruit blijkt ook dat meldingen over raciale kenmerken in 2025 opnieuw het vaakst voorkomen.
Vorig jaar ontving Unia 2.502 meldingen over feiten die verband houden met raciale kenmerken, zoals zogenaamd ras, huidskleur, nationaliteit, afkomst of nationale en etnische afstamming. Dat aantal stijgt al sinds 2022.
In totaal opende de instelling vorig jaar 757 dossiers rond raciale kenmerken. Dat zijn er meer dan twee per dag, goed voor 31 procent van alle dossiers. Daarmee blijven raciale kenmerken, net als de voorbije jaren, het vaakst ingeroepen discriminatiecriterium.
Moslimhaat blijft dominant
Binnen de dossiers waarin het criterium geloof wordt ingeroepen, springt één groep er duidelijk uit: in 91 procent van de gevallen gaat het om feiten die verband houden met de islam.
Daarnaast identificeerde Unia in 2025 ook 104 dossiers van antimoslimhaat. Die vallen onder het criterium geloof, raciale kenmerken of een combinatie van beide. Het gaat enkel om dossiers waarin antimoslimhaat expliciet kon worden vastgesteld. Dat cijfer moet dus onderscheiden worden van dossiers waarin alleen “geloof” meespeelt, zoals arbeidsreglementen die religieuze symbolen verbieden.
Verder opende de organisatie ook 101 dossiers over racisme tegenover personen van Noord-Afrikaanse of Arabische origine, zonder dat hun religie expliciet vermeld werd. Niet iedereen uit die groep is moslim, maar in de praktijk lopen afkomst en islamofobie vaak door elkaar.
Bovendien wijst Unia ook op andere groepen die vaak geviseerd worden. Racisme tegenover zwarte personen was in 2025 goed voor 131 dossiers, het hoogste aantal binnen die categorie. Ook antisemitisme blijft op een hoog niveau, met 70 dossiers in 2025. Volgens Unia liggen die cijfers al twee jaar bijzonder hoog.
Arbeidsmarkt als grootste probleem
Net als de voorbije jaren is de arbeidsmarkt het domein waar discriminatie het vaakst opduikt. Sinds 2023 staat werk bovenaan de lijst. In 2025 ging 26 procent van alle dossiers rond raciale kenmerken over discriminatie op het werk.
Volgens Unia duiken meldingen op in zowat elke fase van een loopbaan: van discriminatie bij aanwerving, over pesterijen door collega’s omwille van iemands afkomst, tot ontslag omwille van een afro-kapsel dat door klanten als “onprofessioneel” wordt gezien. Ook bij dossiers over moslims, mensen van Arabische of Noord-Afrikaanse origine en zwarte personen komt arbeid telkens als grootste probleem naar voren.
De situatie is volgens Unia schrijnend: mensen worden aangespoord om te werken, maar krijgen niet altijd dezelfde kansen op de arbeidsmarkt.
“Helaas is dat wel iets dat we zien in onze cijfers”, zegt Carole Poncin, woordvoerster van Unia. “Dat mensen, en dan gaat het meestal om vrouwen, vaak naast een job grijpen omdat ze een hoofddoek dragen.”
Volgens Poncin is er nood aan meer duidelijkheid. “Willen we dat bepaalde groepen keer op keer uit de arbeidsmarkt vallen vanwege hun religie? Of willen we net zorgen voor een inclusieve samenleving, waarin mensen, ongeacht hun overtuiging, gewoon aan het werk kunnen?”
Lees meer over: Brussel , Samenleving , Unia , Islam , Religieuze discriminatie , carole poncin