Brusselaars wachten al lang op een nieuw openluchtzwembad. Nu de regering het masterplan voor de ontwikkeling van de Abattoir-site heeft goedgekeurd, met daarin een openluchtzwembad, komt die droom een stap dichterbij. Maar komt het er dit keer écht van, en wat zijn de mogelijke pijnpunten? Vijf vragen en antwoorden.
Openluchtzwembad op komst: vijf vragen beantwoord over de plannen op de Abattoir-site
1. Het masterplan is goedgekeurd, maar wie betaalt voor het zwembad?
Het zwembad wordt geen klassieke overheidsinvestering. De Brusselse regering kiest voor een DBFMO-formule, dat staat voor Design, Build, Finance, Maintain and Operate. Een private partner moet het zwembad ontwerpen, bouwen, financieren, onderhouden én uitbaten. Het Gewest betaalt daarvoor gedurende dertig jaar een vergoeding. Daarna wordt het zwembad eigendom van het Brussels Gewest.
Privaat-publieke samenwerkingen zijn niet nieuw in Brussel. Ook de nieuwe kazerne van de Brusselse brandweer aan Thurn & Taxis wordt via een DBFM-constructie gerealiseerd. Eerder werd ook de campus Kasterlinden-De Poolster, die onder meer een primaire en secundaire school huisvest, al op die manier ingericht.
Voor de overheid heeft zo’n publiek-private samenwerking een belangrijk voordeel: de volledige investering hoeft niet meteen op de begroting te worden ingeschreven. Tegelijk gaat het Gewest wel een langlopende financiële verbintenis aan.
2. Welke partijen zullen deelnemen aan de projectoproep?
Op dit moment is de projectoproep nog niet gepubliceerd. Het is dus nog niet duidelijk welke precieze voorwaarden de Brusselse overheid aan de toekomstige exploitant zal opleggen en welke ondernemingen zullen meedingen.
Mogelijk zullen bekende zwembaduitbaters zoals Sportoase en Lago zich aandienen. Die laatste partij laat alvast weten geïnteresseerd te zijn. “We zijn in afwachting van het aanbestedingsdossier, dat we de komende dagen of weken verwachten. We zullen ons zeker inschrijven”, zegt Dieter Thielemans, algemeen directeur van Lago. “We beheren op dit moment een vijftiental structuren in België. Voor ons is Brussel nog een blinde vlek, terwijl er een grote nood is aan zwemwater.”
3. Wat zijn de risico’s met een private uitbater?
Volgens Paul Steinbrück van de vzw Pool is Cool, die voor meer zwemplekken ijvert, moet de regering opletten met een dergelijke privaat-publieke samenwerking. “Op lange termijn blijkt het vaak duurder dan wanneer een overheid het zelf zou doen”, zegt Steinbrück. "Het blijft een dienst die wordt verleend door een privébedrijf dat winst wil maken. Daardoor wordt er vaak sterk geoptimaliseerd en worden de kosten zoveel mogelijk beperkt."
Vooral bij een openluchtzwembad kan die winstoptimalisatie volgens hem problematisch zijn. Een buitenbad is sterk afhankelijk van het weer en daardoor moeilijker rendabel te exploiteren dan een binnenbad. Volgens Steinbrück kan een private uitbater daarom geneigd zijn het buitenbad minder vaak open te stellen dan een publieke aanbieder: "Vaak wordt zo’n buitenbad maar enkele weken per jaar geopend."
Daarom is het volgens Steinbrück cruciaal dat de Brusselse regering vooraf zeer precies vastlegt wat ze van de exploitant verwacht. Niet alleen wat betreft de bouw en het onderhoud, maar ook wat betreft openingsuren, tarieven, zwemlessen, schoolzwemmen en de beschikbaarheid van het buitenbad. "Anders krijgen we binnenkort een klein putteke naast het zwembad, in plaats van een echt buitenbad."
"Eén openluchtzwembad is een druppel op een hete plaat"
Vzw Pool is Cool
4. Het zwembad komt er in 2030. Is daarmee aan de vraag voldaan?
Steinbrück noemt het nieuwe zwembad een belangrijke eerste stap, "zeer welkom" in Brussel en in de wijk. "We werken hier al sinds 2018 aan, samen met de NV Abattoir en het bad komt op een belangrijke plek waar veel nood is aan een dergelijke infrastructuur," begint hij voorzichtig. "Maar nee, dit is nog lang niet genoeg."
De vergelijking met andere steden maakt volgens Steinbrück duidelijk hoe groot het verschil blijft. "Berlijn heeft zo'n 26 zwemplekken met rond de 3,5 miljoen inwoners. "Voor de meer dan een miljoen Brusselaars is één zwembad een druppel op een hete plaat," zegt hij.
5. Wat kan de regering doen om snel meer zwemwater te creëren?
Met één nieuw zwembad is het Brusselse tekort dus niet opgelost. Eerdere zwembadplannen, zoals de Neerpedevijver of het zwembad aan het Kanaal, duren lang of lopen vast. Daarom pleit Pool is Cool ervoor om naast de grote projecten ook kleinere, tijdelijke ingrepen te doen. “Begin klein, maar begin meteen”, is de boodschap van Steinbrück aan de regering.
Volgens Pool is Cool moet Brussel serieus werk maken van gecontroleerd kanaalzwemmen. Dat hoeft niet noodzakelijk elke dag te gebeuren, maar op momenten waarop er geen of weinig scheepvaart is, denk aan georganiseerde ‘Sunday Swims’. Als voorbeeld verwijst Steinbrück naar Leuven, waar recent zwemmen in de Vaart werd toegelaten.
Een andere optie zijn tijdelijke buitenbaden. Die zouden geplaatst kunnen worden bij Brusselse binnenzwembaden, die vaak wel beschikken over een parking, binnenkoer of andere open ruimte. “Zo kunnen bezoekers de bestaande infrastructuur gebruiken: de kleedkamers, douches en toiletten. Een paar weken in de zomer kun je zo met redelijk beperkte middelen extra zwemwater creëren.” Tot slot zouden ook de bestaande fonteinen en waterplekken omgevormd kunnen worden tot zwemvijvers en speelfonteinen.
Lees meer over: Anderlecht , Samenleving , Abattoir , openluchtzwembad , Manufacture