Vandaag, op Wereldvluchtelingendag, viert Fedasil de verjaardag van aanmeldcentrum Klein Kasteeltje met een fototentoonstelling, muziek en rondleidingen. Veertig jaar geleden werden er voor het eerst asielzoekers opgevangen in Klein Kasteeltje. BRUZZ blikt met Bob Pleysier, die er van 1991 tot 2002 directeur was, terug. “Veel mensen lachen met Brussel, of ze vinden het een schandelijke stad, maar heel Vlaanderen werkt tegen.”
© Photonews
Oud-directeur Klein Kasteeltje: ‘Iedereen weet dat migratie nooit zal stoppen’
Dit jaar blikt Fedasil terug op veertig jaar asielopvang in Klein Kasteeltje. Met het evenement ‘In Another Life’ gaan de deuren van het centrum vandaag open voor nieuwsgierige buitenstaanders. Maar bijna veertig jaar geleden, in november 1986, gingen de poorten van de voormalige militaire kazerne voor het eerst open voor asielzoekers. Een primeur, want tot dan stonden de OCMW’s in voor de opvang van asielzoekers.
Bob Pleysier hielp het eerste opvangcentrum voor asielzoekers mee vorm te geven. Hij kwam in 1991 aan het hoofd te staan van wat hij vandaag nog omschrijft als “het mooiste huis van Brussel”. “Ik herinner het mij nog als gisteren. Toen ik na mijn eerste dag thuiskwam, zei ik aan mijn vrouw: ‘Ik keer daar nooit terug.’ Zij overtuigde me om dat toch te doen, en dat was de gelukkigste keuze uit mijn profesionele leven.”
“Er was altijd veel verdriet in dat huis, veel heimwee, veel kwaadheid van de mensen. Maar we hadden een personeelsploeg die heel bekwaam was en veel passie legde in het werk”, herinnert Pleysier zich. “Er waren altijd wel problemen of brandjes te blussen, maar iedereen droeg zijn steentje bij.”
©
Belga
| Bob Pleysier.
Humanere opvang
Doorheen de jaren onderging Klein Kasteeltje enkele ingrijpende veranderingen. Tijdens zijn loopbaan als directeur trachtte Pleysier de opvang in het centrum meer op mensenmaat te organiseren. “Toen ik daar aankwam, was het nog een primitief huis, met een gebrek aan sanitair, een slecht werkende verwarming en ramen die bijna uit de muren vielen. En het waren vooral heel grote kamers, waar alleenstaande mannen met twaalf of meer op de kamer lagen in oude legerbedden.”
Dat veranderde toen ze ‘chambrettes’ installeerden in Klein Kasteeltje. Asielzoekers kregen er kleine kamertjes, met meer privacy en autonomie. “Als iemand laat ’s avonds thuiskwam, ging het licht aan in die grote kamers en werd iedereen wakker. Dat zorgde voortdurend voor heibel. Mensen uit het Oostblok en Afrikanen samen, dat werkte ook niet goed. We wilden af van die onpersoonlijke, massale opvang en dit was een goede vooruitgang.”
Ook de keuken van Klein Kasteeltje kende onder Pleysier een verbetering. “Die hebben we laten evolueren naar behoorlijk eten, want toen ik begon waren het nog bakken met smurrie in”, lacht hij. “Altijd was het onze bedoeling om de opvang humaner te maken.”
Al was dat niet altijd even gemakkelijk. Pleysier herinnert zich nog goed hoe er vanuit de rest van het land weerstand werd geboden. “Klein Kasteeltje was een aankomstcentrum. Asielzoekers konden er na minstens veertien dagen doorstromen naar OCMW’s, maar velen stonden weigerachtig en wilden hen niet. Miet Smet (toenmalig staatssecretaris voor Sociale Emancipatie, red.) heeft toen heel Vlaanderen platgereden om hen toch op te vangen en dat heeft tot een spreidingsplan geleid.”
© Kevin Van den Panhuyzen - BRUZZ
| December 2021: Asielzoekers trotseren de koude en regen om aan te schuiven voor de poort van Klein Kasteeltje, dat toen ook een registratiecentrum was. Dat is intussen veranderd: de registratie verhuisde eerst naar de Pachecolaan en vindt vandaag plaats in de Belliardstraat.
Het doet denken aan discussies die de voorbije jaren nog steeds gevoerd worden als het over het asiel- en opvangbeleid gaat. Als geen andere Belgische stad heeft Brussel de druk van de opvangcrisis de voorbije jaren gevoeld, maar de vraag om een betere spreiding wordt vaak negatief onthaald. “Ik woon in Leuven en in die vijftig jaar dat we van de ene crisis naar de andere zijn gegaan heeft Leuven nooit een opvangcentrum gehad. Terwijl er kloosters leegstaan. Het is een regelrechte schande.”
“De spreiding wordt door veel gemeenten tegengewerkt”, gaat Pleysier verder. “Dat is jammer, want Brussel heeft al een heel grote populatie van daklozen en mensen die voor het eerst aankomen. Als Fedasil, zoals nu, de opvang weigert voor alleenstaande mannen, blijven die ergens in Brussel circuleren. Ze gaan niet spontaan naar Oostende of Leuven. Veel mensen lachen met Brussel, of ze vinden het een schandelijke stad, maar heel Vlaanderen werkt tegen.”
'Baken voor mensen in nood'
Wat Pleysier ook omschrijft als een schande is het tentenkamp dat begin 2023 ontstond aan het kanaal, na de uitzetting van het kraakpand in de Paleizenstraat. Asielzoekers die geen opvang kregen, hadden toen hun tent opgesteld met zicht op de poort van Klein Kasteeltje.
“In mijn tijd bestond zoiets niet, al moesten ook wij na verloop van tijd mensen weigeren. Eerst waren het enkelingen die na drie dagen moesten terugkomen, maar dat werden er honderden die maanden moesten wachten. We hadden nachtelijke binnenklimmers – vooral voor Roemenen was dat bijna een sport – waardoor we toen een versterkte burcht werden tegen onze eigen doelgroep. Dat was een vreemde situatie.”
© Ivan Put
| 24 februari 2023: het tentenkamp van asielzoekers op en langs de brug aan het kanaal en het Klein Kasteeltje.
Onder meer door de oorlogen in de Balkan maakte Pleysier verschillende crisissen mee tijdens zijn carrière. Het valt hem vandaag op dat de ministers die toen bevoegd waren een andere aanpak hanteerden. “Als ik het vergelijk met ministers als Miet Smet of Johan Vande Lanotte, die hadden in de eerste plaats toch een soort van gevoel voor barmhartigheid. Die mensen moesten uiteindelijk goed worden opgevangen, vonden zij.”
“Ik zeg niet dat de ministers vandaag geen opvang meer willen geven, maar de reflex om dat goed te doen en voor iedereen, die is er niet meer”, gaat de oud-directeur van Klein Kasteeltje verder. “Nu draait het alleen om het omlaag trekken van de getallen, terwijl iedereen weet dat migratie nooit zal stoppen. Vanuit het zuiden zal de stroom alleen maar toenemen en dat zal je met Frontex niet kunnen tegenhouden.”
Pleysier, die na 2001 ook nog directeur-generaal van Fedasil was, benadrukt dat hij niet de indruk wil wekken “dat iedereen hier welkom is.” Ook een terugkeerbeleid is noodzakelijk en vandaag worden nog steeds te veel mensen niet gerepatriëerd na een negatief antwoord op een asielaanvraag. Maar terugkeercentra buiten de Europese Unie bouwen vindt hij ook geen goed idee. “Dat zou onbetamelijk zijn, iets dat Europa enkel uit zelfbescherming doet met geen enkel positief aspect voor de mensen waar het om draait.”
“Europa moet proberen te vermijden dat mensen de Middellandse Zee willen oversteken en hier in een ongelukkige biotoop terechtkomen”, vindt hij. “Maar ik hoop ook dat het Europees continent toch nog een baken kan blijven voor mensen in nood, alleen moeten we dat goed organiseren.”
Lees meer over: Brussel , Samenleving , asielopvang , Klein Kasteeltje , wereldvluchtelingendag , opvangcrisis , Fedasil
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.