Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Bart Dewaele

| VUB-professor Mattias De Backer: "Wanneer er minder gebruikers van de openbare ruimte zijn en die minder divers zijn, is dat een slechte zaak voor de veiligheid"

Interview

Professor Mattias De Backer: 'De digitale wereld bedreigt de openbare ruimte’

Kris Hendrickx
13/01/2026

Dat mensen kijken in zekere zin zijn beroep is, zegt VUB-professor Mattias De Backer. De bevindingen van al dat kijken bundelde de expert in openbare ruimte in zijn boek De code van de straat. “Overlast is een erg vaag begrip, een soort juridisch drijfzand.”

Mattias De Backer wacht BRUZZ op in een café aan het Beursplein, misschien wel het hart van de Brusselse openbare ruimte. De chalets op het plein herinneren nog aan de vijf weken waarin de kerstmarkt dat hart inpalmde. En de trappen van de Beurs, die onvolprezen stadstribune, liggen er voor een keer ondergesneeuwd bij. “Eigenlijk zijn we allemaal expert in de openbare ruimte, alleen weten we dat niet”, mijmert De Backer. “Als ik ergens ga presenteren zie je telkens die sprankel in de ogen van mensen: ‘Zo had ik het nog nooit bekeken.’” Het is een sprankel waar ook zijn boek De code van de straat op mikt.

Is Brussel een goede plek om de openbare ruimte te observeren?

Mattias De Backer: Ja, het is onze enige echte grootstad. Voor sommige fenomenen die in de publieke ruimte ontstaan, heb je een zekere grootteorde en diversiteit nodig. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat grootstadbewoners niet opkijken van heel diverse mede­bewoners, de indifference to difference.

Openbare ruimte wordt steeds vaker geprivatiseerd of gecommercialiseerd. In dat verband wordt weleens gesproken over ‘het eind van de openbare ruimte’. Ziet u dat ook in Brussel?

De Backer: Kijk gewoon door het raam (naar de chalets van Winterpret, red.). Een kerstmarkt privatiseert de publieke ruimte misschien niet letterlijk, want de toegang is vrij. Toch ben ik er zeker van dat bepaalde groepen – jonge bewoners van Molenbeek bijvoorbeeld – zich steeds minder welkom voelen op een aantal centrale plekken in de stad, omdat die voortdurend door commerciële evenementen worden ingenomen. Of de commercialisering van het Sint-Katelijneplein, met steeds grotere terrassen en als kers op de taart zelfs het wegnemen van de publieke banken. Kwestie van aan ongewensten helemaal duidelijk te maken: “Dit is geen plek voor u.” Op dat plein verbleven vroeger heel verschillende groepen: daklozen en dronkenlappen, maar evengoed jongeren. Die ruige diversiteit wil men steeds meer ‘opkuisen’.

Aan de voetgangerszone is toch net openbare ruimte bijgekomen? Meer plaats voor voetgangers, openbare banken …

De Backer: Klopt, al zie je wel dat proper maken van bovenaf niet altijd makkelijk is. Een aantal groepen claimt de ruimte later op de avond toch weer. Maar in het algemeen ben ik eerder enthousiast over de inrichting en het gebruik. Die hele zone benadrukt nog eens dat dit het centrum is. Ooit was ik in Tampa in Florida en vroeg ik aan de hoteluitbater hoe ik naar het centrum kon wandelen. Twee uur later kwam ik terug, ik had het centrum niet gevonden. Blijkbaar was ik er dwars doorheen gelopen, zonder het op te merken. Het was een centrum op zijn Amerikaans, ingericht voor de auto, met weinig dichtheid.

87b2d7c2-brz202601141962mattiasdebacker2cbartdewaele.jpg

Bart Dewaele

| Professor Mattias De Backer: 'Het idee dat jongeren ergens verscholen willen zitten in de publieke ruimte, klopt niet. Ze willen zien én gezien worden"

We zijn vandaag erg vaak met schermen bezig, ook in de openbare ruimte. Daardoor zijn we daar toch veel minder aanwezig dan pakweg dertig jaar geleden?

De Backer: Ja, die opmars van de digitale wereld vormt eigenlijk een veel grotere bedreiging voor de publieke ruimte dan commercialisering en beveiliging. Die trend zal alleen maar sterker worden, denk aan de opkomst van smart glasses.
Door onder meer de groei van AI zullen we steeds minder naar buiten gaan. Sommige mensen maken nu al een avatar aan als vriend. En als we dan toch in de openbare ruimte zijn, hebben we er minder onze aandacht bij. Wanneer er minder gebruikers van de openbare ruimte zijn en die minder divers zijn, is dat een slechte zaak voor de veiligheid.

Ik zoek naar positieve aspecten van de digitalisering voor de openbare ruimte, maar vind ze niet echt. Natuurlijk laat die evolutie vandaag toe om plots héél veel mensen op de been brengen in de publieke ruimte. Toen een Franse influencer in 2017 mobiliseerde, stond het Muntplein opeens vol met honderden jongeren. Maar dat is dan weer een fenomeen waar de politie zich echt het hoofd over breekt.

Je hoort wel vaker dat de openbare ruimte meer voor mannen is ingericht. Hoe kan dat beter?

De Backer: Sommigen zeggen dat die inrichting zo is omdat de architecten mannen waren. Misschien kunnen we op dat vlak stappen zetten. Daarnaast kan je gewoon heel breed bewoners en experten betrekken bij het ontwerpen van een ruimte. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij de heraanleg van de Nieuwe Graanmarkt, waar ook ik geraadpleegd werd.

Hoe richt je een vrouwvriendelijkere omgeving in?

De Backer: Bijvoorbeeld door iets meer besloten hoekjes te creëren. Meisjes zijn vanaf een bepaalde leeftijd meer geneigd om ergens samen te gaan zitten en te praten. Dan moet je daar een plek voor voorzien, die niet volledig afgescheiden is van de rest.
Een hoofdstuk in mijn doctoraat gaat over wat een plek nu net een goede hangplek voor jongeren maakt. Een iets hoger gelegen plaats waar je een goed overzicht hebt om naar mensen te kijken, is bijvoorbeeld ideaal. Ook een ruggensteun of afdakje voor beschutting is positief, net als genoeg activiteit om naar te kijken.

Het idee dat jongeren ergens verscholen willen zitten, klopt niet. Ze willen zien én gezien worden. Ze zijn de hele tijd bezig met een soort theater, waarin ze hun eigen identiteit aan het ontwikkelen zijn. Gezien worden is daar essentieel in, dat geldt nog meer voor jongens. En nog iets: voor vrouwen is verlichting in de openbare ruimte extra belangrijk.

Jongens blijven eerder in hun eigen wijk, terwijl meisjes veeleer naar het centrum of elders trekken om aan sociale controle te ontsnappen, zeiden Gitte Van Der Biest en Jessica Vosters van JES ooit in een interview met BRUZZ.

De Backer: Dat komt helemaal overeen met mijn eigen observaties. Jongens voelen zich sneller onveilig buiten de eigen wijk, of hebben er ervaringen met racisme en uitsluiting. Doordat ze zich daar niet zo goed voelen, wordt de identificatie met de eigen buurt extra sterk en gaan ze die ook extra claimen.

Hoe gestigmatiseerder een buurt, hoe trotser jongeren zich daardoor vaak tonen om er te wonen. Het label dat de buitenwereld op je plakt, versterkt je eigen groepsgevoel. Dat is sociale identiteit.

Over jongeren gesproken: in uw boek gaat het meermaals over het begrip overlast. Die term wordt nooit gebruikt voor witte volwassenen uit de middenklasse, merkt u op.

De Backer: Stel dat je lawaai op straat hoort terwijl je wil slapen. Je kijkt door het raam naar buiten en ziet je buurman bezig. Dan kalmeer je wellicht en ga je weer slapen. Maar als het drie jongeren zijn die je niet kent, en met een andere huidskleur, is je reactie wellicht anders, door een soort van bias.

Het hele overlastverhaal is vaak een manier om sommige vooroordelen een plek te geven. Dat geldt voor veel partijen: de burgers, de academische wereld en de media die erover schrijven, én de overheid die er beleidsinstrumenten rond heeft ontwikkeld, zoals de GAS-boetes. Overlast is trouwens een erg vaag begrip, een soort juridisch drijfzand ook.

"Jongens voelen zich sneller onveilig buiten de eigen wijk, of hebben er ervaringen met racisme en uitsluiting"

De openbare ruimte weerspiegelt vaak de heersende macht, schrijft u een paar keer in uw boek. Waar ziet u dat recentelijk in Brussel?

De Backer: De hele aanpak van de metrowerken rond de Stalingradlaan en het Zuidpaleis is daar een voorbeeld van. Een hele reeks etnische winkels verdwijnt daar nu. Daar zit ook een machtsverhaal achter, met vastgoed dat over een aantal jaar veel meer geld zal waard zijn, waardoor dezelfde mensen van vandaag er wellicht geen zaak meer zullen kunnen starten.

Brussel heeft nog steeds volkse en armere wijken in het centrum, iets dat in andere hoofdsteden veel zeldzamer is. Heeft dat invloed op de openbare ruimte?

De Backer: Daardoor is het centrum hier veel inclusiever en diverser dan bijvoorbeeld in tal van Franse steden.

Hoe kan deze stad haar openbare ruimtes verbeteren?

De Backer: Tijdens mijn doctoraat ben ik op een bepaald moment foto’s beginnen te maken van allerlei hekken en afsluitingen in de openbare ruimte. Brussel is een fantastische chaos, waarin je op sommige plaatsen zelfs hekken rond hekken vindt. Het is soms zo slecht georganiseerd, dat een nieuw ontwerp in zekere zin al een luxe is.

Als we al eens zouden beginnen met het goed gebruiken van en zorgen voor de dingen, zou dat al veel zijn. Hekken die vergeten worden, waardoor er op den duur struiken in groeien, zijn daar geen voorbeeld van. Voor een jonge wijkbewoner komt dat in zekere zin neer op diefstal van zijn openbare ruimte. Als er geen geld is voor een dure renovatie, maak de ruimte dan tenminste bruikbaar en het liefst ook nog een beetje aanpasbaar.

In andere gevallen zie ik eerder een systematische onderinvestering in de publieke ruimte sinds de bouw. Peterbos, waar ik ook onderzoek deed, is daar een goed voorbeeld van.

De code van de straat, Mattias De Backer,
140 blzn., uitgeverij Acco, 22,50 euro

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Samenleving