Tien jaar na de aanslagen op Zaventem en Maalbeek blikt BRUZZ terug op de impact en nasleep van 22 maart. Vandaag: Dieter Crauwels die het sporenonderzoek van de federale politie aanstuurde in metrostation Maalbeek. "We moesten het puin laag per laag wegschrapen om ons werk te doen."
©
Bart Dewaele
Sporenonderzoek in Maalbeek: ‘Overal lag puin, maar het metrodeuntje bleef spelen’
Het is iets voor 8 uur wanneer op 22 maart 2016 twee bommen ontploffen op de luchthaven van Brussels Airport. Het federale Crisiscentrum wordt geactiveerd, maar de chaos is compleet en al snel wordt gevreesd dat het niet zal blijven bij die twee explosies.
Het kabinet van de Brusselse minister-president Rudi Vervoort (PS) belt naar het Crisiscentrum met de dringende vraag wat er met de metro moet gebeuren. Openblijven of sluiten? Om 8.50 uur wordt een beslissing genomen: geen risico’s, de metro moet dicht.
Op dat moment heeft terrorist Khalid El Bakraoui echter al zijn kaartje gescand in station Pétillon en stapt hij in een metro richting Kunst-Wet. Twintig minuten later laat hij aan de halte Maalbeek zijn rugzak ontploffen. De luchtverplaatsing blaast de deuren en ramen aan diggelen en een vuurzee vult de wagon: zestien personen komen om het leven en meer dan honderd reizigers raken gewond.
Niet veel later krijgt Dieter Crauwels de opdracht om het sporenonderzoek ter plaatse te coördineren. "Ik was pas aangekomen toen bijna iedereen al vertrokken was naar Zaventem. Met een collega volgde ik het nieuws. We zeiden nog tegen elkaar dat het belangrijk was om waakzaam te blijven voor een eventuele tweede aanslag. Die volgde effectief tien minuten later. Met een kleine ploeg van vijf man ben ik toen vertrokken naar de site. Later is daar nog veel volk bijgekomen. Het team kreeg hulp van labo’s vanuit het hele land en zelfs van het Groothertogdom Luxemburg."
Wat zag u ter plaatse?
Dieter Crauwels: Normaal doe ik mijn werk op een rustige crime scene. Nu was de evacuatie van de gewonde slachtoffers nog volop bezig: we moesten dus wachten. Na een screening van de ontmijningsdienst DOVO mochten we de perimeter betreden.
Vanaf de trap lag er al overal puin. Alle levende slachtoffers waren weggehaald, maar de lichamen lagen er wel nog, soms zagen we gewoon lichaamsdelen. Op de tramsporen en op het perron lagen verschillende slachtoffers die uit de wagon waren gekatapulteerd.
Op de site hing een vreemde stilte, maar die werd de hele dag door onderbroken door het metrodeuntje: ‘Ping pong, de treinen rijden niet meer vandaag’. De hele tijd rinkelden gsm’s: van mensen die slachtoffers probeerden te bereiken. In de lucht hing een geur van olie en van verbrande menselijke resten.
©
VRT NWS
| Dieter Crauwels: "Alle voorwerpen op de perrons en sporen moesten we fotograferen om later te reconstrueren."
Hoe kun je in een dergelijke omgeving werken?
Crauwels: Je staat onder enorme druk, want heel het land kijkt mee. Je wil zo snel mogelijk de dader identificeren en duidelijkheid krijgen over de slachtoffers. Door die druk kon ik de omstandigheden wegfilteren.
Tijdens het werk probeerde ik te focussen op de techniciteiten en niet op de gruwel. Toch sluipt dat wel binnen: een paar weken later kon ik plots geen olijven meer eten. Ik linkte de geur en de smaak ervan op een of andere manier aan de geur van Maalbeek: heel vreemd.
Hoe ging uw team te werk?
Crauwels: Onze job was om alles zo goed mogelijk te documenteren. Om de chaos overzichtelijk te maken, werd de site opgedeeld in een raster, wat hielp om alles systematisch af te werken.
Bij alle voorwerpen die op de perrons en sporen gevonden werden – kleren, schroeven, lichaamsresten – werd een genummerd geel plaatje gezet om te fotograferen en later te reconstrueren. Daarna stopten we dat in een papieren zakje als bewijsmateriaal. Op een bepaald moment waren de plaatjes op en moesten we ons behelpen met zelfgevouwen stuks.
Het puin maakte het werk niet makkelijker: we moesten laag per laag wegschrapen om te zien wat eronder zat. Toen het mobiele netwerk wegviel, moest ik elke keer naar de vaste lijn van een nabijgelegen hotel om te overleggen met mijn baas.
In Zaventem werd nog een derde, niet-ontplofte bom gevonden. Was u niet bang dat zoiets ook in Maalbeek nog kon?
Crauwels: DOVO had een screening gedaan. Dat maakte het veilig, maar 'veilig' is relatief natuurlijk. Omdat er al een explosief was afgegaan, was het niet meer mogelijk om honden te sturen om te controleren. Bij elke rugzak die gevonden werd, moesten we evacueren, vanwege het potentiële gevaar.
Collega's op Zaventem moesten zelfs allemaal gaan lopen toen bleek dat er nog een koffer stond die niet was ontploft. Dat horen bezorgde ons dan weer extra stress.
"Toen ik uit Maalbeek kwam, wilde DOVO me plots controleren op nucleaire straling. Ik was toen wel al beneden geweest"
Hebt u op een bepaald moment getwijfeld om nog naar beneden te gaan?
Crauwels: Nee. Die angst moet je aan kant zetten, al sta je er wel bij stil. Toen ik voor het eerst van de site naar boven liep, moesten mijn overschoenen gecontroleerd worden op nucleaire straling. De explosie kon immers een dirty bomb zijn: een explosief vermengd met radioactief materiaal.
Daar had ik nog niet bij stilgestaan. De controle was gelukkig negatief: doorgaan dus.
Hoe snel konden jullie uiteindelijk de terrorist identificeren?
Crauwels: Via de camerabeelden wisten we welke kleren de verdachte droeg: een blauwe jas en rugzak. Een collega legde toen de link met een losgerukte hand die gevonden was op het perron. Samen met die collega heb ik toen vingerafdrukken genomen van die hand, de identificatie volgde nog in die nacht.
Hoelang bent u die dag aan het werk geweest?
Crauwels: De hele nacht lang, puur op adrenaline. Ik ging de volgende ochtend slapen en dan nam een collega het over. Die is nog tot de middag bezig geweest. Achteraf hebben we al het puin samen met DOVO nog zorgvuldig gezeefd om zeker niets verloren te laten gaan.
U hebt uiteindelijk getuigd in de assisenzaak van de aanslagen. Hoe hebt u dat ervaren?
Crauwels: Bijzonder: ik had dat ooit al gedaan, maar dit was toch van een andere grootteorde. Bovendien moest het allemaal in het Frans, een extra stressfactor.
Uiteindelijk werd mijn deel in één dag afgehandeld. Het is natuurlijk de bedoeling dat alle relevante zaken worden aangehaald, ook die die minder prettig zijn om te zien of te horen. Bij moeilijke foto's waarschuwden we de zaal, maar de jury kon natuurlijk niet wegkijken.
Achteraf bekeken had dat proces op mij een louterend effect. Ik had het nodig om het geheel te kunnen afsluiten.
Hadden de aanslagen een persoonlijke impact op u?
Crauwels: Nu niet meer. Als ik de metro neem en langs Maalbeek passeer, raakt het mij wel, maar ik lig er niet wakker van. Gelukkig, want vanzelfsprekend is dat niet. Heel wat collega's hebben minder geluk.
Lees meer over: Brussel , Samenleving , 10 jaar na de aanslagen , Dieter Crauwels , 22 maart , Maalbeek