Van "stigmatiserend" tot "verwerpelijk en racistisch": verschillende Brusselse politici reageren verontwaardigd op de uitspraken van de burgemeester van Halle. Zij omschreef Brussel als "een olievlek die blijft uitdijen", een vergelijking waarmee ze wijst op de overlast die Brusselse jongeren veroorzaken in haar stad. "Het is schandalig hoe bepaalde N-VA-politici onze hoofdstad systematisch als een probleem beschouwen", reageert Brussels minister Elke Van den Brandt (Groen).
Minister Elke van den Brandt (Groen) reageert verontwaardigd: "Brussel en zijn inwoners vergelijken met een 'olievlek' en 'smurrie' die we moeten opkuisen, is ronduit verwerpelijk en racistisch."
‘Verwerpelijk en racistisch’: brede verontwaardiging over uitspraak ‘Brusselse olievlek’
De laatste weken krijgt het stadscentrum van Halle steeds meer te maken met feiten van overlast en geweld. Op sociale media wijst burgemeester Eva Demesmaeker (N-VA) met de vinger naar Brussel. Zij heeft het over “één procent die het verpest voor al de anderen”.
“Het grootste deel van de leerlingen die over de schreef gaan, komt niet uit Halle. Inwoners integreren, sluiten zich aan bij een sportclub, bouwen iets op. De Hallenaar doet dat. Maar wie vanuit Anderlecht of Vilvoorde naar Halle komt om naar school te gaan, heeft vaak weinig binding met de stad”, aldus Demesmaeker.
In een post op Facebook omschrijft de burgemeester van Halle Brussel als een “olievlek die blijft uitdijen.”
“Het grootste deel van de leerlingen die over de schreef gaan, komt niet uit Halle"
Burgemeester Halle
“Brussel is als een meer vol olie. Onder water merk je dat het licht uitgaat. Van bovenaf zie je de donkere smurrie drijven, letterlijk uitdijen. Je kan blijven kuisen, maar zolang het lek in de tanker niet wordt gemaakt, blijft de olie stromen. Het risico verdwijnt pas wanneer iemand beslist om de boot te herstellen en van koers te veranderen”
'Schandalig'
Nieuw is de vergelijking van Brussel als olievlek niet. Vlaamse journalisten hadden het in de jaren dertig al over de “Brusselse olievlek”, een term die in de vorige eeuw doorgaans gebruikt werd om te wijzen op de verfransing van de Vlaamse Rand. Maar vandaag raakt de vergelijking met de plakkerige smurrie een gevoelige snaar bij een aantal Brusselse politici.
“Het is schandalig hoe bepaalde N-VA-politici onze hoofdstad systematisch als een probleem beschouwen. Brussel en zijn inwoners vergelijken met een "olievlek" en "smurrie" die we moeten "opkuisen", is ronduit verwerpelijk en racistisch”, vindt Brussels minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt (Groen).
Ook partijgenoot en Brussels parlementslid Emile Luhahi betreurt de beeldspraak. “Brussel en zijn inwoners voorstellen als iets smerigs dat zich verspreidt, is niet alleen intellectueel lui. Het flirt openlijk met racistische beeldspraak”, reageert Luhahi. “Brussel is nochtans de economische motor van het land, waar elke dag honderdduizenden Vlamingen mee de gezamenlijke welvaart creëren.”
In La Dernière Heure heeft Ridouane Chahid (PS), Kamerlid uit Evere, het over een stigmatiserende uitspraak. “Door je in een slachtofferrol te plaatsen en door te beschuldigen toon je niet alleen je persoonlijk falen aan, maar ook de onmacht van de federale regering, waar haar partij deel van uitmaakt, om de middelen te geven aan politie en justitie om hun werk correct uit te voeren”, aldus de voormalige burgemeester van Evere.
Brussels Parlementslid voor Vooruit Ilyas Mouani heeft het ook over "onnodig stigmatiserende uitspraken." "Alsof Brussel enkel en alleen gelijkstaat aan miserie", zegt Mouani. "Wanneer jongeren iets verkeerd doen, moeten ze daar de gevolgen van dragen en gestraft worden. Dat durf ik gerust te benoemen."
"Maar diversiteit op deze manier benoemen als een 'olievlek', als een soort vergif dat zich verspreidt, en alle Brusselse jongeren over dezelfde kam scheert, lost helemaal niks op."
Sneltram
De discussie over de overlast in Halle doet denken aan het debat over de sneltram tussen Brussel en Willebroek, die er niet komt. Ook bij de gesprekken over dat project kwamen er bij de burgemeesters van een aantal randgemeenten (en verder) frustraties over Brussel naar boven.
“Wie overlast ervaart, wil oplossingen"
Vlaams minister van Brussel
“Veel mensen zeiden: wij gaan naar Brussel, maar wie komt er dan allemaal naar hier? Daar waren mensen bang voor”, zei burgemeester van Meise Gerda Van den Brande (N-VA) eerder deze maand. Burgemeester van Londerzeel Nadia Sminate (N-VA) had het dan weer over “de druk van de hoofdstad die steeds voelbaarder wordt.”
Volgens Groen passen de uitspraken over de “Brusselse olievlek” in diezelfde dynamiek. “Een N-VA-minister schrapt de sneltram, omdat Brusselaars in Brussel moeten blijven. Welk signaal geven zij hiermee aan onze jongeren?”, aldus Van den Brandt. “Minder stigmatisering, meer investeren in verbinding, zoals de A12-tram”, vult Luhahi aan. “Angst polariseert, samenwerking werkt.”
"Die discussie ging helemaal niet over mobiliteit. We hoorden toen veel N-VA-burgemeesters op een hallucinante manier zeggen: eigenlijk willen we dat Brusselaars niet naar hier komen", zegt ook Brussels Parlementslid voor Anders Imane Belguenani. "Hier is de situatie een beetje anders, want het gaat over criminaliteit en die moet hard aangepakt worden op alle niveaus."
"Maar de teneur van het discours is gelijkaardig", gaat Belguenani verder. "Brussel vergelijken met een olievlek is complexloze Brussel-bashing. Het versterkt het wij-zij-discours en daar moeten we waakzaam voor zijn."
'Brusselse politici moeten verantwoordelijkheid nemen'
Vlaams minister van Brussel Cieltje Van Achter (N-VA) toont meer begrip voor de frustraties in de Rand. “Wie overlast ervaart, wil oplossingen. De echte oorzaak is simpel: Brussel heeft geen regering, geen deftig bestuur en dus ook niemand die de problemen kordaat aanpakt. Geen drugsbeleid, geen netbeidsbeleid, geen daadkracht om de veiligheidsproblemen aan te pakken of om Brusselaars aanklampend toe te leiden naar werk", reageert de minister op de uitspraken haar partijgenoot uit Halle, de stad waar Van Achter zelf is opgegroeid.
“Ik ben de eerste om te zeggen dat Brussel een fantastische stad is en ik blijf dat zeggen, want dat is ook zo. Maar als ik dat honderd keer herhaal tegen ambassadeurs, ondernemers of bezoekers van onze stad: wanneer het vuil op de stoep ligt en de overlast zichtbaar is, dan is dát wat blijft hangen”, gaat de minister verder.
“Brussel moet deftig bestuurd worden. Dat kan alleen als we als Brusselse politici eindelijk verantwoordelijkheid nemen, keuzes durven maken en ook resultaten tonen. Voor Brusselaars én voor onze buren in de rand.”
Lees meer over: Brussel , Samenleving , Vlaamse Rand , Halle , Elke Van den Brandt , Eva Demesmaeker
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.