Op 23 mei strijkt de Amerikaanse Professional Fighters League (PFL) neer in de ING Arena aan de Heizel voor een broeierig spektakel waarbij moderne gladiatoren elkaar te lijf gaan. Mixed martial arts (MMA) lijkt aan een onstopbare opmars bezig. “We zijn meer dan een hoop zottekes in een kooi.”
©
Belga
| Boris ‘Modern Gladiator’ Atangana van het Brusselse Team Sendo tegen Portugees Bruno Santos.
Het succes van kooivechten in Brussel: 'MMA wordt populairder dan voetbal'
Het debuut van Boris ‘Modern Gladiator’ Atangana in de PFL, de op een na grootste bond in de MMA, was er een zonder franjes. Afgelopen juli pinde de 26-jarige kooivechter van het Brusselse Team Sendo in luttele seconden Portugees Bruno Santos tegen de grond. Wat volgde was een masterclass ground-and-pound: een strategie waarbij een vechter zijn tegenstander tegen de mat drukt en het vuisten laat regenen als hamers op een aambeeld.
Na minder dan een minuut moest de scheidsrechter tussenbeide komen: Atangana's arm ging triomfantelijk de lucht in, en een tot de nok gevulde ING arena aan de Heizel ontplofte van vreugde. Duizenden Brusselaars brulden op zijn aanzet mee: "Waar is dat feestje?" Atangana genoot met volle teugen van de overwinningsroes: “My town, my crown”, klonk het. “Hier kan ik niet verliezen.”
Op zaterdag 23 mei krijgt hij de kans om dat opnieuw te bewijzen. De PFL komt dan voor de tweede keer naar Brussel voor een reeks gevechten in een bijna uitverkochte ING Arena. In een van de kampen zal Atangana het opnemen tegen de Amerikaan Jared Gooden, een voormalig UFC-vechter met meer dan dertig gevechten op de teller (elf gewonnen met een knock-out).
Boris Atangana tegen de Portugees Bruno Santos in juli 2025 (bron: PFL via Instagram).
BRUZZ spreekt met Atangana enkele dagen voor zijn kamp. In de Emancipower-zaal in Kuregem, met zijn zwarte rubbervloeren en gifgroene muren, werkt hij een reeks stoten af op de handschoenen van zijn coach. De doffe klappen echoën ritmisch door de ruimte.
De kooivechter gromt als hij uithaalt en zijn gevlochten haar beweegt op en neer. Zijn hele lichaam is bedekt met tattoos en in het midden van zijn torso prijkt een gekroonde tijger. Hij heeft de bouw van een kloeke Amerikaanse koelkast, maar beweegt tegelijk met een opvallende souplesse. Spijkerharde stoten en bliksemsnelle schijnbewegingen vloeien in elkaar over als een geoliede machine.
Na een korte stretchoefening gebaart Atangana, die geboren werd in Kameroen, naar een tafeltje voor het gesprek. Dat verloopt in het Nederlands trouwens. “Ik woon in Aalst, maar ik train in Brussel”, verklaart hij. Atangana spreekt vier talen vlot. Voor zijn MMA-carrière werkte hij in Brussel als buitenwipper, waardoor hij de stad goed kent, maar ook jarenlang als chef-kok in de keuken van de Aalsterse brasserie Blomme.
“Dat mis ik soms nog. Koken is nog steeds mijn favoriete ontspanning. Zeker in drukke periodes, wanneer ik zeven dagen per week train.”
"MMA is ook een mentale sport, zoals schaken"
Professioneel MMA-vechter
Stress voor zijn komende wedstrijd kent de kooiboy - met een palmares van acht zeges en nul nederlagen - naar eigen zeggen niet. “Ik ga hem toch verslaan. Daar ben ik geen honderd maar duizend procent zeker van.” Die attitude noemt hij een vereiste. “MMA is ook een psychologische en een mentale sport. Mensen onderschatten dat aspect: het is net als schaken.”
Dat zijn discipline steeds meer ingeburgerd raakt en aandacht krijgt in België en Brussel, doet Atangana plezier. "Ik wil graag een voorbeeld zijn voor jongeren”, vertelt hij. Een blik op Instagram toont dat dat aardig lukt: een post van de PFL waarin hij getagd werd, ontving onlangs 43.000 likes. Het aantal vlammetjes - als kleine vurige aanmoedigingen - in de reacties valt niet te tellen.
©
Ivan Put
Zijn bereik zal waarschijnlijk in het najaar nog groeien wanneer op Netflix het tweede seizoen van de fictiereeks La Cage verschijnt waarin hij een rolletje speelt. La Cage vertelt het verhaal van een jonge MMA-vechter die profsporter wil worden, maar zijn talent wordt niet door iedereen erkend.
Sumoworstelaar
Mixed martial arts is een mix van verschillende vechtsporten zoals karate, kickboksen, worstelen en de Japanse discipline jiujitsu. De wedstrijden duren drie of vijf rondes van telkens een paar minuten en worden beslist door een knock-out, tap-out (opgave) of een jurybeslissing op basis van punten. Hoewel er tegenover andere contactsporten heel wat meer technieken zijn toegestaan - van stoten tot trappen en worpen - zijn de regels strikt afgebakend. Gevaarlijke acties zoals onder meer bijten, kopstoten, prikken in de ogen of een aanval op de geslachtsdelen zijn uit den boze.
De discipline ontstond in de jaren negentig vanuit de Ultimate Fighting Championship (UFC), een sportevenement in de VS dat wilde uitzoeken wat de beste vechtstijl ter wereld was. Het opzet was even marginaal als geniaal: laat vechters van acht verschillende disciplines (van sumo tot jiujitsu en boksen) met een minimum aan regels het tegen elkaar opnemen, en kijk wat er gebeurt. De McNichols-arena in Colorado werd speciaal uitgekozen, omdat die staat geen sportcommissie had en er dus geen toestemming nodig was voor kampen met blote vuisten.
Het resultaat was een reeks chaotische gevechten, waarbij het bloed tegen de plinten klotste. In het eerste gevecht struikelde de tweehonderd kilogram wegende sumoworstelaar Teila Tuli waarna hij, te traag om meteen rechtop te raken, een trap in het gezicht kreeg van savate-bokser Gerard Gordeau. Twee van Tuli's tanden bleven in Gordeaus voet steken, een derde belandde in het publiek.
Het spektakel bleek voor het grote publiek lange tijd net iets té bruut en té bloederig om door te breken. Pas toen de Amerikaanse casino-broers Lorenzo en Frank Fertitta het zwalpende bedrijf overkochten in 2001, kon de UFC aan zijn opmars beginnen en ontwikkelde MMA zich tot een echte sport, ook mondiaal.
De aanstelling van Dana White als topman bleek daarbij een meesterzet. Hij zette zich in om de sport - ooit door een Amerikaanse senator omschreven als een ‘menselijk hanengevecht’ - een professioneler imago te geven en opnieuw legaal te maken in grote delen van de VS. Er kwam strakke regelgeving, medische begeleiding en een opdeling in gewichtsklassen: vlieggewicht (minder dan 57 kg), bantamgewicht (minder dan 61 kg), en zo verder tot en met superzwaargewicht (geen limiet).
©
Photonews
| De Ierse MMA-vechter Conor McGregor.
White begreep als geen ander dat de sport - behalve aan spektakel - nood had aan herkenbare figuren en rivaliteiten waar het publiek zich achter kon scharen. Hij maakte slim gebruik van reality-tv, streaming en sociale media om de vechters ook buiten de kooi een gezicht te geven. The Economist omschreef hem ooit als “a master of unscripted drama”.
Het was echter de Ierse kooivechter Conor McGregor die MMA pas echt wereldwijd over de tongen liet gaan. Meer nog dan zijn talenten in de octagon - zoals de achthoekige arena in MMA heet - maakten zijn onversneden branie en vlijmscherpe trashtalk hem tot een internationaal fenomeen.
Op een persconferentie voorafgaand aan een wedstrijd kreeg hij ooit kritiek van de diepgelovige Braziliaan Rafael dos Anjos, omdat hij verklaarde "zelfs met Jezus de vloer aan te vegen". Hij repliceerde meteen. "Me and Jesus are cool", grijnsde McGregor. "Goden herkennen goden."
McGregors bliksemsnelle opmars van loodgieter tot wereldberoemde vechtjas dwong bewondering af. Tegelijk roept een man die zichzelf ‘The Notorious’ noemt automatisch ook weerstand op: talloze mensen wilden niets liever dan hem tegen het canvas zien gaan, liefst helemaal bont en blauw geslagen. Niettemin, de McGregor-controverses deden wonderen voor de sport en leverden ongeziene kijkcijfers op. Zijn gevecht in 2017 tegen de Amerikaanse bokser Floyd 'Money' Mayweather genereerde meer dan 5,3 miljoen pay-per-views, het tweede hoogste ooit. Deze maand kondigde de Ier, na een afwezigheid van vijf jaar, zijn comeback aan met een gevecht in juli in Las Vegas.
Intussen groeide de UFC uit tot de grootste MMA-organisatie ter wereld en tot een geldmachine die vorig jaar een omzet draaide van 1,5 miljard dollar - zo’n 1,3 miljard euro. “Het maakt me niet uit welke kleur je hebt, uit welk land je komt of welke taal je spreekt: vechten zit in ons DNA”, verklaarde voorzitter Dana White. “We snappen het en we vinden het geweldig.”
Menselijke natuur
Tarek Bensaidane is het met die opvatting volmondig eens. Hij is behalve coach in het nationale team de trainer van Atangana bij het Brusselse Team Sendo. Ook Patrick ‘The Belgian Bomber’ Habirora komt uit zijn stal. Hij is voormalig wereldkampioen bij de amateurs en zijn kamp tegen de Amerikaan Benson Henderson vormt zaterdag in de ING arena de hoofdact.
Bensaidane is een man met laserfocus. Zowel om zijn vechters bij Team Sendo naar de top te brengen – onder het motto l’or ou la mort - als om zijn sport in België op de kaart te zetten. Jarenlang, en nog steeds, betaalt hij verplaatsingen voor wedstrijden uit eigen zak. “Het is een passie en een investering." Gevraagd naar de stijgende populariteit van zijn sport, beginnen zijn donkere ogen te fonkelen.
“MMA haakt in op de menselijke natuur. Twee mannen die de confrontatie aangaan om te tonen wie de beste is: dat bestaat al sinds mensenheugenis”
Trainer Team Sendo
“Het is een rage, en dat komt omdat MMA als geen andere competitie inhaakt op de menselijke natuur”, aldus Bensaidane. “Ken jij bijvoorbeeld de regels van cricket of American football? Nee. Dat zijn ingewikkelde sporten die geliefd zijn binnen welbepaalde culturen. In het geval van MMA maakt het echter niet uit wie er kijkt: je begrijpt meteen wat er gebeurt. Twee mannen die de confrontatie aangaan om te tonen wie de beste en de sterkste is: dat concept bestaat al sinds mensenheugenis.”
Volgens Bensaidane zit die drang diep ingebakken in de mens. “Daarom stopt iedereen ook op straat wanneer een gevecht uitbreekt: je wil weten wie wint en wie het onderspit moet delven.”
Dat de sport brutaal of gevaarlijk zou zijn, vindt hij trouwens nonsens. “In werkelijkheid gaat het ook maar om klappen en we spreken hier over hypergetrainde vechters die tegen een stootje kunnen. Formule 1 of schansspringen: dat is pas écht gevaarlijk.”
©
Ivan Put
| Boris Atangana en zijn coach Tarek Bensaidane.
Net als anderen ziet Bensaidane de interesse voor zijn sport toenemen. Op de vraag of MMA ooit populairder kan worden dan - pakweg - voetbal volgt een brede grijns. “Zeg eens eerlijk. Als jij in een voetbalstadion naar een wedstrijd kijkt en er breekt links van je een gevecht uit: waar kijk je dan naar? Dat zegt genoeg over het potentieel van mixed martial arts.”
De trainer stipt bovendien aan dat MMA nog een erg jonge sport is. “Ooit zal het voetbal inhalen. Ik hoop dat ik er nog ben wanneer dat gebeurt.”
Vanaf 3 jaar
Intussen blijkt de sport in Brussel niet alleen steeds meer ingeburgerd op tv, YouTube en andere socialmediakanalen die vaak korte flitsen van gevechten tonen, maar wint ze ook aan populariteit als hobby. Dat blijkt bijvoorbeeld bij Bruut Team in Elsene. "De club ging in twee jaar tijd van honderd naar ongeveer honderdtwintig leden", vertelt coach Brian Bouland. "Lokale sterren oefenen een aantrekkingskracht uit, maar de legalisering van de sport in Frankrijk vijf jaar geleden had een grotere invloed."
©
Shocx via Facebook
Ook in de Molenbeekse zaal Shocx, vlak bij metrohalte Beekkant, blijken MMA en vechtsport populaire ontspanningsactiviteiten.
Het pand van maar liefst vierduizend vierkante meter is op een doordeweekse dinsdagavond afgeladen vol. Voor een reeks spiegels staat een twintigtal mannen luchtstoten uit te delen, terwijl wat verderop een gemengde groep worstelgrepen oefent. In paren cirkelen ze rond en proberen ze elkaar uit evenwicht te trekken.
In een van de verhoogde octagon-arena's zit een groepje tieners gebiologeerd te kijken naar een klasgenootje dat zich tevergeefs uit een penibele situatie probeert te bevrijden. “Draai je heupen, breng je gewicht naar boven”, roept een coach hem toe.
“Dat is de jongste groep”, vertelt uitbater Kosta Ziniatis, een potige dertiger. “We hebben hier van alles: van competitievechters tot kinderen. Je kunt beginnen vanaf 3 jaar met judo en vanaf 6 jaar kunnen daar thaiboksen en jiujitsu bijkomen. Als je die onder de knie hebt, kun je aan MMA beginnen op 15 jaar.”
"Drie jaar geleden nam ik de zaal met twee vrienden over. Intussen verdubbelde het aantal leden tot 1.000."
Vooroordelen
Brussel telt inmiddels een tiental MMA-clubs, maar de sport zit in heel het land in de lift. “Er zijn vandaag ongeveer 1.100 verzekerde leden in de aangesloten clubs”, vertelt Tommy Depret met een smeuïg Antwerps accent. Hij is een voormalig professioneel vechter, hoofdtrainer van het nationale team en vicevoorzitter van de Belgische federatie BMMAF.
“Het imago van de sport is hard veranderd. Vroeger dacht iedereen dat MMA-vechters een hoop zottekes waren in een kooi, maar het is een streng gereglementeerde sport die bovendien een belangrijke maatschappelijke rol kan spelen.”
Hij vertelt hoe in zijn eigen club tal van nationaliteiten en geloofsovertuigingen samen komen trainen. “Vroeger verweten mensen ons dat we straatschoffies nog wat beter leerden vechten, maar dat is niet zo. Wij halen ze juist van de straat en leren jongeren omgaan met hun emoties. We leren ze respect, doorzettingsvermogen en discipline.”
"Wij halen jongeren van de straat en leren hen respect, doorzettingsvermogen en discipline”
MMA-federatie BMMAF
Ook VUB-professor Sportwetenschappen Marc Theeboom, gespecialiseerd in de sociale en maatschappelijke rol van vechtsporten, is overtuigd van die positieve effecten. “Jongeren zijn aangetrokken door de authenticiteit van MMA: het is een echt gevecht. Via een dergelijke activiteit kan een goede trainer met jongeren aan de slag om hen ook op persoonlijk vlak inzichten bij te leren.”
Daarom vindt de professor, die vorig jaar op de universiteit een vechtsportcentrum heeft geopend, het jammer dat MMA vooralsnog geen erkende sport is in ons land. “Dat heeft te maken met onduidelijkheid rond wat mixed martial arts juist is. Er bestaan nog veel vooroordelen rond, en ook hier geldt: onbekend maakt onbemind.”
Volgens Theeboom zou een erkenning niet alleen tot betere ondersteuning en eventueel subsidies kunnen leiden, maar clubs ook makkelijker toegang kunnen geven tot overheidsinfrastructuur. “Op dit moment is er nog een gedoogbeleid (al is de sport niet illegaal, red.), maar via een erkenning zou de overheid net kwaliteitsgaranties kunnen afdwingen. Daar is totaal geen zicht op momenteel.”
Een andere remmende factor voor de groei van MMA is de magere interesse onder meisjes en vrouwen. Kosta Ziniatis van de Molenbeekse club Shocx ziet hoe jiujitsu een stuk populairder blijft. “De sport kan nogal bruut lijken. Misschien zijn vrouwen er daarom minder tot aangetrokken? Ik denk dat het sowieso meer iets mannelijks is om je te willen meten met een ander.”
Ook de Elsense club van Brian Bouland telt amper twee procent vrouwen, wat hij zelf oprecht betreurt. “Het is natuurlijk een gewichtssport waardoor het al snel moeilijk wordt om met mannen te trainen. Vrouwen vinden daarom vaak geen sparringpartner.” Volgens de coach spelen ook de klappen mee. “Dat is voor niemand fijn, maar het oogt ook anders. Als ik met mijn blauw oog naast een vrouw loop, kijkt niemand op, maar omgekeerd hebben mensen wel meteen een idee.”
Het zijn hordes waar MMA nog over zal moeten, wil het ooit echt het voetbal overstijgen. Binnen het wereldje bestaat daar echter weinig twijfel over. Om het in de woorden van Conor 'The Notorious' McGregor te zeggen: "We’re not here to take part, we’re here to take over."
Lees meer over: Brussel , Sport , MMA , vechtsport , PFL , Boris Atangana