Een kwart van de Brusselaars woont verder dan één kilometer van een hondenlosloopzone. Vooral hondeneigenaars uit Kuregem, Matongé en delen van Schaarbeek vangen bot. Dat blijkt uit dataonderzoek van BRUZZ. Leefmilieu Brussel wil het netwerk uitbreiden, met voorrang voor wijken waar vandaag te weinig losloopzones zijn.
©
Shutterstock
Eén op vier Brusselaars woont te ver van een hondenlosloopzone
In Brussel moeten honden in de openbare ruimte aan de leiband. Baasjes die zich niet aan die regel houden, riskeren een boete tot 500 euro. Alleen in speciaal aangeduide losloopzones mogen honden vrij rondlopen, maar die zones zijn niet voor iedereen even vlot bereikbaar.
Uit een analyse van BRUZZ blijkt dat ongeveer één op vier Brusselaars geen hondenlosloopzone heeft binnen een straal van één kilometer. Dat komt neer op minstens een halfuur wandelen heen en terug.
Vooral in Kuregem, Matongé en delen van Schaarbeek is het aanbod beperkt. Ook verschillende wijken aan de rand van het gewest scoren slecht, zelfs als de hondenlosloopzones in Vlaanderen worden meegeteld.
In het noordwesten van Brussel is de situatie aanzienlijk beter. Daar wonen minstens 98 procent van de inwoners binnen één kilometer wandelen van een losloopzone. Ook enkele dichtbebouwde gebieden, zoals Sint-Gillis, Sint-Joost en de Vijfhoek, scoren bovengemiddeld.
1.400 voetbalvelden
In het Brussels Gewest staan meer dan 88.000 honden geregistreerd. Voor hen zijn er 112 officiële losloopzones, die door het gewest of de gemeente worden beheerd. Dat zijn er bijna dubbel zoveel als in 2017. Samen beslaan de huidige losloopzones ongeveer 991 hectare, oftewel bijna 1.400 WK-voetbalvelden.
Op papier is dat ongeveer 112 vierkante meter losloopruimte per hond, maar dat gemiddelde geeft een vertekend beeld. Bijna 90 procent van die losloopruimte ligt namelijk geconcentreerd in het Zoniënwoud. Wat overblijft, ligt versnipperd over honderd parken, waarbij sommige losloopzones amper het formaat van een parkeerplaats hebben.
Buiten het Zoniënwoud hebben honden dus elk zo’n 12 vierkante meter losloopruimte, ofwel een typische studentenkamer.
Geen inventaris
Experten zeggen al jaren dat honden die kunnen rennen, snuffelen en spelen met andere honden zich beter in hun vel voelen. Daarom wil de Brusselse regering evolueren naar een stad waarin iedere hond een veilige en kwaliteitsvolle losloopzone op wandelafstand heeft. Die ambitie vloeide voort uit de zogenaamde Hondenstrategie uit 2024, en wordt nu gedragen door minister van Dierenwelzijn Elke Van den Brandt (Groen) en staatssecretaris van Leefmilieu en Klimaat Ans Persoons (Vooruit).
Volgens Leefmilieu Brussel is een veilige en kwaliteitsvolle losloopzone omheind en minstens 100 vierkante meter groot. Daarnaast moet de zone beschikken over banken, afvalbakken, verlichting en waterpunten. Ook onderhoud, bewegwijzering, aandacht voor andere mensen en de biodiversiteit behoren tot de voorwaarden.
Hoeveel van de 112 bestaande zones aan al die kwaliteitscriteria voldoen, kan Leefmilieu Brussel niet zeggen. Noch of de losloopzones ook liggen in de buurten waar de meeste hondeneigenaars wonen. BRUZZ stelde wel vast dat slechts 76 van de 112 zones zowel omheind als minstens 100 vierkante meter groot zijn, samen goed voor 12 voetbalvelden.
Spreiding
Uit de analyse van BRUZZ blijkt geen duidelijk verband tussen het aantal geregistreerde honden per gemeente en de bereikbaarheid van losloopzones. Gemeenten met relatief veel honden scoren niet systematisch beter dan gemeenten met weinig honden.
In Sint-Pieters-Woluwe staan bijvoorbeeld 103 honden per 1.000 inwoners geregistreerd, terwijl slechts 68 procent van de bevolking binnen één kilometer wandelen van een losloopzone woont. In Sint-Joost en Koekelberg is het omgekeerde zichtbaar: daar staan relatief weinig honden geregistreerd, maar zijn losloopzones beter bereikbaar.
De spreiding van het huidige netwerk lijkt dus niet nauw aan te sluiten bij de verdeling van de hondenpopulatie.
Modder
Hondeneigenaars delen de Brusselse parken met wandelaars, scouts, spelende kinderen, fietsers en buurtbewoners die mogelijk bang zijn voor honden. “Als mensen niet weten dat ze een losloopzone doorkruisen, ontstaan sneller conflicten”, zegt Ciska De Ruyver, dierenwetenschapper aan de Universiteit Gent. “Een duidelijke afbakening kan dus al veel helpen.”
Een omheining en een minimale oppervlakte zijn volgens De Ruyver echter niet voldoende om van een plek een kwaliteitsvolle losloopzone te maken. Ze pleit voor natuurlijke verrijking met veel zintuiglijke prikkels, hoogteverschillen en verschillende ondergronden. “We hebben de neiging om van losloopzones een artificiële kinderspeeltuin van te maken. Honden willen zich ook kunnen verstoppen.”
Ciska De Ruyver en Claire Diederich begeleidden een recent onderzoek van masterstudenten Emeline Durand en Marie Potin. Zij observeerden het gedrag van 247 honden in verschillende Brusselse losloopzones. “Dit is de eerste studie die de beleving van de hond, en niet het baasje, centraal stelt.”
De loslopende honden vertoonden volgens de onderzoekers gevarieerder en positiever gedrag dan honden die aan de lijn bleven. Ze konden vrijer snuffelen, spelen, rollen, graven en contact zoeken met andere honden of baasjes.
Dit effect was nog sterker in losloopzones met behendigheidstoestellen, zoals tunnels, slalommen en hindernissen. Sommige van die toestellen voldoen echter niet aan internationale veiligheidsnormen: ze zijn niet afgestemd op honden van verschillende groottes of staan te dicht bij elkaar waardoor ze niet optimaal gebruikt kunnen worden.
Hoe ging BRUZZ te werk?
Op de kaart van Leefmilieu Brussel staan 112 officiële hondenlosloopzones, waarvan er 99 groter zijn dan 100 vierkante meter. Alleen die 99 zones werden meegenomen in de berekening.
BRUZZ berekende hoeveel inwoners op maximaal één kilometer wandelen van minstens één losloopzone wonen. Het gaat hierbij om de afstand tot de rand van de losloopzone.
De afstand werd gemeten via het stratennetwerk en niet in vogelvlucht. Voor inwoners aan de grens van het Brussels Gewest werd ook nagegaan of er een losloopzone in Vlaanderen op wandelafstand lag. Dat bleek niet het geval.
De bevolkingscijfers zijn beschikbaar per buurt (officieel: statistische sector). Brussel telt 749 buurten, met elk maximaal 9500 inwoners. Voor deze analyse gaat BRUZZ ervan uit dat de inwoners gelijkmatig verspreid zijn over hun buurt. Als bijvoorbeeld 40 procent van een buurt (qua oppervlakte) binnen wandelafstand van een losloopzone lag, werd dat vertaald naar 40 procent van de bevolking van die buurt.
BRUZZ had, op moment van de analyse, geen toegang tot data van het aantal hondenbezitters per buurt.
Lees meer over: Brussel , Stedenbouw , Milieu , losloopweide , losloopzone honden , honden , honden aan de leiband
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.