In het brandwondencentrum van het Militair Hospitaal in Neder-Over-Heembeek hebben zich tot nu toe zes personen met verwondingen door vuurwerk gemeld. Het gaat om een "aanzienlijke vermindering" tegenover enkele jaren geleden.
| Het brandwondencentrum van het Militair Hospitaal in Neder-Over-Heembeek (archiefbeeld).
Brandwondencentrum ziet 'aanzienlijke daling' van aantal vuurwerkslachtoffers
Hoewel het rustiger was dan voorgaande jaren, maakte Brussel opnieuw een bewogen oudejaarsnacht mee. Op verschillende plekken werd heel wat vuurwerk en pyrotechnisch materiaal ontstoken.
Als gevolg hebben tot nu toe zes mensen met brandwonden door vuurwerk zich aangemeld in het brandwondencentrum in Neder-Over-Heembeek. Het ging vooral om minderjarigen. Dat aantal kan de komende dagen nog oplopen, zegt diensthoofd Thomas Rose. “Sommige personen wachten eerst af, en merken pas later dat ze deskundige verzorging nodig hebben.”
Positief effect
Rose ziet wel een positief effect van het gewestelijke vuurwerkverbod voor particulieren. “Een tweetal jaar geleden ging het nog om tientallen aanmeldingen bij ons. Sinds het verbod is dat aanzienlijk verminderd.”
Het diensthoofd voegt toe dat in Neder-Over-Heembeek uitsluitend brandwonden worden verzorgd. Personen die letsels aan bijvoorbeeld de handen of ogen opliepen, worden doorverwezen naar gespecialiseerde centra.
De voorbije jaren bleek steeds meer zwaarder vuurwerk in de omloop te zijn. Of dat ook leidt tot zwaardere brandwonden, valt echter moeilijk te bepalen. “Soms loopt het ook fout met zelfgemaakt pyrotechnisch materiaal. Het is niet eenvoudig om daar een onderscheid in te maken.”
Lees meer over: Neder-Over-Heembeek , Veiligheid , brandwondencentrum Neder-Over-Heembeek , thomas rose , Vuurwerk