interview

Marek Sindelka: schrijven in het hart van Europa

© Ivan Put
| Marek Sindelka

Vlak voor hij zijn residentie in Brussel te baat neemt om nog meer bloedmooie teksten te gaan schrijven, onderhoudt succes-Tsjech Marek Šindelka ons over het woord en het lichaam, over de rafelranden van Europa en de kern van de literatuur.

Praag is een speeltuin voor toeristen geworden, betreurt Šindelka de monochromie van de stad waar hij normaal woont en werkt. Hij heeft het over het contrast met Brussel, waar hij al enkele keren verbleef en waar hij zowel de bureaucratische spookwijken als de levendige straten en pleinen met veel kleuren en culturen van heeft gezien. In één adem heeft hij het over de hernieuwde geslotenheid van zijn Tsjechië, waar honderdduizenden demonstreren tegen de corruptie, een deel van de oudere generatie terugverlangt naar het communistische regime (“nochtans één grote gevangenis”), en angstige kiezers en opportunistische politici migratie blijkbaar zien als politiek thema nummer één – hoewel de EU-lidstaat in 2017 nog het nieuws haalde toen hij de grenzen sloot voor vluchtelingen nadat hij er welgeteld twaalf had opgevangen.

De harde opstelling tegen migratie was voor Šindelka een van de redenen om zijn meest recente, lovend onthaalde, aan de ribben klevende vluchtelingenroman Materiaalmoeheid te schrijven. Naar aanleiding van de verschijning in het Nederlands van zijn kortverhaal Blijf bij ons nodigde Passa Porta de zelfverklaarde Europese burger uit voor een schrijfresidentie en een ontmoeting met zijn lezers.

Klopt onze indruk dat je ontvangst door het Nederlandstalige lezerspubliek zeer hartelijk is geweest en de relatie ietwat bijzonder blijft?
Marek Šindelka: Mijn werk was eerder al vertaald naar het Engels en een aantal andere, vooral Oost-Europese talen. Maar de ontvangst in het Nederlandse taalgebied was inderdaad speciaal. Dat had misschien te maken met het succes van mijn pas opgerichte Nederlandse uitgeverij Das Mag door het boek (Het smelt, mb) van Lize Spit, maar er was toch ook een speciale connectie.
Ik voel dat lezers er hier niet om geven dat een roman wat experimentele trekjes heeft. Zelfs integendeel. Ik hoef mijn bedoelingen ook niet uit te leggen of te verantwoorden.

Extreem experimenteel is je werk niet, maar je durft afwijkende stijl- en vormkeuzes te maken, en beoefent met poëzie, beeldverhaal, kortverhaal en roman ook verschillende genres. Waar heb jij die drang vandaan om verschillende dingen uit te proberen?
Šindelka: Ik ben nog onder het communistische regime opgegroeid en kreeg van mijn moeder en grootmoeder vaak te horen dat ik niet te veel moest zeggen wat ik dacht, omdat dat gevaarlijk kon zijn. Ietwat oudere Tsjechen zijn nog altijd nerveus als ze een landsgrens oversteken, alsof ze iets verkeerds hebben gedaan en elk moment aangehouden kunnen worden. Er is ook dat verhaal van het wild dat nog altijd niet de grens van het voormalige IJzeren Gordijn zou overschrijden. Dat is in ieder geval een mooie metafoor. Literatuur is een gebied waar je wel grenzen overschrijdt.

Je woont nu in Praag, maar je vader, ooms en grootvaders waren allemaal mijnwerkers in de regio rond de mijnstad Ostrava in de oostelijke regio Moravië-Silezië. Zowel aan Blijf bij ons – dat pendelt tussen Praag en het platteland – als in Materiaalmoeheid – met de beschrijvingen van de barre tocht van een vluchteling door de verlaten rafelranden van Europa – kan je zien dat jij die marge, die periferie door en door kent.
Šindelka: Dat is inderdaad mijn kindertijd. Ik ben opgegroeid op flanken van zwarte aarde, op een plek waar niets groeit dan berken waarvan de takken over donkere waters hangen. In Materiaalmoeheid wilde ik dat terrein van spoorwegbeddingen en autosnelwegen beschrijven. Want Europa is langs de ene kant die mooie steden als Brussel en Praag, maar aan de andere kant dat niemandsland waar soms verschrikkelijke dingen gebeuren.

Wat je gemeen hebt met onder meer Lize Spit, is dat je haast in elke zin iets laat zien of voelen. In Materiaalmoeheid laat je de lezers een hele roman lang heel dicht op de huid van de twee hoofdpersonages zitten. Is die sensibiliteit die tot een lichamelijke leeservaring leidt je aangeboren?
Šindelka: Ik bleek van bij het begin zo te schrijven, maar ik werk er ook aan en denk na wat ik ermee kan doen. Het lichaam is een van de centrale onderwerpen in mijn werk. Literatuur is niet gewoon tekst op papier, het kan een fysieke ervaring zijn. Ik zie een boek graag als een partituur voor een gecontroleerde droom die een kettingreactie in je lichaam kan veroorzaken. Die lichamelijke ervaring kan cruciaal zijn voor het begrijpen van andere mensen. Ons lichaam is wat we allemaal gemeen hebben. We voelen allemaal hetzelfde als we bang zijn voor ons leven of welzijn.
Sinds ziekte en dood minder en minder deel uitmaken van ons leven, weten we ook niet meer hoe we met sterfelijkheid moeten omgaan. Als halfgoden zijn we de essentie van ons leven – dat het gelimiteerd is – vergeten. Terwijl het net die eindigheid is die tot creativiteit leidt. De dood zit in de kern van de literatuur. Onsterfelijken zouden immers niet de behoefte voelen om verhalen op te stapelen. We vertellen vitale zaken door omdat we sterfelijk zijn.

In het pas in het Nederlands uitgegeven kortverhaal Blijf bij ons liggen dansende, drinkende en vrijende lichamen in een worsteling met het woord.
Šindelka: Ik had het idee om te schrijven over een koppel – een televisiepresentator en een advocaat ook nog – dat beslist om te stoppen met elkaar te praten en zelfs een kraai inzet om elkaar boodschappen door te geven. De mens heeft een naam voor elke soort sneeuwvlok en ook nog voor de onderdelen ervan, maar kan ook onzeker en duizelig worden van al die woorden die als een dikke laag over de werkelijkheid heen liggen en ons op de een of andere manier toch de essentie doen missen.
Voor mij als schrijver zijn woorden het werkmiddel bij uitstek, maar blijft het een groot enigma dat taal tegelijk een brug en een barricade tussen mensen, en tussen de mens en de werkelijkheid kan zijn.

Je zou de onverdroten ijver, maar vooral de kunst om latente ervaringen en fenomenen onder woorden te brengen een van de meest kenmerkende eigenschappen van jouw werk kunnen noemen.
Šindelka: Dat zou mooi zijn, want het is de kracht van ongelofelijke schrijvers als Alberto Moravia, Witold Gombrowicz en Milan Kundera om met literatuur uit te drukken wat anders ontoegankelijk blijft. Literatuur is de bathyscaaf waarmee we in de Marianentrog van de menselijke geest afdalen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?