Brusselse kermissen erkend als immaterieel erfgoed

© Bart Dewaele
| Een eenzaam kermiskraam van de Zuidfoor op de Kapellemarkt tijdens de coronacrisis in augustus 2020.

De foor- en kermiscultuur is nu officieel Brussels immaterieel erfgoed. Brussels staatssecretaris voor Erfgoed, Pascal Smet (one.brussels-Vooruit), kondigde vandaag aan dat ook een officiële erkenningsaanvraag is ingediend bij de Unesco, samen met de Franse minister van cultuur. Het is het eerste internationale dossier rond immaterieel cultureel erfgoed dat door Brussel wordt gedragen.

De foorkramers hebben - net als veel andere werknemers en bedrijven in andere sectoren - een uitzonderlijk taai coronajaar achter de rug, waarbij ze geen kramen konden opzetten onder andere aan het Brusselse zuidstation voor de jaarlijkse Zuidfoor.

"Op deze manier willen we de kermisfamilie ook een boodschap van solidariteit en hoop geven. Jullie zijn essentieel voor ons en voor het Brussels erfgoed", verantwoordt staatssecretaris Pascal Smet de beslissing. De inschrijving in de inventaris van het Brussels immaterieel erfgoed wordt gedragen door de vereniging van de Verdediging der Belgische Foorreizigers.

Op het Brussels grondgebied worden jaarlijks bijna 40 kermissen georganiseerd in de 19 gemeenten samen. De Zuidfoor in juli is daarvan de belangrijkste. Ze duurt vijf weken en verwelkomt bijna anderhalf miljoen bezoekers, maar ook andere kermissen, zoals die van Anderlecht, Jette, Vorst of Laken, hebben een rijke geschiedenis.

Op de Unesco-lijst

Samen met de Franse minister van Cultuur en het museum voor de kermiskunst van Bercy heeft Brussel ook een officiële erkenningsaanvraag voor de kermiscultuur ingediend bij UNESCO.

Het is het eerste internationale dossier inzake immaterieel cultureel erfgoed dat door Brussel wordt gedragen en is momenteel in behandeling. De Belgische kermisgemeenschap telt bijna 2.000 leden met 330 exploitanten in Wallonië, 75 in Brussel en 440 in Vlaanderen.

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?