Strippen in arctische wateren

© Widde Vercnocke

Een speer, een narwaltand, gefaalde mannelijkheid, sjamanistische rituelen en wonderlijke metamorfosen. Stripmaker Wide Vercnocke is terug, met zijn kenmerkende poëtische beelden, kundig onkundige lijntjes, en het uit arctische wateren opgeviste Narwal.

We zijn veel gewoon van Wide Vercnocke, maar met Narwal, zijn derde beeldverhaal – dat op 13 oktober verschijnt bij de uitgeverij Bries, maar op 8 oktober al wordt voorgesteld bij MOK in de Dansaertstraat – slaat hij ons toch behoorlijk met verstomming. In 2013 debuteerde de drie jaar eerder aan Sint-Lukas afgestudeerde jongeling met Mijn muze ligt in de zetel, een klein en ongewoon kluwen intieme en hilarische beeldende gedichten die zich losjes rond een fascinerend ‘zelfportret’ drapeerden.

Een jaar later hulden de fijne leeswaren van Wildvlees zich in een donkerder kleurenpalet en dito sfeer voor een absurde trip door Brussel, bevolkt door herten, transmutaties, het verlangen en Godfried van Bouillon. Narwal is in veel opzichten een voortzetting van dat intense woelen in de ziel en put nog steeds uit de unieke mix van een wijd uitdijende verbeelding en een mooie organische stijl die zijn personages met ruwe, bijna schetsmatige contouren de vloeibaarheid gunt om in het gat tussen werkelijkheid en fantasie te duiken. Maar de poëtische kracht van Wide Vercnockes nieuwe vertelling is nog weergalozer, de symboliek nog verfijnder, de kunde die schuilt in zijn typerende onkundige lijntje nog groter, de intimiteit nog intenser.

Diepzee duizend meter
We zullen het verhaal hier niet de oneer aandoen om het prozaïsch in enkele lijnen samen te vatten. Dat ontkent de contrastrijke spanning die Wide Vercnocke opzet tussen lichtheid en diepgang, en tussen de snelle lijn van zijn tekeningen en de traagheid waartoe zijn woorden aanmanen. Narwal is als een metafoor die helder, fonkelend uit de arctische wateren aan de oppervlakte komt, om meteen weer op te lossen en weg te zinken, als een ongrijpbaar verlangen.

Die symbolische sferen omvatten heel wat: gefaalde mannelijkheid, sjamanistische rituelen, de narwal, innerlijke strijd, hedendaagse metamorfosen en vloeibare identiteit. In de bedwelmende, singuliere beeldtaal van Wide Vercnocke uit zich dat als de versmelting van een speerwerper en een narwal, de fluïditeit van vrouwen- en mannenlichamen, of de open wonde die een alles overstemmende – prachtig naïef verbeelde – zijnsruis binnenlaat. “Als de spanning tussen grijpende handen en loslatende handen,” klinkt het in Narwal. Of nog: “Diepzee duizend meter reist het licht naar de grens tienmaal minder dan de schaduw die naar boven vecht.”

Wide Vercnocke BRUZZ 1541
© Heleen Rodiers
Dit moet een intense trip zijn geweest.
Wide Vercnocke: Ik heb gevloekt op dit boek, ja. Soms begreep ik zelf niet waarom het zo hortend liep. Het ging veel moeilijker dan mijn vorige boeken. Nu, dat is ook gelinkt aan de manier waarop ik werk, heel intuïtief. Aan een masterplan hou ik me niet. Ik begin ergens – een speerwerper en een narwal, dat zit visueel goed – en dan is het freewheelen, spielerei rond een harde kern, en komen de beelden als een visoen in mij op. Zo dijt dat universum stilaan uit. Vanuit een vertrouwen dat er zich iets zal aanbieden wat mooi is, helder, waardevol voor de lezer. Op die manier komt er natuurlijk ongewild heel veel van mezelf in terecht, onbewuste verlangens en gevoelens. Wat precies, daar heb ik het raden naar.

De I Tjing en Maria
“Escape? From oneself there is no escape,” luidt een van de vele wijsheden van Wide Vercnockes oma. In het werk van Wide Vercnocke, wiens verstripte gespierde zelf vaak figureert in zijn boeken, is die intimiteit meer dan voelbaar.

Narwal is het eerste grote project dat zijn moeder, die overleed toen hij aan Wildvlees werkte, niet meer heeft gekend. Het is niet moeilijk om in de vertelling, waar poëzie en metamorfosen opbollen tot een vat vol connotaties, op haar sporen te stoten.

Behalve de narwal – een dier waarvan het kalf levenslang aan de zijde van de moeder blijft – zijn er het voortdurende spel tussen licht en duister, de oermoederverwijzing in het Venusbeeldje van de sjamaan, en de therapeutische rol van die sjamaan, gemodelleerd naar Wide Vercnockes vader. “Ja, Jezus Christus… Dat heb ik er zeker niet doelbewust in gestoken. Het is wel zo dat de strip maken onder een heel ander gevoel verliep dan de vorige boeken. Misschien begrijp ik over een jaar of twee pas wat er precies heeft gespeeld.”

Je vader, Boutman, duikt wel heel bewust op in Narwal.
Vercnocke: Het laatste anderhalf jaar ben ik hem beginnen te observeren. Dat was best vreemd in het begin. Het was de eerste keer dat ik zoiets vroeg aan mijn vader, maar hij heeft zich daar helemaal voor opengesteld. Die momenten waren van een puurheid die ik toen ook buiten de strip heel hard verwelkomde.

Is het geen heikele kwestie, zo’n familieonderneming?
Vercnocke: Het is intens, ja. In die sjamanensessies komen onvermijdelijk toch ook de gevoelens en gedachten die ik over hem heb naar voren. Het is een bijzondere mens. Hij was vroeger leerkracht Nederlands-Engels in het vijfde en zesde middelbaar. Zijn lessen waren bijna performances, heb ik gehoord. Hij schrijft ook al zijn hele leven lang gedichten – vandaar de liefde voor poëzie –, heel mooi, een tikje naïef, maar ook met veel schoonheid. En hij heeft zichzelf toch al wel een paar keer uitgeroepen tot sjamaan, workshops gegeven… Hij put uit de I Tjing, Maria uit het christendom, de natuur als oermoeder, een heel eclectische verzameling, waar wat voor valt te zeggen. Hij draagt een rijke geschiedenis met zich mee, en dan ook nog eens die hoek eraf, dat maakt het heel plezant. Vroeger bracht dat ook problemen met zich mee, er zijn dingen gebeurd en we hebben onze ruzies gehad, maar daar heb ik nu geen last meer van. Nu pluk ik er net de vruchten van. Hij heeft me veel gegeven. Hij heeft zijn rol echt geacteerd voor mij. Best grappig om vijftigduizend keer de piemel van je vader te tekenen, zijne sjamaan. (lacht)
Sauvez le zizi
Naïviteit en schoonheid, ze gaan hand in hand in het werk van Wide Vercnocke. “Ik geloof wel in naïviteit, ja. In de zin van onbevangenheid, verwondering. Zonder blind te zijn of je verantwoordelijkheden te ontlopen. Dan kan je jezelf een verlicht man noemen. Dat is ook wel iets wat ik heb meegekregen thuis. Ik ben heel vrij opgevoed. Alles kon, alles mocht. Op de muren tekenen, met je piemel bloot lopen. Moest niet – belangrijke toevoeging.” (lacht)

Wat vond je van de zizi van Sint-Gillis?
Vercnocke: Keigoed! Heel grappig, maar nog beter dan de graffiti vond ik de discussie die daarover op straat is losgemaakt. Zelfs in de kleedkamer van mijn basketbalploeg, een mix van striktere en lossere moslimmannen, blanken en zwarten, iedereen sprak erover. Da’s toch prachtig. Wanneer babbel je anders nog eens over zo’n thema? Hij heeft al veel goeds gedaan, meer dan veel penissen, zal ik zeggen.

Hoe zit het met die speer en de narwaltand?
Vercnocke: Ik heb wel een beetje een obsessie met fallussen. De symboliek die dat ding met zich meedraagt, en tezelfdertijd de kwetsbaarheid ervan. De frictie tussen de machovisie van ‘altijd staalhard’ en de diepere symboliek. Die idee van het bewijzen van je mannelijkheid intrigeert me vooral. Ik heb me nooit thuisgevoeld in die rigide indeling. Dat je nu heel veel genderfluïditeit hebt, verbaast me niet eens. Door in Brussel te wonen, aan het Fontainasplein, vlak bij de gay neighbourhood, ben ik daar nog meer mee geconfronteerd. Die mannelijkheid die als een soort van status wordt gedragen, als wapenschild. Die fierheid, de manier waarop je jezelf presenteert, speelt heel hard. Is dat de selfiecultuur? Ik weet het niet. Feit is dat in wezen iedereen tussen de uitersten man en vrouw zwerft.

Over zwerven gesproken: je hebt Brussel ingeruild voor Vilvoorde?
Vercnocke: A radical place! We wilden heel graag een huis met een tuin. We wonen nu een paar maanden bij mijn schoonmoeder in Nossegem, tussen de bossen en de velden. En ik moet toegeven, er is wel een soort rust over mij aan het neerdalen. Maar ik heb er elke dag moeite mee. Die veelheid aan mensen, gedachten, ideeën en culturen… Brussel heeft mij rijker gemaakt. De confrontatie die in eerste instantie verstikkend is, maar al snel kantelt naar een enorme vrijheid, zuurstof. Ik ben hier realistischer geworden. Je hebt hier het gevoel echt in de wereld te staan. Je kan je een keer de enige blanke voelen, weg uit de white privilege. Eigenlijk zouden alle Vlamingen eens drie jaar in Brussel moeten wonen. Vlaanderen zou er wel bij varen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

OPROEP: Reageer jij soms op online nieuwsartikels of wil je het wel eens proberen? Doe mee aan het RHETORIC-onderzoek en wie weet win jij een van onze 10 prijzen! Neem nu deel..

Lees meer over
Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
deze week
  • (Dé)livrés à domicile: le bonheur devant la porte
  • Hoe corona cultureel en culinair overleven?
  • Galerie Grafik verspreidt liefde in tijden van corona
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement