Gust Van den Berghe: 'Filmen is als kampen bouwen en soldaatje spelen'

© Kris Dewitte
Voor het tweede jaar op rij haalde stadsgenoot Gust Van den Berghe de selectie van de Quinzaine des Réalisateurs in Cannes. Blue bird is losjes geïnspireerd op L’oiseau bleu van Maurice Maeterlinck, visueel gerelateerd aan de symbolisten en in extreem breedbeeldformaat gedraaid in de Togolese regio Koutammakou. Een gesprek met een bevlogen kunstenaar – of is speelvogel een beter woord?

Blue bird toont meer nog dan een dag in het leven, het leven in een dag. Bafiokadié en zijn zus Téné verlaten het dorp op zoek naar hun verloren blauwe vogel. Wat ze vinden is van een heel andere aard, met dank aan ontmoetingen met dode grootouders, bosgeesten, de Chef des Plaisirs en de ongeboren kinderen van het Koninkrijk van de Toekomst. Maar laat ons vooral niet vertellen wat u eigenlijk moet zien of dromen.

Voor Little baby Jesus of Flandr vertrok u van Felix Timmermans. Blue bird begint bij Maurice Maeterlinck. U hebt een triptiek voor ogen. Is het concept geen keurslijf?
Gust Van den Berghe:
Concept, thematiek, het idee om drie keer ouder werk nieuw leven in te blazen: het lag allemaal al voor de eerste film vast. Jezelf limieten opleggen is jezelf verplichten de uitgang te vinden. Eén kader schept vanuit dat oogpunt veiligheid, geen engheid. Het zijn dan ook geen verfilmingen maar heel vrije adaptaties. Ik heb mezelf die regels opgelegd en ik ben streng voor mezelf. En ik ben vooral koppig: tegenover de buitenwereld maar nog meer tegenover mijn binnenwereld.

De mensen in Koutammakou, Togo, geloven dat elk voorwerp een ziel heeft. Dat sluit aan bij Maeterlinck. Was dat de reden om af te reizen?
Van den Berghe:
Er zijn nog plekken waar mensen dat geloven. De natuur is er in volle extase en dat zag ik ook bij de symbolistische schilders. Wat die schilders me doen voelen is eigenlijk belangrijker dan wat ik bij Maeterlinck voel. Bij Maeterlinck moest ik soms de christelijke moraal wegdenken. Dat is bij de schilders niet nodig. Zij zijn de eersten om de mens open te rijten en het innerlijk bloot te leggen. Ze laten de ziel zien maar ook hun en onze perversiteiten en het dierlijke van de mens. Denk aan een vrouw op een schuimbekkend paard met een grote penis.
Togo is me aangeraden door een bevriende producer, die Viva Riva! had geproducet. De dingen vielen er samen en ook weer niet. Ik vind het zeer fijn om mezelf te droppen op een maanlandschap om daar vanuit het niets een verhaal leven te geven. 's Ochtends zette ik me buiten op een stoel met de tekst en een balpen. Al kijkend en luisterend kwamen de ideeën. Ik zag bijvoorbeeld vrachtwagens in een langgerekte colonne héél traag de berg afrijden. Hun remmen werken zo slecht dat ze bang zijn in het ravijn te donderen. Mij was het om dat schitterende beeld te doen. Ik fantaseerde dat ze misschien zo voorzichtig reden omdat ze iets heel sacraals vervoerden. Iets wat ze in de wolken haalden en naar de aarde vervoerden. Kinderen.

Waarmee we zijn aanbeland bij het onderwerp van de film: kinderen.
Van den Berghe:
Schoon aan kinderen vind ik dat zij verbazend vinden wat wij niet verbazend vinden en omgekeerd. De taal die ik moest gebruiken was de taal van kinderen. Dat is de rijkste taal van allemaal. Ook al zijn de woorden soms banaal, hun taal zit vol verwondering. Ik put uit mijn eigen kindertijd. Ik weet nog dat ik het de normaalste zaak van de wereld vond om met mijn overleden grootmoeder te praten alsof ze naast me zat.

Ik heb geprobeerd om de volwassen kijker in de positie van het kind te plaatsen. Daar waar volwassenen vooral vragen hebben over het blauw of de esoterie, vroeg een kind onlangs in Denemarken of de kinderen in de vrachtwagen zouden sterven. Blijkbaar voelde hij de wreedheid van die scène aan. Geboren worden is een wrede aangelegenheid. De geboorte is een gevecht dat we kunnen verliezen, de dood niet.

Hoe moeten we volgens u met kinderen omgaan?
Van den Berghe
: Onze maatschappij draait niet om het kind en dat vind ik enorm jammer. Kinderen zijn niet enkel de mensen van morgen. Ze zijn belangrijke wezens. Omdat ze, net zoals mijn films, enkel vanuit het nu kijken en praten. Dat is wonderlijk, want er is geen oordeel. Dus in plaats van hen constant dingen op te leggen zouden we naar hen moeten luisteren. Later gaan zij voor ons zorgen en onze rol overnemen. We kunnen er maar beter voor zorgen dat ze zo oprecht mogelijke mensen worden. Zet ze dus niet voor de televisie maar laat ze spelen. Al spelend worden kinderen mensen. Al spelend verkennen ze de wereld en hun identiteit. Al spelend leren ze zichzelf en de ander kennen. Spelen is begrijpen.

Speelt u nog?
Van den Berghe
: Filmen is mijn manier van spelen. Ik maak films om mens te worden. Ik ben het nog lang niet. Filmen is voor mij als kampen bouwen en riddertje spelen. Als kind heb ik enorm lang gespeeld. Toen het niet meer mocht, daalde een grote tristesse over me neer. Ik ben enorm blij dat ik nu opnieuw mag spelen en - kijk eens aan! - ik krijg er nog erkenning voor ook. (Lacht)

Ik heb het moeilijk met mensen die afknotten. Ik vind moderne cinema fascinerend, maar ik stoor me soms aan het enorme nihilisme. Ik mis het spel, de droom. De realistische regisseurs hebben me nog het meest geboeid en geïnspireerd. De broers Dardenne, Yasujirô Ozu, Abbas Kiarostami: zij creëren vanuit realisme iets fantastisch, een nieuwe op zichzelf staande waarheid die de werkelijkheid overstijgt. Dat vind ik schoon, subliem zelfs.

Ik dacht dat u de pijnlijke ontstaansgeschiedenis van Blue bird voor u wilde houden, maar ik hoor dat de documentaire Blue birth straks alles uit de doeken zal doen.
Van den Berghe
: Ik wil mijn verhaal geen twintig keer herhalen, maar het moet wel één keer goed verteld worden. Anders reduceert men het tot 'die set waarop alles misliep en er iemand stierf'. Het is veel complexer dan dat.

De documentaire zal de geboorte van een film tonen. Het was een zeer zware bevalling. Op een bepaald moment was er geen schijn van kans meer dat de film nog zou slagen. De draaiperiode was in de helft en we hadden nog niets. In een interview met mezelf vatte ik de situatie samen, omdat ik op dat moment vreesde dat de film over de film interessanter zou zijn dan de film zelf. Maar ook al lag alles plat, het geloof in het project bleef bestaan. Het plan was om in de resterende tijd een paar scènes te draaien. Daarmee konden we dan proberen om het project te verkopen en achteraf terug te keren. We begonnen dus te draaien en uiteindelijk hadden we toch een vijftal scènes. Betekenis was er nog niet. Daar ben ik in België naar op zoek gegaan. De nacht voor de terugvlucht had ik een begin, een midden en einde. We hebben een paar extra dagen gedraaid. Alles wat we draaiden, zit in de film. Dat Blue bird bestaat is de grootste triomf van allemaal. Daar is alle succes achteraf aan ondergeschikt.


17 oktober 2011, 20.00 uur, PSK/PBA; 2 november 20/11, 15.00 uur, Filem’on, Aventure Ciné Confort

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel
BRUZZ Magazine
deze week
  • Alexia Bertrand (MR) en Sven Gatz (Open VLD) fileren de Brusselse begroting
  • Hoe de postbode een pakjesbezorger werd
  • Zes wijken die autoluw worden doorgelicht
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Front 242: 'We doen het voor de fans'
  • Festival Cinémaned: la jeunesse Égyptienne vue par Ayten Amin
  • Sol Lewitt: Brussels art students recreate wall paintings
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement