Little Black Spiders: de zwangerschapstest van Charlotte De Bruyne
Dertig jaar geleden, eergisteren dus, vonden sommige Vlaamse families er niet beter op dan de ongewenst zwangere tienerdochter toe te vertrouwen aan een katholieke orde die ze voor de buitenwereld verborg. De naam van de familie moest maar eens bezoedeld raken. Voor de bevalling werden de meisjes clandestien naar Frankrijk gereden. De pasgeborenen werden aan kinderloze koppels geschonken. Geboortedata en namen werden vervalst. De meisjes moesten doen alsof het allemaal nooit was gebeurd.
Patrice Toye baseerde haar derde langspeelfilm op een waargebeurde situatie, maar is er niet op uit om onrecht aan te klagen. De regisseur van Rosie en (n)iemand filmt met gevoel voor sfeer en nuance de intimiteit van de meisjes die op elkaar aangewezen zijn. Het verhaal concentreert zich op twee meisjes. Line Pillet speelt de wees Katja die intens naar haar kind verlangt en niet weet wat haar boven het hoofd hangt. Charlotte De Bruyne is de rebelse Roxane die niet echt weet van wie het kind is en na de zwangerschap haar onbezonnen, vrije leven weer hoopt op te pikken.
In een aangrijpende reportage in Koppen getuigden mensen die echt hebben meegemaakt wat jullie personages overkomt. Doet jou dat wat?
Charlotte De Bruyne: Die reportage heb ik nog niet gezien. Maar ik vind het super om deel uit te maken van een project dat die dingen aankaart. De feiten dateren van eind jaren 1970. Dat is niet lang geleden. Niemand wist het, dat komt nu aan het licht. Kunst maken, alles wat ik doe, is een manier om iets te zeggen.
Toch is Little black spiders geen aanklacht. Verbaast je dat?
De Bruyne: Patrice (Toye, nr) zei me drie jaar geleden al dat ze de achtergrond gevonden had voor een verhaal over meisjes onder elkaar. Het was niet de bedoeling om een drama als The Magdalene sisters te maken.
Ik vind het juist schoon dat het over meisjes en hun vriendschap gaat. Hoe gaat dat? Hoe vechten ze tegen de verveling? Welke muziek beluisteren ze? Welke boeken lezen ze? Wat gaat er in die hoofden om? Door die intimiteit is het nog heftiger wanneer duidelijk wordt wat er daar echt gebeurde. Die meisjes liepen daar zorgeloos rond, zonder te beseffen wat hen boven het hoofd hing.
Begrijp je die naïviteit? Word je niet kwaad van hun passiviteit?
De Bruyne: Jawel! 'Stoem wijf, hebt ge 't nog altijd niet door?' dacht ik soms bij mezelf. Patrice wees er me soms op dat ik te slim aan het spelen was. We hebben veel gepraat over wat een meisje van vijftien in de jaren 1970 wist. Van de pil wist ze niets. Waar je wel en niet zwanger van wordt, hoe alles in zijn werk gaat, daar werd niet over gesproken. Mijn moeder vertelde me dat ook zij alles zelf heeft moeten uitvissen ook al was haar moeder een supergoede moeder. Dat inzicht hielp om te begrijpen waarom die meisjes daar negen maanden zitten. Als mij dat zou overkomen, trap ik het na twee dagen af. Tienermeisjes worden nu sneller volwassen. We weten dus ook sneller wanneer er iets niet klopt.
Heb je je door de film ook afgevraagd wat jij zou doen als je zo jong zwanger was?
De Bruyne: Ik had geen film nodig om me die vraag te stellen. Volgens mij stelt elk meisje zich die vraag van zodra het eerste lief aan de horizon verschijnt. Ik had alles uitgedokterd. Ik zou het kind laten weghalen. Tot mijn zeventiende zou ik direct naar het ziekenhuis zijn gegaan. Weet je wat heel gek was? Door de hele tijd met een zwangere buik rond te lopen en uiteindelijk zogezegd te bevallen, had ik de weken na de draaiperiode zin om een kind te krijgen. Ik wil een kind! (Lacht) Ook al was het volledig fake, emotioneel deed het me wat. Ik verdikte trouwens écht.
Doen alsof is gevaarlijk.
De Bruyne: Film is heftiger dan theater. Je zit er twee maanden volledig in. Vergelijk het met een kind dat mama en papa speelt maar dan twee maanden aan één stuk. Ook al was de buik van plastic, ik gaf erom. Met zwangere vrouwen en gynaecologen praten, de bevalling naspelen: dat hielp natuurlijk. Zeker toen de baby kwam, werd ik veel emotioneler dan gedacht. Ik probeer altijd vrij cool te zijn, maar toen was ik zwaar geraakt.
Ik schrok ervan dat ik me zo inleefde, maar het het was een fijn gevoel. De weken na de opnames was er niet enkel het zwarte gat maar ook het verlangen naar een kind. Dat ging weer over, hoor. Maar ik heb me toen wel verdiept in hysterische zwangerschappen. Ik vraag me af of ik een miniversie heb meegemaakt.
Wat kun je kwijt over Flying home, de nieuwe film van Dominique Deruddere?
De Bruyne: De opnames zijn drie weken geleden begonnen. Veel kan ik er nog niet over zeggen. De film speelt zich af in het duivenmelkerscircuit. Is dat niet schattig? Het wordt een romantische komedie over een Amerikaanse zakenman die in een West-Vlaams dorp de beste duif wil kopen en verliefd wordt op de kleindochter van een zeer goede duivenmelker.
Moet jij eigenlijk niet op school zijn?
De Bruyne: Ik ben in 2008 aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent begonnen. Ik had al afgestudeerd moeten zijn. Maar vanaf het tweede jaar heb ik gewerkt in plaats van te studeren. Bij het theatercollectief Ontroerend Goed mocht ik aan voorstellingen meewerken, en nu maak ik er deel van uit. Je leert zoveel door te doen. Hoe meer je maakt, hoe beter je wordt. Ik ga toch niet nee zeggen tegen een job als ik naar school ga om die job te kunnen doen? Maar school heeft ook voordelen. Je kunt er dingen uitproberen, je hebt er alle faciliteiten, begeleiding. Ik zou mijn opleiding graag afmaken. Hopelijk kunnen de agenda's op elkaar worden afgestemd.
Hoe druk heb je het? Weet je wat je wilt doen?
De Bruyne: Ik heb gemerkt dat Vlaanderen superklein is. Sinds mensen weten dat ik meespeel in de film van Patrice Toye word ik gevraagd voor de audities van elke nieuwe serie of film. De snelheid waarmee je opgenomen wordt in het circuit, verbaast me enorm. Op zich is dat wel fijn. Maar ik ben van plan om hier voorzichtig mee om te springen. Ik bevind me in de ideale positie. De hoofdzaak is Ontroerend Goed. Dat is mijn passie. Ik ben niet krampachtig op zoek naar werk. Ik zal alleen ja zeggen tegen films of series die honderd procent mijn ding zijn.
Komt film op de tweede plaats?
De Bruyne: Nee, ik vind het fantastisch om film en theater te combineren. Het fijne aan film is dat je het instrument bent van de regisseur. Een zalig gevoel. Bij Ontroerend Goed gebeurt het omgekeerde: daar is het zelf iets maken, altijd meedenken. Dat is geen acteren in de typische zin van het woord.
Ik ben altijd een enorme controlefreak geweest. Op de set van Little black spiders heb ik ontdekt dat ik me ook aan iemand kan overgeven. Dat was een fijne ervaring. Eenmaal op een podium moet ik alles loslaten en spelen. Me geen vragen meer stellen, stoppen met kritisch nadenken en spélen. Dan lever ik de beste dingen af. Maar daar moet ik nog op oefenen.
Kinepolis, UGC De Brouckère
Lees meer over: Film
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.