Arno’s intimi over zijn postume album ‘Opex’: ‘Deze plaat heeft hem in leven gehouden’

Arno en muzikale rechterhand Mirko Banovic: “Die wilskracht, dat is Arno’s erfenis.”© Danny Willems

“On s’en fout, on fait la fête, embrasse mes deux boulettes,” klinkt het op Opex, het testament van wijlen Arno Hintjens. Vooraleer de Brusselse chanteur de charme raté het ondermaanse inruilde voor het rock-’n-rollnirwana, gaf hij er nog één keer een ferme lap op. “Arno weigerde tot op het allerlaatste moment morfine te nemen, muziek was zijn pijnstiller.

Niemand van ons keek ernaar uit om hier te zijn,” klinkt het midden september tijdens de voorstelling van Opex in café L’Archiduc, een van die vele ‘tweede livings’ die Arno in Brussel frequenteerde. ‘Ons’, dat zijn vier sleutelfiguren bij het tot stand komen van zijn postume plaat: zijn levenslange fotograaf, platenhoezenontwerper en bloedbroeder Danny Willems, zijn vijf jaar jongere broer Peter Hintjens, muzikale rechterhand Mirko Banovic en Michel ‘Shelle’ Dierickx, sinds de begindagen van TC Matic de studio engineer van Le Plus Beau. De onmisbaren in het ontstaansproces van Opex bekennen dat ze niet meer naar het album geluisterd hebben, tot vandaag. “Het is heel emotioneel geweest, en dat is het nu nog,” zegt Danny Willems met een krop in de keel. “Je beleeft het ook allemaal opnieuw.”

Het idee voor Opex rijpte begin 2020, toen Arno shows in Parijs en Brussel speelde. Een paar maanden eerder had hij te horen gekregen dat kanker hem te grazen had, hij stond op de planken terwijl de chemo door zijn lijf gutste. Eerst werkte hij Vivre af, zijn intieme album met de Franse pianist Sofiane Pamart. Zoals steeds wilde Arno na de verstilling graag rocken, en dat verlangen stolde geleidelijk aan, tussen het ziekbed en coronagolven door, in het rauwe Opex.

1814_opex_c_ivan_put.jpg
© Ivan Put
| Sleutelfiguren bij het maken van Arno’s laatste album, Opex: vooraan Danny Willems (links) en Shelle Dierickx, achteraan Mirko Banovic en Peter Hintjens (rechts).

Twee dafalgantjes
Alles kwam in een stroomversnelling toen Arno aan de vooravond van zijn Radio 1 Sessie in januari te horen kreeg dat hij nog drie maanden te leven had. “Hij wilde die concerten in Oostende en Brussel nog spelen, maar die plaat afwerken was het állerbelangrijkste,” zegt Mirko Banovic, die sinds 1999 bas speelde bij Arno en Opex samen met hem producete. “Ik ben ontzettend blij dat het hem gelukt is. Hij heeft nog één keer alles gegeven wat er in hem zat.”

Arno’s adagium was om te leven in het moment, en zo werkte hij ook in de studio. Eén of twee takes, daarna was de frisheid weg, vond hij. “Als het te lang duurde, was het voor hem niet meer echt,” zegt Banovic. “Zo heeft hij tot op het einde gewerkt,” beaamt Shelle Dierickx. “Nog voor ik alle micro’s goed had opgesteld, stond hij al te zingen. Dan was hij verbaasd dat ik hem vroeg om zijn take opnieuw te doen. Dat heb ik wel van hem geleerd: bij Arno moest je meteen de opnametape laten rollen.” (Lacht)

Vergelijk het met Bob Dylans onverbiddelijke ik-speel-en-jullie-volgen-mentaliteit in de studio, alleen was Arno nu afhankelijk van zijn energieniveau. “Dus moesten we ons focussen op de goede momenten,” vertelt Banovic. “Goed voorbereid zijn en meteen goed spelen ook, want voor een tweede keer was Arno vaak te moe. Maar hij gaf zich voor driehonderd procent. Die strijdlust vond ik enorm inspirerend. Ook op het podium heb ik hem altijd bewonderd om zijn kracht, die heb ik bij niemand anders ervaren. Die wilskracht is voor mij zijn erfenis.”

Arno moest zijn laatste concert in de AB van 15 maart cancelen omdat de kanker zijn lijf te hard had toegetakeld, maar de sessies in de ICP Studios gingen door. Hij zag af, werkte veelal onderuitgezakt vanuit zijn zetel, maar de sfeer in de studio was zeker niet morbide. Er werd, zoals altijd, ook lol getrapt en gezeverd. Over zijn ziekte sprak Arno niet. “Hij wilde je er niet mee lastigvallen,” knikt Willems. “Dat was zijn trip.” Gedachten aan de dood hield hij op afstand. “Op een dag vertelde hij mij dat hij euthanasie wilde doen en uitgestrooid worden in de zee,” vertelt zijn broer Peter Hintjens. “Maar die euthanasie is er nooit gekomen. Zijn lichaam was klaar, maar zijn geest niet.”

1814_opex_peter_c_danny_willems.jpg
© Danny Willems
| Peter Hintjens blikt zijn saxpartij in in de studio: “Op een dag zei Arno mij: ‘Jij gaat op mijn laatste plaat spelen.’”

Arno zocht geen medelijden. “De pijn moet nochtans enorm geweest zijn,” zegt Willems. “Arno wilde geen morfine nemen, omdat hij helder wilde blijven zolang hij aan de plaat werkte. Pas helemaal op het einde is hij overstag gegaan, toen we het niet meer konden aanzien. Hij vreesde een bewustzijnstoestand waarbij hij geen vat meer op het leven had. Hij nam hoogstens een Dafalgan, maar dat hielp natuurlijk niets.” “Ik probeerde hem dan te overtuigen om twee dafalgantjes te pakken,” lacht Peter Hintjens, “wat hij niet deed, want dat was ‘slecht voor zijn lever’. Als je vroeg of hij pijn had, antwoordde hij: ‘Nee, nee.’ Dan zei ik: ‘Arno, how, t’è zeir, hé.’ ‘Ja’k,’ zuchtte hij. (Zwijgt even) Je moest het eruit sleuren.” “Muziek was zijn pijnstiller,” knikt Willems. “Arno was bizar genoeg altijd een hypochonder. Bij het kleinste pijntje zat hij bij de dokter. Maar op het einde kon hij alles doorstaan. Straf. Deze plaat heeft hem in leven gehouden.”

Oerknal
De kanker etste zich in Arno’s lichaam en in zijn stem. In ‘Boulettes’ hoor je hem typische arnoïsmen als “Tout le monde a deux trous dans son nez, même quand on est blanc, noir ou foncé” en “On s’en fout, on fait la fête, embrasse mes deux boulettes” rochelen als een vaderlandse Tom Waits. Maar in de latere sessies voor Opex is zijn stem iel en fragiel, zoals in ‘One night’. “Dat nummer was niet makkelijk voor hem,” licht Dierickx toe. “Maar hij deed dat ongelofelijk goed, vanuit zijn zetel. Iedereen was onder de indruk. En daarna zag je hem glunderen.” ‘One night’, in 1958 een hit voor Elvis, was voor Arno symbolisch. Als kleine gast in Oostende hoorde hij die song op de platendraaier bij zijn buurjongen Frank Bailleul, wiens oudere zussen fan waren van The King. “Hij vertelde mij dat dat het liedje was waardoor hij is geworden wie hij is geworden,” glimlacht Banovic. “Het was de vonk die alles in gang zette, de oerknal.”

Even rauw als broos klinkt Arno in het dubby ‘La paloma adieu’, een duet met de Franse zangeres Mireille Mathieu. “Dat was altijd al een droom van hem, maar ze hield de boot lang af,” vertelt Willems. Ze dacht dat hij haar voor de gek hield, zeker nadat hij haar iconische coupe een keer vergeleken had met “une bite”, een jongeheer. Maar toen hij haar nog een keer zijn liefde betuigde in een interview met Le Parisien, hapte ze toch toe. Het werd Arno’s adieu, het laatste nummer dat hij zou zingen.

“Door corona lukte het helaas niet om samen in de studio te zitten,” legt Willems uit. “Arno wilde wel per se haar zangpartij horen voor hij stierf. Elke dag vroeg hij ernaar. Uiteindelijk heeft ze haar versie opgenomen op de dag dat hij gestorven is. Toen ze uit de studio kwam, vernam ze zijn overlijden. Ze is toen in tranen uitgebarsten, waarna ze ‘Ave Maria’ inzette. ‘La paloma adieu’ is de stem van een oude man die aan het sterven is, die nog een laatste inspanning doet, die denkt aan hetgeen voorbij is. En Mireille Mathieu is de engel, het leven. Heel mooi, maar ook hard om te horen.”

1814_arno_opex_mirko_banovic_c_danny_willems.jpg
© Danny Willems
| Arno en muzikale rechterhand Mirko Banovic: “Die wilskracht, dat is Arno’s erfenis.”

Familie boven alles
Opex is een ode aan Arno’s roots. De titel verwijst naar De Vuurtorenwijk in Oostende, in de volksmond ‘Opex’, de afkorting van Ostende Phare et Extension. Die firma bouwde eind negentiende eeuw een nieuwe wijk voor de vissers en arbeiders aan de rechterzijde van de haven. Arno’s grootouders woonden er, zijn ouders leerden elkaar daar kennen. “Onze grootmoeder had een café op de hoek van de Voorhavenlaan,” vertelt Peter Hintjens. “Arno is daar als jong gastje heel vaak geweest, ik ook. Onze beide ouders gingen werken, en de jongere zussen van onze moeder pasten op ons. Onze grootmoeder zong in de cinema, als begeleiding bij de stomme films. Maar ook in het café weerklonk de hele tijd haar stem.” ‘Mon grand-père’ is dan weer een ode aan Charles Hintjens, Arno’s grootvader die hem meenam naar volksbals en hem toonde hoe je vrouwen moest verleiden.

Arno vertelde in interviews graag over zijn familieleden. “Arno was een familieman,” drukt zijn broer ons op het hart. “Hij stond erop dat er elk jaar een familiefeest werd georganiseerd, ook in februari nog wilde hij dat ik iedereen samenriep in Oostende.” Arno zag Opex dan ook als een ‘familie-album’. Een familie van dierbaren en intimi, zoals Paul Couter van Tjens Couter, van wie hij op Opex ‘I can dance’ herwerkte, maar vooral ook van bloedverwanten. “‘Jij gaat op mijn laatste plaat meespelen,’ zei hij op een dag tegen mij,” lacht Peter Hintjens. Je hoort hem in ‘I’m not gonna whistle’ met zijn saxofoon in duet gaan met de mondharmonica van Arno. Na ‘Sister claw’ van de band Revenge 88 is dit gek genoeg nog maar de tweede keer dat de broers muzikaal samenwerken. “Goh, ik heb altijd in groepen gespeeld, maar in een totaal ander genre,” schokschoudert Peter Hintjens. “Wij deden elk ons ding.”

Als jonge gast had Peter Hintjens niet dezelfde rockdromen als zijn broer. “Als je muziek speelt, wil je natuurlijk altijd iets bereiken. Maar op een zeker moment moet je een keuze maken. Arno had een goeie job als kok, maar hij gaf alles op voor de muziek. Die sprong heb ik niet gemaakt. Heb ik daar spijt van? Nee. De eerste jaren heeft Arno in armoede geleefd, hé. Vanaf de eerste keer dat ik hem zag in de Velodroom in Oostende wist ik wel dat hij het ging maken. Die présence! Met onnozele verhaaltjes kon hij een hele tent begeesteren. Niet veel mensen hebben die gave, ze staan op het podium als een zak patatten. Arno had het allemaal, hij kon songs schrijven én hij had charisma.”

1814_opex2_c_ivan_put.jpg
© Ivan Put

Het in new-wavekleuren gedrenkte ‘I’m not gonna whistle’ is net als de vooruitgeschoven single ‘La vérité’ geschoeid op een beat van Felix Hintjens, de intussen 26-jarige zoon die Arno kreeg met de Franse zangeres Marie-Laure Béraud. “Hij heeft zeker het muzikale gen van zijn vader geërfd,” vertelt Banovic over de elektronische muziek die Felix Hintjens maakt. “Maar de vraag is of hij ook als muzikant gezien wil worden. Hij is komen luisteren naar het resultaat, maar verder blijft hij liever uit de aandacht.” “Felix is net als zijn vader introvert,” legt Peter Hintjens uit. “Ik ken hem goed, we zijn verschillende keren samen op vakantie geweest met Arno en de kinderen. Een zeer toffe gast, die net als Arno heel veel van zijn familie houdt. Tijdens familiefeesten is hij wel niet zo timide.” (Lacht)

Het laatste deuntje
Arno uitte op het einde van zijn leven spijt dat hij niet genoeg tijd met zijn vader had doorgebracht. Zijn eigen zoon probeerde hij wel dichter bij hem te trekken. “Arno wilde dat Felix mee de platenhoezen ontwierp,” zegt Willems. “Dat heeft hij ook een paar keer gedaan, op Santeboutique en Human incognito onder meer. Maar ik heb Arno altijd gezegd dat Felix vooral ook muzikant is, en dat ze muzikaal moesten samenwerken. Ik was blij verrast dat dat nu is gelukt.”

‘I’m not gonna whistle’, de laatste track op Opex, verenigt zo Arno, zijn broer Peter en zijn zoon. “Als Arno de telefoon niet opnam, hoorde je hem fluiten op de voicemail,” zegt Peter Hintjens over de telefoontjes die hij dagelijks met zijn broer pleegde. “Dat zal ik nu moeten missen.”

Opex verschijnt op 30/9 bij [PIAS]

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?