interview

Nergens heen met Fulco: 'Wie ben ik nu eigenlijk?'

© Tjorven Bruyneel

Fulco Ottervanger ontdubbelt al een paar jaar zijn alter ego's bij BeraadGeslagen, De Beren Gieren en Stadt. Maar ondertussen broedde de Brussels-Gentse Nederbelg ook op een Nederlandstalig soloproject, dat hij woensdag in de Ancienne Belgique komt voorstellen.

Hij was de voorbije twee jaar stadscomponist van Gent, bij De Beren Gieren jongleert hij met jazzy toetsen, met zijn sparringpartner Lander Gyselinck bekokstooft hij als BeraadGeslagen rotonderumba’s en stoepdisco, en bij Stadt laat hij de krautrocker in zich los. Ooit ging hij bij de groep Shtgn zelfs aan het grunten. Maar polderpop hadden we van Fulco Ottervanger nog niet gehad.

“Ik heb mijn tijd genomen om alles te laten rijpen,” zegt de toetsenwizard en klassiek opgeleide cellist die solo ook gitaar speelt en zingt. “Sommige nummers zijn meer dan tien jaar oud, en hebben ontzettend veel versies gehad.” De beslissing om er toch wat mee aan te vangen, kwam drie jaar geleden. Met dank aan Frederik Segers, de broer van drummer Simon Segers en muzikant bij onder meer Stadt. “We hebben er samen heel hard aan gewerkt, en het al die tijd ook stilgehouden. Ik vind het mooi, zeker in deze tijd, om geduld te hebben. Het gaat ook helemaal in tegen hoe ik ben. Ik ben nogal gehaast. Het is goed dat ik nu mijn tijd heb genomen.”

De songs op Fulco zijn de meest ronde popliedjes die we van Ottervanger al gehoord hebben, die ergens landen tussen de sprookjesachtige knutselarij van Spinvis, de kekke nederpop van Doe Maar en de klassieke songs van die andere halve Hollander, Raymond van het Groenewoud. “Op mijn twintigste al droomde ik ervan om een echte ‘liedjesman’ te zijn en een catchy popplaat te maken. Ik heb toen ook een poging gedaan, maar er was te weinig richting en te veel haast. Toen ik 21 werd, vond ik dat al te oud voor een popster. (Lacht) Ik ben 35, ik had het gevoel dat het nu moest gebeuren. Pop is ook zo’n mooie vorm. Met zijn catchy melodieën en kernachtige boodschappen.”

Fulco
© Tjorven Bruyneel

“Als je niet thuisblijft, kun je nergens heen,” luidt een van die boodschappen in het liedje ‘Nergens heen’. Toch weer zo’n raar kantje, hij kan het niet laten. “Die dubbele ontkenning, dat is iets moeilijks. (Lacht) Als ik boeken lees met dat soort zinnen erin, moet ik die passages opnieuw en opnieuw lezen. En kom ik er meestal niet uit. Daarom is het leuk om er ook een nummer mee te maken.”

Thuis is iets ingewikkelds voor Ottervanger. Hij woont al jaren in Gent, werd geboren in Leuven en groeide op in Brussel. Maar hij spreekt met een volbloed Nederlands accent. “Mijn ouders komen uit Nederland. Mijn vader kon in Brussel een filiaal van zijn Amsterdams advocatenkantoor oprichten. Hij was gespecialiseerd in Europees recht en heeft lesgegeven aan de VUB.”

Brussel was een idylle. De familie Ottervanger woonde in een villa langs de grote lanen in Sint-Pieters-Woluwe, dicht bij het Zoniënwoud. “Ik ging naar school in de Prinses Julianaschool in Etterbeek, die toen helemaal bestuurd en bekostigd werd door de Nederlandse overheid. Er stond zelfs een standbeeld van Juliana. Daarna ben ik naar de Europese school gegaan, eerst in Ukkel, en dan in Elsene. We lazen Nederlandse kranten, we keken naar Nederlandse tv-programma’s. Theo en Thea. Jiskefet. Ik groeide op in een Nederlandse enclave, zeg maar. Belgen zagen we als buitenlanders.”

Op zijn zestiende trad hij uit die enclave. “Op een vrijdag na het uitgaan had ik de laatste metro gemist, net een jongen die Floris bleek te heten. We raakten aan de praat, hij was net als ik een enorme Zappa- en Miles Davis-fan. We werden vrienden en hij nam me mee naar een vriend van hem in Tienen, Bernd. Die had een studio met allerlei geweldige keyboards en heerlijk weirde platen. Bernd was een beetje een goeroe. Hij kende dan weer muzikanten in Gent, en zo ben ik in Gent geïntroduceerd en heb ik er onder meer de broers Segers ontmoet.”

Ondertussen is Ottervanger ook bevriend met de Brusselse rapkeizer Zwangere Guy, die al een paar keer rhymes kwam droppen op concerten van BeraadGeslagen, zoals deze zomer nog op Jazz Middelheim. “Gorik (van Oudheusden, zoals Zwangere Guy echt heet, tz) en ik komen uit totaal andere milieus. Hij uit de blokken van Ganshoren, ik uit een villawijk. Ik heb me lang geschaamd, omdat ik ben opgegroeid in een veilig, warm nest en hij niet. Maar dat is nu eenmaal typische Brussel, die mix, die tegenstellingen. Dat zie je ook in zijn geografie, met al zijn hoogtes en laagtes. (Denkt na) Brussel is een gekke stad.”

Soms voelt hij zich verscheurd tussen de Belgische chaos en de Nederlandse orde. “Fulco doet me heimwee hebben naar een Nederland dat niet meer bestaat,” zegt Eefje de Visser over zijn liedjes. “Of nooit bestaan heeft,” lacht hij. “Op een vreemde manier heb ik heimwee naar Nederland, terwijl ik er nooit gewoond heb. De ruimtelijke ordening is veel beter georganiseerd. Er is veel meer groen. Het is veel meer een samenleving. Ik hou misschien van het Nederland van de naoorlogse generatie. Die zichzelf hebben moeten uitvinden, die zich hebben moeten afzetten tegen hun calvinistische ouders. Een generatie die heel eigengereid is, en leuk gek. Goed, het is een soort ideaalbeeld, denk ik. Een projectie van iets innerlijks dat niet tot rust wil komen.”

Dat dubbele gevoel zit helemaal in ‘Grensdorp’. “Grensdorp groet u / Waar u ook bent / U voelt zich verwant met het ene / Maar aan het andere bent u gewend,” klinkt het. “Ik reed een keer over de grens met Zeeland, en toen kwam die zin in me op. Het is in de eerste plaats een song over zoeken naar identiteit. Wie ben ik nu eigenlijk? Maar het gaat ook over keuzes die je in het leven moet maken en hoe moeilijk dat tegenwoordig is.”

Natuurlijk gaat dat liedje ook over je eigen grenzen overstijgen. “Ik ben nogal een chaotische geest. Ik laat het ook toe om de schroeven af en toe los te houden. Maar eigenlijk ben ik wel voor grenzen en kaders, ook omdat je anders helemaal in het ijle bezig bent. Maar als ik ze dan heb, wil ik er toch tegenaan schoppen. In die zin maak ik het mezelf moeilijk.”

Maar ook makkelijk, door al zijn muzikale ideeën in afzonderlijke projecten te stoppen. “Het helpt om te focussen en maakt de muziek beter. En dan kan ik telkens een andere rol spelen. Een soort van beschermingsmechanisme. En voor de luisteraar houdt die manier van werken het duidelijk, denk ik.”

Duidelijkheid, streven we daar niet allemaal naar? “Ik bleef eens hangen in de waarheid / Ik kon geen kant meer op,” klinkt het in ‘Hangen in de waarheid’. “Ik spot ermee dat er zoiets is als de waarheid. Je kan het alleen maar benaderen. Mensen zeggen dan dingen over eten, of over gezondheid, of hoe je moet leven. Soms hunker ik daarnaar, en wil ik die duidelijkheid. Maar dan laat ik die twijfels weer toe. Elke dag heb ik wel een andere levensvisie.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?