Thurston Moore rookt de vredespijp in Brussel

Thurston Moore trekt het dak op bij zijn geliefde Les Ateliers Claus© Heleen Rodiers

Thurston Moore is kind aan huis in Les Ateliers Claus. De voormalige frontman van noiserockers Sonic Youth stelt er om de haverklap een nieuw project voor en nam er ook een deel van zijn kersverse album Spirit counsel op. “Dit soort plekken zijn een baken voor ware creativiteit.”

“Die vogels komen er niet in,” zegt Thurston Moore wanneer ik hem erop wijs dat de monniksparkieten die hij in het Park van Vorst heeft gespot, nu ook Londen aan het koloniseren zijn. “Engeland is tegen immigratie. (Lacht) En dat terwijl dat de essentie is van de natuur, de geschiedenis van mensen, dieren, planten is een aaneenschakeling van migratie.”

Zolang Engeland zich nog niet heeft afgescheurd van de Europese Unie, gebruikt de 61-jarige Amerikaanse Londenaar elke gelegenheid om over het Kanaal te migreren. Zo hield hij net voor de zomer zijn pas verschenen, tussen meditatie en experiment bungelende album Spirit counsel in avant-première boven de doopvont in Les Ateliers Claus. Dat was geen toeval, want een van de drie nieuwe ‘songs’, de 63 minuten durende floydiaanse noise-opera ‘Alice Moki Jayne’, nam hij ook op in Sint-Gillis, samen met gitarist James Sedwards, My Bloody Valentine-bassiste Deb Googe, drummer Jem Doulton en de avant-garde geluidskunstenaar Jon ‘Wobbly’ Leidecker.

“Dit soort huizen zijn een baken voor ware creativiteit,” zegt de boomlange gitarist over de Brusselse vrijhaven van experimentele muziek en aanverwanten waar hij kind aan huis geworden is. “Ze hoeven niet te gehoorzamen aan de wetten van grote concertorganisatoren of grootmogols uit de muziekindustrie. Je voelt de positieve vibes, de dialoog zit goed. Voor mij is Les Ateliers Claus een van de beste plekken ter wereld. Ik ken Tommy De Nys, die boel hier runt, ook al van toen hij nog crack deed.”

Crack?
Thurston Moore:
Wat? Nee. Ik bedoelde Kraak, het festival. Sorry, mijn Nederlands is nog niet perfect. Ik ben daar wel nooit geraakt, omdat ik toen nog in Massachusetts woonde en ik het geld niet had om voor zo’n klein evenement over te vliegen. Nu Londen al zeven jaar mijn thuis is, is het veel makkelijker om naar hier af te zakken, of naar Antwerpen voor mijn vriend Dennis Tyfus. Wat ik ook geregeld doe.

Toen je gisteren je gitaar in de lucht stak in de finale van ‘Alice Moki Jayne’ keek je wel even of je ze niet in het plafond zou rammen.
Moore: Sommige van die podia zijn inderdaad niet voorzien op de proportie van mijn lichaam. Ik heb inmiddels veertig jaar van struikelen over gitaarkabels, van podiumtrapjes tuimelen en mijn hoofd tegen monitors bonken achter de rug, dus ik ben wel wat gewoon. Maar je hebt gelijk, rockmuziek is een gevaarlijke business. (Lacht)

Het echte gevaar lijkt uit een andere hoek te komen: door de verrechtsing zullen dit soort huizen harder moeten knokken voor hun plek.
Moore: Als Amerikaanse artiest ben ik altijd aangewezen geweest op mezelf, subsidies zoals hier in Europa heb je daar niet. Die DIY-spirit als alternatief voor de mainstream, vind ik nog altijd heel belangrijk. Ik heb er vertrouwen in dat kunst en cultuur ook zonder bemoeienis of steun van de overheid zullen voortbestaan.
Streaming heeft een aardverschuiving veroorzaakt in de muziekindustrie. Het zijn nu veeleer de gebruikers die bepalen hoe het er toegaat, en dat vind ik niet slecht. Ik ben nooit muzikant geworden om er meer geld mee te verdienen dan met eender welke andere job. We all wanna have fun, maar het is geen doel op zich. Daarom verkies ik het soort kleine, maar verbindende plekken als Les Ateliers Claus.

IJzeren staven
“Misschien ga ik beginnen te snurken,” zegt Eva Prinz, terwijl ze zich in de gezellige artiestenruimte van Les Ateliers Claus neervlijt op een bankje. De Londense uitgeefster is sinds acht jaar de partner van Moore. In 2010 richtten ze samen de uitgeverij Ecstatic Peace Library op, waar ook Moore gedichten publiceert. Voor Prinz liet Moore Sonic Youth-bassiste Kim Gordon, met wie hij dertig jaar getrouwd was, in de steek en deed zo meteen ook de iconische noiserockband imploderen. “Ik maak je straks wel wakker om naar Wiels te gaan,” zegt de gitarist terwijl hij wat aan een gitaar frummelt. “Geweldige boekshop hebben ze daar. Maar eerst wil ik nog even in die platenwinkel binnenwippen.”

Thurston Moore 2019
© Heleen Rodiers

Over welke winkel heb je het?
Moore:
Arlequin, hier een paar straten verder. Ik rommel graag wat door platenbakken, zonder gericht te zoeken. Ik ben dol op seven inches uit de sixties en seventies, speciale uitgaven uit België of Zwitserland of Duitsland of waar dan ook, met eigen hoesontwerpen. Dingen die doorgaans niks kosten. In de jaren 1980 en ’90, voor het internet alles veranderde, was Brussel dé plek om zeldzame platen op te kop te tikken. Het was spannend, omdat je nooit wist wat je zou tegenkomen. Nu weet iedereen meteen wat er waar te vinden is. De romantiek van de trouvaille is ervanaf. Ik hou ook van winkels die zich op één ding focussen. Zoals Dust Dealers, hier wat verderop, dat coole jazz en funk in huis heeft.

Ging je als jonge gast ook platen jagen?
Moore: Ik had een oudere broer die platen begon te kopen in de jaren 1960. Ik herinner me nog de eerste keer dat hij ‘Louie Louie’ van The Kingsmen op de oude platendraaier van mijn vader legde. Eerst waren het singles, daarna albums van The Beatles, Jefferson Airplane, Jimi Hendrix, dingen die intussen classics zijn. Zijn smaak veranderde langzaam. Op een dag had hij de eerste van Black Sabbath mee. Dát was interessant. (Lacht) Toen ik eindelijk zelf geld had, spendeerde ik het allemaal aan albums en muziekmagazines. Ik verslond dingen als Creem en Circus. Ik vond journalisten als Lester Bangs en Richard Meltzer, en toen ook nog Patti Smith, even belangrijk als de muzikanten waar ze het over hadden. Toen Patti Smith een single uitbracht, wekte dat mijn aandacht. Een schrijver die muziekmaakt, hoe geweldig was dat? Of Lester Bangs die bij The J. Geils Band op het podium sprong met zijn typemachine en live de review schreef, zo cool. Of Allen Ginsberg, die altijd wel in CBGB’s opdook met zijn harmonium. Dat waren mijn rolmodellen, en daarom verhuisde ik eind jaren 1970 naar New York.

‘8 Spring Street’ verwijst naar die periode. Op die plek woonde de vorig jaar overleden avant-gardegitaarkunstenaar Glenn Branca.
Moore: Destijds huurde ik met Kim een appartement in Eldridge Street. Boven ons woonde de kunstenaar Dan Graham, die de eerste Glenn Branca-plaat had uitgebracht met diens groep The Static. Zo heb ik Glenn leren kennen. Hij woonde een paar blokken verder. Ik herinner me hoe we samen in zijn flat naar het geluid van de ventilator aan het luisteren waren, en dachten: dit is zo primair, zo urban, dit is de sound die we willen.
Glenns ongehoorde composities en zijn alternatieve gitaarstemmingen hebben mij erg beïnvloed. Zijn muziek was heel fysiek. Ook iemand als Rhys Chatham is heel belangrijk voor mij geweest. Lee Ranaldo en ik hebben bij elk van hen gespeeld, tot ik besefte dat ik mijn eigen ding wilde doen.

Wanneer ben je eigenlijk gitaar beginnen te spelen?
Moore: Toen ik naar New York kwam, had mijn broer me zijn gitaar meegegeven. Maar die is op een bepaald moment uit mijn flat gestolen. Het was zo’n mooie Fender Stratocaster, maar ik had geen geld om zo’n duur ding opnieuw te kopen. Dus zocht ik cheaper spul. Dat is uiteindelijk heel bepalend geweest voor Sonic Youth. Die brolgitaren klonken namelijk verschrikkelijk als je ze gewoon bespeelde, maar niet als je ze ontstemde of bewerkte met ijzeren staven.

Jouw eigengereide gitaarwerk heeft van jou een icoon gemaakt. En toch zie je jezelf niet als gitarist, las ik onlangs.
Moore: Ik hou van gitaren, en van gitaristen, maar ik ben nooit een geek geweest. Op tournee stormde Lee elke gitaarshop die hij zag binnen, om er dan een hele dag met pedaaltjes te klooien. Ik ga liever naar een boekenwinkel of naar een vlooienmarkt. Op een podium kijk ik ook niet naar de gitarist alleen, ik wil zien hoe de bandleden op elkaar inspelen.

Thurston Moore 2019
© Heleen Rodiers

Afro-Amerikaanse lesbienne
“Ik hou van vogelzang,” lacht Moore wanneer ik peil naar primaire geluiden waar hij als noisedichter door geraakt wordt. “Jon (Leidecker, tz) is op dit moment door Brussel aan het dwalen om vogelgeluiden op te nemen. Die gebruikt hij als samples, onder meer in ‘8 Spring Street’. Mooie geluiden vind je overal, maar je moet ze horen. Toen Neil Young Sonic Youth meenam als voorprogramma, zaten we op een bepaald moment op de toerbus, en ik speelde wat muziek voor hem. Nieuwe stuff van Sonic Youth onder meer. Ik vroeg hem waar hij zoal naar luisterde op tournee, en hij antwoordde: ‘Ik draai gewoon het raam van de bus open.’”

Ik associeer jou altijd met noise en verstoorde klanken. Wat is de meest verontrustende klank die jij ooit hebt gehoord?
Moore: Begin jaren 2000 gebeurden er interessante dingen in de ondergrondse noisecene. Artiesten die in navolging van Merzbow muren van geluid opbouwden. Bijna fysiek. Kshhhhhhshchhkkkrrdddchhshh! De uitdrukking van het complete niets, een zwart gat. Vond ik wel heftig.

Als dat het geluid van de millenniumwissel was, wat zou dan het klank van vandaag zijn?
Moore: Ik hoor veel ironie, of complete apathie. Terwijl die clown in het Witte Huis heel erg echt is. Het is wel hoopgevend dat een zestienjarig meisje uit Zweden erin slaagt om de wereldleiders de levieten te lezen. En dat ze een hele beweging met zich mee heeft gekregen, op een paar maanden tijd dan nog. Dat is gelukkig ook heel echt.
Als er al wat gezegd wordt in de muziek, dan komt het van Afro-Amerikanen. Beyoncé en haar zus Solange bereiken een heel breed publiek met hun teksten over emancipatie en empowerment van jonge zwarte vrouwen. Als de democraten bij de volgende verkiezingen een blanke politicus als Joe Biden tegenover Trump zetten, dan kunnen ze het schudden. Hij is lang niet radicaal genoeg. Vuur moet je met vuur bestrijden. Een Afro-Amerikaanse lesbienne, die hebben we nodig!

‘Alice Moki Jayne’ verwijst ook naar krachtige vrouwen.
Moore: Ik ben voor die compositie vertrokken van een motief dat mij deed denken aan de dharmaplaten van Alice Coltrane, de vrouw van John Coltrane. Muziek die verheffend was, en heel meditatief. Een tijdje geleden had ik een gesprek met Neneh Cherry. Ik vertelde haar hoe ik haar moeder, de kunstenares Moki Cherry, begin jaren 1980 ontmoet had in New York. En hoe de hoesfoto met die vogelverschrikker op de Sonic Youth-plaat Bad moon rising in de tuin van Moki en haar man Don Cherry is gemaakt in Brooklyn. Moki en Alice kenden elkaar. En Moki was ook bevriend met de dichteres Jayne Cortez, de vrouw van freejazzsaxofonist Ornette Coleman. Alice, Moki en Jayne: drie vrouwen die getrouwd waren met iconische muzikanten, maar die zelf ook interessante kunst maakten, zonder dat ze op het voorplan wilden treden. Die compositie is mijn eerbetoon aan hen.

Spirituele kunst is iets wat hen alle drie verbindt. Heet jouw nieuwe plaat daarom Spirit counsel?
Moore: Je moet ze zien als een vredespijp die je doorgeeft. (Lacht) Die titel heb ik gekozen om de drie composities te verbinden. Buiten ‘8 Spring Street’ en ‘Alice Moki Jayne’ is er nog ‘Galaxies’, dat verwijst naar Galaxie van de Amerikaanse experimentele filmmaker Gregory Markopoulos. Een stille, maar krachtige film uit 1966, waarin de camera de hele tijd focust op gezichten van New Yorkse creatievelingen. Elk gezicht is een ster in het melkwegstelsel. Die kosmische thematiek sluit dan weer aan bij het werk van Sun Ra, wiens ongebreidelde composities heel belangrijk voor mij zijn geweest. Toen ik ontdekte dat een van zijn geluidsgedichten ‘Cluster of galaxies’ heet, pasten alle puzzelstukken in elkaar. (Lacht)

‘Galaxies’ heb je niet in Brussel opgenomen, maar in het Barbican-kunstencentrum in Londen. Een compositie voor twaalf twaalfsnarige gitaren. Is twaalf je geluksgetal?
Moore:
Misschien. (Lacht) De directeur van het Barbican had me vorig jaar gevraagd om een stuk te componeren en stelde voor om iets met het London Symphony Orchestra uit te werken. Maar dat vond ik melig en dus zei ik voor de grap dat ik een stuk voor twaalf twaalfsnarige gitaren wilde maken. Ik had, euhm, twaalf jaar geleden een twaalfsnarige gitaar gekocht, omdat ik hou van de weelderige, bijna symfonische klank van dat instrument. De lui van het Barbican vonden dat idee geweldig! En toen moest ik natuurlijk wel twaalf twaalfsnarige gitaren vinden, en twaalf muzikanten die ze konden bespelen.

‘Galaxies’ is net als je andere stukken heel krachtig en beeldrijk.
Moore: Oh, dank je. Welk beeld riep de show gisteren bij jou op?

Ik had A sudden gust of wind in mijn notitieboekje geschreven, naar de Canadese fotograaf Jeff Wall.
Moore: Wow, geweldig. Ik ben goed met Jeff bevriend, ik heb hem leren kennen door zijn samenwerking met Dan Graham. Voor de Sonic Youth-compilatie The destroyed room hebben we zijn gelijknamige foto gebruikt.

Over Sonic Youth gesproken, jullie laatste plaat, The eternal, is intussen tien jaar oud.
Moore: Haha, we vieren de tiende verjaardag van de split van Sonic Youth!

Die groep heeft zo lang deel van je leven uitgemaakt. Is het moeilijk om die muziek níet te spelen?
Moore: Helemaal niet. Ik ben er zo ver van weg geëvolueerd. Maar ze blijft natuurlijk wel in mijn DNA zitten. Ik vond The eternal destijds eigenlijk al een mooi finaal statement. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik met Sonic Youth iets heb laten liggen.

“Wat?” Eva Prinz schrikt wakker. “Oei, sorry, ik was even weg. Zullen we dan nu naar Arlequin vertrekken?”

Spirit counsel is nu uit. De nieuwe tournee van Thurston Moore begint op 4 oktober in Toulouse. Daarna zijn er nog optredens in Parijs, Londen, Praag en Kortrijk, waar hij op 9 november aantreedt op het Sonic City-festival.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?