Paniek in het dorp: Stéphane Aubier & Vicent Patar
Drie weken na de persvisie was ons gezicht net voldoende platgestreken om paniekzaaiers Stéphane Aubier en Vincent Patar aan de tand te voelen in een atelier in het niemandsland achter de Ninoofsepoort dat plaats zal moeten ruimen voor een park.
Terwijl iemand een reuzenversie van Cowboy staat te verven, valt de regen met bakken uit de lucht. Hier en daar sijpelt er water door het dak. In het universum van Panique au village zou de zondvloed een zwembad maken van het atelier en zouden draaikolken ons naar een onderwaterwereld sleuren die een brug vormt naar Antarctisch gebied waar de reuzenpinguïn van geschifte wetenschappers ons zou bekogelen met sneeuwballen. Bent u nog mee? Een tv-serie bracht ons als eerste de onwaarschijnlijke maar onweerstaanbare avonturen van Cowboy, Paard en Indiaan in een duizend-fratsen-per-minuut-stijl. De niet al te snuggere Cowboy en Indiaan zijn gepatenteerde paniekzaaiers die de vrede in een kleine boerendorp voortdurend verstoren. Niets menselijks en niets kinderlijks is hen vreemd. Uniek is dat het hier niet om kleifiguurtjes gaat of al dan niet met de computer getekende personages maar om stokstijf plastic speelgoed. Dat strompelt vrolijk voort in een decor van bordkarton. Je moet het zien om het te geloven. De langspeelfilm ging in wereldpremière op het Filmfestival van Cannes.
Waren jullie voorbestemd om animatiefilms te maken?
Vincent Patar: Eigenlijk niet. Aanvankelijk wilden we strips maken.
Stéphane Aubier: We hadden elkaar leren kennen op de middelbare school in Luik. De uitleg van de prof over de totstandkoming van een strip, schrikte ons af. We dachten aan het KASK (de Gentse animatieschool van Raoul Servais, nr) maar kwamen uiteindelijk in Brussel terecht. Het grote voordeel van La Cambre was dat we daar veel vrijheid kregen. De filosofie was: trek jullie plan, knutsel, maak filmpjes!
Was een langspeelfilm de logische volgende stap na het internationale succes van de tv-series Panique au village en Pic Pic André?
Aubier: We hebben een lijst gemaakt van de dingen die we nog wilden doen. Een tweede tv-serie? Een film rond Pic Pic André? Iets totaal anders? Uiteindelijk hebben we voor de grootste uitdaging gekozen: Panique au village de langspeelfilm. We houden van afwisseling. We zijn het gewoon om verschillende technieken te gebruiken. Het Cinemascope-formaat dwong ons om de decors en de animatie van de personages gevoelig te verbeteren. Een voorbeeld: we gebruikten voor de televisie slechts vier posities om Paard te doen lopen. Voor de film waren dat er al acht. Paard loopt een stuk vlotter maar we zijn nog steeds mijlenver verwijderd van de vlotheid van Walt Disney.
We hebben niet willen raken aan de geest van de tv-serie. We houden van de personages en hun eigenaardigheden: waarom zouden we dan alles moeten heruitvinden?
Patar: We houden ook van de techniek. Wij genieten véél meer vrijheid dan iedereen die zweert bij traditionele animatie. Dat wij ons geen zorgen moeten maken over de lipping (het synchroniseren van de mondbewegingen met de tekst, nr) geeft ons zoveel meer mogelijkheden! Omdat we niet vasthangen aan de teksten, kunnen Cowboy, Indiaan en Paard improviseren voor de camera. Net als echte acteurs! Zelfs tijdens de montage hebben we nog dialogen veranderd als ze niet grappig of spontaan genoeg waren. Dat is zeer ongewoon in de animatiewereld.
Zo is Panique au village destijds ook ontstaan: we zochten naar een vorm die toeliet om verhalen te vertellen maar die toch niet te 'zwaar' was. We wilden niet verplicht zijn om een deel van het werk uit te besteden aan Korea. We wilden hier alles zelf bricoleren.
Ik was na het bezoek aan de studio in Laken, Beast Animation, erg onder de indruk van het naarstige werk van de vele ambachtslui die nodig waren om Panique au village te maken. Er werd geschilderd, geknutseld en geprutst dat het een lieve lust was. De houtbewerker liep de metaalbewerker voor de voeten tot jolijt van een meisje dat gietvormen maakte.
Patar: De helft Vlamingen, de helft Walen. Buiten de speelgoedfiguurtjes die we recupereerden op rommelmarkten en via een oproep hebben we alles zelf gemaakt. Alles is van het huis. Wie voor ons wou werken, moest graag knutselen.
Aubier: We hebben ons geamuseerd. Het enige spijtige was dat wij niet zo vaak mee hebben kunnen knutselen als tijdens de opnames van de tv-serie.
Aardman, de Engelse studio die wereldberoemd werd met Wallace & Gromit, verdeelde jullie tv-serie. Maar ik vind ze niet terug op de aftiteling van de langspeelfilm.
Aubier: Studio Aardman was geïnteresseerd in een coproductie. De Britten haakten af omdat we niet wilden weten van lipping (de mondjes die open- en dichtgaan als de personages spreken) en ook niet van ogen die open en dicht knipperen. Ze hebben zich kortom laten afschrikken door de brute kant van onze animatie. Ze waren niet de enigen die zich terugtrokken uit het project. Ook twee tv-zenders krabbelden terug uit vrees dat het eindresultaat slechts zou bestaan uit bewegende voorwerpen. Maar voor ons zijn het geen voorwerpen, Cowboy, Indiaan, Paard en alle anderen zijn in onze ogen volwaardige personages.
Begrijpen jullie die koudwatervrees?
Patar & Aubier: Ja.
Patar: Maar eigenlijk hebben we gewoon verder gewerkt in de geest van de tv-serie. Het is waar dat we de traditionele animatie op het verkeerde been zetten, dat we een beetje tegendraads zijn. We doen vooral wat we graag doen. Zonder er te lang bij stil te staan. Zonder alles te beredeneren.
Aubier: Wij waren vooral bezorgd om het scenario. We wilden geen klassiek verhaal à la Walt Disney. We hebben geprobeerd om aan te sluiten bij de verhalen die kinderen uitvinden en het cadavre exquis. Het zou ridicuul geweest zijn om Cowboy en Indiaan een klassiek avontuur te laten beleven. Maar we hadden wel een goed verhaal nodig dat de aandacht van de kijker vasthoudt tot op het einde.
Patar: Daar hebben we drie jaar aan gesleuteld. Het mocht geen aaneenschakeling worden van sketches, geen eindeloze opeenvolging van grappen. In tegenstelling tot de tv-serie moesten we ook rustigere momenten inlassen. Het juiste ritme vinden, was niet gemakkelijk.
Aubier: Vandaar dat Paard dit keer niet uitsluitend de stommiteiten van de vrij debiele Cowboy en Indiaan moet verdragen. Hij krijgt ook zijn eigen parallelle verhaal, een liefdesgeschiedenis.
Welke films inspireerden jullie?
Patar: Pfff, dat zijn er zoveel. Ik citeer meestal Jacques Tati en Charlie Chaplin.
Aubier: Buster Keaton, de oude Popeye-cartoons van de broers Fleischer, Betty Boop.
Patar: En laten we de Zwitserse afleveringen van Pingu niet vergeten!
Aubier: Ken je de strips van Gary Larson (The far side)? Hij is ook dol op mensen, dieren, boerderijen en wetenschappers die stom doen.
Patar: Straks vergeten we de western nog.
Aubier: The good, the bad and the ugly van Sergio Leone! Je weet toch waarom Cowboy, Indiaan en Paard onze hoofdpersonages zijn? We schuimden de brocantes af op zoek naar speelgoedfiguurtjes voor de tv-serie. Maar het enige wat we vonden waren cowboys, indianen, paarden en neerhofdieren. Daar hebben we het dan mee moeten doen.
Een Amerikaans vakblad voorspelt cultsucces. Zouden jullie daarmee tevreden zijn?
Aubier: De tv-serie geniet een cultstatus in animatiemiddens. Maar ik hoop dat iedereen Panique au village in de bioscoop wil zien.
Patar: Wij willen ons amuseren, wij doen ons ding. Wij werken niet exclusief voor kinderen, pubers of volwassenen. Iedereen is welkom.
Aubier: Al kan ik de reactie van mijn ouders nu al voorspellen: "Stéphane, die film gaat veel te snel!"
:: Panique au village - BE, 2009, dir.: Stéphane Aubier & Vincent Patar, 75 min.
Vanaf 17 juni in Kinepolis, UGC De Brouckère, UGC Gulden Vlies/Toison d'Or
Lees meer over: Cultuurnieuws
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.