'Belofte van een gelaat': swipen door de Koninklijke Musea

© Stephan Vanfleteren
| Rinus Van de Velde

"Belofte van een gelaat. De portretkunst, van Vlaamse primitieven tot selfie" is een fors Panini-boek met meer dan 150 portretten die de afgelopen zes eeuwen het onderwerp waren van schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerken en foto’s.

Het gros van de beelden die vandaag − digitaal − worden geproduceerd, toont gezichten van bekende maar evengoed onbekende medemensen. Ooit was dat anders. Voor de uitvinding van de fotografie en de democratisering van de beeldcultuur waren beelden schaarser en toonden ze alleen belangrijk geachte onderwerpen: mythische, Bijbelse, historische taferelen of figuren, daarna ook landschappen en stillevens.

Lucas Cranach, Postuum portret van dr. J. Sheyring, 1529
© KMSKB, Brussel/Foto: F. Maes (KMSKB)
| Lucas Cranach, Postuum portret van dr. J. Sheyring, 1529

Pas toen renaissance en humanisme de individuele mens ontvoogdden, kon in de vijftiende eeuw het portretgenre geboren worden. Eerst toonde het portret de mens nog altijd in relatie tot God, maar al snel speelden ook sociale argumenten een rol, in portretten die als statussymbool golden voor politieke en geestelijke figuren. Toen Hans Memling circa 1482 de Brugse burgemeester Willem Moreel schilderde, mat die laatste zich nog een devote houding aan die het hogere gezag hierboven erkende. Het portret van de wat grimmig kijkende Johannes Scheyring door Lucas Cranach neigt vanwege de dure mantel die de Duitse theoloog erop draagt al wat meer naar de portretten van Rembrandt en Rubens. Zij verdienden hun geld met het afbeelden van de rijkere burgerij, die met modieuze kleding en juwelen omhangen was.

In de twintigste eeuw gingen staatsie en stijfheid steeds vaker op de schop, en werden portretten ook emblemen van introspectie, sociale strijd, artistieke expressie, psychologische of fysionomische studie, of visies van de kunstenaar op mens en wereld. Zelfportretten als die van Luc Tuymans of Jan Fabre tonen hoe de kunstenaar ook zichzelf inzet in die debatten. Wanneer Stefan Vanfleteren een fotoportret maakt van kunstenaar Rinus Van de Velde, dan zou je daar zelfs een dialoog tussen beide kunstenaars in kunnen ontwaren. Dat sluit dan weer aan bij wat het (zelf)portret in de selfiecultuur is geworden: een manier om met elkaar te communiceren.

Michaël Borremans, Amy, 2017
© Courtesy Zeno X Gallery, Antwerpen/Foto: Peter Cox
| Michaël Borremans, Amy, 2017

Op de KMSKB-expo Belofte van een gelaat spelen die elementaire cultuurhistorische bedenkingen bij het portret slechts een achtergrondrol. Ze worden niet geëxpliciteerd in begeleidende teksten, en dat is een goede keuze. De tentoonstellingstitel, geleend bij Charles Baudelaire, klinkt dan wat duf, eigenlijk is deze herschikte selectie van de omstreden vaste collectie van de KMSKB (en een aantal bruiklenen) juist verfrissend, omdat ze (de verbeelding van) de toeschouwer aan de praat wil krijgen.
De chronologie van de werken wordt doorbroken doordat de portretten ingedeeld zijn in ensembles met hoogwaardigheidsbekleders, heren, dames, kinderen, groepsportretten enzovoort. Oude meesters als Bruegel, Rembrandt en Rubens komen daardoor naast Tuymans, Fabre en Borremans te hangen, en ook disciplines worden vermengd. Het gros zijn schilderijen, maar er zijn ook bustes, en je hoeft niet vreemd op te kijken wanneer naast Memling een daklozenportret van de Amerikaanse fotograaf Andres Serrano hangt, of naast Rubens’ portret van Helena Fourment een anoniem straatportret van Beat Streuli.
 

POST-IT
Al die gezichten kijken niet alleen de bezoeker aan, maar bespieden ook elkaar. Alsof ze na al die tijd eindelijk een keer door het museum zijn samengebracht om nader met elkaar kennis te maken. Dan zie je hoe verveelde, in gouden kooien gevangen burgervrouwen nieuwsgierig kijken naar de vrijgevochten Nel Wouters, hoe de twintigste-eeuwse Madame Nougé behalve haar strenge kaaklijn niets gemeen heeft met de zestiende-eeuwse Maria van Oostenrijk. Hoe De scholier van Théo Van Rysselberghe een totaal ander leven heeft geleid dan de Karel II van David Teniers, en hoe het gezin dat Jan van Noordt schilderde in 1676 al dan niet verschilt van dat van François-Joseph Navez uit 1816.

Ook de bezoeker mag meespreken. Naast de werken hangen nu al kattebelletjes en korte teksten die door het personeel van het museum bij de specifieke portretten zijn aangebracht met een stukje kleefband. In de afsluitende ruimte, waar een hele reeks reproducties van de getoonde werken hangt, kunnen de toeschouwers hun eigen Post-its vullen met associaties en gedachten. De beste teksten worden later naast de originele werken gehangen.

> Belofte van een gelaat. De portretkunst, van Vlaamse primitieven tot selfie. > 15/7, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België/Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook