Françoise Schein met retrospectieve terug thuis in Brussel

© Saskia Vanderstichele

Dat een slagkrachtige ngo onlangs een van haar levensprojecten probeerde te kapen, heeft Françoise Schein strijdvaardig gemaakt. “Metrostations die ik inrichtte, zoals Concorde in Parijs, zijn wereldberoemd. Maar niemand kent mijn naam. Die heb ik altijd op de achtergrond gehouden. Nu wil ik erkenning.” In architectuurcentrum CIVA bouwt de Brusselse architecte en stedenbouwkundige een eerste retrospectieve op.

In de linkerflank van het CIVA holt Françoise Schein opgewonden rond. Samen met de grafisch ontwerpster inspecteert ze de panelen die haar projecten uitstallen: architecturale sculpturen van Brussel over New York en Berlijn, Haifa en Ramallah, Lissabon en Stockholm, tot São Paulo. Zolang de retrospectieve loopt, zal Schein in residentie verblijven in het CIVA. Met enkele scholen uit de buurt zet ze een workshop op rond artistiek werk en mensenrechten. “Als ik me ergens goed voel, wil ik er niet weg. Ik zou hier eigenlijk zelfs willen blijven slapen.”

De onderbuik van een stad
Het typeert Schein. Ze wil er altijd middenin zitten. Vanuit haar achtergrond als architecte zijn grondplannen en stadskaarten veelal het vertrekpunt. Zo speelt ze met grenzen en landen en wil ze bewoners verankeren in hun geschiedenis. Daarbij kiest de urbaniste vaak voor de onderbuik van de stad, het metronetwerk. “Een metrostation ligt altijd overduidelijk middenin een kaart. Je staat met je voeten middenin een gigantisch grondplan. Dat ik in en rond metrostations wilde werken, heb ik ontdekt toen ik in 1978 een project opzette in de Bronx. De New Yorkse buurt was toen triestig en onveilig, alsof er een bombardement had plaatsgevonden. De enige plek waar nog leven te bespeuren viel, was rond de metrohaltes. Enkel daar zag je nog kruidenierszaken en voelde je leven in de huizen. De metro hield alles samen. Het is het hart van een stad, maar ook een portret, een landschap. Ik ontdekte tegelijkertijd dat stedenbouw over stadsgemeenschappen gaat, over burgerschap. Van burgerschap naar mensenrechten is slechts een kleine stap.”

Na dat project krijgt de voormalige La Cambre-studente het aanbod om als architect aan de slag te gaan voor de metropool New York. Dat wimpelt ze af. “Ik wilde artistieke vrijheid.” Niettemin neemt Scheins artistieke carrière vaart. In Soho werpt ze zich op de sculptuur Subway Map Floating on a NY Sidewalk, waarbij ze het metroplan hertekent op de stoep.

Na New York lonkt Parijs, waar ze in 1989 de intieme gangen van metrohalte Concorde naar haar hand mag zetten. Schein speelt er met artikelen uit de mensenrechtenverklaring van 1789. “Ik bevond me op de plek waar zich precies twee eeuwen eerder de Franse Revolutie had voltrokken. De mensenrechten verwerken in mijn artistieke taal, leek me essentieel. Bovendien geloof ik dat een kunstenaar die iets neerzet in de publieke ruimte de plicht heeft te spreken over publieke en maatschappelijke thema’s die zoveel mogelijk mensen raken, en die zo dicht mogelijk aanleunen bij wat universeel is.”

Ook metrogangen in Brussel (halte Sint-Gillis Voorplein), Berlijn en Lissabon doorspekt ze later met elementen van de hedendaagse mensenrechten. Maar geen kunstwerk zonder kijker. “Ik wil dat elk project leesbaar, begrijpelijk en intrigerend is.”

Participatieve kunst
Tegels worden haar handelsmerk. “Aanvankelijk wilde ik met hedendaagse materialen als beton, staal of elektronica werken. Maar voor het project Concorde had de Parijse openbaarvervoermaatschappij RATP me een lastenboek opgelegd. Ik heb mijn werk en methodologie moeten aanpassen aan het materiaal. Gaandeweg heb ik ontdekt hoe flexibel aardewerk is. Het is ongetwijfeld een van de oudste materialen ter wereld.”

Haar techniek verfijnt Schein in Viuva Lamego, een tegelfabriek in de buurt van Lissabon. “Een idyllische plek, waarop ik verliefd werd. Bijna een jaar van mijn leven heb ik er gesleten. Arbeiders hebben me er het hele procedé geleerd.”

Schein wil niet enkel stof proeven en materialen ruiken, ze wil ook mensen om zich heen. “Ik hou ervan om samen te werken met mensen van allerlei slag: ingenieurs, filosofen, historici, kunstenaars. Kinderen, jongeren, bejaarden. Werkelijk iedereen heeft iets interessants te vertellen.”

Hierbij creëert Schein eerst de macrostructuur. Elke deelnemer krijgt vervolgens een werkruimte, ter grootte van een aantal tegels. Eenheid in het artistieke eindproduct bewaakt ze via kleur. “Ik herinner me een Senegalese vrouw, die de haar toebedeelde tegels met bloemen beschilderde. Al schilderend begon ze te praten over haar dorp in Senegal, waar ze een baan in een klein visverwerkend bedrijf had gehad. De vrouw vertelde hoe ze de potten waar ze kruiden instak, ook met bloemen versierde. Na de bloemen tekende ze vissen en sprak over bedreigde en uitgestorven vissen in Senegal. Zo onstond tijdens het werkproces op een heel spontane manier een reflectie op haar artistieke werk.”

Die vrouw bouwde in 2008 mee aan Murmures, een keramische creatie op de voorgevel van de mediatheek van Les Mureaux, een banlieu ten noordwesten van Parijs. “Het is buitengewoon hoe de 150 deelnemers elkaar anderhalf jaar lang hebben ontmoet, geholpen en geapprecieerd. Uiteindelijk hebben we het huwelijk gevierd van een bejaard koppel. Toen het project ten einde liep, voelden de deelnemers zich als wezen. Er volgde een tweede en derde project, tot een plaatselijke verkozene me zei: ‘We gaan toch niet de hele gemeente aankleden met tegels?!’” (lacht).

Keerpunt Rio
De kiem van Scheins interesse in participatieve kunst ligt in Rio de Janeiro. Rond de eeuwwisseling ontmoet Schein er de zesjarige Lohana in een weeshuis. “Lohana zei: ‘Você é minha mãe sorte (Jij bent mijn geluksmoeder, KV).’ Ze was erg communicatief. Ze vroeg er haast om om geadopteerd worden. Ik zei onmiddellijk ‘ja’, maar in de praktijk had ze een moeder: Fernanda, een vrouw van de straat, met wie ik veel heb gepraat. Nooit zou ik haar dochter van haar stelen.”

Vanaf dat moment wil Schein met kinderen werken. Ze beslist om projecten op te zetten in de favela’s. “Ik wilde dat mijn dochter zich verankerd bleef voelen in haar stad.” Schein stelt een ploeg samen en richt de vzw Inscrire op. In de organische grondstructuren van favela’s zoals Vidigal en Providência herrijzen tegelmuren met knipogen naar de mensenrechten.

De Azulejaria, het atelier waar de tegels gemaakt worden voor de opeenvolgende projecten in Brazilië, draait intussen zelfstandig verder. “Voor een tiental Braziliaanse vrouwen is het een bron van inkomsten. Ze werven nieuwe projecten in de favela’s en daarbuiten. Het straffe is dat ze zich hebben losgerukt van Inscrire. Dat is een triestige zaak, maar tegelijkertijd ook hoogst bewonderenswaardig. Ik ben er bijna trots op dat ze me eruit gegooid hebben.”

De pedagogische methode die Schein in Brazilië ontwerpt om de mensenrechten binnen de klaslokalen te brengen, evolueert verder en wordt toegepast in scholen in Europa. Zo is er het recente werk What do we want, een samenwerking tussen leerlingen uit drie Anderlechtse middelbare scholen en fotografiestudenten van kunstschool Le 75. Binnenkort wordt het eindresultaat opgetrokken ter hoogte van de pas gerenoveerde metrohalte Aumale.

Dat een ngo haar pedagogische project recentelijk heeft willen kapen, voelde voor Schein aan als het stelen van haar kind. “Het is misschien niet de juiste beweegreden, maar dat voorval heeft me een ontembare energieboost gegeven voor deze overzichtstentoonstelling.”

Van werf tot werf
Al is met Brussel de cirkel niet rond. Nieuwe broeihaarden trekken haar aan. “Ik hou van complexe steden, zoals Brussel. Voor een volgend project wil ik graag naar Tunesië, waar zonet een nieuwe constitutie is aangenomen. Het onderwerp ‘mensenrechten’ staat op het voorplan in de hele Arabische wereld. Er heerst veel hoop, en veel desillusie, maar dat is volgens mij niet erg. Ik zie het als een werf in opbouw. Zoals ook mensenrechtenverklaringen bougeren. Je moét er elke keer opnieuw over nadenken. Ik denk niet dat ik me vergist heb toen ik in 1989 stelde dat je constant opnieuw over mensenrechten moet praten.”

Françoise Schein. Mensenrechtenkunstenares

data: 21/02 > 04/05

waar: CIVA, Kluisstraat 55, Elsene, 02-642.24.50

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
BRUZZ Magazine
deze week
  • Proper gewassen de straat op. Daklozen in de wasmobiel
  • Archeologische vondsten bij afbraak parking 58
  • Van den Driessche: 'Close is een groter gevaar voor de democratie dan Mayeur'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Suspiria: do the witch dance
  • Brussels Reads Aloud: Leo Timmers stuurt zijn kat
  • Les Bas-Fonds/Nachtasiel: Sans toit ni voix
  • Flavien Berger: gardien du tempo
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement