interview

Patricia Lanssiers (Gibbis): 'Brussels gezondheidslandschap is geen eiland'

© Gibbis
| Patricia Lanssiers, directeur van Gibbis, de federatie van Brusselse zorginstellingen.

Gibbis, de federatie van de Brusselse zorginstellingen, breidt aanzienlijk uit. Vijf openbare ziekenhuizen én Erasme sluiten er zich bij aan. Daarmee zitten alle Brusselse ziekenhuizen, op één na, onder een dak. Wij spraken met algemeen directeur Patricia Lanssiers. "We kunnen nu met één stem spreken."

De federaties van zorginstellingen traden tijdens de coronacrisis helemaal uit de schaduw. Denk aan Zorgnet-Icuro, met topvrouw Margot Cloet, maar ook de Brusselse tegenhanger Gibbis heeft haar rol moeten spelen. “Zeker,” zegt Patricia Lanssiers, directeur bij Gibbis. “Het was alle hens aan dek. De financiering van de ziekenhuizen stond onder druk en de berichten en instructies om de pandemie in te dijken kwamen van alle beleidsniveau’s.”

Het is een van de grote vaststellingen uit de coronacrisis. “De institutionele lasagne noemen we het,” zegt Lanssiers, “met de vele gezondheidsministers. De vraag is of we er lessen uit hebben getrokken. Ik hoop echt dat we hier in de toekomst stappen kunnen zetten. Of het nu met een zevende staatshervorming is of niet.”

Gibbis neemt alvast zelf een belangrijke stap. Het overkoepelde tot nu toe de zorginstellingen van de private social profit, zowel rusthuizen, geestelijke gezondheidszorginstellingen als ziekenhuizen. Daar komen nu de vijf openbare ziekenhuizen en één universitair ziekenhuis bij.

En die zijn niet van de minste: het gaat om Brugmann, Sint-Pieters-Ziekenhuis, Koningin Fabiola, Bordet, Iris-Zuid en Erasme. Daarmee zitten alle Brusselse ziekenhuizen, op het UZ Brussel na, bij Gibbis. “We vertegenwoordigen nu dertigduizend werknemers,” zegt Lanssiers.

Opmerkelijk: Gibbis kon voormalig minister Guy Vanhengel aantrekken voor de Raad van Bestuur. Hij wordt voorzitter. Daarmee krijgt de zorgfederatie er iemand bij met een groot netwerk, en bakken ervaring, onder meer als Brussels minister van Gezondheid.

Waarom komt deze expansie er nu?

Lanssiers: We waren al langer aan het praten. Brussel neemt een bijzondere plaats in in het gezondheidslandschap in ons land. Daarrond willen we samenwerken. Er zal nu maar één koepel zijn die alle Brusselse ziekenhuizen verzamelt. Op een moment dat het ziekenhuislandschap in volle evolutie is, zullen de Brusselse ziekenhuizen met één stem kunnen spreken.

Patricia Lanssiers van zorgfederatie Gibbis

Dat we hierbij met privé- en publieke ziekenhuizen onder één koepel zitten, hoeft geen probleem te zijn. Ze delen exact dezelfde waarden: de toegankelijkheid van de zorg én de kwaliteit.

Tegelijk zitten we met een typisch Brusselse situatie. De hoofdstad vervult een echte centrumfunctie: 65 procent van de patiënten komt uit Brussel, maar ook 19 procent uit Vlaanderen en 16 procent uit Wallonië. In Brussel vinden ze het juiste zorgaanbod en expertise.

Er zijn nu drie ziekenhuisnetwerken in Brussel, een rond Erasme, een rond UZ-Brussel en één rond Saint-Luc. Die schaalvergroting komt er op vraag van de federale overheid. Een goede zaak?

Lanssiers: Ja zeker. We hebben hiervoor ook mee aan tafel gezeten. Zo vonden we het belangrijk dat openbare en privé-ziekenhuizen in één netwerk konden zitten. Daarvoor moest de wet worden aangepast. We hebben daar mee voor geijverd.

Het is ook een goede zaak dat die netwerken grensoverschrijdend zijn. De ziekenhuisnetwerken hebben ook hospitalen buiten Brussel. Het strookt met de realiteit dat het Brussels gezondheidslandschap geen eiland is.

De financiële gezondheid van de Brusselse ziekenhuizen is niet zo rooskleurig. Dat bleek ook tijdens de coronacrisis. Hoe staat het er vandaag mee?

Lanssiers: Het is een moeilijke situatie. Voor coronacrisis was het al krap, tijdens corona kwam het erop aan om te overleven. Dat was alleen maar mogelijk door de financiële steun van de federale overheid. De cijfers voor 2021 heb ik nog niet, maar bekijken we 2020 dan zien we dat één derde van de Belgische ziekenhuizen in het rood staat, en dat het courant resultaat maar 1 procent van de omzet bedraagt. De situatie in Brussel is gelijkaardig. Het toont de kwetsbaarheid aan van de ziekenhuizen. Er is nauwelijks marge, bijvoorbeeld voor innovatie. En ik verwacht in 2021 geen spectaculaire verbetering.

De ziekenhuisnetwerken kunnen op termijn misschien voor een kentering zorgen, maar die staan nog maar in hun kinderschoenen. We zijn dus nog niet uit de gevarenzone. Bovendien zien we ook de inflatie en de stijgende energiekosten. Dat helpt de ziekenhuizen niet vooruit.

Ander probleem is het vinden van zorgpersoneel. Zelfs om artsen te vinden is het niet makkelijk…

Lanssiers: Klopt. Maar dat is in Vlaanderen en Wallonië niet anders. In Brussel spelen wel specifiek de moeilijke mobiliteit en de nood aan tweetaligheid mee. Voor elke werkgever is het een kopbreker vandaag. Minister Frank Vandenbroucke (Vooruit) heeft een aantal zaken aangepakt, onder meer de oprichting van een fonds voor zorgpersoneel en de loonaanpassingen, maar eigenlijk volstaat dat niet. Het moet een totaalpakket aan maatregelen zijn, en dat begint al bij de opleidingen. Want je kan wel je personeel beter betalen, het personeel moet er ook nog zijn. Dat los je niet op van één dag op een ander.

Wat ook moeilijk opgelost geraakt is de wildgroei aan ereloonsupplementen. In Brussel zijn die soms drie à vier keer de Riziv-honoraria. Tast dat het imago van de Brusselse ziekenhuizen niet aan?

Lanssiers: Het ereloonsupplement is iets tussen de patiënt en de arts. De patiënt heeft in principe vrijheid van keuze. De ereloonsupplementen zijn immers alleen van toepassing op een eenpersoonskamer. Nieuw is dat niet.

Maar in het algemeen kan je die supplementen ook niet los zien van de financiële situatie van de ziekenhuizen. En die is, zoals ik al zei, fragiel. De supplementen vloeien voor een deel terug naar het ziekenhuis. Dus kan hier alleen maar aan geraakt worden als ook de herfinanciering van de ziekenhuizen op tafel komt.

Minister Frank Vandenbroucke heeft een visienota klaar voor de hervorming van de ziekenhuisfinanciering. We zitten hiervoor mee aan tafel, we zullen zien waar en wanneer we landen, want het is een immens werk. En het moet tegelijk ook betaalbaar blijven voor de federale gezondheidszorg.

Tot slot is ook de tweetaligheid in de ziekenhuizen een probleem in Brussel. Wettelijk moeten die, op de universitaire ziekenhuizen na, allemaal tweetalig zijn. En de spoeddiensten van de universitaire ziekenhuizen moeten ook tweetalig opereren. Dat is nu zeker niet zo, als we de getuigenissen horen.

Lanssiers: Over individuele verhalen kan ik niet veel zeggen, maar het is voor ons wel prioritair. Er worden ook veel inspanningen gedaan, met taalcursussen en taalcoaches. En er is niet alleen de tweetaligheid. Brussel is steeds meer een meertalige stad. Maar tegelijk komen we terug op het probleem waarover het al hadden. Het is vandaag al moeilijk om geschikt zorgpersoneel te vinden, laat staan tweetalig zorgpersoneel.

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?