Op dag 3 van een uitverkocht Couleur Café dat de geschiedenisboeken zal ingaan, werd het vrouwelijke zelfbewustzijn aangescherpt. Tussen de bitches en de snitches lagen romantische zielen op de loer en werd er à volonté gedanst en van een zeldzaam geworden vrijheidsbubbel genoten. Eens te meer is bewezen dat na gemis de honger altijd groter is.
©
Maura Adams (BRUZZ)
Dit was Couleur Café 2026: twerkend en slowend de nacht in
“Het doel van het organiseren van een festival is mensen op één plek samenbrengen en hen het mooiste feest van het jaar aanbieden. Samenhorigheid creëren tussen bezoekers onderling en tussen bezoekers en artiesten is essentieel, en dat kan alleen als ze zich welkom voelen.” Couleur Café-organisator Samy Wallens (35) was erg stellig toen hij ons enkele maanden geleden zijn missie nog eens uitlegde.
Hij voegde er meteen aan toe dat zijn opdracht nog urgenter aanvoelde omdat de jongeren van vandaag na de aanslagen en de pandemie moesten opgroeien in een samenleving waarin vrijheid veel minder vanzelfsprekend is dan in zijn jonge jaren.
Dat hij de kleine vrijheidsbubbel van drie dagen, die Couleur Cafe in zijn ogen is, dit jaar midscheeps moest onderbreken was dan ook een harde dobber. Maar de Brusselse jeugd — zelfredzaamheid is hun middle name — maakte van de nood een deugd, vierde verder in de stad en vatte dag drie aan met nog meer knaldrang. Om 16 uur, amper een uur nadat de deuren opnieuw waren geopend, kondigde het festival aan dat ook de slotdag uitverkocht was.
Lees verder onder de foto.
©
Kevin Van den Panhuyzen (BRUZZ)
| Het volk zakte af naar de Green Stage voor Three Sacred Souls.
De artiesten bleven intussen benadrukken dat hun band met het festival niet stuk te krijgen is. Ze namen opvallend veel selfies vanop het podium, vaak verrast of zelfs ontroerd door het enthousiasme van het Brusselse publiek. In tijden waarin eigenwaan de toon zet, toonden ze medeleven met Venezuela na de aardbeving, of met de pech van collega-artiesten. Het Brusselse soundsystem Reggaebus, een vaste waarde hier, stond zijn plek op de zondagse line-up af aan de Jamaicaanse mc Hempress Sativa en de Italiaanse dubmeester Paolo Baldini, die normaal een dag eerder hadden moeten aantreden.
Nadat ze er (na een dik academisch kwartier) aan begonnen waren liep de dansvloer snel vol. Hetzelfde zagen we op de Black Stage, die eerst bespeeld werd door de Caraïbisch-Canadese Gayance en later Oroko Radio een trio avontuurlijk afrogetinte b2b-sets zag programmeren. Opvallend vroeg stonden opvallend veel festivalgangers te dansen. Dat lukte ook beter dan de voorbije dagen omdat de temperaturen gezakt waren (en er verloren tijd ingehaald moest worden).
Trots op eigen mess
De concerten dan. Die focusten meer dan op de andere dagen op een toenemend vrouwelijk bewustzijn. Laten we beginnen met Blu Samu ***, die The Fox opende. Het was alweer acht jaar geleden dat ze erbij was met talentenplatform Niveau4, dat zaterdag helaas zijn toonmoment in rook zag opgaan. Solomé Dos Santos, zoals Blu Samu echt heet, kwam dit keer helemaal alleen. Maar wat heeft de opnieuw van Antwerpen naar Brussel verkaste zangeres een metamorfose ondergaan. De ins en outs daarvan hoor je op het eerder dit jaar verschenen album (K)NOT.
Maar ook live was je meteen mee. ‘I am not only the person that I want to be’, vatte haar gedaanteverandering op ‘I Hate Myself’ mooi samen. Ook andere nieuwe tracks gaan over jezelf verliezen in de eigen mess en er tegelijk trots op durven te zijn. ‘Breakfast’ kondigde ze aan als een happy song over haar burn-out en kreeg een drum-’n-bass-slot. En iedereen mocht ook weten dat haar therapeute in de tent stond en ze zonder haar waarschijnlijk nu iets helemaal anders aan het doen zou zijn. Op het einde van de set zaten wat meer Portugese vibes met ‘Pai’ en ‘Move’, en ook livefavoriet ‘Grippa’ ontbrak niet. Eerst was er, zittend op de rand van het podium, met ‘Yearning’, de opener van (K)NOT, een bespiegelend Kae Tempest-moment geweest, en per ongeluk klonk het met een kwinkslag bijna een Janet Jackson-moment.
Maar het moment dat iedereen van deze set zal blijven herinneren kwam er tijdens ‘Your Girl’: ‘We could be invincible / We could rule the world,” zong het Belgisch-Portugees-Kaapverdische talent terwijl een 20-tal jonge vrouwen uit het publiek er op haar aanwijzen een opvallend coherente choreografie bij uitvoerden zonder daar pocherig over te hoeven doen.
Female besties and a dick
Wat een verschil met Grace Latoya Hamilton alias Spice **, de zelfverklaarde koningin van de dancehall die enkele uren later op het hoofdpodium nog meer vrouwen op het podium uitnodigde voor een gezamenlijke twerksessie. Alsof het een wedstrijdje was, tussen billen dan. Alle vrouwen op het podium leken bovendien dezelfde Caraïbische danscursus gevolgd te hebben.
Vermakelijk, dat zeker, al die fysieke acrobatiek, but not our cup of empowerment. Noem het de fysieke versie van notenneukerij. Eerder had deze Spice Girl ook enkele mannen op het podium geïnviteerd. Immers: ‘I like my dancers and my female besties… but also dick’. Na besprongen te zijn door haar danseressen bood ze een van hen ijsblokjes aan, alluderend op het feit dat zijn orgelspel vast even blauw was geworden als haar kapsel. Pijnlijk.
Lees verder onder de foto.
©
Kevin Van den Panhuyzen (BRUZZ)
| Spice stal de show met haar acrobatische dansmoves.
Het grappigste moment van de hele show — een concert zullen we het niet noemen — was toen een van de mannelijke gasten, gevraagd naar waar hij vandaan kwam, twee keer ‘Oost Vlaanderen’ antwoordde en zij hem vroeg: ‘Londen?’ Toen moest de promosessie voor haar ‘nieuwe’ album Mirror 25 (uit 2024) nog beginnen, inclusief het uitdelen van gehandtekende foto’s op het podium (aan de gastdanseressen). Misschien kunnen we in het vervolg het concert dan na… ja, na wat dan eigenlijk… doen? Soit, er was ons met ‘Volcano’ een dancehalldansje aangeleerd en de laatste twintig minuten werden er alsnog een tiental songs doorgejaagd, meestal ‘nieuwe’, maar natuurlijk ook ‘Go Down Deh’, want niemand ter wereld heeft een song met én Shaggy én Sean Paul! Moraal van het verhaal: nooit meer mensen grand écart zien doen op een festivalterrein.
Vervrouwelijking
Los daarvan kunnen we niet voorbij aan het feit dat er geen festival bestaat dat de voorbije jaren zo vervrouwelijkt is als Couleur Café, in eerste instantie wat het publiek betreft. Naast de verdere artistieke ontwikkeling van de Afrikaanse diaspora, die meer dan ooit aanwezig pleitte, viel dat de voorbij dagen extra op. We kennen de concrete cijfers niet, maar het terrein werd ingepalmd door vriendinnengroepen, en die komen alleen als ze zich veilig voelen. Een pluim voor het zichtbare en onzichtbare werk dat de organisatie daarin steekt.
De inschatting van welke artiest waar wanneer geprogrammeerd moest worden was soms een schot in de roos (Mula B, die het hoofdpodium opende op zaterdag), maar viel soms wat tegen (Amaarae ***). Sommige urban artiesten doen tegenwoordig ook niets anders dan features met andere artiesten releasen en wanneer ze die dan solo (met een tape die meeloopt) of met een dj moeten brengen kan een podium best eenzaam zijn. Je kan daar maturiteit en goede ideeën tegenoverstellen (Skepta ****) of goed op elkaar ingespeelde muzikanten. Dat laatste hebben we hier zelden fout zien lopen, van het Senegalese balorkest Orchestre Baobab in 2024 tot soulzanger Jalen Ngonda vorig jaar.
Egards en liefde
De raspaardjes van deze editie waren Thee Sacred Souls ****. Na enkele succesvolle passages van de Californische vintage soulband in de AB, en daarna ook op Pukkelpop en Rock Werchter rukten deze beschermelingen van Daptone Records, dat ons eerder al Sharon Jones, Charles Bradley en Lee Fields schonk, dit keer uit met een tienkoppig gezelschap, inclusief twee backing vocals en een hoorntrio. Ook al waren we vertrouwd met hun uitstekende livereputatie, toch verraste het ons met hoeveel egards en liefde deze romantische zielen met een voorliefde voor Motown hier verwelkomd werden. De Green Stage moest vlak na de start van hun concert al afgesloten worden. Zelf waren ze evengoed zichtbaar onder de indruk. Ze zorgden ook voor wat politiek engagement, dat deze editie minder prominent aanwezig was.
Maar zanger Josh Lane is geen prediker. Hij koppelde zijn tussenkomsten liefst aan specifieke songs. Na een welgemikt hart onder de riem van de Palestijnen, Congolezen, Soedanezen, Jemenieten en slachtoffers van de Amerikaanse immigratiedienst ICE kregen we een ingetogen ‘On My Mind’ te horen, een van de stand out tracks van hun jongste album Got A Story To Tell, hier nog extra aangezet door een fraaie saxsolo. ‘Will I See You Again?’ werd sereen meegezongen.
Tijdens ‘Running Away’ beklom Lane tot extase van de fans enkele terrassen van het Groentheater. ‘Weak for Your Love’ begon hij tussen het publiek en tijdens ‘Live for You’ klapte iédereen mee. Op afsluiter ‘Can I Call You Rose?’ begonnen verschillende koppeltjes te slowen, terwijl ze gewoon van mekaars billen konden blijven.
Couleur Café in beeld - zondag
Lees meer over: Brussel , Laken , Ice , Events & Festivals , Couleur Café 2026