Van het klaslokaal naar de studio en terug. Thomas De Proft combineert twee werelden die op het eerste gezicht ver uit elkaar liggen: onderwijs en rap. Maar voor hem zijn ze verrassend gelijkaardig. Over Brusselse jongeren, geluk in een job en waarom succes niet altijd is wat mensen denken. “Ik was eerst rapper voordat ik leerkracht was”, vertelt Thomas De Proft.
©
Bram De Jaegher
Op bezoek bij leerkracht en rapper Thomas De Proft: 'In mijn hoofd heb ik het al gemaakt'
“Ik zag rappen altijd als een hobby. Natuurlijk droom je ervan om door te breken. Maar daarnaast wist ik ook: ik wil leerkracht worden. Ik zag mezelf eigenlijk geen enkele andere job doen.”
Hoewel Thomas De Proft economie en handelsingenieur studeerde, een logische opstap naar een carrière in een groot bedrijf, voelde dat nooit als zijn pad. “Van jongs af aan, toen ik zelf in de klas zat, dacht ik al: ik wil ooit lesgeven. Niet omdat mijn leerkrachten niet goed waren, want ik heb echt goeie gehad. Maar ik dacht vaak: ik zou dat anders aanpakken. Dus in mijn hoofd was er niets anders dat ik ging doen.”
Tussen creativiteit en krijtbord
De combinatie tussen lesgeven en muziek voelt voor hem organisch. “Hoe langer je leerkracht bent, hoe meer je beseft dat het eveneens een job is waar je je creativiteit in kwijt kunt. In zowel mijn rap als mijn leerkracht-zijn kan ik mijn creativiteit kwijt. Ik praat graag over dingen waar ik gepassioneerd over ben. Soms tot frustratie van mijn vrienden en familie”, lacht hij.
Voor Thomas zijn het geen twee tegenpolen. “Ik ben even graag leerkracht als ik rapper ben. Dat meen ik echt. Het verschil is: in de klas moeten ze naar mij luisteren. Op het podium niet.”
Toch beseft hij dat de kans klein is om als rapper groots door te breken. Maar dat relativeert hij meteen. “Wat is het eigenlijk, ‘het maken’? Ik maak muziek, ik ben gelukkig, ik vind mijn muziek goed, mensen luisteren. In mijn hoofd heb ik het al gemaakt. Ik moet daarvoor niet de meest bekende of best betaalde rapper van België zijn.”
Geluk op een plek waar hij het niet verwachtte
Wat hem misschien nog het meest verrast, is hoeveel voldoening hij uit het onderwijs haalt. "Ik had nooit verwacht dat ik zo gelukkig kon zijn in een job. Ik dacht altijd: een job is een job. Je doet het voor het geld. Elke leerling die ik ontmoet, brengt mij iets bij. Geen enkele ontmoeting is nutteloos.”
Dat wederzijdse leren is voor hem essentieel. “Lesgeven is niet alleen kinderen verrijken. Die kinderen verrijken jou minstens evenveel. Soms zelfs meer.” Hij vertelt hoe een gesprek over religie plots uitmondde in een uitwisseling over de ramadan. “Ik heb daar gewoon keiveel uit geleerd. Waarom ze dat doen, wat dat betekent. Ze hebben mij zelfs overtuigd om een paar dagen mee te doen. Dat vind ik mooi. Dat is onderwijs voor mij.”
De Brusselse jeugd
Thomas verhuisde van een Vlaamse dorpsschool naar een Brusselse context. Dat zorgde voor reacties bij vrienden en familie. “Als je tegen mensen zegt dat je les gaat geven in Brussel, dan wordt daar angst rond gecreëerd. ‘Amai, zou je dat wel doen?’ Maar eens je hier bent, besef je: chill. Het is hier echt oké.”
Sterker nog: hij spreekt met bewondering over zijn leerlingen. “Als dit de Brusselse jeugd is, dan komt het echt wel goed. Oprecht. Er wordt veel gezegd, maar als ik rondkijk, zie ik jongeren met talent, maturiteit en levenskennis. Veel verder dan ik was op mijn negentiende. Ik geef soms een les waarvan ik zelf denk: dat kon beter. En dan komen ze na de les naar mij en zeggen ze: ‘Dank u wel, meneer.’ Heb jij dat ooit gedaan tegen een leerkracht? Ik niet.”
©
Bram De Jaegher
Meer dan leerstof
Hij weet dat niet elke leerling warm loopt voor wiskunde of economie. “En dat is oké. Niet iedereen moet dat fantastisch vinden. Maar naast mijn vak wil ik vooral dit meegeven: doe wat je gelukkig maakt. Niet bang zijn. You got this.” Dat geloof in potentieel is zijn kern. “Ik geloof echt dat elke leerling in mijn klas kan zijn wat hij of zij wil worden. Dat meen ik oprecht. En ik denk dat dat de enige mentaliteit is waarmee je in het onderwijs moet staan.”
Rap in de klas
Zijn leerlingen weten uiteraard dat hun leerkracht ook muziek maakt. “Ik probeerde dat eerst zo lang mogelijk stil te houden”, lacht hij. “Maar het heeft één les geduurd. Iemand scande een sticker op mijn laptop en heel de school wist het.”
De reacties zijn meestal positief. Leerlingen zingen zijn nummers in de klas of zetten songtitels op het bord. “Soms laat ik hen nieuwe muziek horen als ze goed hebben meegewerkt. Dan dreigen ze dat te leaken”, grijnst hij. “Maar ik hoop vooral dat ze zien: je hoeft niet te kiezen. Je kan meerdere dingen zijn.”
Wat blijft hangen na het gesprek is geen ambitie, geen carrièreplanning, maar hoop. “Ik kijk echt vaak naar mijn leerlingen en denk: het komt wel goed met ons. Met Brussel. Met de jeugd. Ze hebben zoveel meer in zich dan wij soms denken.” En misschien vat hij zichzelf nog het best samen met die ene zin:
“In mijn hoofd heb ik het al gemaakt.”
Lees meer over: Brussel , Ice , Muziek , BRUZZ Ice community